Rechtbank Midden-Nederland, 12-12-2017 / 07.022546.98


ECLI:NL:RBMNE:2017:6142

Inhoudsindicatie
Verlenging terbeschikkingstelling met 1 jaar, onder meer gezien het recidiverisico. Wijziging voorwaarden. In het belang van verdere resocialisatie wordt het betrokkene wordt toegestaan (onder voorwaarden) verloven te praktiseren in Duitsland.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-12
Publicatiedatum
2017-12-20
Zaaknummer
07.022546.98
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad


Parketnummer: 07.022546-98

Uitspraak: 12 december 2017


Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:


[betrokkene] ,

geboren op [1974] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

nader te noemen: betrokkene,


ter beschikking is gesteld.


Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 mei 2000 ter beschikking gesteld onder voorwaarden. Bij beslissing van 17 mei 2001 werd deze terbeschikkingstelling omgezet in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 11 november 2001. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2017. Daarbij werd de beslissing van deze rechtbank van 14 november 2016 – tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege – bevestigd, met wijziging van de voorwaarden. Zonder nadere voorziening eindigt de terbeschikkingstelling (waarvan de verpleging van overheidswege per 17 maart 2017 voorwaardelijk is beëindigd) op 11 november 2017.


Door het openbaar ministerie is een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar.


Ter terechtzitting van 6 november 2017 is het onderzoek geschorst, in verband met het opstellen van een reclasseringsrapport waarin moet worden gerapporteerd wat de praktische invulling van de resocialisatie zal zijn, gericht op een eventueel verblijf van betrokkene in Duitsland en hoe het toezicht in dat geval zal worden vormgegeven, eventueel en voor zover nodig en mogelijk, met inschakeling van een organisatie in Duitsland.


Betrokkene, bijgestaan door mr. S. Marjanovic, advocaat te ‘s-Gravenhage, en de officier van justitie, mr. P.E.F. Poppe, zijn op 6 november 2017 en op 5 december 2017 ter zitting in het openbaar gehoord. Tevens is op beide data als deskundige gehoord mevrouw [A] , reclasseringsmedewerker van GGZ Reclassering [naam instelling 1] .


De rechtbank heeft kennis genomen van:

  • - een verlengingsadvies van 28 augustus 2017, opgesteld door [B] , rapporteur, [C] , namens [overlegorgaan] en [D] , leidinggevende van reclassering [naam instelling 1] ;
  • - een advies van GGZ Reclassering [naam instelling 1] van 23 november 2017, opgesteld door
  • - [A] en [E] , reclasseringswerkers;
  • - een Pro Justitia rapportage van 12 juli 2017, opgesteld door J.C. Zwemstra, forensisch psychiater;
  • - de voortgangsverslagen van betrokkene van 3 juli 2017 en 17 september 2017;
  • - de overige stukken van het de betrokkene betreffende dossier.

OVERWEGINGEN


De vordering is op 6 oktober 2017 ter griffie ingediend en derhalve tijdig.


De rechtbank dient thans op grond van het bepaalde in artikel 38d en 38j van het Wetboek van Strafrecht te beslissen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.


Het standpunt en advies van de reclassering

Betrokkene houdt zich aan de voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. In het afgelopen jaar hebben zich meerdere spanningsverhogende situaties voorgedaan, waarbij betrokkene in gesprek gaat en zijn behandelaar en de reclassering op de hoogte houdt. Er is gestart met het afbouwen van het laatste restant libidoremmende medicatie. Tot op heden is hierdoor nog geen ontregeling van betrokkene waargenomen. In Nederland heeft betrokkene de stappen gemaakt die van hem worden verwacht in de fase van voorwaardelijke beëindiging. Dit maakt dat de reclassering de kans op herhaling als laag inschat. Betrokkene wenst uit te stromen naar Hannover, waar zijn vrouw en haar familie wonen. Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, mits de voorwaarde om naar het buitenland te mogen gaan wordt aangepast, met als doel het resocialisatietraject in Hannover vorm te gaan geven en toe te werken naar het beëindigen van de terbeschikkingstelling. De reclassering is zich ervan bewust dat er in het buitenland minder mogelijkheden tot begrenzing zijn. Betrokkene komt zijn afspraken echter goed na en de reclassering heeft goed contact met de vrouw van betrokkene. Op dit moment heeft betrokkene eens per drie weken een gesprek met de reclassering. Dit zal worden afgebouwd naar eens per vier weken. Ook wanneer betrokkene in Duitsland mag verblijven worden deze contactmomenten voortgezet. Tevens kan betrokkene de geïndiceerde behandeling van een keer per maand voortzetten bij [naam instelling 2] . Indien noodzakelijk kan de contactfrequentie worden verhoogd. Aangezien betrokkene te kennen heeft gegeven zich pas in Duitsland te willen vestigen na beëindiging van de terbeschikkingstelling, zou van overdracht van het reclasseringstoezicht geen sprake zijn. Daarom is er geen contact gezocht met een reclasseringsinstelling in Duitsland. De reclassering zou graag zien dat betrokkene verloven kan praktiseren in het kader van het bezoeken van zijn schoonfamilie, het uitbreiden van zijn netwerk en het onderzoeken van werk- en woonmogelijkheden, zonder dat dat op basis van een gedetailleerd verlofschema gebeurt.


Het standpunt en advies van forensisch psychiater J.C. Zwemstra

Hoewel een zekere mate van opportunisme, handige vermijding en relatief ponerend gedrag, zeker in afwezigheid van zijn echtgenote, betrokkene altijd wel zal blijven kenmerken, lijkt er ten aanzien van zijn persoonlijkheidsstoornis een aanmerkelijke vermildering te hebben plaatsgevonden. Mogelijk rechtvaardigt dit op termijn relativering van de classificatie, maar vooralsnog handhaaft de deskundige de classificatie antisociale persoonlijkheidsstoornis, ook vanwege het levenslange patroon. Ook de recente periode met veel meer bewegingsvrijheid voor betrokkene is gekenmerkt door een stabiele relatie/huwelijk met een stevige en adequaat aandoende partner en schoonfamilie en reële toekomstwensen/ plannen met een reëel aandoende fasering daarvan. Bij voortzetting van de huidige relatie en voldoende verdere inbedding in het netwerk in Utrecht en/of Hannover is het recidiverisico laag. Bij het wegvallen van dit huwelijk en alles wat daarmee samenhangt zullen de risico’s op recidive van seksueel delictgedrag oplopen naar matig. Uit de risicotaxatie met een SVR-20, een instrument specifiek gericht op seksuele recidive, komt een laaggemiddeld recidiverisico naar voren. Deze beide risico-inschattingen combinerend is de conclusie dat in de context van een geleidelijk verder uitgebreide resocialisatie (bijvoorbeeld het uitbouwen van het netwerk en de daginvulling in Hannover), zolang de relatie en het daarmee samenhangende familienetwerk in stand blijft, er sprake is van lage recidiverisico’s. De intentie moet zijn om in het komende jaar te komen tot definitieve beëindiging van de terbeschikkingstelling. De deskundige heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, met de ruimte om zich ook in Hannover te bewegen om daar de basis te leggen voor een stabiel bestaan.


Het standpunt ter zitting van deskundige [A]

De deskundige heeft, in aanvulling op het advies, te kennen gegeven dat het de intentie is dat het bezoek van betrokkene aan Duitsland wordt uitgebouwd. Indien dat op basis is van een vastomlijnd verlofschema, zou dat beklemmend kunnen werken. Flexibiliteit is in het belang van de resocialisatie van betrokkene. Hoewel die mogelijkheden er wel zijn, ziet de reclassering geen noodzaak tot overdracht van het reclasseringstoezicht naar een Duitse reclasseringsinstelling.


Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat het goed met hem gaat, dat hij geen medicatie meer gebruikt en dat hij veel steun ondervindt van zijn vrouw en schoonfamilie. Zijn intentie is om zich in het komende jaar voor te bereiden op definitieve vestiging in Duitsland, wat na onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde zal komen. In het kader van de resocialisatie is flexibiliteit wat betreft het bezoeken van zijn vrouw en schoonfamilie in Duitsland van belang, met name nu zijn vrouw zwanger is. Indien het onverhoopt niet goed zou gaan in Duitsland, kan betrokkene bij zijn familie in Nederland terecht.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd in haar vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Een verlenging is gerechtvaardigd nu de psychiater rapporteert dat er sprake is van een matig recidiverisico indien de relatie van betrokkene onverhoopt zou eindigen. De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is nog niet minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd geweest. In uitzonderlijke gevallen wordt toegestaan dat een terbeschikkinggestelde zich gedurende de terbeschikkingstelling onder voorwaarden naar het buitenland mag begeven. In het geval van betrokkene is hiervan sprake. Betrokkene heeft te kennen gegeven dat hij na de onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling wil emigreren naar Duitsland. Het is goed dat hij daarop in deze fase van de terbeschikkingstelling wordt voorbereid. De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen wijziging van de als 12 genummerde voorwaarde, zoals verzocht door de raadsvrouw, indien deze komt te luiden dat betrokkene ‘zich tijdens de terbeschikkingstelling niet zal begeven buiten het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden, met uitzondering van in overleg met en alleen na voorafgaande toestemming van de reclassering te praktiseren verloven in Duitsland in het kader van zijn resocialisatie en ter voorbereiding op zijn vestiging in Duitsland’.


Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen, nu niet meer is voldaan aan het gevaarscriterium. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met één jaar en verzocht voorwaarde 12 te wijzigen, in die zin dat het betrokkene wordt toegestaan naar Duitsland te reizen met goedkeuring van de reclassering.


Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en stelt vast dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is.


Op grond van voornoemde rapportages en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen thans nog eisen dat de maatregel van terbeschikkingstelling dient te worden verlengd. Uit de risicotaxatie met een SVR-20 komt een laaggemiddeld recidiverisico naar voren en naar het oordeel van de psychiater zal bij het wegvallen van de relatie van betrokkene en alles wat daarmee samenhangt het recidiverisico wat betreft seksueel delictgedrag oplopen naar matig. Overeenkomstig het advies van de psychiater en de reclassering zal de rechtbank de terbeschikkingstelling met één jaar verlengen.


Wat betreft het verzoek van de raadsvrouw tot wijziging van de voorwaarden neemt de rechtbank in overweging dat de libidoremmende medicatie van betrokkene inmiddels volledig is afgebouwd en dat er sprake is van een blijvend stabiel functioneren. Betrokkene wil in de toekomst emigreren naar Duitsland, waar zijn vrouw en schoonfamilie wonen. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan het (verder) verlagen van het recidiverisico. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wanneer betrokkene onder toezicht van de reclassering verloven in Duitsland kan praktiseren om zijn vrouw en schoonfamilie te bezoeken, zijn netwerk uit te breiden en de woon- en werkmogelijkheden te onderzoeken, dit zal bijdragen aan de verdere resocialisatie van betrokkene, zoals ook uit de rapporten van de psychiater en de reclassering kan worden opgemaakt. Gelet op hetgeen door de reclassering is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het toezicht in Duitsland voldoende kan worden geëffectueerd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de aan betrokkene opgelegde voorwaarden wijzigen, in die zin dat het betrokkene wordt toegestaan om in overleg met en alleen na voorafgaande toestemming van de reclassering verloven te praktiseren in Duitsland in het kader van zijn resocialisatie en ter voorbereiding op zijn vestiging in Duitsland. Voor het overige zullen de voorwaarden, opgelegd bij beslissing van deze rechtbank van 14 november 2016 en bevestigd bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2017, blijven bestaan. Betrokkene heeft verklaard zich aan de (gewijzigde) voorwaarden te zullen houden.


De beslissing berust op artikel 38d, 38e, 38i en 38j van het Wetboek van Strafrecht.



BESLISSING


De rechtbank:


- verlengt de termijn gedurende welke [betrokkene] voornoemd ter beschikking is gesteld met één jaar;


- wijzigt de aan betrokkene opgelegde voorwaarden, zoals opgenomen in de beslissing van deze rechtbank van 14 november 2016 en nadien gewijzigd (wat betreft voorwaarde 12) in de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2017, in die zin dat voorwaarde 12 zal komen te luiden, dat betrokkene:


* zich tijdens de terbeschikkingstelling niet zal begeven buiten het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden, met uitzondering van in overleg met en alleen na voorafgaande toestemming van de reclassering te praktiseren verloven in Duitsland, in het kader van zijn resocialisatie en ter voorbereiding op zijn vestiging in Duitsland.



Aldus gegeven door mr. A.A. Renken, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en M.N. Noorman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2017.


mr. J.F. Haeck is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.