Rechtbank Midden-Nederland, 03-01-2017 / 16/659381-16 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:26

Inhoudsindicatie
Een 27-jarige man uit Zwolle en een 46-jarige man uit Diemen krijgen taakstraffen opgelegd van respectievelijk 120 en 150 uur voor seks met een 17-jarige prostituee in 2015 in De Bilt. Daarnaast veroordeelt de rechtbank Midden-Nederland de mannen tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 29 dagen voorwaardelijk. Verwijtbaarheid Beide verdachten verklaarden dat zij dachten dat het 17-jarige meisje meerderjarig was. Dit doet aan de strafrechtelijke verwijtbaarheid niets af. De mannen hebben allebei nagelaten om te controleren of het meisje meerderjarig was. Bij jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. Strafmaat De rechtbank vindt de door de officier van justitie geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden een te zware straf. De mannen reageerden op een advertentie op een legale website, en uit de strafdossiers kan niet worden afgeleid dat zij bewust op zoek waren naar een seksafspraak met een minderjarige. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat de 27-jarige man uit Zwolle de afspraak niet zelf had geregeld. De 46-jarige man uit Diemen had een blanco strafblad. Ook neemt de rechtbank mee dat uit het reclasseringsadvies blijkt dat hij verantwoordelijkheid voor zijn gedrag neemt.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-01-03
Publicatiedatum
2017-01-03
Zaaknummer
16/659381-16 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht



Parketnummer: 16/659381-16 (P)



Vonnis van de meervoudige kamer van 3 januari 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1989] te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] , [woonplaats] .



1Het onderzoek ter terechtzitting


Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.



2Tenlastelegging


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat een persoon op 21 januari 2015 te De Bilt tegen betaling seksuele handelingen heeft verricht met verdachte terwijl die persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet die van achttien jaren had bereikt.



3Voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.



4Waardering van het bewijs


4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen.




4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat de bewezenverklaring betreft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en de verdediging heeft ten aanzien van dit feit geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangeefster] ;

- de bekennende verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.



5Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte


op 21 januari 2015 te De Bilt, ontucht heeft gepleegd met [aangeefster] , geboren op [1997] die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een

derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,

door

- zijn penis in de mond van die [aangeefster] te brengen en te houden en

die [aangeefster] zijn penis in haar mond te laten nemen.



Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.



6De strafbaarheid van het feit


Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt.


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.



8Motivering van de straffen en maatregelen


8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht en de strafvorderingsrichtlijn van het openbaar ministerie die voor een dergelijk feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van minimaal 6 maanden eist. Nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat het hem nooit meer zal gebeuren, heeft de officier van justitie verdachte het voordeel van de twijfel gegeven en hiermee aangenomen dat verdachte oprechte spijt heeft van zijn handelen. De officier van justitie is daarom van mening dat een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk dient te worden opgelegd.


8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte dacht dat het meisje 21 jaar was omdat zij dit had gezegd. Zij kwam ook volwassen op hem over en dat wordt bevestigd door de foto’s uit het dossier. Het was de eerste keer dat verdachte naar een prostituee ging, hij heeft zich laten overhalen door een vriend en was zeker niet op zoek naar seks met een minderjarige. Dat zegt iets over de verwijtbaarheid van het handelen van verdachte.

Uit jurisprudentie blijkt dat om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, diverse zaken zijn afgedaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van één dag, gecombineerd met een werkstraf.

Gelet op de feiten en omstandigheden heeft de verdediging verzocht om de eis van de officier van justitie niet te volgen maar ook deze zaak, mede voor het behoud van het bedrijf van verdachte, af te doen door middel van een werkstraf. Daarnaast zou een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd kunnen worden dan wel een gevangenisstraf voor de duur van één dag.


8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.

Dat verdachte - zoals hij heeft verklaard - dacht dat het meisje meerderjarig was nu zij hem had verteld dat zij 21 jaar was en zij er daadwerkelijk als een meerderjarige uitzag, doet aan de strafrechtelijke verwijtbaarheid die verdachte kan worden gemaakt niet af. Verdachte heeft nagelaten zich ervan te vergewissen of het meisje meerderjarig was. Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.

Bij jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt.

De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar . Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de mogelijke gevolgen daarvan voor de minderjarige, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval waarin iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was.

Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte deze afspraak niet zelf had geregeld.

Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden een te zware strafmodaliteit en komt tot een andere strafmodule.



9Toepasselijke wettelijke voorschriften


De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 248b van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.



10Beslissing


De rechtbank:


Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.


Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.


Het bewezen verklaarde levert op:


Ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt.


Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 dagen.


Beveelt dat een gedeelte, groot 29 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.


Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.


De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.


Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.





Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Soeteman, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 januari 2017.









BIJLAGE : De tenlastelegging


Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat


hij op of omstreeks 21 januari 2015 te De Bilt, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ontucht heeft gepleegd met [aangeefster] , geboren op [1997]

die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een

derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de

leeftijd van achttien jaren had bereikt,

door

- zijn penis in de mond van die [aangeefster] te brengen en/of te houden en/of

die [aangeefster] zijn penis in haar mond te laten nemen;

art 248b Wetboek van Strafrecht



1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer 2015020155B (pagina’s 1 tot en met 447) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster] d.d. 28 januari 2015, pag. 129.
3 Proces-verbaal van de terechtzitting van 20 december 2016.