Rechtbank Midden-Nederland, 04-04-2017 / 16.659650.15


ECLI:NL:RBMNE:2017:3882

Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het aanwezig hebben van hennep, het in de uitoefening van een bedrijf op beroep telen van hennep en elektriciteitsdiefstal. Beroep op psychische overmacht verworpen.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-04-04
Publicatiedatum
2017-07-27
Zaaknummer
16.659650.15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad


Parketnummer: 16.659650-15 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 4 april 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] .


1HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting op

21 maart 2017. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Polat, advocaat te Haarlem.


De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie

mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.


2DE TENLASTELEGGING


De verdachte is ten laste gelegd dat:


1.


hij op of omstreeks 26 januari 2015 te Almere , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 gram, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;


2.


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2014

tot en met 26 januari 2015 te Almere , althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de

uitoefening van een bedrijf of beroep,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres] )

een (grote) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk

geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;


3.


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2014

tot en met 26 januari 2015 te Almere , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

(grote) hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Liander NV (vestiging [vestigingsplaats] ), in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door braak, verbreking en/of inklimming;


3DE VOORVRAGEN


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte – onder dwang – gelegenheid voor de hennepkwekerij heeft verschaft en de hennepplanten heeft verzorgd, wat onvoldoende is om van medeplegen te spreken.


Het oordeel van de rechtbank


Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Op de zolderdieping van de woning van verdachte, gelegen aan de [adres] TE [woonplaats] , werden op 26 januari 2016 twee gripzakjes aangetroffen met daarin in totaal 150 gram hennep. Verbalisant [verbalisant] constateerde dat het gezien de uiterlijke kenmerken, kleur, vorm en herkenbare geur om hennep ging. De test van de representatieve bemonstering gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep of THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj.


Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt verdachte vrijgesproken nu hiervoor in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden is.


Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde


Bewijsmiddelen

Op 26 januari 2015 wordt op de zolderverdieping van de woning van verdachte, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , een hennepkwekerij aangetroffen waarvan de planten recent waren geoogst. In de kweekruimte stonden vijf vuilniszakken met daarin resten van hennepplanten.


Bij onderzoek naar de stroomvoorziening na het aantreffen van de hennepkwekerij werd geconstateerd dat de stroom illegaal werd afgenomen.


Een fraudespecialist van netwerkbeheerder Liander heeft een onderzoek ingesteld naar de stroomvoorziening van de hennepkwekerij. Door de fraudespecialist werd geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en dat op de toevoerleiding voor de hoofdaansluitkast een illegale aansluiting was gemaakt. Hierdoor werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd.


Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de hennepkwekerij van december 2013 tot januari 2015 op de zolderverdieping van zijn woning heeft gezeten.


Bewijsoverwegingen

Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte degene geweest die de hennepkwekerij heeft ingericht en die de hennep in zijn woning heeft geteeld. Verdachte heeft geen achternaam of andere gegevens willen verstrekken waaruit de identiteit kan blijken van de twee mannen die in zijn woning hennep zouden hebben geteeld of de hennepkwekerij zouden hebben ingericht, zoals verdachte heeft verklaard. Zijn verklaring hierover is niet verifieerbaar. Verdachte heeft in het geheel niet aannemelijk kunnen maken dat niet hij, maar anderen verantwoordelijk zijn voor de hennepplantage in zijn woning.


Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de elektriciteit wederrechtelijk werd weggenomen ten behoeve van de hennepkwekerij van verdachte, waarbij de elektriciteit onder bereik is gebracht door verbreking. Ook hier geldt dat de verklaring van verdachte dat dit door anderen zou zijn gedaan niet op enige te verifiëren wijze is onderbouwd zodat de rechtbank hieraan voorbijgaat.


De rechtbank is van oordeel dat de hennepteelt heeft plaatsgevonden in de uitoefening van een beroep of bedrijf, gelet op de schaalgrootte van de teelt, de hoeveelheid planten en de professionele inrichting van de hennepkwekerij, gelet op onder meer de aanwezigheid van een transformator voor de luchtvoorziening en de aansluiting van de hotbox op de Cv-installatie van de woning.



De rechtbank acht zowel het onder 2 als onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde medeplegen wordt verdachte vrijgesproken nu hiervoor in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden is.


5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:


1.


hij op of omstreeks 26 januari 2015 te [woonplaats] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ;


2.


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2014

tot en met 26 januari 2015 te [woonplaats] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de

uitoefening van een bedrijf of beroep,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres] )

een (grote) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk

geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep ,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II ,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;


3.


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2014

tot en met 26 januari 2015 te [woonplaats] , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

(grote) hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Liander NV (vestiging [vestigingsplaats] ), in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/ het weg te nemen goed (eren) onder zijn /hun bereik

heeft /hebben gebracht door braak, verbreking en/of inklimming ;


Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.


6KWALIFICATIE


Het bewezene levert op:


Onder 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod


Onder 2:

In de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod


Onder 3:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking


7STRAFBAARHEID


De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd in een situatie van psychische overmacht. Hij heeft hiertoe aangevoerd – kort en zakelijk weergegeven – dat verdachte is bedreigd en onder druk is gezet de zolder van zijn woning ter beschikking te stellen voor hennepteelt. Er was sprake van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden en dat ook niet hoefde te zien.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van psychische overmacht.


De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, nu hij de gestelde op hem uitgeoefende druk van derden op geen enkele verifieerbare manier heeft onderbouwd en dat evenmin uit de in het dossier voorhanden zijnde stukken aannemelijk is geworden dat verdachte in een situatie is gekomen waarin sprake zou zijn van psychische overmacht.


De rechtbank is dan ook van oordeel dat het feit en verdachte strafbaar zijn, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.


8STRAFOPLEGGING


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met het tijdsverloop.


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd om bij een eventuele bewezenverklaring aan verdachte een taakstraf op te leggen.


Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en het op beroeps/bedrijfsmatige wijze telen van hennep in zijn woning. Softdrugs kunnen bij langdurig gebruik leiden tot schade voor de gezondheid en houden bovendien drugsgerelateerde criminaliteit in stand. Daarnaast heeft verdachte gebruik gemaakt van een illegale stroomvoorziening, hetgeen naast het duperen van de energieleverancier ook grote veiligheidsrisico’s met zich brengt. Deze risico’s zijn nog eens aanzienlijk vergroot, nu de illegale stroomvoorziening was aangebracht in een woonhuis, en waarbij het aanwezige brandgevaar ook nog eens grote risico met zich brengt voor de naastgelegen panden. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld in het eigen financieel belang.


De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).


Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het hem betreffende uittreksel justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld, zij het lange tijd geleden, en niet voor soortgelijke feiten.


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop sinds de bewezen verklaarde feiten. Er is niet gebleken van een duidelijke reden waarom deze niet-omvangrijke zaak niet eerder aan de rechtbank is voorgelegd dan thans is geschied.


Alles afwegende acht de rechtbank de volgende straf passend en geboden: een taakstraf voor de duur van 100 uren en – mede gelet op de financiële problemen waarin verdachte naar eigen zeggen verkeert – een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.


9TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 22c, 22d, 57, 91 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.


10BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;


Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert dit zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;


Strafoplegging

- legt aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 100 uren;


- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf, berekend naar de maatstaf van 1 dag hechtenis per 2 uren taakstraf;


- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand;


- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;


- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;


- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. K.G. van de Streek en M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2017.



1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2014353882, doorgenummerd tot en met pagina 125.
2 Pagina 8.
3 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 8.
4 Pagina 16.
5 Pagina 6 en 7.
6 Pagina 8.
7 Pagina 29.
8 Verklaring ter terechtzitting van 21 maart 2017.