Rechtbank Midden-Nederland, 01-03-2017 / 4514752


ECLI:NL:RBMNE:2017:840

Inhoudsindicatie
Huurrecht, breakoptie, bedrog, onrechtmatige daad, stelpicht, gemeenschap
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-03-01
Publicatiedatum
2017-12-28
Zaaknummer
4514752
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter


locatie Utrecht


zaaknummer: 4514752 UC EXPL 15-15597 MEH/1029


Vonnis van 1 maart 2017


in de zaak tussen


[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

verder te noemen [eiser] ,

eiser,

gemachtigde: mr. J.P. Snoek, advocaat in Utrecht ,


en


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Cronos Group bv,

gevestigd in Utrecht ,

verder te noemen Cronos,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. V.H.B. Kruit en T. Scholma, advocaten in Utrecht .



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van 27 januari 2016;
  • - de brief met producties van Cronos van 14 juni 2016 ten behoeve van de comparitie;
  • - de brief met een productie van Cronos van 15 juni 2016 ten behoeve van de comparitie;
  • - de brief van [eiser] met producties ten behoeve van de comparitie;
  • - de fax van Cronos met producties van 29 juni 2016 ten behoeve van de comparitie;
  • - het proces-verbaal van comparitie van 30 juni 2016;
  • - de conclusie na comparitie van Cronos;
  • - de antwoordconclusie met producties van [eiser] ;
  • - de akte uitlaten producties tevens akte inbreng producties van Cronos.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2Feiten

2.1.

[eiser] is samen met [A] en [B] eigenaar van het kantoorgebouw aan [adres] in Houten . Cronos is een ICT-onderneming.


2.2.

Op 1 december 2011 is tussen enerzijds [eiser] , [A] en [B] en anderzijds Cronos per 1 november 2011 een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het kantoorgebouw. De aanvangshuurprijs bedroeg € 32.500,- per jaar. Per 1 november 2012 bedroeg de huurprijs op jaarbasis € 48.750,- en per 1 november 2012 (bedoeld zal zijn: 2013) € 64.350,-.

De overeenkomst kende een looptijd van vijf jaar, dus tot en met 31 oktober 2016. In artikel 8.3 van de overeenkomst is een zogenaamde breakoptie opgenomen:

“Huurder heeft een eenmalige breakmogelijkheid na een huurperiode van 3 (drie) jaar. Deze breakoptie kan uitsluitend door huurder worden ingeroepen wanneer Cronos Group B.V. uit Nederland, behoudens de bestaande vestiging in Rotterdam, vertrekt vanwege negatieve resultaten en economische problemen. Indien er van de breakmogelijkheid gebruik wordt gemaakt dient dit uiterlijk 12 (twaalf) maanden van tevoren (voor 1 november 2013), per aangetekend schrijven aan verhuurder aangegeven te worden.


Verhuurder en huurder zijn overeengekomen dat bij gebruikmaking van de breakoptie door huurder er een gereduceerde jaarhuurprijs van € 58.750,= zal worden gehanteerd voor het 3e (derde) huurjaar, te weten van 1 november 2013 tot 1 november 2014, welke volledig door huurder zal worden voldaan ongeacht het moment van vertrek.


(…)”


2.3.

In haar brief van 26 augustus 2013 beëindigt Cronos de huurovereenkomst met gebruikmaking van de breakoptie:

“Verwijzend naar de artikels 3.3, 3.4, en 8.3 (breakoptie) in de huurovereenkomst van oktober 2011, zouden we gebruik willen maken van de voorziene breakoptie op basis van de negatieve resultaten en economische problemen van De Cronos Group BV. Ter staving zend ik u in bijlage de balans van het laatst afgesloten boekjaar.


Het huurcontract zal dus volgens de bepalingen in artikel 8.3 van het genoemde contract, ten laatste op 31 oktober 2014 eindigen, met bezemschone en lege oplevering uiterlijk 1 oktober 2014.”


2.4.

Bij advocatenbrief van 17 juli 2015 stelt [eiser] zich op het standpunt dat Cronos de breakoptie ten onrechte heeft ingeroepen. Volgens [eiser] is Cronos niet uit Nederland vertrokken, maar is zij verhuisd naar Utrecht . [eiser] maakt aanspraak op een schadevergoeding van € 64.533,38.


2.5.

Cronos reageert bij brief van 12 augustus 2015. Zij schrijft onder andere dat zij naar België is verhuisd, waarbij zij verwijst naar een factuur van 17 september 2014 van Mondial Movers voor de verhuizing.


3Het geschil

3.1.

Kort gezegd vordert [eiser] dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

I. de opzegging door Cronos vernietigt dan wel voor recht verklaart dat Cronos onrechtmatig heeft gehandeld;

II. Cronos veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 64.533,38, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2014 tot 1 september 2015 (zijnde een bedrag van € 597,66) en de wettelijke rente vanaf 1 september 2015 tot de dag van volledige betaling;

III. Cronos veroordeelt tot betaling van een contractuele boete van € 3.000,- dan wel € 1.420,33 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten;

IV. Cronos veroordeelt in de (na)kosten.


3.2.

[eiser] stelt dat hij de vorderingen mede namens [A] en [B] instelt. Uit een verhuisbericht dat medio juni 2015 tijdens de oplevering van het kantoorpand aan de nieuwe huurder is aangetroffen, blijkt volgens [eiser] dat Cronos helemaal niet uit Nederland is vertrokken, maar is verhuisd naar Utrecht . Ook uit het Handelsregister blijkt volgens [eiser] dat Cronos is verhuisd naar Utrecht . Hij stelt dat Cronos zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog, doordat zij hem, [A] en [B] heeft bewogen tot aanvaarding van de opzegging, terwijl zij bewust achterwege heeft gelaten dat zij Nederland niet heeft verlaten. Hiermee heeft Cronos ook onrechtmatig gehandeld, zodat zij subsidiair gehouden is de schade te vergoeden.

Deze schade bestaat uit leegstand over de periode van 1 november 2014 tot 1 september 2015 van € 53.625,- (10 maanden x € 5.360,50) en het verschil in huurprijs in de periode van 1 september 2015 tot 1 november 2016 die Cronos had moeten betalen en de nieuwe huurder betaalt, zijnde € 10.908,38 (10 x € 779,17). De totale schade bedraagt dus € 64.533,38.


3.3.

Cronos heeft gemotiveerd verweer gevoerd met als conclusie dat de kantonrechter [eiser] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

Cronos voert als eerste aan dat [eiser] in eigen naam optreedt en dus niet zomaar een schadevergoeding namens de andere verhuurders kan vorderen. Dat betekent dat de vorderingen hoogstens voor ⅓ deel kunnen worden toegewezen.

[eiser] heeft deze stelling niet weersproken, behalve door te zeggen dat hij ook namens [A] en [B] procedeert.


4.2.

Uit artikel 6:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat als een prestatie aan twee of meer schuldeisers verschuldigd is, zij in hun verhouding tot de schuldenaar in beginsel ieder voor een gelijk deel tot de prestatie gerechtigd zijn. Als de prestatie ondeelbaar is of het recht daarop in een gemeenschap valt, dan hebben de schuldeiseres gezamenlijk één vorderingsrecht. De regels over gemeenschap bepalen de bevoegdheden van de deelgenoten.

Het beheer van een gemeenschappelijk goed vindt ingevolge artikel 3:170 lid 2 BW plaats door de deelgenoten samen. Op grond van artikel 3:171 BW is iedere deelgenoot evenwel gerechtigd tot het instellen van een rechtsvordering ter verkrijging van een rechtelijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap, tenzij een beheersregeling anders bepaalt.


4.3.

Niet in geschil is dat het bedrijfspand de eigendom is van [eiser] , [A] en [B] . Er moet dan ook van worden uitgegaan dat sprake is van een gemeenschap in de zin van artikel 3:166 BW. Het innen van huurpenningen behoort tot de normale exploitatie van het bedrijfspand en daarmee tot daden van beheer. Dat geldt ook voor het instellen van een rechtsvordering tot betaling van huurpenningen. In beginsel kunnen [eiser] , [A] en [B] dit slechts gezamenlijk doen. Omdat van het bestaan van een beheersregeling met afwijkende bepalingen is niet gebleken ( [eiser] heeft verklaard namens de andere deelgenoten op te treden), is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] zelfstandig bevoegd is een rechtsvordering ten behoeve van het gemeenschappelijke goed (het bedrijfspand) in te stellen. Dit oordeel leidt ertoe dat het verweer van Cronos – wat er verder ook van zij – wordt gepasseerd.


4.4.

Meer inhoudelijk gaat deze zaak over de vraag of Cronos uit Nederland is vertrokken vanwege negatieve resultaten en economische problemen.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat dit niet het geval is, zodat Cronos de breakoptie niet had mogen lichten. Uit het verhuisbericht dat is aangetroffen blijkt volgens hem dat Cronos is verhuisd naar de Orteliuslaan in Utrecht . Dit bericht luidt:

“VERHUISD NAAR

[adres] – [woonplaats]

BIJ VRAGEN (…)


  • - Cronos Group B.V.
  • - Cloud Avenue B.V.
  • - Localyse B.V.
  • - Onomos B.V.
  • - iRelate B.V.
  • - Orcade”

4.5.

Cronos betrekt de stelling dat zij wel degelijk uit Nederland is verhuisd vanwege negatieve bedrijfsresultaten. De bedrijfsinventaris is op 10 en 11 september 2014 verhuisd naar Gent en Kontich in België. Deze inventaris is direct doorverkocht aan Cella-Group nv, wat blijkt uit een interne factuur van 30 september 2014.

Cronos stelt dat zij [adres] alleen als postadres heeft aangehouden om het vertrek af te wikkelen. Volgens haar was [eiser] op de hoogte van het feit dat zij een postadres in Utrecht aanhield. In de footer van e-mailberichten aan Boulevard Beheer (die namens de verhuurders optrad) was vermeld dat Cronos per 1 oktober zou verhuizen naar de [adres] . Cronos heeft ook toestemming gekregen van Boulevard Beheer een verhuisbericht aan het pand te bevestigen. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst zij naar schriftelijke verklaringen van [C] (voormalig administratief medewerkster van Cronos) en [D] (ex-medewerker van Cronos), beide van 13 juni 2016. Mevrouw [C] verklaart:

“Medio 2013 kreeg ik het bericht van de toenmalige verantwoordelijke, mevrouw [E] , dat er binnen Cronos Group B.V. werd besloten om de operationele activiteiten in Nederland te beëindigen. Sindsdien werden geen nieuwe medewerkers meer aangeworven en werden evenmin lopende arbeidsovereenkomsten met medewerkers verlengd. De laatste werknemer van Cronos Group B.V. is uit dienst gegaan in juli 2014.”


Zij verklaart verder contact te hebben gehad met [F] van Boulevard Beheer. Daarover verklaart zij:

“Zo mocht ik – met medeweten van de heer [F] – een brief aan de deur van het kantoorgebouw bevestigen met verwijzing naar het nieuwe postadres. Van zodra het nieuwe adres bekend was, heb ik dit altijd helder en transparant gecommuniceerd aan de heer [F] van Boulevard Beheer.”


De heer [D] verklaart onder meer :

“Zo heb ik in september 2014 uitvoerig gecommuniceerd, en dit zowel mondeling als via e-mail, met de heer [F] , medewerker van Boulevard Beheer, rond de beëindiging van de operationele activiteiten van Cronos Group B.V. en de daarmee gepaard gaande verhuis van materiaal, medewerkers en uitrusting naar België. (…) Tevens kwam ik met de heer [F] overeen dat een brief aan de deur van het kantoorgebouw mocht worden bevestigd met verwijzing naar het nieuwe postadres. Bijkomend kwamen wij overeen dat ik de sleutel mocht houden om de post op te halen. Op 18 december 2014 heb ik de sleutel volgens de gemaakte afspraken terug ingeleverd bij Boulevard Beheer in Zeist.”


Cronos betwist dat zij na het vertrek uit [adres] operationele activiteiten heeft uitgevoerd. In dit licht wijst zij op een schriftelijke verklaring van 14 juni 2016 van haar bestuurder [G] en op de schriftelijke verklaring van 9 juni 2016 van [H] (bestuurder van Creative Valley Utrecht bv en gevestigd aan de Orteliuslaan 13 ). [G] verklaart:

“(…)

Niettegenstaande het onze uiterste betrachting is geweest om nooit een beroep te moeten doen op voornoemde breakoptie, heeft de realiteit spijtig genoeg uitgewezen dat het niet haalbaar bleek om als jong bedrijf in tijden van economische recessie de Nederlandse markt te betreden. (…)


In dit kader zagen wij ons derhalve in augustus 2013 genoodzaakt om ons te beroepen op de breakoptie (…).


Vanaf de opzegging werd de ontmanteling van de operationele activiteiten in Nederland definitief verder ingezet waarbij in september 2014 uiteindelijk alle investeringsgoederen (meubilair, hardware, telefooncentrale) en alle stukken (o.m. briefwisseling, offertes, contracten, boekhouding) overgebracht naar België. Hierbij werd enkel een maatschappelijke zetel (en dus geen exploitatiezetel) behouden in Utrecht . Boulevard Beheer werd hiervan tijdig in kennis gesteld. (…)”


[H] verklaart:

“Hierbij verklaar ik (…) dat Cronos Group B.V. het adres [adres] te [woonplaats] sinds begin 2015 tot en met heden louter aanhoudt als postadres. Feitelijk fungeert dit adres louter als een Postbus en wordt alle ontvangen post per omgaande wordt doorgestuurd naar De Cronos Groep N.V. te Kontich, België.”


Ook wijst Cronos op een brief van 14 juni 2016 van BDO Accountants, waarin staat dat per 1 juli 2014 geen werknemers meer in dienst zijn.


4.6.

In reactie op de verklaringen van [D] beroept Cronos zich op een verklaring van 16 juni 2016 van [F] van Boulevard Beheer bv:

“Als aangestelde beheerder van [adres] is mij door de verhuurders (…) medegedeeld dat er sprake was van beëindiging van de huurovereenkomst (…). Ik heb dan ook niet nooit de link gelegd tussen de huurovereenkomst en het vertrek naar Utrecht en derhalve ook niet de genoemde e-mails (van Cronos; toevoeging kantonrechter) doorgestuurd naar de verhuurders.


(…)


Tot slot kan ik verklaren nooit bekend geweest te zijn met de tekst op de bedoelde brief welke de familie [D] op de deur heeft gehangen. Deze tekst is namelijk na mijn vertrek bij de oplevering opgehangen (…).”


4.7.

Naar aanleiding van de uitgebreide discussie tussen partijen tijdens de comparitie van 30 juni 2016 heeft de kantonrechter hen in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader te onderbouwen.

Cronos heeft de factuur van Mondial Movers van 17 september 2014 in het geding gebracht. Hiermee brengt Mondial Movers een bedrag van € 1.893,65 (inclusief btw) in rekening voor “het verhuizen van Houten naar Gent en Kontich”. Ook wijst zij op een allonge (een bijlage bij een huurovereenkomst) tussen Onomos bv en Offices for You Utrecht, die op 28 juli 2014 door Onomos is ondertekend. De allonge noemt als aanvangsdatum 1 september 2014. Onder “Bijkomende bepalingen” is vermeld:

“De volgende entiteiten maken gebruik van postadressen: iRelate BV, Localyse BV, Prodigma Consulting BV, Cronos Group BV, Cloud Avenue BV.”


Verder beroept Cronos zich op een gezamenlijke verklaring van [C] en [D] van 28 juli 2016:

“Hierbij verklaren wij (…) dat wij sedert de verhuis van Cronos Group B.V. in september 2014 tot einde 2014 slechts sporadische werkzaamheden hebben verricht voor Cronos Group B.V. Het betrof hier voornamelijk occasionele postafhandeling en de verdere afhandeling van de beëindiging van de operationele activiteiten in Nederland. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden werden ons geen kantoorfaciliteiten ter beschikking gesteld door Cronos Group B.V.”


4.8.

[eiser] stelt dat uit de factuur van Mondial Movers niet blijkt dat de volledige inventaris is verhuisd. Evenmin is gebleken dat deze factuur is betaald. Ook acht hij het ongeloofwaardig dat de inventaris eerst naar twee locaties in België verhuisd is en daarna voor een “astronomisch” bedrag van € 6.000,- is verkocht.

[eiser] wijst erop dat de allonge niet door de verhuurder is ondertekend. Ook blijkt er volgens hem uit dat Cronos in elk geval in Utrecht gevestigd is geweest. Dat wordt bevestigd door de verklaring van [C] en [D] .

Tot slot stelt [eiser] – zo begrijpt de kantonrechter – dat Cronos via allerlei gelieerde ondernemingen, zoals Cloud Avenue bv, RauwCC bv en Localyse bv, nog steeds economische activiteiten in Nederland ontplooit.


4.9.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op [eiser] rust de stelplicht en, zo nodig, de bewijslast van de stellingen dat Cronos zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog en (daarmee) onrechtmatig heeft gehandeld. Uit het verhuisbericht blijkt dat Cronos is verhuisd naar de Orteliuslaan in Utrecht . Als Cronos deze verhuizing niet had toegelicht, zou deze verhuizing het vermoeden kunnen rechtvaardigen dat zij haar economische activiteiten in Nederland van daaruit heeft voortgezet, zodat niet aan de voorwaarde van de breakoptie voldaan is.

Cronos heeft echter uitgelegd wat de achtergrond en de aard van deze verhuizing waren. Het komt erop neer dat zij, zoals zij ook tijdens de comparitie heeft verteld, zich heeft verkeken op de kansen de Nederlandse ICT-markt te veroveren op de manier waarop zij dat in België heeft gedaan. Dat kwam mede door het economische klimaat. Na de beslissing met de economische werkzaamheden in Nederland te stoppen, zijn werknemers in Nederland uit dienst gegaan en heeft zij haar inventaris naar België laten verhuizen. Op de Orteliuslaan heeft zij slechts een postadres aangehouden om de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten te regelen.

Dat uit de factuur van Mondial Movers niet blijkt dat de gehele inventaris is verhuisd, is juist maar dit is te weinig om te concluderen dat de gehele inventaris niet is verhuisd. Uit de door Cronos in het geding gebrachte productie M blijkt in elk geval wel dat de factuur is betaald.

Het standpunt van [eiser] dat het onwaarschijnlijk is dat die inventaris voor een in haar ogen astronomisch bedrag is verkocht, is evenmin voldoende om aan de verhuizing van de inventaris te twijfelen. Niet duidelijk is waaruit de inventaris bestond, noch wat de waarde ervan was, zodat niet gezegd kan worden dat het bedrag van € 6.000,- ongeloofwaardig is.


4.10.

De kantonrechter heeft verder geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van [D] en [C] . Deze verklaringen ondersteunen (samen met de verklaring van [H] ) het standpunt van Cronos dat zij slechts een postadres heeft aangehouden aan de Orteliuslaan . Dat Cronos na het vertrek uit Houten nog in Nederland actief is geweest, staat daarmee wel vast. Maar dat is niet voldoende; immers is tussen partijen niet in geschil dat alleen als Cronos nog operationele bedrijfsactiviteiten had ontplooid, zij in strijd zou hebben gehandeld met de breakoptie.

Dat Cronos alleen een postadres heeft aangehouden, blijkt ook uit de allonge waar zij zich op beroept. Dat die allonge 1 september 2014 als aanvangsdatum noemt, brengt niet zonder meer met zich dat Cronos (zoals [eiser] kennelijk veronderstelt) tot die tijd operationeel in Nederland actief was.


4.11.

Dat Cronos gelieerd is aan diverse andere ondernemingen, brengt zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, evenmin mee dat aangenomen moet worden dat zij nog steeds economische activiteiten in Nederland ontplooit.


4.12.

De kantonrechter is al met al van oordeel dat [eiser] – in het licht van het verweer – onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat Cronos niet uit Nederland is vertrokken, zoals bedoeld in de breakoptie, en hem heeft bedrogen, althans onrechtmatig heeft gehandeld. Dat betekent dat in rechte vaststaat dat Cronos de huur overeenkomst in overeenstemming met de breakoptie heeft opgezegd. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen. Overigens heeft [eiser] ook geen daartoe strekkend concreet bewijsaanbod gedaan.

De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen. De overige stellingen van partijen hoeven niet te worden besproken.


4.13.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Cronos worden begroot op € 1.500,- (2,5 punten x tarief € 600,-).


5De beslissing


De kantonrechter


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Cronos, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.500,- aan salaris gemachtigde,


5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen – onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden – met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,


5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2017.