Rechtbank Midden-Nederland, 15-06-2017 / 16/700027-17 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:2872

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich, uitsluitend uit eigen belang, gedurende langere tijd via social media bezig gehouden met het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van 2 kinderpornografische filmbestanden van onbekende meisjes. Tot slot heeft verdachte een slachtoffer in de badkamer van zijn woning gefilmd en heeft vervolgens de filmbeelden opgeslagen op zijn computer. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden opleggen, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar. Daarbij zullen meerdere bijzondere voorwaarden worden opgelegd.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-06-15
Publicatiedatum
2017-06-23
Zaaknummer
16/700027-17 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • PS-Updates.nl 2017-0574
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht



Parketnummer: 16/700027-17 (P)



Vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 juni 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Papoea-Nieuw-Guinea) op [1986] ,

thans gedetineerd in PI Flevoland – HvB Almere Binnen.



1Het onderzoek ter terechtzitting


Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.



2Tenlastelegging


De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd op 18 mei 2017. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


Feit 1

in de periode van 1 april 2015 tot en met 14 februari 2017 twee kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad;


Feit 2

in de periode van 10 juni 2016 tot en met 3 oktober 2016 kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] heeft vervaardigd en/of verworven;


Feit 3

op 24 december 2016 kinderpornografische afbeeldingen van een (niet nader geïdentificeerde) persoon zich noemende “ [naam] ” (hierna verder aan te duiden als: [naam] ) heeft vervaardigd en/of verworven;


Feit 4

in de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 2] heeft vervaardigd en/of verworven;


Feit 5

in de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 [slachtoffer 2] ertoe heeft bewogen om naaktfoto’s en/of naaktfilmpjes van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 2] minderjarig was;


Feit 6

in de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 [slachtoffer 1] ertoe heeft bewogen om naaktfoto’s en/of naaktfilmpjes van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen en/of seksuele handelingen met dieren te plegen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 1] minderjarig was;


en/of


in de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 [slachtoffer 1] heeft gedwongen om naaktfoto’s en/of naaktfilmpjes van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen en/of seksuele handelingen met dieren te plegen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 1] minderjarig was;


Feit 7

in de periode van 24 maart 2009 tot en met 10 mei 2014 in Utrecht in een badkamer in een woning heimelijk een filmopname heeft gemaakt van [slachtoffer 3] .



3Voorvragen


De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.



4Waardering van het bewijs


4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot feit 1 en feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat niet kan worden bewezen dat [naam] minderjarig was. Daarnaast betwist de raadsman dat de afbeeldingen van [naam] kinderpornografisch zijn. Ten aanzien van feit 4 en 5 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Verdachte wist niet dat [slachtoffer 2] minderjarig was en volgens de verbalisanten die de afbeeldingen hebben bekeken kan zij ook een volwassen vrouw zijn. Met betrekking tot feit 6 heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat [slachtoffer 1] de penis van een paard heeft gelikt. De afbeelding van het likken van de koker van het paard is daarvoor onvoldoende. Met betrekking tot feit 7 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het filmen van [slachtoffer 3] .


4.3

Het oordeel van de rechtbank


4.3.1

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


Feit 1

Aangezien verdachte het ten laste gelegde onder feit 1 heeft bekend en de raadsman ten aanzien van dit feit geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:


- de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 1 juni 2017;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 13 maart 2017.


Feit 2 en feit 6

Gelet op hun onderlinge samenhang zal de rechtbank feit 2 en feit 6 tegelijk bespreken.


Verdachte heeft het onder feit 2 en feit 6 ten laste gelegde bekend en over de feitelijke gang van zaken zoals vermeld op de tenlastelegging bestaat geen discussie. Het betoog van de raadsman dat [slachtoffer 1] niet, zoals onder beide feiten ten laste is gelegd, aan de penis van een paard likt maar aan de koker waarin de penis van het paard zich bevindt, staat aan een bewezenverklaring van het tenlastegelegde niet in de weg. Een redelijke uitleg brengt mee dat onder “de penis van het paard” ook dient te worden verstaan de koker waarin de penis van het paard zich bevindt.

Gelet op het voorgaande, en in aanmerking genomen dat de raadsman ten aanzien van deze feiten overigens geen vrijspraak heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal dan ook dit artikel toepassen en volstaan met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:


- de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 1 juni 2017;

- de aangifte van 28 februari 2017 van [aangever] , namens [slachtoffer 1] ;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 13 maart 2017;

- de verklaring van [slachtoffer 1] van 1 maart 2017.


De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud kennelijk betrekking hebben.


Feit 3

Op 14 februari 2017 is op het woonadres van [verdachte] ( [adres] te [woonplaats] ) onder meer een Samsung Galaxy (SIN-nummer AAGC2655NL) in beslag genomen. De desbetreffende verbalisanten zagen op deze telefoon twee filmpjes. Zij zagen dat [naam] op 24 december 2016 omstreeks 00:09 uur en op 24 december 2016 omstreeks 06:26 een poserende en erotische houding aanneemt en met haar bovenlichaam naar de camera bukt waardoor haar bedekte borsten in beeld komen. De camera is sterk ingezoomd. De verbalisanten hebben beide filmpjes als kinderpornografisch beoordeeld.


Verdachte heeft verklaard dat “ [naam] ” duidelijk onder de 18 jaar is.


Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [naam] om een sexy fotootje heeft gevraagd, afbeeldingen toegezonden heeft gekregen en deze afbeeldingen heeft opgeslagen.


Feit 4 en feit 5

Op 13 augustus 2015 heeft aangeefster [slachtoffer 2] in Estland tegenover de politie verklaard dat zij 3 dagen daarvoor via de Fling app begon te communiceren met een persoon met de gebruikersnaam [naam] . De persoon antwoordde dat als zij meer van zichzelf liet zien, hij dure spullen voor haar zou kunnen kopen en haar geld zou sturen. Zij vertelde hem dat hij dan kaartjes voor One Direction voor haar zou kunnen kopen. Hij wilde foto’s van haar zien zonder shirt aan. Hij zei dat hij 19 was. [slachtoffer 2] zei dat ze 15 was. De afspraak was dat als zij hem de foto stuurde hij haar de kaartjes zou sturen. Zij stuurde hem eerst één foto van haar bovenlichaam dat geheel naakt was. Hij zei dat één foto niet genoeg was. Ze nam nog twee dezelfde foto’s en stuurde die ook. Ze kreeg het kaartje niet. Alles bij elkaar nam zij zes foto’s en maakte zij twee video’s.


Door de Estlandse autoriteiten zijn de foto’s en filmpjes die [slachtoffer 2] met haar mobiele telefoon had opgenomen veiliggesteld en op een CD overgezet. Alle filmpjes toonden het ontblote bovenlichaam van een meisje/jonge vrouw. Het meisje/jonge vrouw wrijft bij alle filmpjes met haar hand sensueel over haar borsten en op enkele filmpjes is te zien dat zij ook met haar mond c.q. tong sensuele handelingen verricht.


Op het identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] wordt vermeld dat zij is geboren op [1999] .


Ter zitting heeft verdachte bevestigd dat hij [slachtoffer 2] via Fling heeft aangesproken met gebruikmaking van de naam ‘ [naam] ’ waarbij hij tegen haar heeft verklaard dat hij een aantal foto’s wilde in ruil voor de kaartjes van One Direction.


De hier weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.


Feit 7

Verdachte heeft verklaard dat hij een kleine camera heeft aangeschaft en in de badkamer van zijn woning heeft opgesteld. Met deze camera is vervolgens een opname van [slachtoffer 3] gemaakt. Dit zal in mei 2014 gebeurd zijn. De bestanden van de opnames heeft hij opgeslagen op de zwarte Laptop.


Op 14 februari 2017 is op het woonadres van [verdachte] ( [adres] te [woonplaats] ) onder meer een Laptop Compaq (SIN-nummer AAGC2682NL) in beslag genomen. Op deze laptop is een filmpje van een vrouw aangetroffen met creatiedatum 10 mei 2014.


[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij zichzelf herkent op een screenshot van het filmpje. [slachtoffer 3] was er niet van op de hoogte dat in de badkamer werd gefilmd.



4.3.2

Bewijsoverweging


Feit 2

De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar standpunt dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] de afbeeldingen zelf heeft gemaakt. Zij heeft deze vervolgens aan verdachte toegezonden. Verdachte heeft deze afbeeldingen vervolgens via een speciaal programma op zijn telefoon opgeslagen. Door deze afbeeldingen aldus vast te leggen heeft hij deze naar het oordeel van de rechtbank verworven en niet vervaardigd. De rechtbank acht bewezen dat verdachte van het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] een gewoonte heeft gemaakt. Verdachte heeft [slachtoffer 1] gedurende een periode die zich uitstrekte over enkele maanden aanhoudend om afbeeldingen gevraagd en verdachte heeft in ieder geval 23 afbeeldingen van haar verworven.


Feit 3

Het verweer dat niet kan worden bewezen dat [naam] minderjarig is wordt weerlegd door de bewijsmiddelen en wordt om die reden verworpen.


Feit 4 en 5

Het verweer dat verdachte niet wist dat [slachtoffer 2] minderjarig was wordt verworpen. Voor bewezenverklaring van feit 4 is het niet van belang of verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was, omdat voor dit delict de leeftijd van het slachtoffer een geobjectiveerd bestanddeel is. Voor feit 5 ligt dat anders, maar de rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte niet op de hoogte was van de werkelijke leeftijd van [slachtoffer 2] . Uit de hiervoor weergegeven verklaring die [slachtoffer 2] heeft afgelegd komt naar voren dat zij verdachte heeft laten weten dat zij 15 jaar was. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen, mede in aanmerking genomen dat zij consistent heeft verklaard en de inhoud van haar verklaring op verschillende onderdelen ook steun vindt in overige bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van dit specifieke onderdeel van haar verklaring.


Feit 7

Het verweer dat verdachte [slachtoffer 3] niet opzettelijk heeft gefilmd wordt verworpen. Dat verdachte de camera in de badkamer heeft opgehangen met de bedoeling om zijn partner te filmen, maakt niet dat hij geen opzet had op het filmen van [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] is een vriendin van de partner van verdachte en verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij regelmatig bij hem en zijn partner logeerde. Door een verborgen camera op te hangen in de badkamer waarvan verdachte wist dat [slachtoffer 3] hiervan gebruik zou maken, heeft verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat ook een opname van [slachtoffer 3] zou worden gemaakt.



5Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte


Feit 1

in de periode van 1 april 2015 tot en met 22 november 2016 in Nederland, meermalen afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken,


heeft verworven en in bezit heeft gehad


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met een hand en de mond betasten en aanraken van het geslachtsdeel en borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf

en

- het door een dier likken van het geslachtsdeel, van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt;


Feit 2

in de periode van 10 juni 2016 tot en met 3 oktober 2016 in Nederland, meermalen, afbeeldingen, te weten foto’s en video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [2002] is betrokken,


heeft verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier likken en aanraken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] ,

en

het door die [slachtoffer 1] betasten en aanraken en likken van het geslachtsdeel van een dier

en

het gedeeltelijk naakt poseren door die [slachtoffer 1] , waarbij die [slachtoffer 1] gekleed is of met een banaan en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past

en door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van die [slachtoffer 1] , en de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk de borsten en billen van die [slachtoffer 1] in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;


Feit 3

op 24 december 2016 in Nederland meermalen, afbeeldingen, te weten video’s en films bevattende afbeeldingen


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt zich noemende “ [naam] ” is betrokken,


heeft verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het poseren door die “ [naam] ”, waarbij die “ [naam] ”, gekleed is en/of in een erotisch getinte houding

op een wijze die niet bij haar leeftijd past

en/of door het camerastandpunt nadrukkelijk de borsten van die “ [naam] ”, in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;


Feit 4

in de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 in Nederland, meermalen, telkens afbeeldingen, te weten foto‘s en films


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [1999] is betrokken,


heeft verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven – eruit bestonden dat nadrukkelijk de ontblote borsten van die [slachtoffer 2] in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;


Feit 5

in de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 in Nederland, door belofte van goed / misleiding, te weten


door zich via Fling app voor te doen als een jongen van rond 19 jaar met gebruikersnaam [naam] , en One Direction concertkaartjes aan te bieden voor het verrichten van ontuchtige handelingen,


[slachtoffer 2] , geboren op [1999] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten het

- opsturen en tonen en maken van naaktfoto’s en naaktfilmpjes van zichzelf aan hem, verdachte;


Feit 6

in de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 in Nederland, door beloften van goederen / misleiding, te weten


door zich voor te doen als een persoon niet zijnde de verdachte en Justin Bieber concertkaartjes en tassen en andere cadeaus aan te bieden voor het verrichten van ontuchtige handelingen,


[slachtoffer 1] , geboren [2002] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten het

- opsturen en tonen en maken van naaktfoto’s en naaktfilmpjes van zichzelf en

- zich laten likken van haar vagina door een hond en

- het betasten en strelen en aftrekken en likken van een penis van een paard


en


in de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 in Nederland,


door bedreiging met een andere feitelijkheid, te weten het dreigen van het openbaar maken van eerdere gestuurde naaktfoto’s door deze op internet te plaatsen


[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het op verzoek van verdachte

- opsturen en tonen en maken van naaktfoto’s en naaktfilmpjes van zichzelf en

- zich laten likken aan de vagina door een hond en

- het betasten en strelen en aftrekken en likken van een penis van een paard;


Feit 7

hij op 10 mei 2014 te Utrecht, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van [slachtoffer 3] , aanwezig in een badkamer in een woning, een filmopname heeft vervaardigd.


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.



6De strafbaarheid van het feit


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als


Feit 1

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd;


Feit 2

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;


Feit 3

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, meermalen gepleegd;


Feit 4

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, meermalen gepleegd;


Feit 5

door belofte van goed/misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;


Feit 6

door belofte van goed/misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen


en


feitelijke aanranding van de eerbaarheid;


Feit 7

gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen.


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.



7De strafbaarheid van verdachte


Uit het Pro Justitia-rapport van F.M.G. Stadhouders, GZ-psycholoog (onder supervisie van E.J. Muller, klinisch psycholoog) van 20 april 2017 blijkt dat bij verdachte geen sprake is een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Geadviseerd wordt om verdachte als toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank zal dat advies overnemen. Er is ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.



8Motivering van de straffen en maatregelen


8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren. Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie gevorderd reclasseringscontact, behandeling bij De Waag en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .


8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie veel te zwaar is. Er is weliswaar sprake van 7 feiten, maar de feiten zijn qua gewicht niet gelijk. De raadsman benadrukt dat verdachte een blanco strafblad heeft en wijst op de persoonlijke omstandigheden zoals die naar voren komen uit de rapportage Pro Justitia. Omdat verdachte een vriendin, familie, een woning, een baan en veel vrienden heeft, is er minder recidivegevaar. Verdachte zegt dat hij dit soort feiten nooit meer zal plegen, en hij dient het voordeel van de twijfel te krijgen. Verder heeft verdachte meteen openheid van zaken gegeven en neemt hij zijn verantwoordelijkheid. De raadsman verzoekt de rechtbank om een werkstraf van 240 uur op te leggen. De raadsman verzoekt voorts om het onvoorwaardelijke deel van een eventueel daarnaast op te leggen gevangenisstraf niet groter te laten zijn dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De geadviseerde behandeling bij De Waag kan in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. Tegen een proeftijd van 5 jaren, als gevorderd door de officier van justitie, bestaat geen bezwaar. Verdachte heeft er belang bij dat hij niet in een negatieve spiraal terecht komt en zijn baan zo snel mogelijk weer kan oppakken.


8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


Verdachte heeft zich, uitsluitend uit eigen belang, gedurende langere tijd via social media bezig gehouden met het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen van [naam] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] .


Verdachte heeft zich in zijn contact met de toen 15-jarige [slachtoffer 2] voorgedaan als een jonge man van 19 jaar oud en heeft haar door middel van valse beloften ertoe bewogen om hem naaktfoto’s en –filmpjes van zichzelf te sturen. Het contact is gestopt doordat [slachtoffer 2] verdachte heeft geblokkeerd en het is dus niet aan verdachte te danken dat aan het strafbare feit een einde is gekomen.


Datzelfde geldt voor het contact met de toen 14-jarige [slachtoffer 1] . Gedurende een langere periode heeft verdachte zich richting [slachtoffer 1] voorgedaan als een jongere man, genaamd [naam] . Met valse beloften heeft hij [slachtoffer 1] zover gekregen dat zij seksueel getinte foto’s/filmpjes van zichzelf aan hem stuurde, waaronder filmpjes waarin zij op verzoek van verdachte vergaande seksuele handelingen met dieren verricht. Nadat de moeder van [slachtoffer 1] in juni 2016 aan de politie had gemeld dat haar dochter in ruil voor kaartjes van Justin Bieber naaktfoto’s aan iemand had gestuurd is het contact voor een korte periode gestopt. In plaats van [slachtoffer 1] verder met rust te laten heeft verdachte enige tijd later – onder een andere naam – weer contact met haar opgenomen en haar opnieuw gevraagd om seksueel getinte filmpjes, waaronder filmpjes waarop zij seksuele handelingen met dieren verricht, te sturen. Verdachte heeft daarbij gedreigd om de foto’s/filmpjes die [slachtoffer 1] hem heeft gestuurd openbaar te maken als zij niet aan zijn wensen zou voldoen. [slachtoffer 1] heeft door deze dreigementen tegen haar wil handelingen verricht, wat een grote impact op haar heeft gehad. Ook heeft zij moeten leven met de angst dat verdachte de afbeeldingen die hij van haar had openbaar zou maken. Met de slachtofferverklaring, die de moeder van [slachtoffer 1] op de zitting heeft voorgelezen, heeft [slachtoffer 1] op heldere en indringende wijze naar voren gebracht dat zij door de bedreigingen van verdachte het gevoel had dat zij met haar rug tegen de muur stond, zich gedwongen voelde te doen wat verdachte haar vroeg en steeds eenzamer en wanhopiger werd. Ook heeft zij duidelijk gemaakt dat zij door het handelen van verdachte snel angstig is, geen enkele man meer vertrouwt en last heeft van schaamtegevoelens.


Verdachte heeft verklaard dat hij bewust minderjarige meisjes heeft benaderd, omdat deze eerder geneigd zijn om op zijn verzoeken in te gaan. Hiermee heeft verdachte op onaanvaardbare wijze misbruik gemaakt van meisjes van wie, gezien hun jeugdige leeftijd, niet kan worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Bovendien stonden de slachtoffers van verdachte ten tijde van de strafbare gedragingen aan het begin van hun seksuele ontwikkeling. Het is dan ook aannemelijk dat dat de ervaringen van de slachtoffers met verdachte (diepe) sporen zullen nalaten. De rechtbank vindt dit een zeer kwalijke gang van zaken.


Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van 2 kinderpornografische filmbestanden van onbekende meisjes. Ook dit is een ernstig feit, omdat bij de vervaardiging van kinderporno kinderen veelal seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Door kinderporno te verzamelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.


Tot slot heeft verdachte [slachtoffer 3] in de badkamer van zijn woning gefilmd en heeft vervolgens de filmbeelden opgeslagen op zijn computer. Hiermee heeft hij een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de privacy van [slachtoffer 3] .


Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Ook heeft de rechtbank gelet op het Pro Justitia-rapport van 20 april 2017, waarin staat dat bij verdachte vermijdende persoonlijkheidstrekken worden geobserveerd. De dynamiek in de persoonlijkheid van verdachte wordt gekenmerkt door een introverte houding, onzekerheid en het uit de weg gaan van spanningsvolle zaken. Deze dynamiek maakt verdachte weliswaar niet direct meer vatbaar voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar zijn vermijdende probleemaanpak speelde waarschijnlijke wel mee in de keuze voor de anonieme online (seks)wereld.

Er is een laag-matige kans op recidive. Het risico bestaat dat verdachte een goed gevoel over zichzelf probeert te krijgen door meisjes online seksuele opdrachten te laten uitvoeren, in plaats van zijn problemen op een actieve manier aan te pakken en op die manier een goed gevoel over zichzelf te krijgen. Om dit risico terug te dringen wordt een behandeling geadviseerd bij een instelling voor ambulante forensische behandeling, zoals De Waag. Deze zou zich met name moeten richten op het ontwikkelen van een actievere probleemaanpak, het negatieve zelfbeeld en het doorbreken van vermijdende patronen in zijn persoonlijkheid.


De rechtbank heeft tot slot kennis genomen van het reclasseringsadvies van 28 april 2017 waarin onder meer is geadviseerd verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, verplichte ambulante behandeling en een verbod om via internet contact te leggen met de slachtoffers of met minderjarige vrouwen met wie hij geen vriendschappelijke relatie heeft. Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat hij bereid is een ambulante behandeling te ondergaan.


De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat, gelet op het aantal feiten en de ernst daarvan, niet met een andere straf kan worden volstaan dan met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel ziet de rechtbank aanleiding om een lagere straf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Daarbij is van belang dat de officier van justitie ter zitting heeft toegelicht dat zij als uitgangspunt voor haar strafeis heeft genomen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, zoals is genoemd in de oriëntatiepunten die rechters gebruiken bij het bepalen van de strafmaat (de zogenoemde Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). In deze oriëntatiepunten wordt de gevangenisstraf van vier jaren evenwel genoemd als uitgangspunt voor ‘het een beroep of gewoonte maken van het vervaardigen van kinderporno’. Van deze situatie is in deze zaak geen sprake.


De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden opleggen. Een deel hiervan, te weten 6 maanden, zal voorwaardelijk worden opgelegd met een proeftijd van 5 jaren. Daarbij zullen aan verdachte bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals die zijn geadviseerd. De rechtbank ziet aanleiding het contactverbod te beperken tot contact met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten zal in mindering worden gebracht op genoemde gevangenisstraf.



9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel


9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden toegewezen.


9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij niet weersproken. Verdachte heeft zich bereid verklaard het gevorderde bedrag te voldoen.


9.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1] , levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder feit 2 en feit 6 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 2.500,00 (vijfentwintig honderd euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. Dat betekent dat verdachte zal worden verplicht om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat het bedrag van € 2.500,00 te betalen. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 35 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voormeld bedrag te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot de dag van volledige betaling.


De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.


Voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, is verdachte niet gehouden dit bedrag aan de Staat te betalen.



10Toepasselijke wettelijke voorschriften


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 139f lid 1, 240b, eerste lid en tweede lid, 246, 248a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.



11Beslissing


De rechtbank:


Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.


Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.


Strafbaarheid

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.


Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.


Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, te weten 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 5 (vijf) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich na zijn veroordeling meldt bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 100, 3533 JE te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dat nodig vindt;

5. zich ambulant moet laten behandelen bij (Forensische) psychiatrie De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

6. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.


Vordering benadeelde partij

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.500,00 (zegge vijfentwintig honderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.


Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.


Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.


Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] € 2.500,00 (zegge vijfentwintig honderd euro),aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting aangevuld door hechtenis van 35 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Voormeld bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.


Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.










Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter,

mrs. K.J. Veenstra en R.C. Moed, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juni 2017.


BIJLAGE: de tenlastelegging



1.

Feit 1


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2015 tot

en met 14 februari 2017 te Utrecht, althans in Nederland, meermalen, althans

eenmaal telkens twee, althans een hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) video(‘s) en/of (een) film(s) en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een computer laptop Sony (AAGC2681NL) en/of een computer laptop Compaq (AAGC2682NL), bevattende afbeelding


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft

verworven,

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van

een communicatiedienst de toegang heeft verschaft


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


- het met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt bij zichzelf

(Fotonummer 01 op pagina 228 van het Proces-Verbaal)


en/of


- het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(Fotonummer 2 op pagina 228 van het Proces-Verbaal)


(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)



Feit 2


Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 juni 2016 tot en met 3 oktober 2016 te Utrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) en/of (een) film(s) en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – te weten een telefoon Samsung Galaxy (AAGC2655NL), bevattende afbeelding


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [2002] is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft vervaardigd en/of verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van die [slachtoffer 1] , althans een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen genoemd op pagina 198 en/of 201, 205, 209, 210, 211, 218, 219, 222 en/of 224 van het Proces-Verbaal en/of fotonummer 8 van pagina 230 van het proces-verbaal)


en/of


het door die [slachtoffer 1] , althans een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, betasten en/of aanraken en/of likken van het geslachtsdeel van een dier

(afbeeldingen genoemd op pagina 191 en/of 194, 195, 197, 199, 200, 202, 203, 204, 206, 208, 209, 210 en/of 222 van het Proces-Verbaal en/of fotonummer 4 van pagina 229 van het proces-verbaal)


en/of


het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 1] , althans deze persoon gekleed is en/of met een voorwerp (een banaan en/of komkommer) en/of in een (erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer 1] , althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer 1] , althans deze persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(afbeeldingen genoemd op pagina 193 en/of 201, 212, 231, 214, 215, 216, 217, 220, 221 en/of 223 van het Proces-Verbaal

en/of fotonummer 10 van pagina 231 van het proces-verbaal)


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;


(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)



Feit 3


Hij op 24 december 2016 te Utrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten (een) video(‘s) en/of (een) film(s) en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – te weten een telefoon Samsung Galaxy (AAGC2655NL), bevattende afbeelding


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt zich noemende “ [naam] ” is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft vervaardigd en/of verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die “ [naam] ”, althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die “ [naam] ”, althans deze persoon gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die “ [naam] ”, althans deze persoon en/of de uitsnede van de films nadrukkelijk de (ontblote) borsten van die “ [naam] ”, althans deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(afbeeldingen genoemd op pagina 225 en/of 226 en/of 227 van het Proces-Verbaal)


(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)



Feit 4


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 te Utrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) en/of (een) film(s)


van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [1999] is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft vervaardigd en/of verworven,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 2] , waarbij die [slachtoffer 2] , gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer 2] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of billen van die [slachtoffer 2] in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.


(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)



Feit 5


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 augustus 2015 tot en met 14 augustus 2015 te Utrecht, althans in Nederland door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten


door zich (via Fling app) voor te doen als een jongen van rond 19 jaar met gebruikersnaam [naam] , althans een persoon niet zijnde de verdachte en/of One Direction concertkaartjes aan te bieden voor het verrichten van (een) ontuchtige handeling(en),


[slachtoffer 2] , geboren op [1999] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, te weten het

- opsturen en/of tonen en/of maken van naaktfoto’s en/of naaktfilmpjes van zichzelf, althans het laten poseren door die [slachtoffer 2] op een wijze waarbij nadrukkelijk haar (ontblote) borsten en/of billen in beeld worden gebracht en/of haar daarvan afbeeldingen laten toezenden aan hem, verdachte.


art 248a Wetboek van Strafrecht



Feit 6


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 te Utrecht, althans in Nederland, door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten


door zich (via facebook) voor te doen als een jongen van 22 jaar (genaamd [naam] ), althans een persoon niet zijnde de verdachte en/of Justin Bieber concertkaartjes en/of tassen en/of andere cadeaus aan te bieden voor het verrichten van (een) ontuchtige handeling(en),


[slachtoffer 1] , geboren [2002] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, te weten het

- opsturen en/of tonen en/of maken van naaktfoto’s en/of naaktfilmpjes van zichzelf en/of

- zich laten likken van haar vagina door een hond en/of

- betasten en/of strelen en/of aftrekken en/of likken van een penis van een paard


art 248a Wetboek van Strafrecht


en/of


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2017 te Utrecht, althans in Nederland,


door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, te weten het dreigen van het openbaar maken van eerdere

gestuurde naaktfoto's en/of naaktfilmpjes en/of dierenseksfilmpjes door aan

de familie en/of vriendinnen en/of school van [slachtoffer 1] te tonen en/of

te sturen en/of op internet te plaatsen


[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handelingen, te weten het (op verzoek van verdachte)

- opsturen en/of tonen en/of maken van naaktfoto's en/of naaktfilmpjes van zichzelf en/of

- zich laten likken aan de vagina door een hond en/of

- betasten en/of strelen en/of aftrekken en/of likken van een penis van een

paard


art 246 Wetboek van strafrecht



Feit 7


hij op één tijdstip in de periode van 24 maart 2009 tot en met 10 mei 2014

te Utrecht, althans in Nederland, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer 3] , aanwezig in een badkamer in een woning, een filmopname heeft vervaardigd


art 139f lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (het proces-verbaal van 2 mei 2017, BHV-nummer 2016326199, opgemaakt door politie Midden-Nederland, pagina 1 tot en met 273) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2 Proces-verbaal van de zitting van 1 juni 2017.
3 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlagen door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 maart 2017, pagina 170 tot en met 238.
4 De verklaring van verdachte ter zitting van 1 juni 2017.
5 Proces-verbaal aangifte van 28 februari 2017 van [aangever] , pagina 151 tot en met 153.
6 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlagen door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 maart 2017, pagina 170 t/m 238.
7 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 1 maart 2017, pagina 154 t/m 163.
8 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 13 maart 2017 door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 170, 174 en 177.
9 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 maart 2017, pagina 71.
10 De verklaring van verdachte ter zitting op 1 juni 2017.
11 Proces-verbaal ondervraging [slachtoffer 2] van 13 augustus 2015, dossier Estland, deel 1, pagina 11.
12 Proces-verbaal ondervraging [slachtoffer 2] van 13 augustus 2015, dossier Estland, deel 1, pagina 12.
13 Proces-verbaal van bevindingen beoordeling afbeeldingen van 6 februari 2017 door verbalisant [verbalisant 3] , pagina 118 en 119.
14 Schriftelijk stuk, te weten kopie identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] , Dossier Estland, deel 2, pagina 7.
15 Proces-verbaal van de zitting van 1 juni 2017.
16 De verklaring van verdachte ter zitting van 1 juni 2017.
17 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 13 maart 2017 door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 170, 178 en 179.
18 Proces-verbaal van getuige [slachtoffer 3] van 17 maart 2017, pagina 251.
19 Proces-verbaal van aangifte van 29 maart 2017 door [slachtoffer 3] , pagina 255.