Rechtbank Midden-Nederland, 27-10-2017 / C/16/442373 / KG ZA 17-518


ECLI:NL:RBMNE:2017:5510

Inhoudsindicatie
Het met winstoogrmerk verstrekken van een unieke hyperlink die (indirect) naar illegale content leidt, vormt een auteursrechtinbreuk
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-27
Publicatiedatum
2017-11-15
Zaaknummer
C/16/442373 / KG ZA 17-518
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer


locatie Utrecht


zaaknummer / rolnummer: C/16/442373 / KG ZA 17-518


Vonnis in kort geding van 27 oktober 2017


in de zaak van


de stichting

STICHTING BREIN,

gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Hoofddorp,

eiseres,

advocaten mrs. D.J.G. Visser en P. de Leeuwe te Amsterdam,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOVIESTREAMER INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Leusden,

gedaagde,

advocaat mr. M.F.H. van Delft te Leusden.



Partijen zullen hierna BREIN en Moviestreamer genoemd worden.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding van 2 augustus 2017 met producties, genummerd 1 tot en met 13,
  • - de bij brief van 3 oktober 2017 ingediende producties, genummerd 14 tot en met 17, van de zijde van BREIN,
  • - de bij faxbericht van 9 oktober 2017 ingediende productie, genummerd 18, van de zijde van BREIN;
  • - de bij brief van 10 oktober 2017 ingediende producties, genummerd 1 tot en met 3, van de zijde van Moviestreamer;
  • - de mondelinge behandeling gehouden op 13 oktober 2017,
  • - de pleitnota van de zijde van BREIN,
  • - de pleitnota van de zijde van Moviestreamer.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2De feiten

2.1.

BREIN heeft volgens haar statuten als doel de collectieve bestrijding van auteursrechtinbreuken. De Nederlandse en internationale (leden van de) aangeslotenen van BREIN betreffen makers en uitvoerende kunstenaars enerzijds en producenten, uitgevers en distributeurs anderzijds. De werkterreinen zijn muziek, film en tv, boeken, beeld en games.


2.2.

BREIN is bevoegd onderhavige vorderingen in te stellen namens de bij haar aangeslotenen en hun leden, de rechthebbenden.

2.3.

Moviestreamer is een onderneming die door het aanbieden van verkorte hyperlinks de klant tegen betaling toegang biedt tot een online aanbod van IPTV-abonnementen. Zij maakt hiervoor gebruik van de door haar beheerde website www.moviestreamer.nl. Op deze website maakt zij reclame voor onder meer IPTV-abonnementen met onder andere de volgende tekst:

“Waar wacht je nog op? Start vandaag!

Knip je TV kabel maar door, trek die schotel van het dak! IPTV = Televisie kijken via Internet, TV kijken 2.0 Meer dan een Internet verbinding heb je niet nodig!

Kijk op Tablet, smartphone, pc/laptop, SmartTV of IPTV box.

Waar ook ter wereld genieten van je eigen favorieten TV zenders.

Bespaar jezelf direct ruim DUIZEND EURO per jaar!”


2.4.

Moviestreamer biedt ook tegen een eenmalige betaling van € 79,- Easy Use Interface 2.0 aan. Dit betreft een softwareprogramma. Moviestreamer omschrijft dit systeem als ‘Een volledig geautomatiseerd systeem waar u zelf helemaal niets meer voor hoeft te installeren en/of te onderhouden, …” en ‘Het verschil met de Easy Use Interface 2.0 ten opzichte van concurrenten; (…) * Altijd up to date voorzien van de allerlaatste (werkende) add-ons (…)’ en ‘Voordelen van onbeperkt Premium (live) IPTV: (…) *Kijk overal: (…) in het buitenland * Internationaal te gebruiken zonder kabel of schotel (…).


2.5.

Uit het proces-verbaal van constatering van 14 september 2017 blijkt dat een gerechtsdeurwaarder op verzoek van BREIN een IPTV-abonnement heeft aangeschaft door gebruik te maken van de hyperlink die aangeboden wordt op de website van Moviestreamer. De deurwaarder heeft de gang van zaken als volgt, verkort weergegeven, beschreven. Na de bestelling van een abonnement heeft de gerechtsdeurwaarder vier e-mailberichten ontvangen: 1) orderbevestiging, 2) betaling, 3) downloads (handleidingen) en 4) status bestelling. De e-mailberichten zijn afkomstig van moviestreamer.nl met het e-mailadres [emailadres] . In het vierde e-mailbericht is een unieke (url) hyperlink meegezonden ( [hyperlink] ). Nadat op die hyperlink is geklikt, wordt direct een bestand met de naam [bestandsnaam] opgeslagen op de desbetreffende computer. Door het bestand op te slaan en te openen verschijnt een grote lijst met hyperlinks. Door het bestand te openen met VLC Media Player is nagenoeg iedere weergegeven tv/radio-zender, film en TV-serie kostenloos te openen en te bekijken.


2.6.

Ook een medewerker van BREIN zelf heeft een bestelling geplaatst bij Moviestreamer betreffende een ‘VIP Europa IPTV MAAND’. Na betaling (via Stichting Molly Payments) van het bedrag van € 20,00 en nadat akkoord is gegaan met de algemene voorwaarden van Moviestreamer International, is naar het opgegeven e-mailadres een opdrachtbevestiging, betalingsbewijs en de handleiding verzonden. Vervolgens is een


e-mailbericht met een unieke hyperlink ( [hyperlink] ) ontvangen. Nadat BREIN deze url in de browser had ingevoerd, is aansluitend een .m3u-bestand ( [bestandsnaam] ) gedownload of geopend. Het .m3u bestand bevat diverse (ongeveer 4989) hyperlinks naar streams, waaronder Nederlandse tv-zenders of betaalkanalen, films en andere hyperlinks.


3Het geschil


3.1.

BREIN vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

1. Moviestreamer te bevelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder met winstoogmerk aanbieden van hyperlinks of andere technische verwijzingen, al dan niet in de vorm van zogenaamde IPTV-abonnementen of (vooraf geïnstalleerde of te installeren) softwarepakketten, al dan niet via de website, die gebruikers toegang bieden tot illegale (live)streams of ander illegaal aanbod van beschermde werken, uitvoeringen, vastleggingen en uitzendingen,

2. Moviestreamer te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom, voor het geval zij niet aan het onder 1 omschreven bevel voldoet,

3. Moviestreamer te veroordelen in de volledige kosten van dit geding ex. artikel 1019h Rv.


3.2.

Moviestreamer voert verweer.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

BREIN legt primair aan haar vordering ten grondslag dat Moviestreamer jegens haar (aangeslotenen) auteursrechtinbreuk pleegt doordat zij illegale IPTV-abonnementen en Easy Use Interfaces aanbiedt, althans dat Moviestreamer klanten door het verschaffen van een unieke hyperlink toegang biedt tot ongeautoriseerde kopieën van films, tv-series en (livestreams van) televisiekanalen, te bekijken via internet of televisie. Moviestreamer doet een aanbod, ontvangt betalingen en levert informatie die nodig is om van het abonnement gebruik te kunnen maken. BREIN stelt daarom dat het handelen van Moviestreamer moet worden aangemerkt als openbaarmaking in de zin van de Auteurswet (hierna te noemen: Aw) en de Wet op de naburige rechten (hierna te noemen: WNR). BREIN verwijst hiertoe naar drie (recente) arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna te noemen: HvJ-EU) waaruit blijkt dat het met winstoogmerk hyperlinken naar illegale bronnen, het ‘streamen uit illegale bron’ alsmede het met winstoogmerk faciliteren daarvan een primaire auteursrechtinbreuk oplevert. Daarmee levert volgens BREIN het aanbieden van hyperlinks en andere verwijzingen naar illegale bronnen, bijvoorbeeld in de vorm van IPTV-abonnementen, een auteursrechtinbreuk op en vormt dit eveneens een inbreuk op de naburige rechten van omroeporganisaties. BREIN stelt dat het materiaal dat door middel van de IPTV-abonnementen toegankelijk wordt gemaakt, niet met toestemming van de rechthebbenden op het internet is geplaatst. Dat betekent volgens BREIN dat Moviestreamer een handeling verricht waarbij zij haar klanten weloverwogen en desbewust toegang biedt tot beschermde werken. Er is daarmee sprake van een handeling bestaande uit een mededeling welke is gericht aan een onbepaald publiek van internetgebruikers en bovendien een nieuw publiek nu geen sprake is van enige toestemming voor de openbaarmaking. Weliswaar kan volgens BREIN een goed geïnformeerde klant zelf het aanbod op internet


vinden, maar het aanbieden van de unieke url en daarmee het verschaffen van gebruiksgemak is een eigen verantwoordelijkheid van Moviestreamer en valt daarom te kwalificeren als een zelfstandige inbreuk, indachtig het hiervoor genoemde criterium van het HvJ-EU. Subsidiair voert BREIN aan dat Moviestreamer handelt in strijd met artikel 26d Aw, dan wel dat zij onrechtmatig handelt.


4.2.

Moviestreamer voert daartegen, samengevat, het volgende verweer. Moviestreamer voert aan dat zij haar klant slechts een referral (hyperlink, verkorte url) verstrekt. Dat betekent volgens Moviestreamer dat zij slechts een rol heeft als bemiddelaar bij het tot bijeenbrengen van vraag en aanbod inzake IPTV-abonnementen. Moviestreamer levert zelf niet het product IPTV. Er ontstaat een rechtstreekse contractuele relatie tussen de afnemer (haar klant) en de aanbieder van de content (provider). Moviestreamer is dus niet de contractant of leverancier. Op verzoek van de gebruiker (de klant) dient Moviestreamer een aanvraag in bij een provider om toegang te verkrijgen tot content, die voorshands niet altijd als illegaal kan worden gekwalificeerd. De provider stuurt een (niet gepersonaliseerde, maar wel unieke) hyperlink (url) terug aan Moviestreamer. De dienst die Moviestreamer levert, is het verkorten van de verstrekte url door gebruik te maken van open source software (bit.do). Dit in verband met de bruikbaarheid en beheersbaarheid door de gebruiker, dus het gebruiksgemak. Moviestreamer bemiddelt slechts en stelt geen toegang te hebben tot de auteursrechtelijk beschermde content. De gebruiker moet de hyperlink zelf activeren voordat hij daadwerkelijk toegang verkrijgt tot de content. De klant ontsluit dus zelf. Moviestreamer stelt dat geen sprake is van een door haar gedane mededeling aan het publiek en daarom door haar geen inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten. Een mogelijk winstoogmerk is daarom niet relevant. De marge tussen de door Moviestreamer gemaakte inkoopkosten van de credits waarmee zij de hyperlink van de aanbieder ontvangt en het bedrag dat door de gebruiker aan Moviestreamer voor het leveren van de dienst (de verkorte hyperlink en bemiddeling) wordt betaald, is de opbrengst voor Moviestreamer voor haar rol als bemiddelaar. Tot slot voert Moviestreamer aan dat zij niet te kwalificeren is als inbreukmakende tussenpersoon, noch verricht zij een onrechtmatige daad.


(Spoedeisend) belang

4.3.

Allereerst is de vraag aan de orde of BREIN, zoals zij stelt, een (spoedeisend) belang heeft bij het instellen van haar vorderingen in deze kortgedingprocedure. Moviestreamer betwist dat BREIN een dergelijk belang heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de stelling van BREIN, inhoudende dat Moviestreamer door haar handelingen vanaf 26 april jl. een voortdurende inbreuk op auteursrechten maakt en onrechtmatig handelt, in het kader van de beantwoording van deze vraag voldoende is onderbouwd. Daarmee is het (spoedeisend) belang gegeven. Het verweer van Moviestreamer dat voordat BREIN haar vorderingen in deze procedure heeft ingesteld meer dan twee jaar heeft laten verstrijken na een eerder gevoerd kort geding met een deels vergelijkbaar feitencomplex, doet daar niet aan af. Een groot deel van het desbetreffende tijdsverloop is immers te verklaren uit het feit dat in die periode (anders dan nu) nog niet voldoende gerechtelijk was uitgemaakt wat rechtens is in kwesties als de onderhavige. Ook faalt het verweer dat Moviestreamer een marginale speler op de markt is en BREIN zich volgens Moviestreamer rechtstreeks tot de provider moet wenden. Ook als van die marginaliteit moet worden uitgegaan (BREIN heeft dat bestreden), dan nog doet dat aan het spoedeisend belang van BREIN niet af. BREIN kan daarom worden ontvangen in haar vorderingen.




Inbreuk auteursrechten en naburige rechten?

4.4.

De kernvraag die in deze kortgedingprocedure aan de orde is, luidt of Moviestreamer door het aanbieden van de verkorte unieke hyperlink (url) inbreuk maakt op het auteursrecht en de naburige rechten van de aangeslotenen van BREIN. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de bodemrechter in een bodemprocedure zal oordelen dat dat het geval is en wijst de vorderingen daarom toe zoals in het dictum is weergegeven. De voorzieningenrechter zet in de navolgende overwegingen uiteen waarom hij tot dit oordeel is gekomen.


4.5.

Volgens artikel 3 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29 (hierna te noemen: Arl) is om tot een zodanig oordeel te kunnen komen, bepalend het antwoord op de vraag of sprake is van een ‘mededeling aan het publiek’. Dit artikel luidt: “De lidstaten voorzien ten behoeve van auteurs in het uitsluitend recht, de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, toe te staan of te verbieden.” In het kader van de harmonisatie van deze richtlijn is in de Nederlandse wetgeving (Aw en WNR) het begrip ‘openbaarmaking’ opgenomen.


4.6.

Volgens het HvJ-EU is het begrip ‘mededeling aan het publiek’ niet in de Arl gepreciseerd. Dat betekent dat in het kader van de uitleg van dit begrip ‘met de betekenis en de draagwijdte ervan rekening moet worden gehouden met de door de richtlijn nagestreefde doelstellingen en met de context van de uit te leggen bepaling’. De belangrijkste doelstelling van de Arl is het verwezenlijken van een hoog beschermingsniveau voor auteurs. Aan het begrip ‘mededeling aan het publiek’ moet gelet daarop, aldus het HvJ-EU, een ruime betekenis worden gegeven.


4.7.

Het HvJ-EU heeft geoordeeld dat het begrip ‘mededeling aan het publiek’ uit twee cumulatieve elementen bestaat. Ten eerste ‘een handeling bestaande in een mededeling’ van een werk en ten tweede de mededeling daarvan aan een ‘publiek’. De toetsing van het begrip vindt plaats door middel van een geïndividualiseerde beoordeling. Het HvJ-EU heeft in dat kader criteria benoemd die individueel en in onderling verband moeten worden getoetst.

- Het eerste criterium betreft de centrale rol van de gebruiker en het weloverwogen karakter van de interventie. Er is sprake van een handeling wanneer de gebruiker met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot beschermd werk, met name daar waar deze klanten zonder een dergelijke interventie in beginsel geen toegang zouden hebben tot het verspreide werk.

- Het tweede criterium ziet op het begrip ‘publiek’. Dit begrip wordt gepreciseerd als een onbepaald aantal potentiële ontvangers. Dit impliceert een vrij groot aantal personen. Het beschermde werk moet worden medegedeeld volgens een specifieke technische werkwijze. Deze werkwijze moet verschillen van eerdere werkwijzen of gericht zijn aan een nieuw publiek.

- Het derde criterium betreft de vraag of de gebruiker met de ‘mededeling aan het publiek’ een winstoogmerk had.


4.8.

Vaststaat dat de door Moviestreamer aangeboden verkorte unieke hyperlink toegang geeft tot een .m3u bestand. Dit bestand geeft toegang tot andere hyperlinks. Met die andere hyperlinks kunnen klanten vervolgens de content van de desbetreffende sites openen en bekijken. Vaststaat ook dat Moviestreamer betaalt voor de aanschaf van credits. Met deze


credits koopt Moviestreamer op internet (‘lange’) hyperlinks (zoveel als zij klanten heeft) van een aanbieder, de provider. Moviestreamer maakt van deze lange hyperlinks door middel van vrij verkrijgbare software verkorte hyperlinks en biedt deze aan de klanten aan die zij op internet door middel van haar website heeft geworven. Een ieder kan – ook zonder dat zij beschikt over een hyperlink van Moviestreamer – zichzelf toegang verschaffen tot de content waarnaar Moviestreamer verwijst. Moviestreamer maakt het de consument in haar visie slechts wat makkelijker (de consument hoeft niet te zoeken en heeft geen lange hyperlink) en biedt in die zin een dienst aan. Dat betekent volgens Moviestreamer dat zij geen informatie verspreidt welke informatie niet al bekend c.q. openbaar gemaakt is.


4.9.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de bodemrechter in de bodemprocedure zal oordelen dat het verstrekken door Moviestreamer van een unieke hyperlink aan klanten die leidt naar beschermde werken een ‘mededeling aan het publiek’ is. Daartoe is allereerst redengevend dat voldoende is komen vast te staan dat de content die kan worden ontsloten met de door Moviestreamer aan haar klanten doorgegeven hyperlink, op de desbetreffende website(s) aanwezig is zonder toestemming van de rechthebbenden. BREIN heeft dat immers gemotiveerd gesteld en daarbij gewezen op overgelegde verklaringen van omroeporganisaties waaruit blijkt dat geen toestemming is verleend voor de desbetreffende openbaarmaking, in Nederland noch in het buitenland. Ook heeft zij gewezen op het feit dat de bedoelde content livestreams van televisiezenders en recentelijk uitgebrachte films omvat. Moviestreamer heeft dit niet weersproken, nu zij op de stellingen van BREIN slechts heeft gereageerd door te zeggen dat zij niet weet of de content illegaal op de desbetreffende website(s) aanwezig is.


4.10.

Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat in dit geding voldoende is komen vast te staan dat Moviestreamer van het genoemde illegale karakter weet of behoort te weten. Dat vloeit reeds voort uit het feit dat zij daarop - voorafgaand aan dit geding - door BREIN is gewezen. Maar er bestaat ook voldoende grond voor het oordeel dat al eerder aan dit criterium was voldaan. Daartoe is van belang de omstandigheid dat Moviestreamer credits koopt van een provider op een website en onduidelijk is gebleven (nu Moviestreamer daarop desgevraagd ter zitting geen antwoord heeft gegeven), op welke website de credits worden aangeschaft, wie achter de website zit en/of waar deze gevestigd is. Ook telt hier dat Moviestreamer kennelijk naar die kwesties geen onderzoek heeft ingesteld. Dat mocht temeer van haar worden verlangd, nu Moviestreamer niet heeft weersproken dat zij wist wat de inhoudelijke aard van de te ontsluiten content was, hetgeen aansluit bij het feit dat die aard zelf door Moviestreamer op haar website is omschreven. Daarop staat immers een lijst met de diverse te bekijken zenders en de vermelding dat gebruik van het aanbod van Moviestreamer tevens gratis gebruik omvat van een groot Video on Demand aanbod oftewel - elders op die website – van ‘een mooie grote collectie HD films met Nederlandse ondertiteling of zelfs Nederlands geproken’.


4.11.

Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verstrekking door Moviestreamer van de bewerkte hyperlinks aan haar klanten heeft te gelden als een mededelingshandeling in de onder 4.7 genoemde zin. Voldoende vast staat namelijk dat Moviestreamer met volledige kennis van de gevolgen van haar handelwijze intervenieert om haar klanten toegang te verlenen tot beschermd werk en dat die toegang voor die klanten, wanneer Moviestreamer niet haar in geding zijnde diensten zou verlenen, slechts met moeite kan worden verkregen. BREIN heeft ten aanzien van de vindbaarheid van de (lange) hyperlink (anders gezegd: de vindbaarheid van het internetadres waar die hyperlink kan worden verkregen) gesteld dat die vindbaarheid beperkt is, omdat slechts internetgebruikers


die goed geïnformeerd zijn dat adres zelf kunnen vinden. Dat heeft Moviestreamer niet gemotiveerd weersproken. Haar enkele stelling dat dat adres vindbaar is, zegt immers niets over de inspanningen die daarvoor geleverd moeten worden.


4.12.

Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door Moviestreamer gedane mededelingen worden gedaan aan een publiek, in de onder 4.7 genoemde zin. Het gaat daarbij immers om een onbepaald aantal potentiële ontvangers die van de beschermde werken, op de aan het handelen van Moviestreamer eigen technische werkwijze, kennis kunnen nemen en een nieuw publiek vormen, nu deze ontvangers door de rechthebbenden niet in aanmerking zijn genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling van hun werk aan het publiek.


4.13.

Ten slotte is de voorzieningenrechter van oordeel dat Moviestreamer haar diensten verleent met het hier onder 4.7 omschreven winstoogmerk. Immers, de unieke (bewerkte) hyperlink wordt tegen betaling geleverd. Dat geldt ook voor de Easy Use Interface 2.0. De klanten van Moviestreamer betalen uitsluitend aan haar en zij betaalt harerzijds een (lager) bedrag aan de provider. Het verschil tussen de ontvangsten van haar klanten en de afdrachten aan de provider vormt, aldus Moviestreamer, de marge die zij aan haar handelen overhoudt. Dat kan bezwaarlijk anders worden aangemerkt dan als een handelen met winstoogmerk.


4.14.

Al het voorgaande, in onderling verband gezien en gewogen, leidt tot het oordeel dat sprake is van een ongeoorloofde openbaarmaking/beschikbaarstelling in de zin van de Aw en de WNR.


4.15.

De overige stellingen van Moviestreamer, waaronder de stelling dat zij niet zelf illegale content aanbiedt en ook geen database met illegale content onderhoudt, doen aan de uitkomst van de voormelde toets niet af en kunnen daarom onbesproken blijven.


4.16.

Nu voorgaande overwegingen leiden tot toewijzing van de vordering behoeven de overige aangevoerde gronden (artikel 26d Aw en onrechtmatig handelen) geen nadere bespreking.


4.17.

Een belangenafweging maakt het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. Moviestreamer benadrukt dat in het geval een verbod wordt opgelegd, zij geen inkomsten genereert. Dat komt echter gelet op de inbreukmakende aard van haar handelen voor rekening en risico van Moviestreamer.


4.18.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als volgt.


4.19.

De voorzieningenrechter zal ambtshalve de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepalen op zes maanden na de datum van dit vonnis.


4.20.

BREIN vordert op de voet van artikel 1019h Rv veroordeling van Moviestreamer in de volledige proceskosten, welke kosten voor wat betreft de advocaatkosten volgens de door haar overgelegde specificatie € 17.020,58 bedragen. Nu deze procedure ziet op de handhaving en bescherming van intellectuele eigendomsrechten is artikel 1019h Rv van toepassing. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde


partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Moviestreamer heeft ondanks sommaties van de zijde van BREIN niet voldaan aan het staken van de inbreukmakende handelingen. Daarom is BREIN naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid tot dagvaarden overgegaan. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten gaat de voorzieningenrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken. In dit geval neemt de voorzieningenrechter als uitgangspunt het (maximum) tarief behorend bij een gemiddeld kort geding, te weten

€ 15.000,00, vanwege de moeilijkheidsgraad van de te beantwoorden rechtsvragen en nu Moviestreamer inhoudelijk verweer heeft gevoerd. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de volledige kosten, nu deze slechts in beperkte mate boven het voornoemde tarief uitkomen, toewijsbaar zijn gelet op de inhoud van de zaak en de werkzaamheden die daarmee gepaard kunnen gaan. Aan het verweer van Moviestreamer dat het proceskostenoverzicht niet inzichtelijk is, gaat de voorzieningenrechter voorbij nu een voldoende deugdelijke specificatie is overgelegd. Moviestreamer heeft gesteld dat BREIN geen aanspraak kan maken op de btw over haar proceskosten. Naar de voorzieningenrechter verstaat heeft BREIN als uitgangspunt gekozen de vergoeding van haar proceskosten zonder btw, nu de bedragen zonder btw die in de door haar overgelegde specificatie zijn genoemd, indien bij elkaar opgeteld, nagenoeg het gevorderde bedrag belopen. Er bestaat slechts een verschil ten aanzien van de nota over augustus 2017, waarvan BREIN kennelijk per abuis ook de btw heeft meeberekend. Dit betreft een bedrag van € 191,44, zodat dat bedrag van de kostenberekening van BREIN moet worden afgetrokken. De te vergoeden salariskosten belopen daarom (€ 17.020,58 minus € 191,44 =) € 16.829,14.


4.21.

Moviestreamer zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BREIN worden begroot op:

- dagvaarding € 80,42

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 16.829,14

Totaal € 17.527,56.



5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

beveelt Moviestreamer binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder met winstoogmerk aanbieden van hyperlinks of andere technische verwijzingen, al dan niet in de vorm van (een verwijzing naar) IPTV-abonnementen of (vooraf geïnstalleerde of te installeren) softwarepakketten zoals Easy Use Interface 2.0, al dan niet via een website, die gebruikers toegang bieden tot illegale (live)streams of ander illegaal aanbod van beschermde werken, uitvoeringen, vastleggingen en uitzendingen,


5.2.

veroordeelt Moviestreamer om aan BREIN een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan het in 5.1. gegeven bevel voldoet, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt,


5.3.

veroordeelt Moviestreamer in de proceskosten, aan de zijde van BREIN tot op heden begroot op € 17.527,56,




5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis,


5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen in aanwezigheid van mr. I.L. Leijten-Puister, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.