Rechtbank Midden-Nederland, 17-10-2017 / 659574-16


ECLI:NL:RBMNE:2017:5254

Inhoudsindicatie
Vrijspraak van diefstal met (bedreiging met) geweld.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-17
Publicatiedatum
2017-11-17
Zaaknummer
659574-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad


Parketnummer: 16/659574-16 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 17 oktober 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1998] te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [woonplaats] [adres]

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 oktober 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen verdachte en mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


op 26 april 2016 te Blaricum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, op de [straatnaam] een jas van het merk Canada Goose, van [slachtoffer] , met geweld of bedreiging met geweld heeft gestolen, waarbij het geweld of de bedreiging met geweld bestond uit

  • - het toelopen en/of achterna lopen van [slachtoffer] ;
  • - het tonen van een pistool aan [slachtoffer] ;
  • - tegen [slachtoffer] zeggen: “Waar is je geld, geef je geld” en/of “Geef je jas” en/of “Als je nu die jas niet geeft, ga ik schieten”;
  • - het meermalen met het pistool slaan in het gezicht van [slachtoffer] ;
  • - het trekken aan de linkermouw van de jas van [slachtoffer] en het vervolgens uittrekken van die jas.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4VRIJSPRAAK


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde feit.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het ten laste gelegde. De rechtbank overweegt dat over het tijdstip waarop de diefstal van de jas zou hebben plaatsgevonden verschillend – met bijna twee uur tijdsverschil – is verklaard door aangever en de getuigen. Ook is door twee getuigen verklaard dat de daders zo’n vijf minuten na de diefstal op een scooter voorbijreden. Als dit juist is, klopt dit niet met de andere bevindingen in het dossier, die inhouden dat de daders direct na de diefstal in een klaarstaande auto zijn gestapt, korte tijd daarna door de politie zijn gesignaleerd en achtervolgd, waarna verdachte en zijn medeverdachten zijn aangehouden. Over de auto waarmee de daders zijn weggereden hebben de getuigen verklaard dat dit een kleine (zilver)grijze auto betrof, terwijl verdachte en zijn medeverdachten zijn aangehouden in een zwarte Renault Megane. Tijdens een fotoconfrontatie twijfelde aangever tussen de foto van verdachte en die van een andere persoon in de selectie en heeft getuige [getuige] verklaard dat de door hem bedoelde persoon zich niet in de selectie bevond. Ten slotte is van de jas van het merk Canada Goose, die is aangetroffen in de auto waarin de verdachten zijn aangehouden, niet onderzocht of dit daadwerkelijk de jas van aangever is.


Al met al is de rechtbank van oordeel dat het dossier teveel onduidelijkheden bevat en de mogelijkheid openlaat dat iemand anders dan verdachte de diefstal heeft gepleegd, zodat vrijspraak dient te volgen.

5BENADEELDE PARTIJ


[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 675,- bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.


5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheidverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.


5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.


5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

6BESLISSING


De rechtbank:


Vrijspraak

- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Benadeelde partij

  • - verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. K.G. van de Streek en A.A. Renken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2017.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


hij op of omstreeks 26 april 2016 in de gemeente Blaricum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op of aan de openbare weg de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een jas (merk: Canada Goose), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen in ieder geval éénmaal,

- naar die [slachtoffer] is/zijn toegelopen en/of die [slachtoffer] is/zijn achterna gelopen en/of

- die [slachtoffer] een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, heeft/hebben getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben vastgehouden, en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:

* "Waar is je geld, geef je geld." en/of

* "Geef je jas." en/of

* "Als je nu die jas niet geeft, ga ik schieten." en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met dat pistool, in ieder geval met dat soortgelijke voorwerp, (meermalen) in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- aan de linkermouw van de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of (vervolgens de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben uitgetrokken).