Rechtbank Midden-Nederland, 24-07-2017 / 07.660236.12


ECLI:NL:RBMNE:2017:3859

Inhoudsindicatie
Verlenging TBS met twee jaren. Geen aanleiding om met één jaar te verlengen. Bovendien zal verlenging met één jaar mogelijk onrealistische verwachtingen wekken bij betrokkene.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-07-24
Publicatiedatum
2017-07-27
Zaaknummer
07.660236.12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Penitentiair strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad


Parketnummer: 07.660236.12

Uitspraak: 24 juli 2017


Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:


[betrokkene] ,

geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

verblijvende bij [verblijfplaats] , locatie [locatie] ,

nader te noemen: betrokkene,


ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.


Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 25 juni 2013 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 juli 2013 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 28 juli 2015. Behoudens nadere voorziening eindigt deze terbeschikkingstelling op 10 juli 2017.


Het openbaar ministerie heeft een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaar.


Betrokkene, bijgestaan door mr. W.D.M. de Boer, advocaat te Apeldoorn, en de officier van justitie, mr. P.E.F. Poppe, zijn op 10 juli 2017 ter zitting in het openbaar gehoord. Tevens is als getuige gehoord [A] , de moeder/curator van betrokkene, en als deskundige drs. [B] , als regiebehandelaar en GZ-psycholoog verbonden aan voornoemde kliniek.


De rechtbank heeft kennis genomen van:

- een rapport van [verblijfplaats] van 18 mei 2017, uitgebracht door drs. [C] , hoofd TBS en drs. [B] , regiebehandelaar en GZ-psycholoog;

  • - een rapport van drs. [D] , forensisch psychiater, van 16 juni 2017;
  • - een rapport van drs. [E] , GZ-psycholoog, van 22 juni 2017;

- de (wettelijke) aantekeningen van betrokkene, inhoudende de periode van week 47 in 2014 tot en met week 18 in 2017;

- de overige stukken van het de betrokkene betreffende dossier.


OVERWEGINGEN


De vordering is op 6 juni 2017 ter griffie ingediend en derhalve tijdig


De rechtbank dient thans op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht te beslissen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.


Het standpunt en advies van de kliniek

De achterliggende periode heeft betrokkene zich ingezet voor haar behandeling. Er is sprake van samenwerking met de begeleiding en betrokkene is in staat om met meer mensen dan voorheen op een goede manier samen te werken. Vanwege haar complexe problematiek en verstandelijke beperking is de verwachting dat betrokkene blijvend is aangewezen op professionele begeleiding. Het verlof van betrokkene is opgebouwd naar onbegeleid regioverlof, begeleid door haar moeder. De komende periode zal dit verder worden opgebouwd. Ook zal de traumabehandeling worden afgerond en worden getracht betrokkene’s weerbaarheid te vergroten, haar meer grip te laten krijgen op haar emotieregulatie en ook een positiever en realistischer zelfbeeld/toekomstperspectief te ontwikkelen. Het traject van behandeling binnen het kader van de terbeschikkingstelling zal nog zeker meer dan twee jaren in beslag nemen. In de afgelopen jaren heeft betrokkene laten zien ook binnen de huidige beveiligde en gestructureerde omgeving tot ernstige incidenten te komen. Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt dan ook als hoog ingeschat. Geadviseerd wordt om de maatregel met twee jaar te verlengen.


Het standpunt en advies van drs. [D] , forensisch psychiater

Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een posttraumatische stressstoornis en verslavingsproblematiek en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een borderline persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking. De deskundige kan zich vinden in de diagnostische conclusies, risicoprognose, risicomanagement en behandeling/begeleiding van de kliniek. In tegenstelling tot voorgaande instellingen is de kliniek er binnen de huidige maatregel goed in geslaagd om betrokkene binnen haar mogelijkheden en beperkingen te stabiliseren. Indien de verpleging van overheidswege zou worden opgeheven en betrokkene geen behandeling/begeleiding meer krijgt, dan wordt de kans op herhaling van brandstichting als hoog ingeschat. Pas als betrokkene in staat is om haar neiging tot brandstichting goed te beheersen behoeft de terbeschikkingstelling niet meer verlengd te worden. Naar schatting zal dit nog wel enkele jaren duren. Geadviseerd wordt de maatregel te verlengen met twee jaren.


Het standpunt en advies van drs. [E] , GZ-psycholoog

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, in de zin van een posttraumatische stressstoornis met dissociatieve symptomen, een lichte stoornis in alcoholgebruik en een matige stoornis in cannabisgebruik. Er is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van lichte zwakzinnigheid en een borderline persoonlijkheidsstoornis. Zonder terbeschikkingstelling wordt het risico op brandstichting en agressie als hoog ingeschat. Er hebben in de afgelopen periode meerdere incidenten plaatsgevonden, alhoewel de frequentie, ernst en aard langzaamaan afneemt. Verwacht wordt dat betrokkene nog veel profijt kan hebben van haar huidige verblijf binnen de klinische behandelsetting. Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.


Het standpunt ter zitting van deskundige drs. [B]

De deskundige heeft te kennen gegeven dat betrokkene de afgelopen periode veel vooruitgang heeft geboekt. De moeder van betrokkene vormt daarin een positieve stimulans. Betrokkene is toe aan een volgende stap, echter is voor zowel door- als uitplaatsing sprake van wachtlijst. De afgelopen periode is er sprake geweest van een aantal incidenten, variërend van het uiten van intimiderend taalgebruik tot het aanvallen van een medepatiënt. Gelet op het recidivegevaar is verlenging van de terbeschikkingstelling noodzakelijk naar het oordeel van de kliniek.


Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft te kennen gegeven dat zij een moeilijke tijd achter de rug heeft, ondanks dat is zij gemotiveerd gebleven voor behandeling en heeft zij al de nodige therapieën afgesloten. Betrokkene wil graag vervolgstappen zetten in haar behandeling. Zij heeft veel spijt van de indexdelicten. Betrokkene zou graag zien dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk wordt beëindigd of dat de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd in haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Hoewel betrokkene inzet heeft getoond en stappen heeft gezet in haar behandeling, is niet te verwachten dat het recidiverisico binnen twee jaar dusdanig is verminderd dat het verantwoord is dat betrokkene kan terugkeren in de maatschappij. Bovendien zal verlenging met één jaar veel stress bij betrokkene opleveren, omdat in dat geval op korte termijn weer gerapporteerd zal moeten worden door de kliniek met het oog op de volgende verlenging.


Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de kliniek al geruime tijd bezig is met uitplaatsing. Dat het zo lang moet duren is niet in het belang van betrokkene. Bij verlenging met twee jaar is het voorzienbaar dat er een forse terugval zal zijn vanwege de teleurstelling die dit bij betrokkene oplevert. Verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar zal de gemoedstoestand en de inzet van betrokkene goed doen. Bovendien kan de rechtbank dan over een jaar monitoren hoe het met betrokkene gaat.


Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert dat de maatregel blijkens het vonnis van deze rechtbank van 25 juni 2013 is opgelegd ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en stelt derhalve vast dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is.


De rechtbank overweegt dat betrokkene onmiskenbaar een grote vooruitgang heeft geboekt, onder meer dankzij haar eigen inzet en de betrokkenheid van haar moeder. Het primaire doel van de terbeschikkingstelling is echter het beschermen van de samenleving. Uit voornoemde rapportages en het verhandelde ter zitting blijkt dat er sprake is van een hoog recidiverisico bij voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen een voortzetting van de terbeschikkingstelling vereisen.


Wat betreft de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling overweegt de rechtbank het volgende. Het uitgangspunt in de jurisprudentie is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd dient te worden met twee jaren. De rechtbank stelt vast dat, onder meer gelet op de uitgebrachte adviezen en hetgeen door de deskundige ter zitting naar voren is gebracht, het niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen.



De rechtbank begrijpt dat voor betrokkene een toetsing na een jaar een nabijer doel is dan een toetsing over twee jaar, maar deze enkele omstandigheid is onvoldoende om de maatregel over één jaar weer te toetsen. Bovendien zal verlenging met één jaar mogelijk onrealistische verwachtingen wekken bij betrokkene.


Gelet op de positieve voortgang van het traject en de wijze waarop de kliniek dit aanpakt, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat de kliniek zo voortvarend als mogelijk is te werk zal blijven gaan. Er is dus geen reden om over één jaar een toetsing van de maatregel te laten plaatsvinden om zodoende een vinger aan de pols te houden.


Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar dient te worden verlengd.


Deze beslissing berust op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.


BESLISSING


De rechtbank:


- verlengt de termijn gedurende welke [betrokkene] voornoemd ter beschikking is gesteld met twee jaar.



Aldus gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. R.C.J. Hamming en M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2017.


mrs. C.A. de Beaufort en M.J.A.L. Beljaars zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.