Rechtbank Midden-Nederland, 13-06-2017 / 16/652731-16 en 16/660571-16 (gev. ttz) (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:2832

Inhoudsindicatie
Twee 17-jarige jongens uit Utrecht en Zeist zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor 5 overvallen in 2016. Een 17-jarige jongen uit Zeist is veroordeeld tot 18 maanden jeugddetentie en de PIJ-maatregel (Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen). De verdachte uit Utrecht is veroordeeld tot 15 maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaar. De jongens hebben in korte tijd zeer ernstige feiten gepleegd. De rechtbank legt daarom hogere straffen op dan geëist door de officier van justitie. De overvallen vonden plaats in een periode van 6 weken. Tijdens de overvallen werd gedreigd met een nepvuurwapen en in 2 gevallen ook met een bijl. De jongens overvielen een buschauffeur, snackbar en supermarkt in Utrecht. Ook overvielen zij een eetsalon in Wijk bij Duurstede en probeerden zij een coffeeshop in Zeist te overvallen. De 17-jarige jongen uit Zeist heeft zich ook schuldig gemaakt aan heling en openlijk geweld. De rechtbank realiseert zich dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, in de volksmond ook wel jeugd-tbs genoemd, een zeer zwaar middel is. De 17-jarige jongen uit Zeist ontkent schuldig te zijn en werkt niet mee aan gedragsonderzoeken. Gelet op zijn houding ziet de rechtbank geen mogelijkheden in andere vormen van behandeling en begeleiding. De 17-jarige jongen uit Utrecht bekent de feiten en is onderzocht door een psychiater en psycholoog. Zij adviseren om hem verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank neemt het advies over en legt een voorwaardelijke PIJ-maatregel op, als stevige stok achter de deur voor de bijzondere voorwaarden die de rechtbank oplegt. De jongen moet behandeld worden voor zijn stoornis en komt door een ITB PLUS-maatregel onder streng toezicht te staan.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-06-13
Publicatiedatum
2017-06-13
Zaaknummer
16/652731-16 en 16/660571-16 (gev. ttz) (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht



Parketnummers: 16/652731-16 en 16/660571-16 (gev. ttz) (P)



Vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 juni 2017


in de strafzaken tegen


[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in Forensisch Centrum [naam] te Sassenheim.



1Het onderzoek ter terechtzitting


Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2017 en is gesloten op 30 mei 2017. De verdachte is op 23 mei 2017 in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Hilversum.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.



2Tenlasteleggingen


De tenlasteleggingen zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging met parketnummer 16/652731-16 is op de pro forma-zitting van 10 januari 2017 gewijzigd.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


16/652731-16

1. op 25 september 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing van de eigenaar ( [slachtoffer 1] ) van een snackbar (snackbar [snackbar] ), dan wel aan de medeplichtigheid aan die afpersing;

2. op 12 augustus 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de gewapende overval op een buschauffeur ( [slachtoffer 2] van [busmaatschappij] ) en/of de afpersing van die buschauffeur;

3. op 25 september 2016 te Zeist zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de poging tot afpersing van de medewerker ( [slachtoffer 3] ) van een coffeeshop (coffeeshop [coffeeshop] ), dan wel aan de medeplichtigheid aan die poging tot afpersing;


16/660571-16

1. op 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de gewapende overval op een cafetaria/eetsalon (eetsalon [eetsalon] );

2. op 23 september 2016 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing van een medewerker ( [slachtoffer 4] ) van een supermarkt (supermarkt [supermarkt] ) en/of een klant ( [slachtoffer 5] ) van die supermarkt en/of het medeplegen van diefstal met geweld ten aanzien van die klant, dan wel aan de medeplichtigheid aan die afpersing en/of die diefstal met geweld.



3Voorvragen


De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.



4Waardering van het bewijs


4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de ten laste gelegde vijf feiten.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het medeplegen van het afpersen van de eigenaar ( [slachtoffer 1] ) van een snackbar (snackbar [snackbar] ) en het medeplegen van de poging tot afpersing van de medewerker ( [slachtoffer 3] ) van een coffeeshop (coffeeshop [coffeeshop] ). De verdediging heeft zich voor wat betreft de medeplichtigheid gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft zich voorts gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het medeplegen van de gewapende overval op een buschauffeur ( [slachtoffer 2] van [busmaatschappij] ) en het medeplegen van de gewapende overval op een cafetaria/eetsalon (eetsalon [eetsalon] ).

De verdediging acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing van een medewerker ( [slachtoffer 4] ) van een supermarkt (supermarkt [supermarkt] ). Voor de afpersing van [slachtoffer 5] heeft de verdediging om vrijspraak gevraagd, omdat verdachte niet het (voorwaardelijk) opzet had op die overval door de medeverdachte van deze toevallige klant in de winkel.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen

bewijsmiddelen 16/652731-16, feit 1, snackbar [snackbar] , zaaksdossier 09CUCULUS16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Op 25 september 2016 heeft [slachtoffer 1] , eigenaar van snackbar [snackbar] te [vestigingsplaats] , aangifte gedaan van een gewapende overval op zijn snackbar op diezelfde dag. Daarbij heeft aangever verklaard dat hij omstreeks 21:30 uur een donker geklede persoon de snackbar in zag lopen die een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen had en een bivakmuts over zijn hoofd droeg. Aangever hoorde die persoon zeggen dat hij geld wilde hebben. Aangever zag dat de persoon het vuurwapen op ongeveer 40 centimeter van het voorhoofd van aangever hield. Aangever zag dat de persoon bleef roepen om geld, dat de persoon vervolgens de bovenzijde van het vuurwapen naar achteren trok, hoorde dat de persoon briefgeld wilde hebben en zag dat de persoon een tas openhield zodat aangever er het geld in kon doen. Aangever heeft vervolgens de volgende biljetten in de tas gedaan: 2 x € 20,00, 2 of 3 x € 10,00, 4 tot 6 x € 5,00, en daarna is de persoon de snackbar uitgerend.


Aangever is ook naar buiten gerend, zag vervolgens een fietser aankomen en riep “dief, dief”, en zag dat de fietser achter de wegrennende overvaller aan fietste.


De overvaller had een donkerkleurige jas met lange mouwen aan die tot net over de heupen kwam, en droeg een bivakmuts waar enkel de ogen en de wenkbrauwen zichtbaar waren.


Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 25 september 2016 omstreeks 21:53 uur de Koekoekstraat in fietste, dat hij vanuit snackbar [snackbar] een man zag rennen, dat die man in de richting van de Adelaarstraat rende, dat er in de snackbar een man achter de kassa stond, die “politie” riep, dat hij vermoedde dat er een overval was gepleegd en dat hij achter de man is aangefietst die hij eerder uit Snackbar [snackbar] had zien rennen. Getuige [getuige 1] is de man niet meer uit het oog verloren, zag dat er op de Nieuwe Koekoekstraat ter hoogte van de Kwartelstraat een auto stond waarvan de verlichting brandde, hoorde dat de motor van die auto aanstond en zag dat de man aan de bijrijderskant van de auto instapte.


Getuige [getuige 1] zag dat het kenteken van de auto [kenteken] was en zag dat de auto met enorme vaart wegreed.


Op 25 september 2016 omstreeks 21:57 uur hoorde verbalisant [verbalisant 1] van de overval hoorde dat de vluchtauto met kenteken [kenteken] had. Uit het RDW bleek dat het voertuig met dit kenteken op naam stond van [A] , wonende aan de [adres] .


Verbalisant [verbalisant 2] zag op 25 september 2016 omstreeks 22:05 uur de Seat Ibiza met kenteken [kenteken] op de parkeerplaats aan de achterzijde van de Centaurusdreef staan en voelde dat het bumperpaneel aan de rechtervoorzijde van het voertuig gloeiend heet was.


De portieken die toegang gaven tot de percelen [adres] tot en met [nummer] en [nummer] tot en met [nummer] werden afgezet de lift werd tegengehouden, waarna verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] de flat, waar de verdachten van perceel [nummer] heen waren gevlucht, verdieping voor verdieping controleerden en uiteindelijk 2 personen aantroffen die voor de lift stonden. Deze personen zijn aangehouden en betroffen [verdachte] (hierna: [verdachte] ), geboren op [2000] , en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), geboren 19 maart 2000. Verbalisant [verbalisant 1] hoorde [medeverdachte 1] tijdens de aanhouding “zwijgrecht” zeggen tegen [verdachte] .


Op de camerabeelden van 25 september 2016 van portiek, lift en overloop van onder meer de woning aan de [adres] , is te zien dat [verdachte] om 16.14.13 de lift uit komt. Even later komt [medeverdachte 1] de lift uit, hij draagt een boodschappentas van Lidl. Ze gaan naar buiten. Om 16:14:51 is te zien dat beiden naar de zwarte personenauto lopen en dat [medeverdachte 1] als bijrijder instapt. Te zien is dat [verdachte] en [medeverdachte 1] om 22:07:27 uur het portiek weer binnenkomen, dat [verdachte] voorop loopt en een Lidl-tas draagt, en dat achter hem [medeverdachte 1] loopt. Om 22:11:49 uur komen politiemedewerkers het portiek binnen. Om 22:11:25 uur is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 1] over de passage op de zevende verdieping van de portiekflat rennen. En om 22:18:07 komen politiemedewerkers uit de tegenovergestelde richting over dezelfde passage aanlopen.


Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, diverse bankbiljetten (2 x € 20,00, 3 x € 10,00, 1 x € 5,00), een zwarte gewatteerde jas, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat, en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.


Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.


Op 13 oktober 2016 is [verdachte] in de [naam] te [vestigingsplaats] gehoord. [verdachte] heeft verklaard dat hij met een vriend rondhing in Overvecht, dat zijn vriend geld nodig had en zei dat ze dat (de rechtbank begrijpt: de overval op snackbar [snackbar] ) gingen doen, dat hij van zijn vriend een auto moest regelen, dat hij aan zijn vader heeft gevraagd om hem met zijn taxi naar het station Overvecht te brengen, dat hij vervolgens in de taxi stiekem de sleutel van de auto uit de schoudertas van zijn vader heeft gepakt. Later op de avond is [verdachte] met zijn vriend in de auto van zijn vader naar de snackbar gegaan. Zijn vriend heeft de snackbar overvallen en [verdachte] heeft in een zijstraat staan wachten.

Na de overval is zijn vriend in de auto gestapt en zijn zij naar [verdachte] ’s huis gereden. Daar kwam de politie en zijn zij aangehouden.


[verdachte] heeft voorts verklaard dat hij de auto van zijn vader met kenteken [kenteken] op de Nieuwe Koekoekstraat ter hoogte van de Kwartelstraat heeft gezet, dat hij moest wachten tot zijn vriend weer instapte, dat zijn vriend een zwarte driekwart jas droeg met de capuchon over zijn hoofd en bordeauxrode schoenen met een witte rand. De bivakmuts had hij als een mutsje op zijn hoofd aan. Voorts had hij een nepvuurwapen bij zich. [verdachte] bewaarde spullen voor zijn vriend bij hem thuis in de kelder of in zijn kamer. Het ging om 2 jassen, 2 of drie bivakmutsen, een wapen (dat nepwapen wat hij tijdens de overval gebruikte) en een bijl.


Zijn vriend had eerder een Lidl-tas met die spullen aan [verdachte] gegeven. Op 25 september 2016 heeft [verdachte] de Lidl-tas van zijn kamer gehaald en die tas in de achterbak van de auto gedaan.


Toen zij op 25 september 2016 thuis kwamen heeft [verdachte] de auto achter de flat aan de Centaurusdreef geparkeerd en heeft hij de Lidl-tas uit de achterbak van de auto gepakt. Zijn vriend kleedde zich om en deed de jas, de bivakmuts en het vuurwapen in de Lidl-tas.


Kort nadat [verdachte] en zijn vriend waren teruggekeerd in de woning aan de [adres] , zag hij overal politie. Hij is toen gaan rennen van [nummer] naar [nummer] in de flat er naast. Zijn vriend en hij zijn op dezelfde plek aangehouden.


Getuige [A] heeft verklaard dat de nacht voor de aanhouding een jongen, te weten [medeverdachte 1] , die [verdachte] kent uit de [naam] , bij zijn zoon [verdachte] is blijven slapen. [medeverdachte 1] was de tweede persoon die tegelijk met [verdachte] is aangehouden, aldus getuige.


Op 16 oktober 2016 is er een gesprek geïntercepteerd tussen een gedetineerde van het forensisch centrum [naam] met een gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

De gedetineerde zei onder andere:

- Drie OV-tjes op 1 avond. Bi…Woela binnen anderhalf uurtje, drie OV-tjes, bij de derde geklemd.

- (…) eentje coffeeshop, eentje snackbar, eentje restaurant. Bij de snackbar ben ik geklemd.

- Maar die coffeeshop is mislukt.

- Die man wou geen doekoe geven.

- (…) Woela kankerveel dingen in beslag genomen. Bijl, bivakmutsen, jassen, kleding, schoenen, laptop, telefoons, meer dan een doezoe (fon) aan cash in beslag genomen.

- Snackbar was een paar barkies misschien. Drie, vier ofzo. Die restaurant was achttien- negentienhonderd ofzo.

- Als ik buiten ben gelijk, woela ik ben verslaafd aan OV’tje.

- Kankerlekkere gevoel.

- [naam] zit ook vast. Ik ben met hem geklemd.


Op basis van onderzoek is komen vast te staan dat de gedetineerde die het telefoongesprek voerde [verdachte] was.


Ter terechtzitting heeft [verdachte] over bovenstaand telefoongesprek verklaard dat hij met de snackbar, snackbar [snackbar] bedoelt, en dat hij met het restaurant, eetsalon [eetsalon] bedoelt.

De moeder van [medeverdachte 1] , [getuige 2] , heeft verklaard dat [medeverdachte 1] 2 telefoons heeft en dat de nummers daarvan [telefoonnummer] en [telefoonnummer] zijn, en dat zij met haar zoon appt met het eerste nummer.


Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] is een Apple iPhone in beslag genomen. Dit toestel maakt gebruik van een WhatsApp account [Whatsapp account] @s.whatsapp.net onder de naam [naam] .


[medeverdachte 1] heeft op 28 oktober 2016 verklaard dat het klopt dat hij te maken heeft met de overval op snackbar [snackbar] .


[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 1] niet heeft gereden, dat als hij, [verdachte] , niet naar binnen ging, hij de auto reed en in de auto bleef wachten. Bij de overvallen is steeds de auto van de vader van [verdachte] gebruikt. Er werden ook steeds dezelfde wapens gebruikt, namelijk de Colt en de bijl die in zijn kamer zijn aangetroffen. Van de bij de huiszoeking aangetroffen en in beslag genomen zwarte jassen, was de ene jas bestemd voor [verdachte] en de ander voor [medeverdachte 1] .


Desgevraagd heeft [verdachte] verklaard dat wanneer hij bij een overval mee naar binnen ging, wat tweemaal is gebeurd, er een derde persoon reed.

In het geval van de overval op snackbar [snackbar] heeft verdachte verklaard dat hij eerst ook naar binnen zou gaan, maar dat hij op enig moment besloot niet naar binnen te gaan, en dat [medeverdachte 1] tegen hem had gezegd dat hij maar in de auto moest blijven wachten.


bewijsmiddelen 16/652731-16, feit 2, buschauffeur [slachtoffer 2] , zaaksdossier 09BOND16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


Op 12 augustus 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal onder dreiging van geweld. Aangever heeft verklaard dat hij op 12 augustus 2016 omstreeks 00:34 met lijn 6 vanaf het station Overvecht naar de eerste halte aan de Donaudreef reed, dat zijn bus leeg was, dat hij bij de bushalte 2 jongens zag staan. Toen aangever bij de halte kwam en de deur van de bus opende, kwam persoon 1 de bus in lopen. Hij sloeg toen met een bijl op de betaalplank. Dit deed hij meerdere keren. Ook hoorde aangever dat persoon 1 tegen aangever zei: “Ik wil je geld”. Aangever zei toen tegen persoon 1 dat hij het moest pakken en wees in de richting van het geldbakje en persoon 1 heeft het geldbakje er toen zelf uitgetrokken.


Ondertussen was persoon 2 bij persoon 1 komen staan. Persoon 2 hield dreigend een pistool in de richting van aangever. Vervolgens vroeg persoon 1 om de tas van aangever die onder de betaalplank stond. Aangever heeft de tas aan persoon 1 gegeven. Nadat aangever dat had gedaan, bleef persoon 1 vragen naar de tas van aangever. Persoon 2 dreigde met het vuurwapen in de richting van aangever die in de loop van het vuurwapen keek, terwijl de loop zich op een afstand van 20 cm van zijn gezicht bevond. Omdat persoon 2 ongeduldig werd was aangever bang dat persoon 2 zou gaan schieten. Aangever was helemaal verstijfd van angst en was bang voor zijn leven. Ondertussen werd er ook nog gedreigd met de bijl.

Nadat aangever meerdere keren had gezegd dat de jongens zijn tas al hadden, zijn de jongens er rennend vandoor gegaan.


Beide jongens hadden een donkerkleurige soort winterjas met capuchon aan. Omdat beide jongens de capuchon helemaal hadden dichtgetrokken kon aangever maar een klein deel van hun gezicht zien.


Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, diverse bankbiljetten ( 2 x € 20,00, 3 x € 10,00, 1 x € 5,00) , een zwarte gewatteerde jas voorzien van een capuchon, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat, een zilverkleurige langwerpige geldcassette en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen. Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede. en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.

Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat op 17 augustus 2016 een WhatsApp-gesprek start tussen [naam] [Whatsapp account] @s.whatsapp.net en [naam] [Whatsapp account] @s.whatsapp.net.

Uit onderzoek is komen vast te staan dat het [naam] -account in gebruik is bij [medeverdachte 1] en dat het [naam] -account in gebruik is bij [verdachte] .


Op 20 augustus 2016 om 18:23:36 uur stuurt [naam] een filmpje naar [naam] via de WhatsApp. Op dit filmpje is een opname te zien van het programma Bureau Hengeveld. In het programma wordt aandacht besteed aan de overval op de buschauffeur aan de Donaudreef te Utrecht op 12 augustus 2016. Hierop volgen onder andere de volgende berichten:


18:56:13 uur: [naam] appt [naam] : We staan op de hoofdpagina politie nl.


18:56:32 uur: [naam] appt [naam] : Ik weet ik had gister gelezen.


Op de Apple iPhone van [medeverdachte 1] worden foto’s aangetroffen van een televisie met daarop de uitzending van Bureau Hengeveld over het bewuste item.


Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij ‘ [naam] ’ is en dat [medeverdachte 1] ‘ [naam] ’ is.


Op 25 oktober 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij degene was met de bijl, dat hij de chauffeur met de bijl heeft bedreigd, dat hij een paar keer met de bijl op de toonbank heeft geslagen, dat hij een paar keer “Geef geld” heeft geroepen en dat hij het geldlaatje heeft gepakt. [verdachte] heeft voorts verklaard dat zijn vriend naast hem stond, dat zijn vriend met het pistool ook op de toonbank sloeg, dat zijn vriend het pistool doorlaadde en dat de buschauffeur hen zijn rugtas gaf.


Het geld uit de geldlade en uit de portemonnee van de chauffeur hebben [verdachte] en zijn vriend verdeeld. De geldlade heeft [verdachte] in zijn kamer gelegd.


Op de camerabeelden van de overval is te zien dat een dader dreigt met de bijl en deze plaatst in de richting van de nek van de chauffeur.


Op 28 oktober 2016 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij de overval op de buschauffeur samen met [verdachte] heeft gepleegd en dat hij degene was met het pistool.


bewijsmiddelen 16/652731-16, feit 3, coffeeshop [coffeeshop] , zaaksdossier 033STEYN16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


Op 30 september 2016 heeft [slachtoffer 3] mede namens coffeeshop [coffeeshop] aan de Steynlaan te Zeist aangifte gedaan ter zake van een poging tot diefstal onder bedreiging van geweld.


Aangever heeft verklaard dat hij op 25 september 2016 omstreeks 20:47 uur een manspersoon de coffeeshop binnen zag lopen, dat er op dat moment geen klanten in de zaak zaten, dat hij zag dat de man in zijn rechterhand een vuurwapen had, dat de man de loop van het vuurwapen op aangever gericht hield en dat hij hoorde dat de man zei: “Overval, geld geld geld”. Nadat aangever tegen de man had gezegd “Meen je dat nou wat ga je met dat ding doen?”, zag aangever dat de man zijn wapen doorlaadde en dat de man de loop van het vuurwapen in de richting van aangever hield. Terwijl de man het wapen op aangever gericht hield, zei aangever tegen de man “Meen je dit nu serieus?”. Aangever zag dat de man zich omdraaide en de coffeeshop verliet. Aangever zag dat de man richting de Action Bergweg rende.


De man had een zwarte driekwart jas aan, droeg een blauwe spijkerbroek met aan de rechterzijde van de broek een aantal witte plekken, en donkere sportschoenen met een witte zool. De man droeg een zwarte sjaal voor zijn gezicht en droeg een capuchon. Daardoor waren alleen zijn ogen te zien.


Op camerabeelden van het camerasysteem van coffeeshop [coffeeshop] is te zien dat de dader de zaak inkomt met een pistool in zijn rechterhand, dat hij een broek met kenmerkende gaten en schoenen met witte zool draagt, dat de dader het pistool op de medewerker richt en dat de dader de slede van het pistool naar achteren trekt.


De dader draagt een jas met kenmerkende vlakjes op het rugpand en een bivakmuts met 1 opening onder de capuchon, gelijkend op de jas en de bivakmuts die zijn aangetroffen bij de doorzoeking in de woning aan de [adres] . Tijdens deze doorzoeking is ook een zwart handvuurwapen aangetroffen en in beslag genomen.

De dader, die is te zien op de camerabeelden van de overval, droeg verder een soortgelijke spijkerbroek met gaten/beschadigingen en soortgelijke schoenen als die [medeverdachte 1] droeg bij zijn aanhouding.


Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.


Op 28 november 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij heeft geholpen bij de overval op coffeeshop [coffeeshop] in [vestigingsplaats] . [verdachte] heeft verklaard dat hij naar de coffeeshop is gereden, dat hij en [medeverdachte 1] erbij betrokken waren, dat ze gingen met de auto van zijn vader, dat hij eerst ook naar binnen zou gaan maar dat hij dat uiteindelijk niet deed, dat [medeverdachte 1] zich had omgekleed en dat [medeverdachte 1] toen alleen naar binnen is gegaan, en dat [medeverdachte 1] tegen hem had gezegd dat de overval mislukt was.


Op 16 oktober 2016 is er een gesprek onderschept tussen een gedetineerde van het forensisch centrum [naam] met een gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

De gedetineerde zei onder andere:

- Drie OV-tjes op 1 avond. Bi…Woela binnen anderhalf uurtje, drie OV-tjes, bij de derde geklemd.

- (…) eentje coffeeshop, eentje snackbar, eentje restaurant. Bij de snackbar ben ik geklemd.

- (…) Maar die coffeeshop is mislukt.

- Die man wou geen doekoe geven. (…)

- (…) Woela kankerveel dingen in beslag genomen. Bijl, bivakmutsen, jassen, kleding, schoenen, laptop, telefoons, meer dan een doezoe (fon) aan cash in beslag genomen.

- [naam] zit ook vast. Ik ben met hem geklemd.

Op basis van onderzoek is komen vast te staan dat de gedetineerde die het telefoongesprek voerde [verdachte] was.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] over bovenstaand telefoongesprek verklaard dat hij met de coffeeshop, coffeeshop [coffeeshop] bedoelt.


Op 13 oktober 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij op 25 september 2016 vanaf 14:00 uur samen met zijn vriend is geweest tot zij samen werden aangehouden. Voorts heeft [verdachte] verklaard dat zijn vriend de hele dag dezelfde kleding heeft aangehad, dat hij alleen die zwarte jas en bivakmuts nog had aangetrokken, en dat hij bordeauxrode schoenen droeg met een witte zool.

Op 25 september 2016 omstreeks 23:00 uur is de kleding van [medeverdachte 1] in beslag genomen, waaronder bordeauxrode schoenen met een witte zool en een blauwe spijkerbroek.

Op 28 oktober 2016 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij op 25 september 2016 de hele dag met [verdachte] is geweest.


bewijsmiddelen 16/660571-16, feit 1, eetsalon [eetsalon] , zaaksdossier 034KARO16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


Op 21 september 2016 heeft [aangever] namens Eetsalon [eetsalon] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever heeft verklaard dat ten tijde van de overval op 21 september 2016 omstreeks 21:50 uur drie medewerksters in de eetsalon aanwezig waren, namelijk [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Er waren twee personen de zaak binnen gekomen. Een van de personen bleef in de deuropening staan. Deze persoon had een vuurwapen in de hand die hij op de medewerksters had gericht. De tweede persoon liep door naar de achterzijde van de toonbank en pakte direct de kassalade beet. Deze persoon had een bijl in zijn hand en sloeg met die bijl het snoer kapot waarmee de kassalade aan de kassa was verbonden.


Vervolgens rende de tweede persoon met de kassalade weg naar buiten en beide personen renden de Bonifatiusstraat in en verdwenen uit het zicht.


Getuige [slachtoffer 8] heeft verklaard dat zij de persoon met de bijl hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer”, dat zij verstijfde en dat zij hem nog een keer hoorde zeggen “kankerhoer, kankerhoer geef geld”. Deze persoon droeg een bivakmuts met een ovale opening voor de ogen. Daarna zag zij dat de persoon met de bijl het snoer van de kassa doorhakte en met de gehele kassalade de zaak uitrende.

Getuige [slachtoffer 6] heeft verklaard dat de man in de deuropening een bivakmuts op had met een ovale uitsparing bij de ogen. De andere man zag er hetzelfde uit, aldus getuige.

Op de camerabeelden van eetsalon [eetsalon] is te zien dat omstreeks 21:49 uur twee personen in het donker gekleed en voorzien van bivakmutsen uit de richting van de Bonifatiusstraat in Wijk bij Duurstede komen aanrennen en dat zij de snackbar binnen rennen. Een van de overvallers heeft een vuurwapen bij zich en blijft bij de deur van de ingang van de snackbar staan. Hij heeft het vuurwapen in zijn hand en heeft zijn arm gestrekt voor zich in de richting van de toonbank. De overvaller met het vuurwapen haalt op enig moment de slede van het vuurwapen naar achteren en richt het vuurwapen opnieuw richting toonbank.


Om 21:50 uur rennen de overvallers naar buiten in de richting van de Bonifatiusstraat.


Op 25 september 2016 omstreeks 23:55 uur is in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 de woning aan de [adres] doorzocht. In de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een zwarte jas voorzien van een capuchon, een zwarte gewatteerde jas voorzien van een capuchon, een zwart handvuurwapen met een bruin heft, 2 bivakmutsen voorzien van 1 gat en een bijl. Deze goederen zijn in beslag genomen.


Het in beslag genomen zwarte handvuurwapen met een bruin heft, betrof een nabootsing vuurwapen, veerdrukpistool geschikt voor bedreiging of afdreiging (categorie I sub 7). Het vertoont sterke gelijkenis met een pistool, merk Colt, model 1911, kaliber 6 mm BB. Dit veerdrukpistool is voorzien van niet-functionele onderdelen die bedoeld zijn om het voorwerp op een vuurwapen te doen gelijken, zoals de naar achter te halen slede.


Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat op 26 augustus 2016 een WhatsApp-gesprek start tussen [naam] [Whatsapp account] @s.whatsapp.net en [naam] [Whatsapp account] @s.whatsapp.net.


Uit onderzoek is komen vast te staan dat het [naam] -account in gebruik is bij [medeverdachte 1] en dat het [naam] -account in gebruik is bij [verdachte] .

[medeverdachte 1] en [verdachte] delen op 26 augustus 2016 onder meer de volgende informatie:

21:12:53 uur [naam] : Wollah [medeverdachte 1] ik ga mee.

22:45:22 uur [naam] : Weet je zeker

22:51:06 uur [naam] : □□□

22:51:51 uur [naam] : Ga je 100% mee

22:52:09 uur [naam] : Wil die ding

22:52:13 uur [naam] : Wollah

22:52:13 uur [naam] : Eerst zien

22:52:18 uur [naam] : Wat

22:52:20 uur [naam] : Kan dat?

22:52:32 uur [naam] : Die ding waar we de oevoe doen

[naam] appt vervolgens 2 foto’s van eetsalon [eetsalon] .

22:54:25 uur [naam] : Hvl Medewerkers

22:54:35 uur [naam] : 3

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij ‘ [naam] ’ is en dat [medeverdachte 1] ‘ [naam] ’ is. Hij heeft tevens verklaard dat [medeverdachte 1] had gezegd dat de eetsalon dichtbij zijn moeder was, dat er nog een derde persoon bij de overval betrokken was, dat die persoon in de auto achterbleef en na de overval moest rijden. De buit is vervolgens verdeeld. Ieder heeft een derde deel gekregen.


De moeder van [medeverdachte 1] , [getuige 2] , heeft verklaard dat zij [medeverdachte 1] op 21 september 2016 tussen 11:00 uur en 12:15 uur op de [naam] heeft gezien. Later die dag, om 15:30 uur, mocht hij een sigaretje gaan roken. Hij moest om 16:30 uur terug zijn, maar hij kwam niet meer terug. Hij is toen op de telex gezet.


Die woensdag dat [medeverdachte 1] niet terugkeerde kreeg zij via Burgernet te horen dat er een overval was geweest bij snackbar [eetsalon] hier vlakbij, aldus getuige [getuige 2] .


Op de camerabeelden van de portiekflat [adres] t/m [nummer] te [woonplaats] is te zien dat op 21 september 2016 om 16:58:34 uur [verdachte] de flat via het portiek verlaat, waarna een kleine zwarte auto om 16:58:56 wegrijdt. Om 19:20 uur arriveren [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 2] met een zwarte personenauto bij de portiekflat. Zij betreden de portiekflat en stappen in de lift. Om 19:32 uur komen [verdachte] en [medeverdachte 2] uit de lift en lopen beiden de trap af in de richting van de kelder van de portiekflat. Om 19:38 uur komen zij vanuit de kelder weer in het portiek op de begane grond. [verdachte] heeft een boodschappentas van de Lidl met inhoud bij zich. Zij verlaten de portiekflat en lopen naar de zwarte personenauto. Om 19:40 uur is de personenauto niet meer in beeld.


Op 22 september 2016 om 00:36 uur arriveren [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de portiekflat. [medeverdachte 1] heeft een boodschappentas van de Lidl met inhoud bij zich. Zij gaan beiden met de trap naar beneden naar de bergingen. Om 00:37 uur komen zij weer via de trap bij het portiek op de begane grond. [medeverdachte 1] heeft geen boodschappentas meer bij zich.

[verdachte] heeft op 28 november 2016 verklaard dat hij de overval in Wijk bij Duurstede met [medeverdachte 1] heeft gepleegd, dat hij degene met de bijl is, dat dit altijd zo is en dat je dat kan zien aan het postuur. [verdachte] heeft verklaard dat hij op 21 september 2016 de tas thuis heeft gepakt en dat zij een vaste taakverdeling hadden.


Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er twee screenshots op die telefoon zijn aangetroffen, van 22 september 2016 om respectievelijk 00:41 uur en 23:16 uur, die zien op de overval op [eetsalon] .







bewijsmiddelen 16/660571-16, feit 2, supermarkt [supermarkt] , zaaksdossier 09BOEKET16

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


Op 23 september 2016 heeft [slachtoffer 4] mede namens supermarkt [supermarkt] aangifte gedaan van de gewapende overval op de supermarkt [supermarkt] aan de [adres] te Utrecht.


Aangever zag op 23 september 2016 vlak voor sluitingstijd, 20:00 uur, een man de winkel binnen komen lopen. De man kwam op aangever aflopen en had een vuurwapen in zijn handen. De man riep tegen aangever dat hij geld wilde hebben en riep vervolgens tegen een klant dat hij geld wilde hebben. De klant had een briefje van € 50,00 in zijn handen. Aangever heeft hierop de kassalade geopend. Hij zag dat de man een gele plastic tas van Jumbo vast hield en hoorde de man zeggen dat hij, aangever, het geld in de tas moest gooien. De man schreeuwde naar aangever dat al het geld in de tas moest worden gegooid. Aangever zag dat de man zijn pistool doorlaadde en op aangever gericht hield. Hij heeft ook heel even het pistool op de klant gericht. Aangever heeft vervolgens al het papiergeld uit de kassalade gepakt en in de tas gegooid. Daarna is de man de winkel uitgerend. De man droeg een zwarte muts en een zwarte jas met capuchon. De man droeg de capuchon van zijn jas over zijn muts en droeg een zwarte sjaal voor zijn gezicht. De ogen van de man waren te zien.


Op 24 september 2016 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan van diefstal met geweld. Aangever was op 23 september 2016 in de [supermarkt] -supermarkt aan de [adres] te Utrecht. Het was tegen sluitingstijd en aangever stond af te rekenen aan de enige kassa die nog niet gesloten was. Aangever had een bankbiljet van € 50,00 in zijn handen en wilde dat geld aan de kassamedewerker geven. Op dat moment zag aangever een man naar de kassa komen die een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen had. Op het moment dat de man bij de kassa was, zag aangever dat de man het wapen ging doorladen. Nadat de man het wapen had doorgeladen wees de man met het wapen in de richting van de kassamedewerker en richting aangever. De man zwaaide met het vuurwapen en bewoog het van links naar rechts. De man pakte met zijn linker hand het briefje van € 50,00 uit de handen van aangever. Aangever hoorde de man tegen de kassamedewerker zeggen: “kassa open, kassa open, dit is een overval, dit is geen grapje”.

De kassamedewerker opende de kassa en pakte daar biljetten uit en legde de biljetten op de kassa. De man pakte het geld en rende de winkel uit.


Op de camerabeelden van de [supermarkt] is te zien dat om 19:51 uur een man met een oranje jas de [supermarkt] binnen loopt. De man houdt in zijn rechter hand een witte telefoon vast, loopt door de [supermarkt] en kijkt regelmatig in de richting van de kassa’s. Om 19:53 uur verlaat de man de [supermarkt] . Om 19:54 uur loopt een man met een zwarte jas en een capuchon over zijn hoofd de [supermarkt] binnen met een vuurwapen in zijn rechter hand. De man loopt naar kassa 3. Omstreeks 19:54 uur komt de man de [supermarkt] weer uit met een gele Jumbo tas.


Op de camerabeelden van de portiekflat aan de Centaurusdreef is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 23 september 2016 om 19:40 uur de portiekflat betreden en in de richting van de kelderbox gaan. Om 19:42 uur komen zij terug en heeft [medeverdachte 1] een donkerkleurige jas onder zijn rechterarm. [medeverdachte 1] gaat vervolgens via het portiek naar buiten en loopt naar een kleine zwarte auto. Bij de auto stapt een derde persoon, gekleed in een oranje jas, uit. Vervolgens gaat [medeverdachte 1] achter in de auto zitten en de persoon met de oranje jas op de passagiersstoel.


Om 19:47 verlaat [verdachte] de portiekflat. [verdachte] stapt als bestuurder in de kleine zwarte auto en de auto rijdt weg.


Om 20:02 uur komen [medeverdachte 1] en [verdachte] de portiekflat weer binnen. [verdachte] draagt een jas onder zijn linkerarm. [medeverdachte 1] draagt zwarte schoenen met een wit Nike logo. [medeverdachte 1] en [verdachte] lopen richting het trappenhuis.


Om 20:08 uur komen de vader van [verdachte] en een ander persoon het flatgebouw binnen. De andere persoon toont opvallend veel gelijkenis met de eerder genoemde persoon met de oranjekleurige jas. Omstreeks 20:46 uur gaan [verdachte] en [medeverdachte 1] de trap af in het portiek richting de kelderboxen. Daarvoor heeft [verdachte] een donkerkleurige jas aan [medeverdachte 1] gegeven.


Omstreeks 20:52 uur verlaten [verdachte] en [medeverdachte 1] de kelderbox. De donkerkleurige jas heeft geen van beiden bij zich. Te zien is dat de andere persoon die eerder met de vader van [verdachte] de flat inkwam in de portiek blijft wachten.

Bij het insluiten van [verdachte] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Khocell in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat [verdachte] op 23 september 2016 om 19:53 uur belt naar het telefoonnummer 06-87533875. Dat telefoonnummer is zowel in de Khocell van [verdachte] als in de Apple iPhone van [medeverdachte 1] opgeslagen als contact ‘ [medeverdachte 2] ’.


Dat is hetzelfde tijdstip als het tijdstip waarop de man met de oranje jas de [supermarkt] verlaat en hij zijn witte telefoon bij zijn rechteroor houdt.


Op 28 november 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij reed en dat [medeverdachte 1] naar binnen ging. [medeverdachte 1] vertelde hem dat er een man achter de kassa zat, dat hij geld vroeg, en dat hij ook een klant geld afhandig had gemaakt.


[medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft op 27 december 2016 verklaard dat zijn telefoonnummer 06-87533875 is. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij naar de [supermarkt] is gegaan, dat hij drinken is gaan halen en dat hij een oranje jas droeg. Toen hij de [supermarkt] uitliep had [medeverdachte 2] telefonisch contact met [verdachte] . [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de persoon op foto 1 (een foto waarop [medeverdachte 1] staat) herkent als de andere persoon die erbij was en die in de auto zat met hem en [verdachte] .


Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat zij met zijn drieën met de auto van huis zijn weggegaan, dat [medeverdachte 1] het vuurwapen bij zich had en dat hij, [verdachte] , in de auto achterbleef. Medeverdachte [medeverdachte 2] ging binnen in de supermarkt kijken of het druk was en liet dat telefonisch weten. Na de overval zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] met de auto naar huis gegaan. Later kwam [medeverdachte 2] lopend naar zijn huis. De buit is door drieën gedeeld.


Bij het insluiten van [medeverdachte 1] in het kader van onderzoek 09CUCULUS16 is zijn Apple iPhone in beslag genomen. Uit onderzoek van die telefoon is naar voren gekomen dat er 3 berichten van de overval op de [supermarkt] aan de [adres] te [vestigingsplaats] in die telefoon zijn aangetroffen (AD Regio d.d. 24 september 2016 te 1:37:07 uur en 1:37:13 uur en RTVUtrecht.nl d.d. 24 september 2016 te 1:38:30 uur).


De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

4.3.2

Bewijsoverwegingen

bewijsoverwegingen 16/652731-16, feiten 1 tot en met 3, en 16/660571-16, feiten 1 en 2

Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de ten laste gelegde feiten, zoals hierna onder 5 weergegeven.

Er is bij de overvallen op snackbar [snackbar] , coffeeshop [coffeeshop] , eetsalon [eetsalon] en supermarkt [supermarkt] sprake van een vergelijkbare modus operandi. Bij snackbar [snackbar] , coffeeshop [coffeeshop] en supermarkt [supermarkt] is [medeverdachte 1] naar binnen gegaan en is [verdachte] in een auto blijven wachten. Bij eetsalon [eetsalon] is [verdachte] mee naar binnen gegaan. De te gebruiken goederen (kleding, bivakmutsen, vuurwapen en bijl) zijn voorafgaand aan het plegen van de feiten door [medeverdachte 1] in bewaring gegeven aan [verdachte] en door [verdachte] in zijn woning bewaard. Vervolgens werden de te gebruiken goederen voorafgaand aan het plegen van de feiten al dan niet gezamenlijk opgehaald en daarna weer gezamenlijk teruggelegd. Voorts is bij elke overval, ook bij de overval op de buschauffeur, gelijktijdig met het uiten van dreigende woorden, overgegaan tot het doorladen van het gebruikte vuurwapen. Bij twee van de vijf overvallen is gebruik gemaakt van de bijl.



5Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte


16/652731-16

1.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen

tot de afgifte van 75 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en /

of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een

van) diens mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen, althans gezegd, (zakelijk weergegeven)

dat hij/zij geld wilde(n), en/of

- die [slachtoffer 1] een tas heeft/hebben gegeven en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd

(zakelijk weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen;


2.

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldlade met inhoud en/of een tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan " [busmaatschappij] " en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,


en/of


hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of " [busmaatschappij] ", in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s)


welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

en/of zijn medeverdachte:

- die [slachtoffer 2] dreigend een bijl hebben/heeft getoond en/of daarmee in/op

de (zogenaamde) betaalplank hebben/heeft geslagen en/of die bijl dreigend

op/tegen, althans in de richting van de nek van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft geplaatst en/of gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd: "Ik wil je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 2] hebben/heeft gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen, althans dat

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren hebben/heeft getrokken en/of dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op (ongeveer) 20 centimeter,

althans korte afstand, van het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft gehouden;


3.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Zeist, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn

medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]

dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "coffeeshop [coffeeshop] " en/of die

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of

(één of meer van) zijn mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[slachtoffer 3] getoond en/of op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren getrokken en/of

- ( daarbij) ( op luidde en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 3] gezegd:

" overval, geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;


16/660571-16


1.

hij op of omstreeks 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid geld), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "

en/of [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededaders die kassalade onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt;


2.

Primair

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewerker

supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

" [supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] heeft gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij geld

wilde hebben en/of dat die [slachtoffer 4] geld in een door verdachte en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;


en/of


B.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (als klant

aanwezig in supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een bankbiljet

van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader(s),


en/of


met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,


welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)


- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 5] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 5] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij het

geld dat die [slachtoffer 5] in zijn hand hield, wilde hebben


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.



6De strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als


16/652731-16

1. medeplegen van afpersing;

2. diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van afpersing;

3. poging tot het medeplegen van afpersing;


16/660571-16

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. medeplegen van afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.




7De strafbaarheid van verdachte


De rechtbank heeft kennis genomen van het Pro Justitia Rapport d.d. 20 april 2017, opgemaakt door drs. K.T.E. Zászlós, Gz-psycholoog.

De deskundige is gevraagd te adviseren op basis van het strafdossier met parketnummer 16/652731-16, en heeft gerapporteerd over de (onder dat parketnummer) ten laste gelegde drie feiten.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat bij verdachte ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een normoverschrijdende gedragsstoornis met een begin in de adolescentie waaraan problematische gezinsomstandigheden ten grondslag liggen, zoals het uiteenvallen van het gezin door scheiding van ouders en zijn ambivalente relatie met zijn vader. Het jarenlange ziekbed van zijn moeder en haar overlijden hebben bij verdachte een ongecompliceerde rouw tot gevolg met hevige gevoelens van verdriet die hij echter niet kan hanteren en probeert te vermijden en af te schermen met een onverschillige en verharde houding. Zijn persoonlijkheidsontwikkeling wordt bedreigd en vertoont vermijdende en anti-sociale kenmerken. Er is tevens sprake van ouder-kind relatieproblemen bij zijn vader die hem de afgelopen jaren onvoldoende structuur en begrenzing heeft geboden.

De deskundige adviseert de rechtbank de hem ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen.


De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het Pro Justitia Rapport d.d. 24 april 2017, opgemaakt door D. ten Wolde, arts in opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater, onder supervisie van A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater.

Deze deskundigen zijn gevraagd te adviseren op basis van de strafdossiers met parketnummer 16/652731-16 respectievelijk parketnummer 16/660571-16.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat bij verdachte sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, een normoverschrijdende gedragsstoornis, hechtingsproblemen en een rouwreactie. Dat was ten tijde van het ten laste gelegde eveneens het geval.

Verdachte lijkt door zijn leergeschiedenis een vermijdende coping ontwikkeld te hebben, niet geleerd te hebben zijn eigen emoties te reguleren en extreme situaties en bijbehorende emoties op te zoeken om niet geconfronteerd te hoeven worden met zijn eigen emoties en situatie. Zijn delictgedrag zou in die zin als een soort vluchtgedrag gezien kunnen worden om niet geconfronteerd te hoeven worden met zijn situatie en de bijbehorende emoties waar hij zich geen raad mee weet. De gewapende overvallen zijn gepleegd in een voor verdachte moeilijke periode waarin het overlijden van zijn moeder dichtbij kwam. In deze periode lijkt hij meer geconfronteerd te worden met zijn emoties en minder goed de drang te hebben kunnen weerstaan om extreme situaties op te zoeken. Samenhangend met de gedragsstoornis neigt verdachte er toe de grenzen op te zoeken en deze te overschrijden waarbij hij ook contact zoekt met delinquente leeftijdsgenoten.

Geadviseerd wordt om het hem ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen.


De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundigen tot de hare.


Aangezien er geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde.





8Motivering van de straffen en maatregelen


8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot 327 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, alsmede een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden de maatregel van Toezicht en Begeleiding waarvan de eerste 12 maanden de maatregel ITB Plus, een behandeling bij De Waag, een dagbesteding en contactverbod met de medeverdachten.

De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.


8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een kortere duur van de jeugddetentie bepleit zodat verdachte per 1 augustus 2017 vrijkomt, onder strikte voorwaarden, zodat hij samen met zijn vader even op adem kan komen en zich kan voorbereiden op de start van zijn schoolopleiding per 21 augustus 2017.


8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


Verdachte heeft zich tussen 12 augustus 2016 en 25 september 2016 samen met anderen schuldig gemaakt aan vijf afpersingen dan wel diefstallen met geweld, waarbij in één geval sprake was van een poging tot afpersing.

De medeverdachte heeft bij de afpersingen en overvallen steeds een (nabootsing van een) vuurwapen in zijn hand gehad, met dat vuurwapen gedreigd en ten overstaan van zijn slachtoffers dat vuurwapen doorgeladen. Verdachte zelf heeft de slachtoffers bedreigd met een bijl. Het planmatige karakter blijkt uit het feit dat de daders steeds hun kleding aanpasten, hun gezichten (deels) hadden bedekt, en in de nabijheid van de plaats delict een auto met chauffeur hadden klaar staan. Het gebruik van gezichts-bedekkende kleding, een vuurwapen en in twee gevallen ook een bijl, beschouwt de rechtbank als strafverzwarende omstandigheden. Dit soort misdrijven berokkenen veel leed bij de slachtoffers, zo blijkt ook uit de aangiften en een verklaring ter zitting voorgelezen door de moeder van één van de slachtoffers. De slachtoffers hebben soms letterlijk de dood in de ogen gekeken, met name toen het vuurwapen werd doorgeladen en opnieuw op hen werd gericht.

Dergelijke feiten brengen in het algemeen ook bij burgers heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Verdachte heeft blijk gegeven van een volledig gebrek aan respect voor de eigendommen van anderen en hun angstgevoelens door in een tijdsbestek van 6 weken steeds weer te handelen zoals hij heeft gedaan.


Uit het strafblad van verdachte van 26 januari 2017 blijkt dat verdachte eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld. Op 24 november 2016 is verdachte door de kinderrechter veroordeeld voor onder meer vernieling tot een werkstraf voor de duur van 20 uren voorwaardelijk.


Drs Zászlós, voornoemd, acht het wenselijk om naast een (voorwaardelijke) jeugddetentie een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, als stevige stok achter de deur. De deskundige acht het noodzakelijk dat de behandeling na verdachtes vrijlating wordt vervolgd bij een ambulante forensische kliniek, zoals De Waag, waar verdachte, zijn vader en zijn stiefmoeder Multi Dimensionele Family Therapie kan worden geboden. Begeleiding door de jeugdreclassering is noodzakelijk bij het op de rails zetten van zijn bestaan door het vinden van een passende opleiding en bij het toezicht op het daadwerkelijk van de grond komen van het behandeltraject.

D. ten Wolde en A.X. Rutten, voornoemd, hebben geadviseerd om verdachte te behandelen door de jeugdafdeling van De Waag, in de vorm van cognitieve gedragstherapie gericht op onder andere emotieregulatie en stimuleren van zijn (persoonlijkheids)ontwikkeling. Geadviseerd wordt zowel een individueel traject als een systeemgericht traject.

Het juridisch kader waarbinnen dit gerealiseerd zou kunnen is volgens de deskundigen een voorwaardelijke PIJ-maatregel.


De Raad voor de Kinderbescherming heeft in het rapport van 18 mei 2017 geadviseerd om een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, met een ITB Plus vanaf het moment van vrijlating, met als bijzondere voorwaarden een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling, het volgen van minderjarigen onderwijs, het hebben van een gestructureerde dagbesteding en een contactverbod met zijn medeverdachten.

Daarnaast adviseert de Raad om verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.


Samen Veilig Midden-Nederland (SaVe) heeft in het rapport van 4 mei 2017 geadviseerd om verdachte een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich moet houden aan de afspraken en aanwijzingen vanuit de jeugdreclassering in het kader van de Maatregel Toezicht en Begeleiding, waarvan 12 maanden ITB Plus, ingaande vanaf het moment van voorwaardelijke invrijheidstelling. Verdachte dient mee te werken aan een forensische behandeling bij De Waag voor zowel individuele- als systeemgerichte therapie. Verdachte dient een volledige dagbesteding te hebben in de vorm van onderwijs, dan wel werk, of een combinatie hiervan. Verdachte mag geen contact hebben met zijn medeverdachten.

Daarnaast adviseert SaVe om verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.


Verdachte volgt op dit moment havo-onderwijs binnen de JJI. De insteek is om verdachte daarna aan te melden voor de vavo, zo blijkt uit de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming. Het uiteindelijke doel is, zo heeft verdachte ter zitting verklaard, dat hij een HBO-opleiding management gaat volgen bij de Hogeschool Utrecht.

Zijn gezinsvoogd, de heer H.J. Diender, heeft ter zitting gemeld dat verdachte op dit moment in een aantal vakken staatsexamen doet en dat hij, als hij vrij is, in het kader van het voortgezet speciaal onderwijs op de school De Tinne van het Mulock Houwer de resterende vakken kan volgen. De Tinne start op 21 augustus 2017. Om die reden heeft de gezinsvoogd geadviseerd om verdachte te laten vrijkomen vlak voor de aanvang van het nieuwe schooljaar.


De rechtbank is van oordeel dat, alles overwegende en gelet op de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en de strafmaat in soortgelijke zaken, voor deze feiten geen andere straf passend is dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank zal, in aanmerking genomen het advies om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren, een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. In zijn voordeel wordt rekening gehouden met de bekennende proceshouding van de verdachte en de wijze waarop hij heeft meegewerkt aan de onderzoeken naar zijn persoon.

Gelet op de ernst van de feiten anderzijds is er naar het oordeel van de rechtbank geen reden om desondanks een kortere onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, zoals is bepleit door de raadsvrouw en de gezinsvoogd.


Daarnaast zal de rechtbank, gelet op eerdergenoemde adviezen, een voorwaardelijke PIJ opleggen, als stevige stok achter de deur voor de bijzondere voorwaarden die de rechtbank zal opleggen: de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan de eerste 12 maanden in de vorm van ITB Plus, ook indien dit inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling, een volledige dagbesteding en een contactverbod met de medeverdachten.


Voorgaande bijzondere voorwaarden acht de rechtbank noodzakelijk, nu er onder de begeleiding van de jeugdreclassering ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank zal om die reden de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.


De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.



9Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel


16/652731-16, feit 1, benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert in een in februari 2017 ingediende vordering een schadevergoeding van € 1.950,00. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.750,00 aan immateriële schade en € 200,00 aan materiële schade.


De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.


De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover die ziet op meer dan € 75,00 aan materiële schade, onvoldoende onderbouwd is. Met betrekking tot de gestelde immateriële schade refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft bepleit de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.


Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.950,00 (negentienhonderd en vijftig euro), te weten € 1.750,00 aan immateriële schade en € 200,00 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.


16/652731-16, feit 3, benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 1.500,00. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.


De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel en hoofdelijk toe te wijzen, met de daarbij gevorderde rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.


De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft bepleit de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.


Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.500,00 (vijftienhonderd en vijftig euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.


16/652731-16, feit 3, benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop]

De benadeelde partij coffeshop [coffeeshop] vordert een schadevergoeding van € 10.500,00. Voormeld bedrag bestaat uit € 10.000,00 aan immateriële schade en € 500,00 aan materiële schade.


De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat [slachtoffer 3] een eigen vordering heeft ingediend ter zake van immateriële schade, de gestelde omzetdaling niet onderbouwd is en de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.


De verdediging heeft evenals de officier van justitie bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren


De vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.


Gelet op het vorenstaande dienen de benadeelde partij en verdachte, als geen van beiden in het gelijk gestelde partijen, ieder de eigen kosten te dragen van het geding, tot op heden begroot op nihil.



16/660571-16, feit 1, benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] vordert een schadevergoeding van € 3.901,64. Voormeld bedrag bestaat uit € 3.000,00 aan immateriële schade en € 901,64 aan materiële schade.


De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 3.301,64. Ten aanzien van de opgevoerde schadepost van € 600,00, te weten het verlies aan arbeidsvermogen van de vader van de benadeelde partij, heeft de officier van justitie haar twijfel geuit over het causaal verband tussen deze schade en het bewezen geachte feit.


De verdediging heeft zich geconformeerd aan de eis van de officier van justitie ten aanzien van het toe te wijzen bedrag. De verdediging heeft bepleit de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.


Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.301,64, te weten € 3.000,00 aan immateriële schade en € 301,64 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.


Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


16/660571-16, feit 2, benadeelde partij [supermarkt]

De benadeelde partij [supermarkt] vordert een schadevergoeding van € 4.446,58. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade.


De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 2.252,35, te weten de kosten voor de Stichting Doen (€ 1.252,35) en de kosten van het weggenomen geld uit de kassalade (€ 1.000,00). Daarbij is de officier van justitie uitgegaan van het in de aangifte genoemde laagste bedrag dat uit de kassalade is weggenomen. De officier van justitie heeft voorts de niet-ontvankelijkheid gevorderd ten aanzien van post ’36,5 uur voor leidinggevende’ en de post ’40 uur ziekte slachtoffer’ omdat deze posten niet nader onderbouwd zijn en vragen oproepen. Ten aanzien van de post ‘presentje’ heeft de officier van justitie de afwijzing van de vordering gevorderd omdat naar haar mening het causaal verband ontbreekt tussen de gestelde schade en het bewezen geachte feit.


De verdediging heeft bepleit een bedrag van € 1.000,00 toe te wijzen, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. De verdediging heeft bepleit de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.


Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2.252,35 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.


Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.



10Toepasselijke wettelijke voorschriften


De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.



11Beslissing


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders ten laste is gelegd;


Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

16/652731-16

1. medeplegen van afpersing;

2. diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplegen van afpersing;

3. poging tot het medeplegen van afpersing;



16/660571-16

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. medeplegen van afpersing

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;


- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;


Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de ten uitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;


Maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen;

- bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders gelast;

- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;


- stelt als algemene voorwaarden:

  • - de verdachte zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit;
  • - de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
  • - de verdachte zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 77aa, eerste tot en met het vierde lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
  • - de verdachte zal tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

  • - dat verdachte zich gedurende de proeftijd in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding, waarvan de eerste twaalf maanden zullen bestaan uit de maatregel van ITB Plus, binnen één dag na zijn vrijlating melden bij Samen Veilig Midden-Nederland, Tiberdreef 8 te Utrecht, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij deze jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
  • - dat verdachte zich onder behandeling zal stellen van De Waag of soortgelijke forensische instelling;
  • - dat verdachte een volledige dagbesteding heeft, bestaande uit een vorm van onderwijs, een vorm van werk, of een combinatie van beide;
  • - dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact mag hebben, direct contact noch indirect contact, met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

- geeft opdracht aan Samen Veilig Midden-Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;


Dadelijk uitvoerbaar

- verklaart de op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar;


Benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1, 16/652731-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot € 1.950,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.950,00 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;


Benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3, 16/652731-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot € 1.500,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.500,00 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;


Benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop] (feit 3, 16/652731-16)

- verklaart de benadeelde partij coffeeshop [coffeeshop] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt, tot op heden begroot op nihil;


Benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 1, 16/660571-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 8] toe tot € 3.301,64;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 8] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [slachtoffer 8] . voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 8] aan de Staat € 3.301,64 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;


Benadeelde partij [supermarkt] (feit 2, 16/660571-16)

- wijst de vordering van benadeelde partij [supermarkt] toe tot € 2.252,35;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [supermarkt] voornoemd te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de vordering van [supermarkt] voor het overige niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [supermarkt] aan de Staat € 2.252,35 te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie van 1 dag. De toepassing van die jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;



Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Gerritse, voorzitter,

mrs. M.P. Glerum en H.F. Koenis, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 juni 2017.


De griffier is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.


BIJLAGE : De tenlasteleggingen


16/652731-16

Aan [verdachte] wordt, na wijziging, ten laste gelegd dat


1.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen

tot de afgifte van 75 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk geweld en /

of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een

van) diens mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen, althans gezegd, (zakelijk weergegeven)

dat hij/zij geld wilde(n), en/of

- die [slachtoffer 1] een tas heeft/hebben gegeven en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd

(zakelijk weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen;


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht


Subsidiair

[medeverdachte 1] op of omstreeks 25 september 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk om zich en / of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met

geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 75 euro, althans een

geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan die [medeverdachte 1] en/of

aan verdachte, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die [medeverdachte 1]

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1]

heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen, althans gezegd, (zakelijk weergegeven) dat

hij/zij geld wilde(n), en/of

- die [slachtoffer 1] een tas heeft gegeven en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] gezegd

(zakelijk weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen;

weergegeven) dat hij het geld in die tas moest doen


tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 25

september 2016 te Utrecht en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is

geweest door opzettelijk

die [medeverdachte 1] per auto naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of

aldaar, in de omgeving in die auto op die [medeverdachte 1] te blijven wachten

en/of die [medeverdachte 1] weer vanaf de plaats des misdijfs te vervoeren;


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht


2.

hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een geldlade met inhoud en/of een tas met inhoud, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan " [busmaatschappij] " en/of [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,


en/of


hij op of omstreeks 12 augustus 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of " [busmaatschappij] ", in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s)


welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

en/of zijn medeverdachte:

- die [slachtoffer 2] dreigend een bijl hebben/heeft getoond en/of daarmee in/op

de (zogenaamde) betaalplank hebben/heeft geslagen en/of die bijl dreigend

op/tegen, althans in de richting, van de nek van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft geplaatst en/of gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd: "Ik wil je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 2] hebben/heeft gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen, althans dat

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren hebben/heeft getrokken en/of dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op (ongeveer) 20 centimeter,

althans korte afstand, van het hoofd/gezicht van die [slachtoffer 2]

hebben/heeft gehouden;


art 317 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht



3.

Primair

hij op of omstreeks 25 september 2016 te Zeist, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn

medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]

dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "coffeeshop [coffeeshop] " en/of die

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of

(één of meer van) zijn mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die

[slachtoffer 3] getoond en/of op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren getrokken en/of

- ( daarbij) ( op luidde en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 3] gezegd:

" overval, geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht


Subsidiair

[medeverdachte 1] op of omstreeks 25 september 2016 te Zeist, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1]

voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]

dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "coffeeshop [coffeeshop] " en/of die

[slachtoffer 3] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of

verdachte en / of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende die

[medeverdachte 1]

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die

[slachtoffer 3] getoond en/of op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) dat vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp doorgeladen, althans de

bovenzijde van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, naar achteren getrokken en/of

- ( daarbij) ( op luidde en/of dreigende toon) tegen die [slachtoffer 3] gezegd:

" overval, geld, geld", althans woorden van gelijke aard of strekking,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,


tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 1 augustus 2016 tot en met 25 september 2016 te Zeist en/of te

Utrecht en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk

- het door die [medeverdachte 1] bij dat misdrijf gebruikte vuurwapen, althans dat op

een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of de door die [medeverdachte 1] ter vermomming

gedragen jas met capuchon en/of bivakmuts ten behoeve van die [medeverdachte 1] te

bewaren en/of te beheren en/of

die [medeverdachte 1] per auto naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of

aldaar, in de omgeving op die [medeverdachte 1] te blijven wachten en/of die [medeverdachte 1]

weer vanaf de plaats des misdijfs te vervoeren;


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht



16/660571-16


Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat


1.

hij op of omstreeks 21 september 2016 te Wijk bij Duurstede, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een kassalade (met daarin een hoeveelheid geld), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "

en/of [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededaders die kassalade onder zijn/hun bereik

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

(medewerksters van cafetaria/eetsalon " [eetsalon] "), gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 6]

en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft gericht en/of

- een bijl aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] hebben/heeft getoond en/of

- het snoer waarmee de kassalade was vastgemaakt (met een bijl) hebben/heeft

doorgehakt;


art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht




2.

Primair

A.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewerker

supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt

" [supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij geld

wilde hebben en/of dat die [slachtoffer 4] geld in een door verdachte en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;


en/of


B.

hij op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (als klant

aanwezig in supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een bankbiljet

van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld

en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,


welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s)


- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 5] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 5] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij het

geld dat die [slachtoffer 5] in zijn hand hield, wilde hebben


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht


Subsidiair

A.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een (nog

onbekende ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging

met geweld [slachtoffer 4] (medewerker supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan supermarkt " [supermarkt] ", in elk geval aan een ander of anderen

dan aan die [medeverdachte 1] en / of diens mededader(s) en/of verdachte, welk geweld en

/ of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of

diens mededader(s)

- die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 4] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij geld

wilde hebben en/of dat die [slachtoffer 4] geld in een door die [medeverdachte 1] en/of zijn

mededaders meegebrachte tas moest gooien;


en/of


B.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 23 september 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld D.

[slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ) heeft gedwongen tot de

afgifte van een bankbiljet van 50 euro, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan die [medeverdachte 1] en / of diens mededader(s) en/of verdachte,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een bankbiljet van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] (als klant aanwezig in supermarkt [supermarkt] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,


welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte 1] en/of diens mededader(s)


- die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,

hebben/heeft getoond en/of op die [slachtoffer 5] gericht en/of

- ( daarbij) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

hebben/heeft doorgeladen, althans de bovenzijde van dat vuurwapen, althans

dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achteren hebben/heeft

getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 5] hebben/heeft gezegd (zakelijk weergegeven) dat hij het

geld dat die [slachtoffer 5] in zijn hand hield, wilde hebben


tot en/of bij het plegen van welk misdrijf/misdrijven verdachte tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, in of omstreeks de periode van

1 augustus 2016 tot en met 23 september 2016 te Utrecht en/of elders in Nederla

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- het door die [medeverdachte 1] bij dat misdrijf/die misdrijven gebruikte vuurwapen,

althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of de door die [medeverdachte 1] ter

vermomming gedragen jas met capuchon en/of bivakmuts ten behoeve van die

[medeverdachte 1] te bewaren en/of te beheren en/of

- die [medeverdachte 1] per auto naar de plaats des misdrijfs/misdrijven te

vervoeren en/of aldaar, in de omgeving op die [medeverdachte 1] te blijven wachten

en/of die [medeverdachte 1] weer vanaf de plaats des misdijfs/misdrijven te

vervoeren en/of

- ten behoeve van die [medeverdachte 1] (zeer) kort voor het misdrijf/misdrijven de

betreffende supermarkt te verkennen en/of de bevindingen met betrekking tot

die voorverkenning telefonisch door te geven;


art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09CUCULUS16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 1000 tot en met 1224. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1012.
3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1013.
4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1013.
5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pagina 1012-1016, in het bijzonder pagina 1014.
6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 1025-1026, in het bijzonder pagina 1025.
7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 1025-1026, in het bijzonder pagina 1026.
8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1050-1052, in het bijzonder pagina 1050.
9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1053.
10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1050-1052, in het bijzonder pagina 1051.
11 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1055.
12 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1056.
13 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder pagina 1057.
14 Het proces-verbaal, pagina 1054-1057, in het bijzonder de pagina na pagina 1057.
15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084.
16 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133.
17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1149.
18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1151.
19 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1149.
20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1151 en 1152.
21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1153.
22 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 1148-1162, in het bijzonder pagina 1154.
23 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [A] , pagina 1090-1100, in het bijzonder pagina 1092.
24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [A] , pagina 1090-1100, in het bijzonder pagina 1092 en pagina 1100.
25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1143-1147, in het bijzonder pagina 1143 en 1146.
26 Het proces-verbaal relaas 09CUCULUS16, pagina 1000-1011, in het bijzonder pagina 1008.
27 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
28 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1177-1180, in het bijzonder pagina 1179.
29 Het proces-verbaal relaas 09CUCULUS16, pagina 1000-1011, in het bijzonder pagina 1008.
30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 1189-1199, in het bijzonder pagina 1196.
31 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
32 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09BOND16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 2000 tot en met 2235. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
33 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 2020-2025, in het bijzonder pagina 2020.
34 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pagina 2020-2025, in het bijzonder pagina 2021.
35 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
36 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
37 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084.
38 Het proces-verbaal relaas 09BOND16, pagina 2000-2016, in het bijzonder pagina 2011.
39 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
40 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2207.
41 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2208.
42 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2209.
43 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 2198-2211, in het bijzonder pagina 2210.
44 Het proces-verbaal, pagina 2049-2052, in het bijzonder pagina 2050.
45 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 2122-2132, in het bijzonder pagina 2129.
46 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 033STEYN16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 5000 tot en met 5227. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
47 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5023.
48 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5024.
49 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5025.
50 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , pagina 5023-5026, in het bijzonder pagina 5024.
51 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5036.
52 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5037.
53 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5038.
54 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5040.
55 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5046.
56 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [coffeeshop] , pagina 5036-5059, in het bijzonder pagina 5051.
57 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5005 en 5006.
58 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
59 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5005.
60 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
61 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 5130-5138, in het bijzonder pagina 5133.
62 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 5124-5125, in het bijzonder pagina 5124.
63 Het proces-verbaal relaas 033STEYN16, pagina 5000-5013, in het bijzonder pagina 5011.
64 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
65 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5063.
66 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5067.
67 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 5061-5073, in het bijzonder pagina 5065.
68 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 197-198 van het persoonsdossier van [medeverdachte 1] , in het bijzonder pagina 197.
69 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 197-198 van het persoonsdossier van [medeverdachte 1] , in het bijzonder pagina 198.
70 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 5197-5207, in het bijzonder pagina 5204.
71 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 034KARO16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 3000 tot en met 3330. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
72 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3019.
73 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , pagina 3019-3020, in het bijzonder pagina 3020.
74 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3048.
75 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , pagina 3048-3049, in het bijzonder pagina 3049.
76 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , pagina 3050-3051, in het bijzonder pagina 3051.
77 Het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3000, en het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden, pagina 3024-3047.
78 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1083-1087, in het bijzonder pagina 1084 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
79 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1133-1135 met foto’s op pagina’s 1136 en 1137, in het bijzonder pagina’s 1133 van zaaksdossier 09CUCULUS16.
80 Het proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [eetsalon] , pagina 3211-3225
81 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
82 Het proces-verbaal van bevindingen verhoor [getuige 2] , pagina 3205-3208, in het bijzonder pagina 3207.
83 Het proces-verbaal bevindingen camerabeelden, pagina 3227-3240 en het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3012.
84 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 3314-3322, in het bijzonder pagina 3321.
85 Het proces-verbaal relaas 034KARO16, pagina 3000-3016, in het bijzonder pagina 3014.
86 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende zaaksdossier 09BOEKET16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van pagina 4000 tot en met 4283. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
87 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4017.
88 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4018 en 4020.
89 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina 4017-4022, in het bijzonder pagina 4019.
90 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4023.
91 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , pagina 4023-4026, in het bijzonder pagina 4024.
92 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4035-4044.
93 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4028-4035 en pagina 4048.
94 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4028-4035 en pagina 4049.
95 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4050-4056.
96 Het proces-verbaal relaas 09BOEKET16, pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4009.
97 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4027-4056, in het bijzonder pagina 4039.
98 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 4225-4233, in het bijzonder pagina 4231.
99 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4241.
100 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250.
101 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4251.
102 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4252.
103 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 4239-4265, in het bijzonder pagina 4250 en 4251 en het fotoblad op pagina 4266.
104 Het proces-verbaal van de zitting van 23 mei 2017.
105 Het proces-verbaal relaas 09BOEKET16, pagina 4000-4012, in het bijzonder pagina 4007, en proces-verbaal van bevindingen WhatsApp overval [supermarkt] , pagina 4198-4203, in het bijzonder pagina 4202 en 4203.