Rechtbank Midden-Nederland, 20-12-2017 / 6194547 UC EXPL 17-10271


ECLI:NL:RBMNE:2017:6254

Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht. Annuleringsverzekering; geen dekking voor bestaande kwalen. Omschrijving van de dekking is een kernbeding en dus geen algemene voorwaarde.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-20
Publicatiedatum
2018-01-11
Zaaknummer
6194547 UC EXPL 17-10271
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht



Vindplaatsen
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht


zaaknummer: 6194547 UC EXPL 17-10271 nig/1449


Vonnis van 20 december 2017


inzake


[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. E.T. van Dalen,


tegen:


de naamloze vennootschap

ASR Schadeverzekering N.V.

handelend onder de naam Europeesche Verzekeringen,

gevestigd in Utrecht,

verder ook te noemen ASR,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. E.J.A.A. van Dal.

1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.


1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De beoordeling

2.1.

Deze zaak gaat over een annuleringsverzekering die [eiser] bij ASR gesloten heeft voor een reis naar Aruba. Hij heeft op 2 september 2016 een vakantie geboekt met vertrek op 24 november 2016 en terugreis op 14 december 2016. Op 28 oktober 2016 kreeg hij last van een tenniselleboog. Op 31 oktober 2016 heeft hij een arts bezocht, die een slijmbeursontsteking constateerde. De arts heeft hem een injectie gegeven en gezegd dat het wel snel zou genezen. Dat is niet gebeurd. Op 10 of 11 november 2016 heeft [eiser] alsnog een annuleringsverzekering gesloten. Daarna werden de klachten erger. Op 23 november 2016 heeft hij de reis geannuleerd.

2.2.

[eiser] vordert nu van ASR betaling van € 528,50 met rente en kosten. ASR weigert uit te keren met een beroep op artikel 2.2.4 van de polisvoorwaarden:

Wat is niet verzekerd?

Sluit u de verzekering later dan zeven dagen na het boeken van de reis af? En moet u uw reis annuleren vanwege een ziekte of aandoening van uzelf een familielid in de eerste, tweede of derde graad, waarnemer of huisgenoot? En kwam deze ziekte of aandoening al voor in de drie maanden voordat u de verzekering afsloot? Dan krijgt u geen vergoeding voor uw annuleringskosten.

2.3.

Wat er wel en niet onder de dekking van een verzekering valt, wordt bepaald door de polisvoorwaarden. In deze polisvoorwaarden staat dus dat er geen dekking bestaat voor ziekten en kwalen die al bestonden voor de verzekering gesloten werd. De elleboogklachten waardoor [eiser] uiteindelijk heeft moeten annuleren, bestonden al voordat hij de verzekering sloot; hij was er zelfs al voor onder behandeling. Zij vallen dus niet onder de dekking.

2.4.

Volgens [eiser] moet die bepaling anders worden uitgelegd, namelijk zo dat bestaande klachten alleen worden uitgesloten als het op het moment van het sluiten van de annuleringsverzekering voor de verzekerde duidelijk moest zijn dat zij zodanig ernstig zijn dat zij de reis onmogelijk zouden maken. Dat staat er niet, en het kan ook niet kloppen. Als het bij het sluiten van de verzekering al duidelijk is dat de reis geannuleerd zal moeten worden, is het geen verzekering meer, omdat dan bij het sluiten van de verzekering al zeker is dat en hoeveel de verzekeraar zal moeten uitkeren (artikel 7:925 BW). Dat hoeft dus niet te worden uitgesloten.

2.5.

Waar het kennelijk om gaat is dat ASR geen bestaande klachten wilde verzekeren, omdat daarbij de kans op annuleren te groot is. Een verzekeraar bepaalt zijn premie (in dit geval volgens de stukken 7% van de reissom) mede op basis van de kans dat hij zal moeten uitkeren. Hij kan die premie dus niet bieden aan klanten met een kans van bijvoorbeeld 50% om te moeten annuleren. [eiser] schrijft zelf dat hij de annuleringsverzekering heeft gesloten omdat hij zich afvroeg of het nog wel goed zou komen met zijn reis naar Aruba. De kans dat hij zou moeten annuleren, was op dat moment dus sterk vergroot. Dan kan hij niet verwachten dat hij voor die premie dat risico kan afkopen.

2.6.

[eiser] klaagt verder dat de polisvoorwaarden hem niet ter hand gesteld zijn. Dat is een relevant argument als het gaat om algemene voorwaarden. Algemene voorwaarden zijn volgens artikel 6:231 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW):

(…) bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven (…)

Artikel 2.2.4 gaat echter over de vraag wat er wel en wat niet onder de dekking valt waarvoor [eiser] zijn premie betaalde. De dekking is de kern van de prestatie. Het is dus een zogenoemd kernbeding, en dat kan niet vernietigd worden op de grond dat het niet ter hand gesteld is. Dat is ook logisch. Van consumenten kan niet verwacht worden dat zij zich verdiepen in alle kleine lettertjes, maar wel in de premie en de dekking. Als [eiser] zich niet heeft afgevraagd welke situaties wel en niet verzekerd zouden zijn, komt dat voor zijn risico.

2.7.

Ook het feit dat de annulering aanvankelijk zonder problemen geaccepteerd werd en dat ASR pas na ontvangst van een medische verklaring weigerde om uit te keren, is geen reden waarom ASR nu toch zou moeten betalen. Het ligt voor de hand dat ASR het beroep op de annuleringsverzekering eerst moest onderzoeken, aan de hand van de medische gegevens.

2.8.

De conclusie is dat de vordering zal worden afgewezen. [eiser] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten aan de zijde van ASR worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 100,00).

3De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ASR, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2017.