Rechtbank Midden-Nederland, 24-07-2017 / 07.661025.12


ECLI:NL:RBMNE:2017:3857

Inhoudsindicatie
Vordering verlenging PIJ afgewezen, waardoor de maatregel voorwaardelijk zal eindigen. Tevens vaststelling van de hieraan verbonden bijzondere voorwaarden, die naast de van rechtswege geldende algemene voorwaarden zullen gelden.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-07-24
Publicatiedatum
2017-07-27
Zaaknummer
07.661025.12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Penitentiair strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad


Parketnummer: 07.661025.12

Uitspraak: 24 juli 2017


Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:


[betrokkene] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

administratief verblijvende in de [verblijfplaats] te [woonplaats] ,

nader te noemen: betrokkene.


Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 mei 2013 - onder meer – voorwaardelijk veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, waarvan de tenuitvoerlegging bij beslissing van het Gerechtshof van 12 oktober 2014 is gelast. De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is ingegaan op 13 oktober 2014 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 25 oktober 2016. Behoudens nadere voorziening eindigt de maatregel op 11 juli 2017.


Het openbaar ministerie heeft een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met zes maanden.


Betrokkene, bijgestaan door mr. J.T.E. Vis, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. P.E.F. Poppe, zijn op 10 juli 2017 ter zitting achter gesloten deuren gehoord. Tevens zijn als deskundigen gehoord drs. [A] , als GZ-psycholoog verbonden aan voormelde inrichting, en [B] , reclasseringswerker.


De rechtbank heeft kennis genomen van:

- een PIJ-verlengingsadvies van 17 mei 2017 van de [verblijfplaats] , uitgebracht door drs. [C] , hoofd behandeling, drs. [D] , behandelcoördinator, en mr. [E] , directeur en hoofd van de inrichting;

  • - voortgangsverslagen van [naam instelling 1] van 20 maart 2017 en van 1 juni 2017;
  • - de (wettelijke) aantekeningen, bestaande uit het Zevende Perspectiefplan, inhoudende de periode van 14 juni 2016 tot en met 7 november 2016;
  • - de overige stukken van het de betrokkene betreffende dossier.

OVERWEGINGEN


De vordering is op 30 mei 2017 ter griffie ingediend en derhalve tijdig.


De rechtbank dient thans op grond van het bepaalde in artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht te beslissen of de termijn van de opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen moet worden verlengd.


Het standpunt en advies van de inrichting

Betrokkene heeft de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling doorgemaakt binnen de inrichting en daarna tijdens de STP buiten de inrichting. Betrokkene heeft veel kwaliteiten laten zien. Hij laat zich aanspreken op zijn gedrag, vraagt actief om feedback en probeert hier iets mee te doen. Wel is zijn motivatie vanaf maart 2017 minder geworden en blijven met name zijn financiën een punt van zorg. Naar aanleiding van een in mei 2017 afgenomen Savry wordt het recidiverisico als matig ingeschat. Gelet op het sterk afgenomen recidiverisico in combinatie met vooruitgang in het omgaan met de gevaarzettende aspecten van de stoornis van betrokkene, wordt geadviseerd om de PIJ-maatregel niet te verlengen en over te gaan op het jaar verplichte nazorg onder voorwaarden.


Het standpunt ter zitting van deskundige drs. [A]

Ter zitting heeft de deskundige het advies om de maatregel niet te verlengen gehandhaafd en te kennen gegeven dat het STP-traject van betrokkene heel positief is verlopen.


Het standpunt ter zitting van deskundige [B]

De deskundige heeft naar voren gebracht dat de begeleiding aanvankelijk wat moeizaam verliep, maar na een gesprek in mei van dit jaar heeft betrokkene zich herpakt. De vaagheid wat betreft zijn financiën riep vragen op. Betrokkene heeft echter wel inzicht verschaft in zijn financiën en hierover zijn op dit moment geen twijfels. Vanwege het middelengebruik in het verleden is de reclassering hier extra alert op, hoewel urinecontroles tot op heden steeds negatief zijn geweest.


Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft te kennen gegeven dat het goed met hem gaat en dat hij bereid is zich aan de door de inrichting geadviseerde voorwaarden te houden, ook wat betreft het beschermd en begeleid wonen en het geven van openheid in zijn financiën. Op korte termijn hoopt betrokkene zijn rijbewijs te halen om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat gelet op de positieve ontwikkeling van betrokkene een voorwaardelijke beëindiging op zijn plaats is. De officier van justitie verzoekt daarom om de vordering af te wijzen en de maatregel voorwaardelijk te beëindigen, onder vaststelling van de voorwaarden zoals vermeld in het het advies van de inrichting.


Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft betoogd de vordering af te wijzen en voorwaarden te stellen voor een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, gelet op de positieve ontwikkeling die betrokkene ook na de vorige verlengingsbeslissing heeft doorgemaakt.


Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt binnen de inrichting en tijdens het STP-traject buiten de inrichting. Betrokkene heeft geleerd om te gaan met de gevaarzettende aspecten van zijn stoornis. Uit een recent afgenomen risicotaxatie blijkt dat het recidiverisico sterk is afgenomen en wordt ingeschat als matig.


Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, en het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene, niet langer meer eisen dat de termijn van de maatregel wordt verlengd. Daarom zal de rechtbank overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en het verzoek van de raadsman de vordering tot verlenging afwijzen.


De rechtbank overweegt dat in dit geval de maatregel voorwaardelijk zal eindigen als bedoeld in artikel 77s, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat het, om het verdere resocialisatietraject goed te kunnen afronden, noodzakelijk is dat betrokkene zich houdt aan de voorwaarden, zoals gevorderd door de officier van justitie en besproken ter zitting. Naast de van rechtswege geldende algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 77ta, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank deze het gedrag van betrokkene betreffende voorwaarden als bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke beëindiging verbinden. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat hij bereid is zich aan deze voorwaarden te houden.


Deze beslissing berust op de artikelen 77s, 77ta, 77tb en 77u van het Wetboek van Strafrecht.


BESLISSING


De rechtbank:


- wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de maatregel van plaatsing in een inrichting van jeugdigen van [betrokkene] voornoemd;


- wijst toe de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting van jeugdigen van [betrokkene] voornoemd, in die zin dat deze voorwaarden – naast de van rechtswege geldende algemene voorwaarden – vanaf het onherroepelijk worden van deze beslissing komen te luiden dat betrokkene:


zich zal melden bij [naam instelling 1] (adres: [adres] te [vestigingsplaats] ) en zich zal houden aan de afspraken en aanwijzingen die de reclassering hem geeft, zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht;

zal meewerken aan huisbezoeken en gesprekken met de wijkagent;

woonachtig zal zijn bij zijn moeder op het adres [adres] te [woonplaats] en niet van woonplek zal wijzigen zonder voorafgaand overleg met de reclassering;

zal meewerken aan een vorm van begeleid of beschermd wonen indien de reclassering dit noodzakelijk acht, en zich vervolgens zal houden aan de afspraken die gelden bij deze instelling;

voor minimaal 26 uren per week dagbesteding heeft bij onder andere [berdrijfsnaam] (adres: [adres] te [vestigingsplaats] ), waar hij niet ongeoorloofd afwezig zal zijn en bij ziekte melding zal doen bij zijn begeleiding van [berdrijfsnaam] en bij de reclassering. Indien van toepassing, zal betrokkene actief (mee) zoeken naar andere dagbesteding, wat ook vrijwilligerswerk kan betekenen;

inzicht zal geven in zijn financiële situatie en bestedingspatroon, en zich begeleidbaar opstelt voor ondersteuning op dit gebied;

open is over het contact met zijn familie en sociale contacten;

geen alcohol en drugs zal gebruiken en zal meewerken aan controles op het gebruik hiervan;

zal meewerken aan ambulante behandeling en begeleiding, gericht op onder andere middelengebruik, netwerk, financiën en agressieregulatie, bij [naam instelling 2] ( [naam instelling 2] ) of soortgelijke instantie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.



Aldus gegeven door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. C.A. de Beaufort en R.C.J. Hamming, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2017.


mrs. C.A. de Beaufort en M.J.A.L. Beljaars zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.