Rechtbank Midden-Nederland, 27-12-2017 / C/16/428827 / HA ZA 16-925


ECLI:NL:RBMNE:2017:6320

Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht, inbraakschade, opzet tot misleiding, opzegging overeenkomst, kosten onderzoek.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-27
Publicatiedatum
2018-01-18
Zaaknummer
C/16/428827 / HA ZA 16-925
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer


locatie Utrecht


zaaknummer / rolnummer: C/16/428827 / HA ZA 16-925


Vonnis van 27 december 2017


in de zaak van


1 [eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2],

beiden wonend in Den Bosch,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp in Valkenburg (Limburg),


tegen


de naamloze vennootschap ASR SCHADEVERZEKERING NV,

gevestigd in Utrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. S. de Nijs-van ‘t Hof in Utrecht.



Partijen zullen hierna [eisers c.s.] , en afzonderlijk [eiser sub 1] , en Asr genoemd worden.


1De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 12 april 2017;
  • - de akte wijziging van eis in reconventie;
  • - de conclusie van antwoord in reconventie;
  • - de brief van 2 november 2017 van Asr met een productie ten behoeve van de comparitie;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 7 november 2017;
  • - de fax van 12 december 2017 van Asr naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2Feiten

2.1.

[eisers c.s.] heeft bij Asr een pakket verzekeringen afgesloten, waaronder een inboedel- en een opstalverzekering. Op het hele pakket zijn algemene polisvoorwaarden van toepassing. Op de inboedel- en opstalverzekering zijn daarnaast respectievelijk de Voorwaarden Inboedelverzekering en Voorwaarden Opstalverzekering van toepassing.


2.2.

Op 10 september 2014 heeft [eiser sub 1] aangifte gedaan van inbraak en diefstal. Bij de politie meldt [eiser sub 1] dat allerlei zaken zijn gestolen, zoals een Colnago Dream racefiets, apparatuur van B&O en Swarovski kristal.


2.3.

Op 10 of 11 september 2014 heeft [eiser sub 1] de inbraak bij Asr gemeld. Naar aanleiding hiervan zijn twee schade-experts van Asr bij [eisers c.s.] op bezoek geweest om de inbraak en de diefstal te onderzoeken. Asr heeft daarna i-Tek ingeschakeld voor het uitvoeren van een technisch en tactisch onderzoek. Op 15 december 2014 heeft i-Tek gerapporteerd. In dit rapport staat onder andere:

“Op grond van het hierboven omschreven onderzoek wordt het navolgende geconcludeerd:

 (…)

 Van een aantal goederen, zoals de B & O apparatuur en de racefiets (de Colnago; toevoeging rechtbank) blijken de aankopen niet te kunnen hebben plaatsgevonden in de door verzekerd gepresenteerde periode.

 (…).”


2.4.

Naar aanleiding van dat rapport heeft Asr in haar brief van 22 december 2014 meegedeeld de schade niet te vergoeden. [eisers c.s.] heeft volgens haar opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken gegeven met als doel het verkrijgen van een onterechte schade-uitkering. Verder heeft zij aangekondigd de verzekeringsovereenkomst te zullen beëindigen. Ook heeft zij aangekondigd de [eisers c.s.] betreffende persoonsgegevens intern en extern te registreren.


2.5.

Nadat [eisers c.s.] per mail van 5 januari 2015 reageerde, heeft Asr de overeenkomst bij brief van 9 januari 2015 per 15 januari 2015 opgezegd.


2.6.

Daarna is nog tussen partijen gecorrespondeerd, maar dat heeft er niet toe geleid dat Asr op haar standpunt is teruggekomen.


3Het geschil

In conventie 3.1.

[eisers c.s.] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

 voor recht verklaart dat hij niet opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven met als doel een onterechte schade-uitkering te krijgen;

 voor recht verklaart dat Asr ten onrechte is overgegaan tot opzegging van de verzekeringen en ten onrechte niet is overgegaan tot volledige schadevergoeding van de inbraakschade;

 voor recht verklaart dat Asr hierdoor toerekenbaar tekort is geschoten, waardoor [eisers c.s.] schade heeft geleden;

 Asr veroordeelt terstond na betekening van het vonnis de opzegging per 15 januari 2015 en dus met terugwerkende kracht ongedaan te maken en dit schriftelijk aan [eisers c.s.] te bevestigen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag en voor iedere dag dat Asr hiermee in gebreke blijft;

 Asr veroordeelt alle geclaimde inbraakschade, een totaalbedrag van € 54.505,-, te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de schademelding, althans vanaf 9 januari 2015, tot aan de dag van volledige betaling;

 Asr veroordeelt in de kosten.


De totale schade bedraagt volgens [eisers c.s.] € 55.000.


3.2.

Asr voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van [eisers c.s.] in zijn vorderingen, althans deze af te wijzen. Ook wil zij dat [eisers c.s.] in de proceskosten (te vermeerderen met de wettelijke rente en eventuele nakosten) wordt veroordeeld.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


In reconventie

3.4.

Asr vordert na eisvermeerdering – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] tot betaling tegen finale kwijting van de onderzoekskosten van i-Tek (een bedrag van € 8.220,45), vermeerderd met rente en (na)kosten.


3.5.

[eisers c.s.] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.


3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

In conventie 4.1.

[eisers c.s.] vordert nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Asr weigert dat. Volgens haar heeft [eisers c.s.] opzettelijk onjuiste informatie gegeven met als bedoeling haar te misleiden. Het gevolg hiervan is het vervallen van het recht op uitkering. Hierbij beroept Asr zich op artikel 7:941 leden 2 en 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en op de artikelen 6 lid 5 en artikel 7 lid 4 van haar algemene polisvoorwaarden.

Dit verweer is een zogenaamd bevrijdend verweer. Dat betekent dat Asr om te beginnen feiten en omstandigheden zal moeten stellen die de conclusie rechtvaardigen dat [eisers c.s.] haar opzettelijk heeft proberen te misleiden. Eventueel zal Asr deze moeten bewijzen.


4.2.

Asr wijst op de volgende omstandigheden. In het onderzoeksrapport van i-Tek zit een door [eiser sub 1] ondertekende verklaring van 16 oktober 2014 (bijlage 1). Daarin staat dat de Colnago Dream racefiets op 1 februari 2009 bij [A] is gekocht voor een bedrag van € 4.895,-. [winkel] is een wielerspecialist in [vestigingsplaats] . [eiser sub 1] heeft i-Tek een handgeschreven factuur van [winkel] gegeven (bijlage 2). Op die factuur staat “Colnago Dream + 2e handsfiets waarvan de bon niet vindbaar is”. De daar genoemde prijs is overigens € 4.985,-.

Vervolgens heeft i-Tek navraag gedaan bij [winkel] . Volgens het rapport is door de heer [A] verteld dat [eiser sub 1] [dochter] dochter, die ook in de winkel werkt, heeft gevraagd een bon uit te schrijven voor de Colnago in verband met de inbraak. De koop van deze fiets was niet terug te vinden in het computersysteem, dat [winkel] sinds 2011 gebruikt. [eiser sub 1] heeft toen gevraagd de aankoopdatum te zetten op 1 februari 2009, aldus [A] . Volgens [A] kan dit type racefiets in 2009 geen € 4.895,- hebben gekost.

i-Tek heeft daarna navraag gedaan bij de importeur van Colnago. Volgens het rapport heeft die meegedeeld dat de Colnago Dream met aluminium frame voor het laatst in 1999 werd geproduceerd. De nieuwprijs van dat frame was destijds f 1.600. Daarna werden de Dream HX en Dream HP geproduceerd. De frames van deze fietsen kostten f 1.800. Volgens de importeur kan de Colnago Dream nooit ruim € 4.800 hebben gekost, ook niet als deze met de duurste onderdelen zou zijn afgemonteerd.


4.3.

Geconfronteerd met deze informatie heeft i-Tek weer contact gehad met [eiser sub 1] . Uit zijn verklaring van 8 december 2014 (bijlage 7), die ook door [eiser sub 1] is ondertekend, blijkt dat hij een factuur bij [winkel] is gaan halen omdat de originele factuur in de kluis zat die bij de inbraak is leeggehaald. Volgens [eiser sub 1] heeft hij geen datum opgegeven. [eiser sub 1] verklaart dat hij de Colnago tweedehands heeft gekocht voor € 4.000,-. Hoe oud de fiets toen was, weet hij niet. Hij zegt dat de Colnago afgemonteerd was met een Shimano Dura-Ace groep die destijds f 1.600,- kostte en dat de nieuwprijs van de fiets € 4.985,- was.

Ook verklaart [eiser sub 1] geen andere tweedehands fiets bij [winkel] te hebben gekocht. Hij heeft wel een andere tweedehands fiets gekocht (een Trek Madone), maar deze is via Marktplaats aangeschaft.


4.4.

i-Tek is daarna teruggegaan naar [winkel] . In zijn schriftelijke verklaring van 12 december 2014 (bijlage 8) zegt [A] dat [eiser sub 1] de fiets niet op 1 februari 2009 kan zijn gekocht, want toen waren zij gesloten. Volgens [A] heeft [eiser sub 1] die datum zelf aan zijn dochter genoemd. [eiser sub 1] heeft zijn dochter ook verteld dat het een nieuwe Colnago Dream betrof. Ook heeft [eiser sub 1] zelf de koopprijs van € 4.895,- opgegeven, aldus [A] . [eiser sub 1] heeft zijn dochter onder druk gezet en geïntimideerd om de factuur uit te schrijven. Volgens [A] kan [eiser sub 1] geen € 4.000 kan hebben betaald voor een tweedehands Colnago Dream.


4.5.

De conclusie die Asr hieruit trekt, is dat [eiser sub 1] niet waar heeft verklaard over de aanschaf van de Colnago. Hij heeft in eerste instantie doen voorkomen alsof hij de fiets nieuw bij [winkel] heeft gekocht voor € 4.895,-, samen met een tweedehands fiets. Toen [eiser sub 1] erop werd gewezen dat dit om verschillende redenen niet kan kloppen, had hij de fiets opeens tweedehands gekocht bij [winkel] voor een lagere prijs. Een andere tweedehands fiets zou [eiser sub 1] , anders dan op de factuur staat, niet bij [winkel] hebben gekocht. Telkens als [eiser sub 1] geconfronteerd werd met tegenstrijdigheden of onwaarheden, past hij zijn verklaring aan, aldus Asr.

En het werd nog erger met zijn mail van 5 januari 2015. Daarin schrijft [eiser sub 1] dat hij de Colnago niet bij [winkel] heeft gekocht, maar van een derde. Het is deze persoon die de fiets bij [winkel] heeft gekocht.


4.6.

Tijdens de comparitie heeft [eiser sub 1] gezegd dat hij steeds naar eer en geweten informatie aan Asr heeft gegeven. Hij heeft gezegd dat de Colnago bij [winkel] is aangekocht, maar niet dat hij de fiets daar heeft gekocht. Omdat hij de fiets niet zelf bij [winkel] heeft gekocht, stond hij niet in het systeem. De medewerkster ( [dochter] dochter; toevoeging rechtbank) bij [winkel] kon de aankoop wel in het systeem vinden en heeft zelf de factuur opgemaakt. [eiser sub 1] ontkent dat hij haar onder druk heeft gezet. Hij betwist ook dat hij de aankoopdatum en de prijs heeft genoemd. De prijs van € 4.895 is de nieuwprijs en is door [winkel] zelf op de factuur gezet, aldus [eiser sub 1] . Hij heeft er zelf € 4.000 voor betaald. Volgens [eiser sub 1] staat zijn verklaring niet goed in het rapport van i-Tek. Hij heeft zijn verklaringen niet gelezen, maar wel onder druk ondertekend.


4.7.

De rechtbank is van oordeel dat als [eiser sub 1] in het kader van een door Asr gestart onderzoek zijn verklaringen ondertekent, Asr erop mag vertrouwen dat die verklaringen een juiste weergave van de feiten zijn. Dat geldt zeker wanneer geantwoord wordt op gerichte vragen op basis van gerezen twijfels. Als [eiser sub 1] die verklaringen ongelezen heeft ondertekend, dan komen de gevolgen van eventuele onjuistheden in die verklaringen voor zijn risico.

Dit zou anders kunnen zijn als [eiser sub 1] zijn verklaringen niet in vrijheid heeft gegeven, zoals hij lijkt te zeggen. Maar omdat [eiser sub 1] dit standpunt op geen enkele manier handen en voeten heeft gegeven, gaat de rechtbank daaraan voorbij.


4.8.

Wat heeft [eiser sub 1] dan verklaard? Hij heeft op 16 oktober 2014 aan i-Tek verteld dat een Colnago Dream racefiets is gestolen. Als kenmerken gaf hij op:

“aankoopdatum: 01-02-2009

gekocht bij: [A]

aanschafprijs: € 4.895,-

bijzonderheden: (…) afgemonteerd met Shimano Dura Ace”


In combinatie met de factuur van [winkel] (zie onder 4.2.) – en mede omdat [eiser sub 1] bij andere zaken expliciet heeft vermeld dat hij die tweedehands had gekocht – heeft hij onmiskenbaar bij Asr de indruk gewekt dat hij zelf een nieuwe fiets bij [winkel] heeft gekocht voor in elk geval € 4.895.

Geconfronteerd met de informatie van [winkel] en de importeur van Colnago herhaalt [eiser sub 1] dat hij de fiets bij [winkel] heeft gekocht, zij het dat het nu een tweedehands exemplaar voor een lagere prijs is. Op 8 december 2014 verklaart hij namelijk:

“De racefiets van het merk en type Colnago Dream heb ik als tweedehands racefiets gekocht bij [winkel] . De nieuwwaarde van deze fiets bedroeg € 4.985,- maar ik heb dat er niet voor betaald. Ik heb volgens mij € 4.000,- voor deze racefiets betaald. (…)”


Pas nadat Asr had aangekondigd de schade niet zullen te vergoeden en de verzekering op te zeggen, stelde [eiser sub 1] zich in zijn e-mail van 5 januari 2015 op het standpunt dat hij de fiets niet bij [winkel] , maar bij een derde heeft gekocht (zie onder 4.5.).


4.9.

Uit zijn mededelingen blijkt dat [eiser sub 1] onwaar heeft verklaard over de aankoop en de waarde van de Colnago. De vraag is of dit is gebeurd met het opzet Asr te misleiden. Immers, alleen in dat geval vervalt in beginsel het gehele recht op uitkering. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.


4.10.

Bij dit oordeel is het volgende van belang. [eiser sub 1] past zijn verklaringen steeds aan wanneer hij door i-Tek op onjuistheden wordt gewezen. Eerst heeft hij de fiets nieuw bij [winkel] gekocht, daarna heeft hij hem daar voor een lagere prijs tweedehands gekocht en uiteindelijk is de fiets helemaal niet bij [winkel] gekocht.

Verder blijkt uit het onderzoek door i-Tek dat de door [eiser sub 1] opgegeven prijzen (ongeveer € 4.900) niet kunnen kloppen; ook niet als de fiets met de duurste onderdelen afgemonteerd zou zijn. In zijn verklaring van 8 december 2014 zegt [eiser sub 1] nog dat hij andere wielen en een verlengde stuurpen op de fiets heeft gezet. Voor zover hij hiermee de hoge prijs wil verklaren, lukt dat niet omdat [eiser sub 1] die onderdelen naar eigen zeggen pas na de koop heeft aangebracht.

Tot slot heeft [A] verklaard dat [eiser sub 1] zijn dochter onder druk heeft gezet om de factuur uit te schrijven. Dit duidt naar het oordeel van de rechtbank op opzettelijk handelen met als bedoeling een onjuiste voorstelling van zaken te geven. Weliswaar ontkent [eiser sub 1] dat hij [dochter] dochter onder druk heeft gezet, maar dit betekent niet dat aan diens verklaring geen waarde toegekend kan worden. [A] heeft namelijk geen belang bij het afleggen van een onjuiste verklaring.


4.11.

Op basis van het voorgaande leidt de rechtbank af dat [eiser sub 1] met zijn onjuiste mededelingen de bedoeling had Asr te misleiden, namelijk haar te bewegen tot het doen van een uitkering waartoe zij niet gehouden is. De verplichting van Asr tot uitkering van schade is hierdoor op grond van artikel 7:941 lid 5 BW vervallen. Tijdens de zitting heeft [eisers c.s.] gezegd dat er een bijzondere omstandigheid is die ertoe leidt dat het algehele verval van uitkering niet gerechtvaardigd is. Deze omstandigheid is bewijsnood van zijn kant. Het is de rechtbank niet duidelijk in welke bewijsnood [eisers c.s.] geraakt is. Feit is in elk geval dat als [eisers c.s.] naar waarheid had verklaard, Asr zich niet op het vervallen van het recht op uitkering had hoeven te beroepen. Hoe dan ook, de rechtbank ziet in deze gestelde bewijsnood geen bijzondere omstandigheid die de hoofdregel van artikel 7:941 lid 5 BW opzij zet.

Dit betekent dat op de discussie over de B&O-apparatuur en het kristal en de overige stellingen van partijen niet ingegaan hoeft te worden.


Opzegging


4.12.

In overeenstemming met het bepaalde in artikel 7:904 lid 3 BW heeft Asr in artikel 5 lid 2, onder e van haar polisvoorwaarden bedongen dat zij de overeenkomst kan opzeggen als de verzekerde over een gebeurtenis of schade met opzet een onjuiste voorstellen van zaken heeft gegeven. Dat is hier het geval, zodat Asr de overeenkomst mocht beëindigen zoals zij heeft gedaan.


Conclusie


4.13.

Op grond van het voorgaande zullen alle vorderingen van [eisers c.s.] worden afgewezen.


In reconventie

4.14.

Volgens [eisers c.s.] is hij niet gehouden de onderzoekskosten van i-Tek te betalen, omdat hij geen onwaarachtige opgave heeft gedaan, laat staan de bedoeling had Asr te misleiden. Dit verweer faalt vanwege het oordeel in conventie.


4.15.

Subsidiair voert [eisers c.s.] aan dat bij gebreke van een deugdelijke specificatie van de werkzaamheden niet valt te beoordelen of de gevorderde kosten voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets.


4.16.

Het handelen van [eisers c.s.] is onrechtmatig ten opzichte van Asr. Op grond van artikel 6:162 BW is [eisers c.s.] gehouden de schade te vergoeden die Asr daardoor lijdt. De schade bestaat uit de onderzoekskosten van i-Tek en bedraagt volgens Asr € 8.220,45. In reactie op het verweer van [eisers c.s.] heeft Asr met haar brief van 2 november 2017 een specificatie van de werkzaamheden van i-Tek in het geding gebracht. [eisers c.s.] heeft tijdens de zitting zijn verweer niet nader onderbouwd. Hierom – en mede omdat de rechtbank ook geen aanleiding heeft voor de conclusie dat de onderzoekskosten niet redelijk zijn – zal de vordering tot vergoeding van deze kosten worden toegewezen.


4.17.

Asr vordert verder de wettelijke rente over deze kosten vanaf 15 december 2014. i-Tek heeft drie facturen gestuurd met elk een betalingstermijn van 14 dagen. De factuurdata zijn 24 november, 9 december en 19 december 2014. Het is de rechtbank niet duidelijk waar de datum van 15 december 2014 vandaan komt. Het is ook niet duidelijk wanneer Asr de facturen heeft betaald. Aangenomen mag wel worden dat Asr deze facturen op enig moment heeft betaald. Vanwege deze onduidelijkheid zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf het moment van het instellen van de tegeneis, namelijk 15 maart 2017.


In conventie en in reconventie


4.18.

[eisers c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Asr in conventie worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op:

- griffierecht € 1.929,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.717,00


4.19.

[eisers c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Asr in reconventie worden veroordeeld. Die kosten, bestaande uit salaris advocaat, worden begroot op 894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 894,00).


5De beslissing

De rechtbank


in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt [eisers c.s.] in de proceskosten, aan de kant van Asr tot op vandaag begroot op € 3.717,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, waarvan € 96,57 aan explootkosten na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak moet worden voldaan aan de griffier,


5.3.

verklaart het bepaalde onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad,


in reconventie

5.4.

veroordeelt [eisers c.s.] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, aan Asr te betalen een bedrag van € 8.220,45, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 maart 2017 tot de dag van volledige betaling,


5.5.

veroordeelt [eisers c.s.] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de kant van Asr tot op vandaag begroot op € 894,00,


5.6.

verklaart het bepaalde onder 5.4. en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad,


5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,


in conventie en in reconventie


5.8.

veroordeelt [eisers c.s.] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers c.s.] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,


5.9.

verklaart het bepaalde onder 5.8. uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2017.

1 type: MaH coll: ASP