Rechtbank Midden-Nederland, 20-12-2017 / 16/198128-16 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:6305

Inhoudsindicatie
Na afloop van een toernooi dat ter feestelijke afsluiting van het voetbalseizoen diende, heeft verdachte zich onder invloed van een flinke hoeveelheid alcohol schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging. Deze geweldplegingen vonden plaats in een reeks van overige, door anderen begane geweldplegingen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-20
Publicatiedatum
2018-01-03
Zaaknummer
16/198128-16 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht


Parketnummer: 16/198128-16 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 20 december 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1989] te [gedaagde] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 december 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. F.M. van Lenthe, en van hetgeen verdachte en mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat te Veenendaal, alsmede mr. M.P. de Klerk namens de benadeelde partij

[slachtoffer] naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


op 28 mei 2016 te Utrecht openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Op basis van de wisselende verklaringen in het dossier niet kan worden vastgesteld of verdachte bij het tenlastegelegde incident betrokken is geweest en zo ja, wat zijn rol in het geheel is geweest. Voorts blijkt uit het dossier dat een getuige enkel medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als verdachten aanwijst en niet verdachte.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

[slachtoffer] (hierna: aangever) heeft aangifte gedaan van openlijke geweldpleging tegen personen, gepleegd op 28 mei 2016 aan de Laan van Maarschalkerweerd te Utrecht. Aangever weet nog dat hij buiten liep, omdat hij bang was dat het in de kantine zou escaleren. Hij werd wakker in de ambulance. Aangever heeft hevige hoofdpijn, pijn in zijn nek, pijn in zijn kaak, op zijn achterhoofd een bult en een hersenschudding. Hij kan zijn hoofd niet draaien.


Getuige [getuige 1] verklaart dat er een ruzie ontstond tussen drie onbekende jongens, twee leden van [voetbalclub] ( [verdachte] en [medeverdachte 3] ) en teamleden van [voetbalclub] -5. Er werd gevochten tussen de leden van [voetbalclub] -5 en de drie onbekende jongens, [medeverdachte 3] en [verdachte] . Toen de vechtpartij over was, zag getuige [getuige 1] dat [slachtoffer] knock-out op de grond lag.


Getuige [getuige 2] zag dat een jongen samen met een jongen met een groene broek en [medeverdachte 3] opeens naar [slachtoffer] gingen. Er waren nog twee jongens bij. Zij waren dus met zijn vijven. Getuige [getuige 2] zag dat ze hem (de rechtbank begrijpt:

[slachtoffer] ) te lijf gingen. Zij maakten slaande bewegingen en schopten naar [slachtoffer] . [slachtoffer] werd hierbij geraakt. [slachtoffer] ging naar de grond en getuige [getuige 2] zag dat hij knock-out was. De jongens bleven schoppen en slaan terwijl [slachtoffer] al op de grond lag. Dit gebeurde met veel kracht.


Getuige [getuige 3] verklaart dat hij zag dat [slachtoffer] door twee voor hem onbekende mannen door de bossage werd geduwd. [slachtoffer] kwam hierbij ten val en de twee duwende personen begonnen op [slachtoffer] in te schoppen. Zij raakte hem daarbij aan (de rechtbank leest: op) het hoofd en lichaam. Getuige [getuige 3] zag dat [slachtoffer] niet meer reageerde en mogelijk buiten bewustzijn was geraakt. Getuige [getuige 3] is vervolgens voor de twee mannen gaan staan die [slachtoffer] geschopt hadden en heeft van hen drie foto’s genomen. Deze kunnen bij het proces-verbaal worden gevoegd. De personen kunnen als volgt worden omschreven: persoon 1: groene korte broek en een zwart T-shirt; persoon 2: wit T-shirt met opdruk, tatoeage op de rechterbovenarm. Ter plaatse gekomen verbalisanten hoorden [getuige 3] roepen: ‘dat zijn ze. Je moet hun hebben. Zij hebben ook geslagen’. De verbalisanten zagen dat [getuige 3] twee jongemannen aanwees. Deze mannen bleken te zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .


Medeverdachte [medeverdachte 4] wordt de foto op pagina 80 van het dossier getoond. Deze foto komt overeen met de bij de getuigenverklaring van [getuige 3] gevoegde foto op pagina 189 van het dossier. Medeverdachte [medeverdachte 4] verklaart dat hij met de jongen met de korte groene broek was. Zijn naam is [verdachte] .


Bij de vechtpartij ter plaatse gekomen verbalisanten hoorden een persoon roepen: ‘achter op het veld rennen nog twee jongens weg, die hebben ook geslagen’. Verdachte 1 bleek te zijn [verdachte] . Hij droeg een groene korte broek. Verdachte 2 bleek te zijn [medeverdachte 4] .


Bewijsoverweging

Van het in vereniging plegen van geweld is sprake indien verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. Beoordeeld zal moeten worden of de door verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. Deze bijdrage zal in de regel worden geleverd door een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat alle vijf genoemde personen een bijdrage hebben geleverd aan het geweld. Zij gingen gezamenlijk het slachtoffer te lijf, maakten slaande bewegingen en schopten naar het slachtoffer. Verdachte was één van deze vijf personen. Dat blijkt zonder meer uit de verklaring van

[getuige 1] en uit het aanwijzen van verdachte door medeverdachte [medeverdachte 4] . Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat slechts sprake is van twee personen, niet zijnde verdachte, die deelnemen aan de openlijke geweldpleging wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Getuige [getuige 3] is de enige die dit in eerste instantie heeft verklaard. Aan ter plaatse gekomen verbalisanten wijst hij echter nog twee andere personen aan die hebben deelgenomen aan de openlijke geweldpleging. Uit zijn verklaring blijkt voorts dat hij slechts getuige is geweest van de openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer] , zodat hij deze – tenlastegelegde – geweldpleging niet met een eventuele andere kan verwarren. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op de tenlastegelegde openlijke geweldpleging en dat hij daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Niet gesteld, noch gebleken is dat verdachte onvrijwillig in de dadergroep verzeild is geraakt of zich niet meer van de gebeurtenissen heeft kunnen distantiëren. De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.



5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


op 28 mei 2016 te Utrecht openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Laan van Maarschalkerweerd, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het:

-meerdere malen slaan of stompen en trappen of schoppen van die [slachtoffer] tegen het hoofd en lichaam en

-duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer] .


Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8OPLEGGING VAN STRAF


8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een taakstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis;

- een gevangenisstraf van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.


8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat in strafverminderende zin dient te worden meegenomen dat verdachte anderhalf jaar op afdoening van de zaak heeft moeten wachten. Dit heeft zwaar op hem gedrukt. Gelet op verdachtes rol in het ten laste gelegde is de eis van de officier van justitie fors. Verdachte is voor het onderhavige feit niet eerder met justitie in aanraking geweest en nadien evenmin. Het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren heeft daarom geen enkel nut. De raadsvrouw verzoekt voorts de hoogte van de werkstraf te matigen gelet op het gegeven dat het lastig is een forse werkstraf met een fulltime baan te combineren.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


Na afloop van een toernooi dat ter feestelijke afsluiting van het voetbalseizoen diende, heeft verdachte zich onder invloed van een flinke hoeveelheid alcohol schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging. Deze geweldplegingen vonden plaats in een reeks van overige, door anderen begane geweldplegingen. Door zijn handelen is verdachte medeverantwoordelijk voor de nare bijsmaak die genoemd toernooi bij velen heeft veroorzaakt. Feiten als het onderhavige maken inbreuk op de lichamelijke integriteit van slachtoffers en dragen bij aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst en onveiligheid, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer of getuige zijn.


Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 november 2017 blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.


In haar oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden waaronder het feit is begaan, namelijk op de sportclub na een gezellig samenzijn en onder invloed van een flinke hoeveelheid alcohol. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met het gegeven dat het feit meer dan anderhalf jaar geleden heeft plaatsgevonden. Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een werkstraf voor de duur van 150 uren, met aftrek van voorarrest, bij niet of niet naar behoren verrichten te vervangen door 75 dagen hechtenis en oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand passend en geboden.

9BENADEELDE PARTIJ


[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.799,90. Dit bedrag bestaat uit € 416,90 aan materiële schade en € 1.383,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.


9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering in het geheel hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met (hoofdelijke) toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.


9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de immateriële schade op het standpunt gesteld dat deze schade onvoldoende is onderbouwd. Indien immateriële schade wordt toegewezen, is een bedrag van € 500,- afdoende.


9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.166,90 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 416,90 vanaf 7 juli 2017 en over het bedrag van € 750,- vanaf 28 mei 2016, tot de dag van volledige betaling. Genoemd bedrag bestaat uit

€ 416,90 materiële schade en € 750,- immateriële schade.


De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel, ziende op de immateriële schade, van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.


Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.


Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van

€ 1.166,90, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 416,90 vanaf 7 juli 2017 en over het bedrag van € 750,- vanaf 28 mei 2016, tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld door 23 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.


De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij

10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5. is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;



Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6. is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;


Benadeelde partij

  • - wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.166,90;
  • - veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 416,90 vanaf 7 juli 2017 en over het bedrag van € 750,- vanaf 28 mei 2016, tot de dag van volledige betaling. Indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, zal verdachte (in zoverre) van deze verplichting zijn bevrijd;
  • - verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • - legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.166,90 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 416,90 vanaf 7 juli 2017 en over het bedrag van € 750,- vanaf

28 mei 2016, tot de dag van volledige betaling. Deze verplichting dient bij niet betaling te worden aangevuld met 23 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.




Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mrs. G.A. Bos en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Kruijswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2017.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


hij op of omstreeks 28 mei 2016 te Utrecht openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Laan van Maarschalkerweerd, in elk geval op of aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats, het terrein van Voetbalvereniging [voetbalclub] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het:

-één of meerdere malen slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen van die [slachtoffer] tegen het hoofd en/of tegen/op het lichaam en/of

-één of meerdere malen duwen tegen en/of trekken aan het lichaam van die [slachtoffer] ;

(art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 oktober 2016, genummerd PL0900-2016303351 Z, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 237. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 180.
3 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 181.
4 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 194
5 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 200.
6 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 201.
7 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 185.
8 Bij het proces-verbaal zijn drie foto’s gevoegd, pagina 187-189.
9 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 186.
10 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 49.
11 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 78.
12 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 79.
13 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 47.