Rechtbank Midden-Nederland, 28-06-2017 / 5716422 UC EXPL 17-2452 RW/1368


ECLI:NL:RBMNE:2017:3331

Inhoudsindicatie
Consument akkoord met deelleveringen van webshop, niet gebleken van akkoord voor deelfacturering. Omdat consument de artikelen via de website van Webshop heeft gekocht, betreft de overeenkomst een consumentenkoop op afstand zoals bedoeld in artikel 6:230g onder e BW. Uit het bepaalde in de artikelen 6:230m lid 1, aanhef en onder e BW en 6:230n lid 4 BW volgt dat Webshop een informatieplicht heeft om prijscondities duidelijk en begrijpelijk uiteen te zetten ten tijde van de koop en dat het aan Webshop is om dat feitelijk aan te tonen. Vast staat dat consument de artikelen heeft besteld in één bestelling en dat zij daarna, desgevraagd, akkoord is gegaan met deelleveringen. Consument betwist dat zij akkoord is gegaan met deelfacturering. Omdat Webshop niets heeft gesteld waaruit blijkt dat consument daarmee wel akkoord is gegaan, houdt de kantonrechter het ervoor dat Webshop zich niet aan haar hiervoor genoemde verplichtingen heeft gehouden. De consequentie daarvan is dat Webshop op grond van het bepaalde in artikel 6:230n lid 3 BW geen bijkomende kosten in rekening kan brengen. Vordering ten aanzien van rente en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. In reconventie kosten voor verweer tegen onterecht in rekening gebrachte inningskosten toewijsbaar en verrekenbaar. Alvast dank!
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-06-28
Publicatiedatum
2017-07-05
Zaaknummer
5716422 UC EXPL 17-2452 RW/1368
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter


locatie Utrecht


zaaknummer: 5716422 UC EXPL 17-2452 RW/1368


Vonnis van 28 juni 2017


inzake


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bol.com B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Bol.com,

gedaagde partij in het verzet,

oorspronkelijk eisende partij,

gemachtigde: GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht,


tegen:


[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

eisende partij in het verzet,

oorspronkelijk gedaagde partij,

gemachtigde: [gemachtigde] .


1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het verstekvonnis van 16 november 2016 met kenmerk 5459535 UC EXPL 16-15494,
  • - de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord),
  • - het herstelexploot van de verzetdagvaarding,
  • - de conclusie van repliek,
  • - de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Op 14 juni 2015 heeft [gedaagde] bij Bol.com op diens website 6 artikelen besteld. Bij die bestelling is [gedaagde] ermee akkoord gegaan dat de artikelen in deelleveringen aan haar zouden worden geleverd. Bol.com heeft daarop de artikelen vanaf 15 juni 2016 aan [gedaagde] verzonden en heeft aan [gedaagde] daarvoor op 15 juni 2015, 18 juni 2016 en 22 juni 2016 drie verzamelfacturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 79,18. Bol.com heeft op de respectievelijke facturen een vervaldatum vermeld van veertien dagen na factuurdatum.


2.2.

Bol.com heeft, al dan niet via haar gemachtigde(n), de verschillende verzamelfacturen met verschillende vervaldata geprobeerd te incasseren bij [gedaagde] en heeft daarvoor incassokosten in rekening gebracht.


2.3.

[gedaagde] heeft de facturen en de incassokosten onbetaald gelaten.


3Het geschil

3.1.

Bol.com vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Bol.com te voldoen € 113,04 (bestaande uit € 79,18 aan hoofdsom, € 1,99 aan rente tot 11 oktober 2016 en € 31,87 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 11 oktober 2016 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.


3.2.

Ter onderbouwing van die vordering stelt Bol.com dat [gedaagde] tegenover haar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door genoemde facturen, ondanks sommaties, onbetaald te laten. Bol.com maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt, respectievelijk Bol.com de vordering uit handen heeft moeten geven.


3.3.

[gedaagde] voert verweer. Zij stelt voorop dat Bol.com een nietige dagvaarding heeft uitgebracht, dan wel haar dagvaarding dient te herstellen. Inhoudelijk stelt [gedaagde] dat de incassowerkzaamheden van Bol.com onrechtmatig zijn en dat [gedaagde] , als gevolg van de onrechtmatige incassowerkzaamheden, juridische kosten heeft moeten maken. Volgens [gedaagde] kan zij haar betaling van de facturen van de artikelen opschorten omdat Bol.com die juridische kosten aan haar dient te voldoen, dan wel kan [gedaagde] haar juridische kosten met de vordering van Bol.com verrekenen. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Bol.com in de proceskosten.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

Het eventuele feit dat [gedaagde] ervan op de hoogte zou moeten zijn dat tegen haar een dagvaarding was uitgebracht en dat een vonnis zou volgen, houdt niet in dat zij bekend kan worden geacht met het verstekvonnis. [gedaagde] heeft verder onweersproken gesteld dat zij tot 21 december 2016 op vakantie was en niet eerder dan die datum het verstekvonnis onder ogen heeft gekregen. Omdat het verstekvonnis niet in persoon aan haar is betekend, wordt [gedaagde] in deze omstandigheden niet geacht eerder dan 21 december 2016 van het verstekvonnis kennis te hebben genomen. Omdat [gedaagde] de verzetdagvaarding binnen de gestelde termijn van vier weken ná 21 december 2016 heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] haar verzet tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat zij in haar verzet kan worden ontvangen.


4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding van Bol.com, weliswaar minimaal, voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. De dagvaarding is op de juiste manier betekend, bevat de hoogte van de vordering en ook de grondslagen daarvoor. Het enkele feit dat in de dagvaarding is opgemerkt dat van [gedaagde] geen verweer bekend is, is weliswaar op zichzelf kennelijk onjuist, maar leidt niet tot nietigheid van de dagvaarding omdat in strijd zou zijn gehandeld met artikel 21 Rv. [gedaagde] heeft zich naar behoren op de vordering kunnen verweren en is door de summiere dagvaarding niet in haar procesbelangen geschaad. De vordering van Bol.com zal inhoudelijk worden beoordeeld.


4.3.

[gedaagde] betwist niet dat zij tot betaling van de artikelen gehouden is, waardoor de vordering voor wat betreft de hoofdsom in beginsel toewijsbaar is. De vraag of [gedaagde] gerechtigd was om haar betaling op te schorten totdat Bol.com haar juridische kosten zou hebben voldaan, is voor die toewijsbaarheid niet meer van belang omdat Bol.com inmiddels [gedaagde] in rechte heeft betrokken. De vraag die nu voorligt is, gezien het verweer van [gedaagde] , of [gedaagde] haar juridische kosten met de vordering kan verrekenen. Daarvoor is noodzakelijk dat de vordering van [gedaagde] op Bol.com op dit punt opeisbaar is, wat hierna zal worden beoordeeld.


4.4.

Uit het betoog van [gedaagde] blijkt dat zij juridische kosten heeft moeten maken om zich te verweren tegen de door Bol.com in rekening gebrachte ‘herinneringskosten’ dan wel andere incassokosten (hierna samen: inningskosten). De eerste vraag is of Bol.com inningskosten aan [gedaagde] in rekening mocht brengen.


4.5.

[gedaagde] is een consument, waarmee de koopovereenkomst tussen Bol.com en [gedaagde] een consumentenkoop is. Omdat [gedaagde] de artikelen via de website van Bol.com heeft gekocht, betreft de overeenkomst een consumentenkoop op afstand zoals bedoeld in artikel 6:230g onder e BW. Uit het bepaalde in de artikelen 6:230m lid 1, aanhef en onder e BW en 6:230n lid 4 BW volgt dat Bol.com een informatieplicht heeft om prijscondities duidelijk en begrijpelijk uiteen te zetten ten tijde van de koop en dat het aan Bol.com is om dat feitelijk aan te tonen. Vast staat dat [gedaagde] de artikelen heeft besteld in één bestelling en dat zij daarna, desgevraagd, akkoord is gegaan met deelleveringen. [gedaagde] betwist dat zij akkoord is gegaan met deelfacturering. Omdat Bol.com niets heeft gesteld waaruit blijkt dat [gedaagde] daarmee wel akkoord is gegaan, houdt de kantonrechter het ervoor dat Bol.com zich niet aan haar hiervoor genoemde verplichtingen heeft gehouden. De consequentie daarvan is dat Bol.com op grond van het bepaalde in artikel 6:230n lid 3 BW geen bijkomende kosten in rekening kan brengen. De conclusie is daarom dat Bol.com de aan dit geding voorafgaande inningskosten onterecht aan [gedaagde] in rekening heeft gebracht. Het feit dat Bol.com die inningskosten, anders dan de in dit geding gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, niet vordert, maakt dat niet anders.


4.6.

Uit de bewoordingen van haar e-mail van 6 juli 2015 (productie 9 van de conclusie van antwoord) blijkt dat op dat moment Bol.com twee keer € 3,00 herinneringskosten in rekening bij [gedaagde] heeft gebracht. Weliswaar was dat onterecht, maar de kantonrechter acht dit tekortschieten van Bol.com niet zodanig dat [gedaagde] op dat moment daar in redelijkheid juridische kosten voor heeft moeten maken. [gedaagde] stelt onweersproken dat ná 6 juli 2015 de door Bol.com in rekening gebrachte inningskosten zijn opgelopen tot € 71,84. Gezien het feit dat die inningskosten, zoals hiervoor is overwogen, onterecht in rekening zijn gebracht en gezien het feit dat die inningskosten de som van de factuurbedragen benaderen, heeft [gedaagde] op dat moment in redelijkheid juridische kosten moeten maken om zich daartegen te verweren. In ieder geval vanaf de e-mail van [gedaagde] aan Bol.com van 29 september 2015 (productie 7 van de conclusie van antwoord), in welke e-mail [gedaagde] zich beroept op opschorting en verrekening van haar kosten, zijn juridische kosten daarom opeisbaar. [gedaagde] kan haar kosten, voor zover de hoogte daarvan redelijk is, vanaf de datum van genoemde e-mail verrekenen met de vordering van Bol.com.


4.7.

Voor wat betreft de redelijkheid van de hoogte van de door [gedaagde] gemaakte juridische kosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De door [gedaagde] van Bol.com geëiste € 221,83 is daarmee niet in overeenstemming en daarmee onredelijk. Wel toewijsbaar, berekend over de inningskosten van € 71,84, is het in het Besluit bepaalde tarief van € 40,00. Dit houdt, met inachtneming van het voorgaande, in dat [gedaagde] op 29 september 2015 € 40,00 heeft kunnen verrekenen met de koopprijs van € 79,18 en vanaf die datum tot betaling van het restbedrag van (€ 79,18 -/- € 40,00 =) € 39,18 gehouden was. De vordering voor wat betreft de hoofdsom zal voor dat bedrag worden toegewezen.


4.8.

Bol.com vordert wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW en de buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 BW. Echter, in het voorgaande is al overwogen en beslist dat Bol.com op grond van artikel 6:230n lid 3 BW geen bijkomende kosten in rekening kan brengen. Deze bepaling gaat als specifieke en nieuwere bepaling vóór eerstgenoemde algemene en oudere bepalingen. Omdat wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten bijkomende kosten in de zin van artikel 6:230n lid 3 BW zijn, dienen de vorderingen van Bol.com op deze punten te worden afgewezen.


4.9.

Omdat beide partijen over en weer zowel in het gelijk als in het ongelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om zowel in de verstek- als de verzetprocedure de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.


5De beslissing

De kantonrechter:


5.1.

vernietigt het verstekvonnis van 16 november 2016 met het kenmerk 5459535 UC EXPL 16-15494 en, opnieuw rechtdoende, veroordeelt [gedaagde] om aan Bol.com, tegen bewijs van kwijting te betalen € 39,18;


5.2.

compenseert de proceskosten in de verzet- en verzetprocedure, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;


5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2017.