Rechtbank Midden-Nederland, 21-06-2017 / 5763063


ECLI:NL:RBMNE:2017:2980

Inhoudsindicatie
annuleringsbeding vernietigbaar wegens strijd met artikel 7:408 BW
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-06-21
Publicatiedatum
2017-06-28
Zaaknummer
5763063
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht



Vindplaatsen
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter


locatie Utrecht


zaaknummer: 5763063 UC EXPL 17-3317 RK/1069


Vonnis van 21 juni 2017


inzake


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Avans Hogeschool B.V., tevens handelende onder de naam [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen Avans,

gedaagde partij in het verzet,

oorspronkelijk eisende partij,

gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,


tegen:


[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] ,

eisende partij in het verzet,

oorspronkelijk gedaagde partij,

gemachtigde: mr. R.A.J. van der Leeuw.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het verstekvonnis van 21 december 2014 met kenmerk 5553631 UC EXPL 16-17822
  • - de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord)
  • - de conclusie van repliek
  • - de conclusie van dupliek
  • - de akte van 17 mei 2017
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

2.1.

In september 2015 heeft Avans telefonisch contact opgenomen met [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , waarbij is gesproken over de aanvang van een onderwijstraject bij Avans en de daarmee verschuldigde kosten. Bij e-mail bericht van 16 september 2015 heeft Avans vervolgens een e-mailformulier met daarop een inschrijving van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] van woensdag 15 juli 2015 voor de Postbacheloropleiding Accountant – Administratieconsulent (AA) aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] toegezonden.

2.2.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft kenbaar gemaakt aan Avans dat zij de opleiding niet wenst te volgen.

2.3.

Avans hanteert algemene voorwaarden. In artikel 5 lid 1 onder e staat vermeld dat de consument bij annulering minder dan twee weken voor aanvang van het contactonderwijs de volledige overeenkomen prijs verschuldigd is.

2.4.

Avans heeft [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] een bedrag van € 3.800,-- in rekening gebracht. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft dit bedrag onbetaald gelaten.


3Het geschil

3.1.

Avans vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] om aan Avans te voldoen € 4.487,88 (bestaande uit € 3.800,00 aan hoofdsom, € 76,83 aan rente tot 7 november 2016 en € 611,05 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 7 november 2016 tot de voldoening en met veroordeling van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van die vordering stelt Avans dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] jegens Avans toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door de factuur d.d. 5 oktober 2015 ondanks sommaties, onbetaald te laten. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] is bij vonnis van 21 december 2014 bij verstek veroordeeld tot betaling van het bedrag.

3.3.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Avans in de proceskosten. Zij stelt zich primair op het standpunt dat geen overeenkomst tot stand is gekomen. Daarnaast betwist zij dat algemene voorwaarden aan haar zijn overhandigd. Voorts is zij van mening dat in het geval zij kosten verschuldigd zou zijn dat alleen de gemaakte onkosten kunnen zijn.

4De beoordeling

4.1.

Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2.

In geschil tussen partijen is allereerst de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen.

4.3.

Avans heeft zich op het standpunt gesteld dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] zich via internet heeft ingeschreven voor een opleiding en heeft het formulier van inschrijving van 15 juli 2015 per e-mail van 16 september 2015 - nadat partijen hierover telefonisch hadden gesproken - aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] verzonden. De kantonrechter stelt vast dat dit formulier niet is ondertekend en niet meer bevat dan de personalia van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] . Er is geen bewijs overgelegd van de stelling dat Avans de bevestiging van inschrijving eerder dan 16 september 2016 aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft toegezonden, zodat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] niet eerder kon protesteren hiertegen. Nu [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] gemotiveerd heeft betwist dat zij zich voor de opleiding heeft ingeschreven, ligt het op de weg van Avans om bewijs van haar stelling bij te brengen. De enkele bevestiging van inschrijving die pas per e-mail van 16 september 2015 aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] is verzonden is hiertoe niet voldoende, nu het formulier niet is ondertekend. Niet kan worden uitgesloten dat de inschrijving door iemand anders is gedaan.

4.4.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft daarnaast een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden, omdat zij deze niet zou hebben ontvangen en stelt dat Avans niet aan haar informatieplicht heeft voldaan. Er in dit geval veronderstellenderwijs vanuitgaand dat Avans zou slagen in het bewijs van het bestaan van deze overeenkomst, de algemene voorwaarden wel van toepassing zouden zijn en Avans zou hebben voldaan aan haar informatieplicht, overweegt de kantonrechter het volgende. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EU (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) is de kantonrechter ambtshalve gehouden na te gaan of een contractueel beding valt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) en zo ja, te onderzoeken of dit beding in de door de Richtlijn bedoelde zin onredelijk bezwarend of oneerlijk is. De kantonrechter is van oordeel dat het annuleringsbeding zoals opgenomen in de algemene voorwaarden valt binnen de werkingssfeer van de Richtlijn. Niet betwist is immers dat het gaat om een overeenkomst tussen een professional en een consument en dat over het annuleringsbeding niet afzonderlijk is onderhandeld. Bij de beantwoording van de vraag of het annuleringsbeding onredelijk bezwarend of oneerlijk is, is van belang dat de studieovereenkomst dient te worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 lid 1 BW.

4.5.

Uit artikel 7:408 BW volgt dat de opdrachtgever, [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , de overeenkomst te allen tijde kon opzeggen zonder dat zij aan de opdrachtnemer, Capabel Onderwijsgroep, een schadevergoeding verschuldigd was. Het in de algemene voorwaarden opgenomen annuleringsbeding, waarbij, onafhankelijk van de daadwerkelijk gemaakte kosten voorafgaand aan de opzegging, een bepaald percentage van de opleidingskosten verschuldigd is, is in strijd met deze dwingende wettelijke regeling. Dit leidt ertoe dat het annuleringsbeding op grond van artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar is.

4.6.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft in de verzetdagvaarding van 15 februari 2017 de buitengerechtelijke vernietiging van het annuleringsbeding ingeroepen. Daarmee is deze bepaling vernietigd en kan Avans op grond van het annuleringsbeding geen aanspraak maken op 100% van de opleidingskosten.

4.7.

Avans heeft een beroep gedaan op artikel 7:406 lid 1 BW. Avans heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de onkosten gelijk staan aan een jaar collegegeld. In artikel 7:406 lid 1 BW is bepaald dat de opdrachtnemer aanspraak kan maken op vergoeding van de onkosten die aan de opdracht zijn verbonden. Dit artikel gaat in dit geval niet op, nu geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van een overeenkomst. Voor zover Avans heeft bedoeld een beroep te doen op de artikelen 7:408 en volgende, zoals artikel 7:411 BW welk artikel geldt bij de opzegging van een overeenkomst, is de kantonrechter van oordeel dat Avans niet heeft onderbouwd waarom de gemaakte onkosten een dermate hoog bedrag betreffen.

4.8.

Bovendien geldt het volgende. Anders dan Avans kennelijk betoogt, heeft de kantonrechter op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie EU in beginsel niet de vrijheid om na vernietiging van het annuleringsbeding de vordering van Avans alsnog geheel of ten dele toe te wijzen op andere dan de door haar daaraan ten grondslag gelegde juridische of feitelijke gronden, zoals toepassing van de wettelijke regels met betrekking tot loon bij tussentijdse opzegging van een overeenkomst van opdracht. Indien de kantonrechter de vordering van Avans alsnog geheel of gedeeltelijk zou toewijzen op grond van artikel 7:411 BW, zou hij in feite de rechtsverhouding tussen partijen converteren in, althans aanvullen met aanvullend recht dat door Avans niet aan haar vordering ten grondslag is gelegd. Het Hof van Justitie heeft hieromtrent in zijn arrest van 14 juni 2012, ECLI:EU:C:2012:349 (Banesto) geoordeeld dat conversie “ertoe [zou] bijdragen dat de voor handelaars afschrikkende werking die uitgaat van een loutere niet-toepassing van dergelijke oneerlijke bedingen ten aanzien van de consument wordt uitgeschakeld (…), aangezien deze handelaars in de verleiding zouden blijven om die bedingen te gebruiken in de wetenschap dat ook al mochten deze ongeldig worden verklaard, de overeenkomst niettemin voor zover noodzakelijk door de nationale rechter zou kunnen worden aangevuld en het belang van die handelaars dus gediend zou zijn.” De kantonrechter zal de vordering van Avans derhalve afwijzen.

4.9.

Avans wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] . De kosten aan de zijde van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] worden begroot op€ 400,00 aan salaris gemachtigde.


5De beslissing

De kantonrechter:

vernietigt het verstekvonnis van 21 december 2016 en, opnieuw rechtdoende, wijst de vordering van Avans af;

veroordeelt Avans in de kosten van de verzetprocedure met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding aan de zijde van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Penders, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.