Rechtbank Midden-Nederland, 15-12-2017 / 659251-17


ECLI:NL:RBMNE:2017:6289

Inhoudsindicatie
Diefstal en afpersing met geweld. Woningoverval. Zwaar lichamelijk letsel. Benadeelde partij
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-15
Publicatiedatum
2018-01-02
Zaaknummer
659251-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad


Parketnummer: 16/659251-17 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 15 december 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1996] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in de [verblijfplaats] in [woonplaats] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 juni 2017, 15 september 2017 en 1 december 2017. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. Zeilstra en van hetgeen verdachte en diens raadsvrouw mr. J.J.H.M. de Crom, advocaat te Maastricht, alsmede [A] namens benadeelde partij [slachtoffer] naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging en de wijziging van de tenlastelegging zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


op 8 maart 2017 in Almere een overval heeft gepleegd op de woning van [slachtoffer] aan de [adres] , waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.


4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter zitting overgelegd requisitoir.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft haar standpunt verwoord in een ter zitting overgelegde pleitnota.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


Bewijsmiddelen


Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 9 maart 2017

Aangeefster heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Op 8 maart 2017 tussen 22.30 uur en 23.00 uur was zij thuis in haar woning aan de [adres] in [woonplaats] . De deurbel ging en ze hoorde dat iemand zei dat hij een pizza kwam bezorgen. Op het moment dat zij de deur had geopend werd ze naar binnen geduwd door een man. Ze herkende de man als [voornaam van verdachte] . Zij had meerdere keren in het restaurant waar hij werkte gegeten en ze spraken ook bij haar thuis af.

[voornaam van verdachte] pakte een pistool en zette dat tegen haar hoofd. Ze was daardoor heel erg bang en voelde zich bedreigd. Hij zei dat zij haar horloge, armband en ring moest geven. Vervolgens viel hij haar aan en greep hij haar bij haar keel en mond. Ze kon daardoor geen adem meer halen en viel uiteindelijk op de grond. Op de grond viel hij haar nog steeds aan en sloeg hij haar met zijn pistool tegen haar gezicht. Ze voelde dat hij haar kin raakte en voelde direct een hevige pijn.

Omdat ze erg bang was, gaf zij haar ring en horloge aan hem. Ze wilde haar armband ook aan hem geven, maar die kreeg ze niet los. Hij zei dat als ze haar armband niet los kreeg hij haar hand eraf zou hakken. Ze kreeg de armband los en gaf zij deze aan hem.

Hij pakte haar vervolgens vast, duwde haar en trok haar mee naar boven. Dit deed hij met beide handen en hij liep naast aangeefster mee naar boven terwijl hij haar handen vasthield. Boven riep hij dat ze de kluis moest openmaken. Hij probeerde haar voeten aan elkaar vast te binden. Beneden pakte hij haar handtas en gooide deze leeg. Hij pakte haar mobiele telefoon, bankpas en sleutelbos. Hij vroeg om de pincode, terwijl hij het pistool tegen haar hoofd hield. Hij zei dat hij zou gaan pinnen en dat ze binnen op hem moest wachten. Ze mocht de politie niet waarschuwen.

De weggenomen goederen zijn een horloge van het merk Chopard, een witgouden ring met diamant, een armband van het merk Cartier en een Iphone 7.

Aangeefster heeft verklaard dat als gevolg van het geweld haar kaak op twee plaatsen is gebroken en meerdere ondertanden zijn afgebroken.


Het proces-verbaal van verhoor van verdachte door de rechter-commissaris op 13 maart 2017

De verdachte heeft verklaard, zakelijk weergegeven dat hij mevrouw [slachtoffer] kent.


Een proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2017

Bij de aanhouding van verdachte droeg hij twee mobiele telefoons bij zich. Uit onderzoek bleek dat met de Apple IPhone S5 op 9 maart 2017 om 1.04 uur op internet werd gezocht met de zoekvraag: Chopard watch women gold. De verbalisant merkt op dat dit merk identiek is aan het weggenomen horloge bij de woningoverval. Daarna volgt de zoekvraag: Chopard la strada dimanong watch rpice. De verbalisant merkt op dat het merk en type identiek is als het weggenomen horloge bij de woningoverval. Daarna volgt de zoekvraag: Chopard 41/6547 La strada in white gold with diamond Case. De verbalisant merkt op dat dit het specifieke type is van het weggenomen horloge bij de overval. Daarna volgt de zoekvraag: Cartier love bracelet prijs. De verbalisant merkt op dat het merk identiek is aan de weggenomen armband. Alle tijdstippen liggen direct na het moment van de overval.

In de telefoon wordt een foto, gemaakt op 9 maart 2017 om 14.13 uur, van een diamanten horloge aangetroffen. Aangeefster herkent haar horloge mede aan de unieke zetting van diamanten op de wijzerplaat. Dit is in afwijking van de standaarduitvoering. Het horloge vertoont een sterke overeenkomst met de door Chopard boutique verstrekte originele gegevens van het weggenomen horloge en foto’s van aangeefster met horloge.


Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met zijn mobiele telefoon heeft gezocht op deze zoektermen en dat de foto’s van de sieraden in de auto zijn gemaakt.


Bewijsoverweging


De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat hij thuis was ten tijde van de overval ongeloofwaardig, omdat deze geen steun vindt in het dossier. Dat huisgenoten van verdachte hebben verklaard verdachte thuis te hebben gezien toen zij tussen 22.30 uur en 23.00 uur thuis kwamen, doet daar niet aan af. Deze omstandigheden sluiten immers niet uit dat verdachte de overval heeft gepleegd. Daarbij komt dat aangeefster verdachte kent van eerdere ontmoetingen en zij verdachte heeft herkend tijdens de overval. Ook heeft verdachte op 9 maart 2017 omstreeks 1.04 uur met zijn telefoon gezocht naar de waarde van het gestolen Chopard horloge en de Cartier armband en heeft hij op 9 maart 2017 foto’s gemaakt van de gestolen goederen. In het licht van het bovenstaande vindt de rechtbank de verklaring van verdachte dat twee jongens hem verzocht hebben te helpen bij het vinden van een koper voor de gestolen armband en het gestolen horloge eveneens ongeloofwaardig, te meer omdat verdachte pas na het toevoegen aan het dossier van de resultaten van het onderzoek van biologische sporen, waaruit blijkt dat DNA-materiaal van verdachte aangetroffen is op een patroonhouder en een tie-wrap in de woning van het slachtoffer, aan zijn verklaring toevoegt dat de twee jongens twee weken eerder een balletjespistool en tie wraps van hem (te leen) gekregen hebben.


De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte op 8 maart 2017 de woningoverval heeft gepleegd en dat hij [slachtoffer] heeft bedreigd met geweld en geweld tegen haar heeft gepleegd, zoals tenlastegelegd.


De raadsvrouw heeft betoogd dat de rechtbank niet kan komen tot bewezenverklaring van de handelingen zoals beschreven in de laatste 4 gedachtestreepjes die zijn opgenomen bij de mede tenlastegelegde afpersing omdat er geen verband bestaat tussen het afgeven en het daarin ten laste gelegde geweld of bedreiging met geweld. De rechtbank overweegt dat de handelingen van verdachte in samenhang moeten worden bezien en dat het geheel van zijn handelingen de diefstal en de vlucht gemakkelijker heeft gemaakt en aangeefster heeft gedwongen tot afgifte van haar ring, horloge en armband.


Ten aanzien van het tenlastegelegde zwaar lichamelijk letsel overweegt de rechtbank dat aangeefster als gevolg van een klap in haar gezicht met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp een gebroken kaak heeft opgelopen en meerdere ondertanden zijn afgebroken. Als gevolg daarvan is aangeefster meermaals geopereerd. Haar kaak moest worden gerepositioneerd en is met een plaatje weer vast gezet. Dit letsel kan gekwalificeerd worden als zwaar lichamelijk letsel.


Het ten laste gelegde is derhalve naar het oordeel van de rechtbank op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


Op 8 maart 2017 te [woonplaats] , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit de woning gelegen aan de [adres] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • - een mobiele telefoon en
  • - een bankpas en
  • - een sleutelbos

toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • - een witgouden ring met diamant en
  • - een horloge merk Chopard en
  • - een armband merk Cartier

toebehorende aan die [slachtoffer] ,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte,

  • - die [slachtoffer] die woning in heeft geduwd en
  • - een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tevoorschijn heeft gehaald en tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en
  • - dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij haar horloge, armband en ring moest geven en
  • - die [slachtoffer] bij de keel en mond heeft gegrepen ten gevolge waarvan zij geen adem meer kon halen en op de grond is gevallen en
  • - die [slachtoffer] met dat op een pistool gelijkend voorwerp tegen haar gezicht heeft geslagen en
  • - dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij haar armband niet los kreeg hij, verdachte, haar hand er zou afhakken en
  • - die [slachtoffer] bij de handen heeft vastgepakt en heeft geduwd en vervolgens mee naar boven heeft getrokken en
  • - dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij de kluis moest openmaken en
  • - heeft getracht de voeten van die [slachtoffer] aan elkaar vast te binden en
  • - dat op een pistool gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft gehouden en daarbij dreigend heeft gevraagd om haar pincode en vervolgens dreigend tegen haar heeft gezegd dat hij zou gaan pinnen en dat zij binnen op hem moest wachten en dat zij de politie niet mocht waarschuwen,

welk feit zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer] , te weten twee breuken in de kaak en afgebroken tanden, ten gevolge heeft gehad.


Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren


en


afpersing


terwijl de feiten worden gepleegd gedurende de voor nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl de feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben.



7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8OPLEGGING VAN STRAF


8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.


8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft – indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt – verzocht bij het bepalen van de strafmaat er rekening mee te houden dat sprake is van een voorgezette handeling dan wel meerdaadse samenloop. Daarnaast is verdachte nog jong, is zijn vader ernstig ziek en is hij niet eerder met justitie in aanraking geweest. De raadsvrouw heeft verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 februari 2017, waarbij drie jaar gevangenisstraf is opgelegd voor een soortgelijke woningoverval.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval in de late avonduren waarbij hij het slachtoffer onder meer met een wapen bedreigd heeft, heeft getracht haar vast te binden en ernstig letsel heeft toegebracht. Hij heeft haar naast andere goederen waardevolle sieraden afgenomen. Hij heeft bovendien misbruik gemaakt van de omstandigheid dat hij het slachtoffer en haar vermogenstoestand kende.

De overval is voor het slachtoffer een onthutsende en angstaanjagende ervaring geweest, die een grove inbreuk op de psychische en fysieke integriteit van het slachtoffer inhield. Dit te meer omdat het slachtoffer is overvallen in haar eigen woning, wat bij uitstek de plek is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen, en zij de dader kende en eerder in haar woning had ontvangen. Verdachte heeft op grove wijze het eigendomsrecht van het slachtoffer geschonden en zich louter uit financieel gewin meester gemaakt van kostbare en zeer persoonlijke goederen van haar.


Daarnaast is verdachte bij het afleggen van zijn verklaringen zeer berekenend te werk gegaan en heeft hij op geen enkele wijze berouw getoond. Integendeel, verdachte heeft juist verklaard dat het slachtoffer hem met haar aangifte belastte, omdat hij niet meer met haar om wilde gaan.


In het voordeel van verdachte wordt rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en de justitiële documentatie van verdachte van 19 oktober 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld.


De rechtbank heeft voorts gelet op de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud strafrecht (LOVS).


Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Aan verdachte zal een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren worden opgelegd. De tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal hiervan worden afgetrokken.

9BESLAG


De raadsvrouw heeft verzocht om de nog niet teruggegeven goederen, namelijk 2 zwarte jassen, 2 simkaart houders en papieren, terug te geven aan verdachte. De overige goederen heeft verdachte reeds terug gekregen. Uit het dossier kan de rechtbank niet afleiden dat de jassen, de simkaarthouders en de papieren inbeslaggenomen zijn terwijl nog geen last tot teruggave ten aanzien van die goederen gegeven is, zodat zij geen beslissing zal nemen.

10BENADEELDE PARTIJ


[slachtoffer] , voor wie mr. J.A. Neslo als vertegenwoordiger optreedt, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert vergoeding van schade tot een bedrag van € 43.529,64. Dit bedrag bestaat uit € 36.029,64 materiele schade en € 7.500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.


10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel voor toewijzing in aanmerking komt.


10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw aansluiting te zoeken bij twee uitspraken uit de smartengeldgids en de immateriële schade slechts gedeeltelijk toe te wijzen. Daarnaast verzoekt de raadsvrouw om de vordering af te wijzen voor wat betreft de kosten die gevorderd worden ten aanzien van de ring met diamanten en de mobiele telefoons, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Ook ten aanzien van de sloten van de auto, de portemonnee en de tas verzoekt de raadsvrouw de vordering af te wijzen, omdat verdachte niet verdacht wordt van afpersing of diefstal van deze goederen. Voor het overige refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.


10.3

Het oordeel van de rechtbank

Vast staat dat [slachtoffer] als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 40.529,64, bestaande uit € 33.029,96 materiële schade en € 7.500,- immateriële schade, en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 maart 2017 tot de dag van de volledige betaling. De rechtbank is van oordeel dat de schade die voortvloeit uit het vervangen van de autosloten en het wegnemen van de tas en de portemonnee ook rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde. Voor toewijzing van de vordering voor deze schade is opname in de bewezenverklaring van de desbetreffende goederen geen vereiste. De rechtbank zal echter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering waar deze ziet op vergoeding van de waarde van de ring

(€ 3.000.-), omdat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd en het de benadeelde partij alsnog in de gelegenheid stellen deze schade te onderbouwen een onevenredige belasting van dit strafgeding inhoudt.


Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.


Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van

€ 40.529,64, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 maart 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 237 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.


De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;


Strafbaarheid:

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;


- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;


- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;



Benadeelde partij [slachtoffer] :


  • - wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 40.529,64, bestaande uit € 33.029,96 materiële schade en € 7.500,- immateriële schade;
  • - verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;

  • - veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2017 tot de dag van volledige betaling;
  • - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 40.529,64 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 237 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.




Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. van Riemsdijk, voorzitter, mr. C.A. de Beaufort en

mr. G. van de Beek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Lootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2017.


Mr. Van Riemsdijk en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


hij op of omstreeks 9 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in/uit de

woning gelegen aan de [adres] ,


met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen


- een mobiele telefoon (iPhone 7) en/of

- een bankpas en/of

- een sleutelbos


in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,


en/of


met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van


- een (witgouden) ring (met diamant) en/of

- een horloge (merk Chopard) en/of

- een armband (merk Cartier)


in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,


- die [slachtoffer] die woning in heeft geduwd en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tevoorschijn

heeft gehaald en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft

gezet/gehouden en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij haar horloge,

armband en ring moest geven en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) bij de keel en/of de mond heeft

gegrepen/vastgepakt ten gevolge waarvan zij geen adem meer kon halen en/of

op de grond is gevallen en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) met dat pistool, althans dat op een

pistool gelijkend voorwerp, in/op/tegen haar gezicht heeft geslagen en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat als zij haar armband

niet los kreeg hij, verdachte, haar hand er zou afhakken en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) bij de handen heeft vastgepakt en/of

heeft en/of geduwd en/of (vervolgens) mee naar boven heeft getrokken en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij de kluis moest

openmaken en/of

- heeft getracht de voeten van die [slachtoffer] aan elkaar vast te

binden en/of

- dat pistool, althans dat op een pistool gelijkend voorwerp, tegen het hoofd

van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of (daarbij) dreigend heeft

gevraagd om haar pincode en/of (vervolgens) dreigend tegen haar heeft gezegd

dat hij zou gaan pinnen en dat zij binnen op hem moest wachten en/of dat zij

de politie niet mocht waarschuwen,


welk feit zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer] , te weten twee

breuken in de kaak en/of (een) afgebroken (onder)tand(en), ten gevolge heeft

gehad.


Bijlage: wijziging van de tenlastelegging


Dat in plaats van “9 maart 2017” moet worden gelezen “8 maart 2017”

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 mei 2017, genummerd 2017071344, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1a tot en met 1128. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Proces-verbaal van aangifte, p. 1017.
3 Proces-verbaal van aangifte, p. 1017 en 1018.
4 Proces-verbaal van aangifte, p. 1018.
5 Proces-verbaal van aangifte, p. 1018.
6 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 1021.
7 Proces-verbaal van aangifte, p. 1018.
8 Proces-verbaal van aangifte, p. 1018.
9 Proces-verbaal van aangifte, p. 1018.
10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1059.
11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1062, p. 1063 en p. 1064.
12 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 september 2017.
13 Smartengeldgids 2016, nummer 962 en 1384.