Rechtbank Midden-Nederland, 02-02-2017 / C16/420604/FO RK 16-141


ECLI:NL:RBMNE:2017:386

Inhoudsindicatie
Ontbreken artikel 23-verklaring Haags Adoptie Verdrag
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-02-02
Publicatiedatum
2017-02-16
Zaaknummer
C16/420604/FO RK 16-141
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5051
  • PFR-Updates.nl 2017-0052
Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht


locatie Utrecht


zaaknummer / rekestnummer: C16/420604/FO RK 16-141


(erkenning) adoptie


Beschikking van 2 februari 2017


in de zaak van


[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

hierna gezamenlijk te noemen verzoekers,

beiden wonende te [woonplaats],

echtelieden,

advocaat mr. D. van de Lockant-Geschiere.



1Verloop van de procedure

1.1.

Verzoekers hebben op 27 juli 2016 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot -onder meer- afgifte door de rechtbank van een verklaring voor recht, waarbij wordt vastgesteld dat aan de voorwaarden voor erkenning van een in het buitenland gegeven beslissing tot adoptie is voldaan.


1.2.

De rechtbank heeft nadien kennis genomen van het rapport van 2 november 2016

-bij de rechtbank binnengekomen op 11 november 2016- van de Raad voor de Kinderbescherming Regio Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de Raad).



2Vaststaande feiten

2.1.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 2 juli 2013 aan verzoekers toestemming verleend voor het opnemen van een eerste buitenlands kind ter adoptie.


2.2.

De minderjarige [minderjarige] is geboren op [2013] te [geboorteplaats], Kenia, uit een onbekende vader en moeder.


2.3.

Blijkens de overgelegde ‘Adoption Order’ van 30 oktober 2015 van de High Court of Kenya at Nairobi is naar Keniaans recht de adoptie uitgesproken van de minderjarige door verzoekers. Hierbij is de naam van de minderjarige gewijzigd in: [voornamen].


2.4.

De minderjarige wordt sinds april 2015 door verzoekers verzorgd en opgevoed.


2.5.

De minderjarige heeft met het doel van adoptie zijn geboorteland mogen verlaten.


2.6.

Verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit en wonen zowel ten tijde van de aanvang van de adoptieprocedure als nadien in Nederland. De minderjarige verbleef ten tijde van voornoemde adoptiebeslissing in Kenia.



3Beoordeling van het verzochte

Erkenning buitenlandse adoptiebeslissing 3.1.

De rechtbank dient (ambtshalve) de vraag te beantwoorden of in de onderhavige zaak sprake is van een buitenlandse adoptiebeslissing ingevolge het Haags Adoptie Verdrag 1993 (hierna: het Verdrag), welke adoptiebeslissingen ingevolge artikel 23 van het Verdrag van rechtswege worden erkend. Indien het Verdrag niet van toepassing is, moet worden beoordeeld – conform artikel 10:107 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – of sprake is van een voor erkenning vatbare buitenlandse adoptiebeslissing zoals bedoeld in de artikelen 10:108 en 10:109 BW.


3.2.

Voor de vraag of het Verdrag van toepassing is, moet worden beoordeeld of de adoptiebeslissing onder het materiële, het formele en het temporele toepassingsgebied van het Verdrag valt. Nu aan de vereisten neergelegd in artikel 2 van het Verdrag is voldaan, valt de adoptiebeslissing onder het materiële en formele toepassingsgebied. De rechtbank is gebleken dat het verzoek tot het verkrijgen van een beginseltoestemming voor verzoekers is ingediend op 6 december 2011. Op dat moment was het Verdrag voor zowel Nederland als Kenia in werking getreden, zodat het Verdrag ook temporeel gezien van toepassing is.


3.3.

Artikel 23 van het Verdrag bepaalt dat, indien de bevoegde autoriteit van de verdragsstaat waar de adoptie is uitgesproken, een schriftelijke verklaring afgeeft waarin wordt geconstateerd dat de adoptie in overeenstemming met het verdrag tot stand is gebracht, de adoptie in andere verdragsstaten van rechtswege wordt erkend.


3.4.

Verzoekers beschikken niet over een dergelijke verklaring. Zij hebben gesteld dat de Keniaanse regering in november 2014 heeft besloten deze verklaringen voor onbepaalde tijd niet meer te laten afgeven door de daartoe bevoegde Keniaanse autoriteiten.


3.5.

Uit de omstandigheid dat Kenia geen verklaring op grond van artikel 23 van het Verdrag heeft afgegeven, leidt de rechtbank af dat de adoptie in Kenia niet in overeenstemming met de Verdragsprocedure tot stand is gekomen. Er zou dan geen sprake zijn van een geldige adoptie. De rechtbank is niet gebleken van uitzonderlijke omstandigheden die tot het oordeel leiden dat niettemin sprake is van een geldige adoptie. De rechtbank acht de Keniaanse adoptiebeslissing daarom niet voor erkenning in Nederland vatbaar en zal het ter zake gedane verzoek afwijzen.



Adoptie naar Nederlands recht

3.6.

De rechtbank zal vervolgens het verzoek tot adoptie van de minderjarige door verzoekers naar Nederlands recht beoordelen.


3.7.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de biologische ouders van de minderjarige onbekend zijn, zodat aan het ontbreken van hun instemming voorbij kan worden gegaan.


3.8.

De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en het rapport van de Raad van 2 november 2016, dat er geen bezwaren bestaan tegen de verzochte adoptie van de minderjarige door verzoekers naar Nederlands recht. De adoptie wordt in het kennelijke belang van de minderjarige geacht en ook overigens is voldaan aan de voorwaarden welke zijn gesteld in de artikelen 1:227 en 1:228 BW. De rechtbank zal dit verzoek dan ook toewijzen.


Naam

3.9.

De rechtbank is van oordeel dat nu de Keniaanse adoptiebeslissing niet in Nederland wordt erkend, de in deze beslissing opgenomen wijziging van de voornamen van de minderjarige niet voor erkenning op grond van artikel 10:24 BW in aanmerking komt.

De rechtbank zal het verzoek tevens beschouwen als een verzoek om te bepalen dat de minderjarige de voornamen ‘[voornamen]’ zal dragen. Op dit verzoek zijn de artikelen 10:22 jo 10:20 BW, 1:5 BW en 1:4 BW van toepassing. Ongeacht of de minderjarige nog een andere nationaliteit heeft, meent de rechtbank dat -vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door de minderjarige- thans reeds op het verzoek tot voornaamswijziging kan worden beslist volgens Nederlands recht. Het verzoek tot wijziging van de voornamen van de minderjarige kan, gelet op het bepaalde in artikel 1:4 BW, als op de wet gegrond worden toegewezen.

Verzoekers hebben voorts verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam ‘[achternaam]’ zal dragen. Een beslissing hierover van de rechtbank kan gelet op artikel 1:5 lid 3 BW achterwege blijven.


Geboortegegevens

3.10.

Verzoekers hebben verzocht om de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen, aangezien er geen origineel geboortecertificaat van de minderjarige beschikbaar is. De rechtbank zal de geboortegegevens van de minderjarige, op grond van artikel 1:25c lid 1 en lid 3 BW, voor zoveel mogelijk vaststellen zoals hierna staat vermeld. De rechtbank gaat daarbij uit van het ‘Certificate of birth [nummer]’, de Adoption Order d.d. 30 oktober 2015 en het ‘report to declare a child free for adoption (..)’ d.d. 29 oktober 2014.



4Beslissing

De rechtbank:


4.1.

spreekt uit de adoptie naar Nederlands recht van de minderjarige van het mannelijk geslacht, genaamd:


[minderjarige] , geboren op [2013] te [geboorteplaats], Kenia,


door:


[de vrouw] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],


en


[de man] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],


en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;


4.2.

stelt als geboortegegevens van de minderjarige vast:


- voornamen : [voornamen]

- geslachtsnaam :

- plaats van geboorte : [geboorteplaats], Kenia

- datum van geboorte : [2013]

- geslacht : mannelijk


en gelast de inschrijving daarvan in het register van geboorten van de gemeente Den Haag;


4.3.

gelast de voornaamswijziging van de minderjarige in: [voornamen], zodat de minderjarige zal zijn geheten: [naam minderjarige];


4.4.

wijst af het meer of anders verzochte.



Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.G. de Beer, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van den Breemer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2017.