Rechtbank Midden-Nederland, 21-06-2017 / 5695621 UC EXPL 17-2029 CD/942


ECLI:NL:RBMNE:2017:3458

Inhoudsindicatie
Taak kantonrechter, beoordeling vordering, verzoek kwijtschelding dan wel veroordeling in natura.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-06-21
Publicatiedatum
2017-07-12
Zaaknummer
5695621 UC EXPL 17-2029 CD/942
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter


locatie Utrecht


zaaknummer: 5695621 UC EXPL 17-2029 CD/942


Vonnis van 21 juni 2017


inzake


de naamloze vennootschap

AnderZorg N.V.,

gevestigd te Wageningen,

verder ook te noemen AnderZorg,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,


tegen:


[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.



1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met een productie van 12 januari 2017,

- de conclusie van antwoord met producties,

- de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis, met producties,

- de conclusie van dupliek.


1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2Het geschil

2.1.

In haar dagvaarding heeft AnderZorg gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen om € 49,04 aan AnderZorg te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2017 tot de voldoening, en dat de kantonrechter [gedaagde] daarnaast zal veroordelen in de proceskosten. Bij conclusie van repliek heeft AnderZorg haar vordering verminderd met een bedrag van € 30,00, omdat [gedaagde] dit bedrag na dagvaarding alsnog heeft betaald.


2.2.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt AnderZorg dat [gedaagde] een ziektekostenverzekering heeft afgesloten bij AnderZorg, met een premie van € 69,00 per maand. Volgens AnderZorg moet de verschuldigde premie steeds op de vijftiende dag van de maand zijn betaald. [gedaagde] heeft de premie over juli 2016, die dus uiterlijk 15 juli 2016 had moeten zijn voldaan, pas op 3 november 2016 betaald. Volgens AnderZorg is [gedaagde] daardoor toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de verzekeringsovereenkomst. Weliswaar heeft [gedaagde] de achterstallige premie na herhaalde aanmaning alsnog voldaan, maar heeft zij ten onrechte geen vergoeding betaald voor de inmiddels gemaakte buitengerechtelijke kosten (€ 40,00 + € 8,40 btw = € 48,40) en ook geen wettelijke rente over de periode dag zij in verzuim was met haar premiebetaling (volgens AnderZorg was die rente op 4 januari 2017 opgelopen tot € 0,64). Om ook die kosten betaald te krijgen, is AnderZorg overgegaan tot dagvaarding. Daarna heeft [gedaagde] alsnog een deel van het nog openstaande bedrag betaald, namelijk € 30,00.


2.3.

[gedaagde] heeft gereageerd op de vordering van AnderZorg. Zij heeft erkend dat zij de premie over juli 2016 te laat heeft betaald. [gedaagde] heeft hieraan toegevoegd dat zij begrijpt dat AnderZorg, althans haar gemachtigde, kosten heeft moeten maken om haar vordering alsnog geïnd te krijgen, en [gedaagde] vindt het ook redelijk dat die kosten worden vergoed. Daarom heeft [gedaagde] na dagvaarding nog € 30,00 betaald, als salaris voor de gemachtigde van AnderZorg. [gedaagde] verzoekt kwijtschelding van het resterende deel van de vordering, waaronder de proceskosten, omdat zij dit bedrag niet kan betalen en ook niet zal kunnen betalen. [gedaagde] heeft namelijk geen inkomsten. Zij verblijft in Griekenland, waar zij gratis onderdak heeft en vrijwilligerswerk doet: ze kookt voor vluchtelingen en heeft verschillende projecten opgezet om hen te ondersteunen. [gedaagde] heeft verder laten weten dat zij bereid is om haar schuld in natura te voldoen, bijvoorbeeld door voor de medewerkers van AnderZorg en haar gemachtigde te koken, door een tuin aan te leggen bij het kantoor van AnderZorg of door een workshop te verzorgen over de deelmaatschappij.


2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



3De beoordeling

3.1.

De kantonrechter stelt voorop dat het zijn taak is om een ingestelde vordering te beoordelen. Hij moet dus beoordelen of AnderZorg op grond van de door partijen gemaakte afspraken en wettelijke regels aanspraak kan maken op betaling door [gedaagde] van het gevorderde bedrag aan AnderZorg. Als dat zo is, moet de vordering worden toegewezen. De kantonrechter kan een veroordeling niet wijzigen in een veroordeling in natura of kwijtschelden. Het staat partijen overigens vrij om onderling wel nadere afspraken te maken. Dat kan eventueel ook nog na een veroordelend vonnis. Desgewenst kan [gedaagde] zich daarvoor tot de gemachtigde van AnderZorg wenden.


3.2.

De kantonrechter zal nu de vordering, die bestaat uit een vergoeding van buitengerechtelijke kosten, rente en nog openstaande proceskosten, per onderdeel beoordelen.




buitengerechtelijke kosten


3.3.

AnderZorg heeft een aanmaningsbrief van 29 september 2016 in het geding gebracht. In die brief is vermeld dat [gedaagde] de premie over juli 2016 alsnog binnen veertien dagen na ontvangst van die aanmaningsbrief moest betalen, omdat anders ook incassokosten in rekening zouden worden gebracht. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de premie over juli 2016 pas heeft voldaan op 3 november 2016, dat wil zeggen na het verstrijken van de in de aanmaningsbrief genoemde termijn. De aanmaning voldoet aan de daaraan in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen en ook het gevorderde bedrag (€ 40,00 + € 8,40 btw = € 48,40) komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. AnderZorg maakt dus terecht aanspraak op vergoeding van de gemaakte buitengerechtelijke kosten. Dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen.


3.4.

AnderZorg heeft haar vordering echter erg ruim geformuleerd; zij vordert ook rente over de buitengerechtelijke kosten. Zij heeft echter niet gesteld dat zij de vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke kosten al aan haar gemachtigde heeft betaald of met die betaling in verzuim verkeert. Daardoor is niet gebleken dat zij op dat punt vermogensschade heeft geleden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.


wettelijke rente


3.5.

AnderZorg heeft gesteld dat de premie over een bepaalde maand steeds op de vijftiende dag moet zijn betaald. Dat is door [gedaagde] niet weersproken, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. Aangezien [gedaagde] de premie over juli 2016 pas op 3 november 2016 heeft betaald, was zij dus vanaf de dag na 15 juli 2016 (dat is dus 16 juli 2016) tot 3 november 2016 in verzuim. AnderZorg maakt over deze periode terecht aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente. Die rente zal dan ook worden toegewezen.


3.6.

AnderZorg heeft ook rente gevorderd over de periode na 3 november 2016. Dat deel van de vordering moet worden afgewezen, omdat [gedaagde] toen niet meer in verzuim was. AnderZorg heeft haar vordering zo ruim geformuleerd, dat daarin ook een vergoeding van rente over achterstallige rente is besloten. Ook daarvoor bestaat geen aanleiding, omdat wettelijke rente over achterstallige wettelijke rente pas verschuldigd is na verloop van een jaar. Daarvan is in deze zaak nog geen sprake.


proceskosten


3.7.

[gedaagde] is te beschouwen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij. Daarom moet zij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AnderZorg worden begroot op:

- dagvaarding € 101,05

- griffierecht € 117,00

- salaris gemachtigde € 60,00 (2 punten x tarief € 30,00)

Totaal € 278,05


3.8.

De gemachtigde van AnderZorg heeft na de dagvaarding ook nog een conclusie van repliek moeten opstellen. Daarom worden 2 punten toegekend voor het salaris gemachtigde. [gedaagde] heeft daarvan na dagvaarding al € 30,00 betaald. Dat bedrag wordt in mindering gebracht op de proceskostenveroordeling, zodat zal worden toegewezen een bedrag van € 278,05 -/- € 30,00 = € 248,05.


ten overvloede


3.9.

De kantonrechter heeft al overwogen dat hij een toewijsbare vordering, anders dan [gedaagde] kennelijk meent, niet kan kwijtschelden. Hij voegt daar nog aan toe dat daar in deze zaak overigens ook geen aanleiding voor is. De omstandigheid dat [gedaagde] onvoldoende financiële middelen heeft om haar verplichtingen jegens AnderZorg na te komen, is immers het gevolg van haar eigen keuze. Hoe nobel haar motieven voor haar huidige leefstijl ook mogen zijn, niet valt in te zien waarom de negatieve gevolgen daarvan voor rekening van AnderZorg zouden moeten komen.



4De beslissing

De kantonrechter


4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan AnderZorg tegen bewijs van kwijting te betalen € 48,40, vermeerderd met de wettelijke rente over € 69,00 vanaf 15 juli 2016 tot 3 november 2016;


4.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de nog openstaande proceskosten aan de zijde van AnderZorg, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 248,05;


4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;


4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.