Rechtbank Midden-Nederland, 01-03-2017 / 16/700202-16 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:983

Inhoudsindicatie
Een 35-jarige man uit Woudenberg heeft zich schuldig gemaakt aan grooming en ontucht met een 14-jarig meisje in 2015 in België. Tijdens chatgesprekken stuurden zij elkaar seksueel getinte foto’s. Daarmee heeft de man kinderporno verworven en in zijn bezit gehad. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De man heeft tijdens de chatgesprekken aangestuurd op een ontmoeting. Uiteindelijk is het tot een afspraak gekomen en hebben zij seks gehad in het busje van de man. Hij heeft zijn lustgevoelens voorop gesteld en geen rekening gehouden met de negatieve gevolgen voor het meisje. De man heeft misbruik gemaakt van het leeftijdsverschil en het vertrouwen dat het jonge en kwetsbare meisje in hem had, zo oordeelt de rechtbank. Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat de man een stoornis heeft met narcistische en dwangmatige persoonlijkheidstrekken. De rechtbank beschouwt de man als verminderd toerekeningsvatbaar. De man heeft spijt betuigd en staat open voor hulpverlening. Hij komt onder toezicht van reclassering en moet een behandeling ondergaan. De rechtbank verwacht niet dat de man contact op zal nemen met het slachtoffer, maar legt wel een contactverbod op om de angst op contact bij het meisje weg te nemen.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-03-01
Publicatiedatum
2017-03-01
Zaaknummer
16/700202-16 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht



Parketnummer: 16/700202-16 (P)



Vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 maart 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1981] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] [woonplaats] ,

preventief gedetineerd in P.I. Flevoland – HvB Almere Binnen.



1Het onderzoek ter terechtzitting


Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. G.J.R. van der Kolk, advocaat te Hilversum.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. Z. Trokic en van hetgeen verdachte en diens raadsman, alsmede hetgeen mr. F.A. ten Berge namens de benadeelde partij [slachtoffer] , naar voren hebben gebracht.



2Tenlastelegging


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


ten aanzien van feit 1: in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 augustus 2015 te Wortegem-Petegem (België) met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.


ten aanzien van feit 2: op tijdstippen in de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 te Woudenberg, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (Facebook en/of een chatservice) een persoon van wie verdachte weet dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt (te weten [slachtoffer] ) ontmoetingen heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen.


ten aanzien van feit 3: op tijdstippen in de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 te Woudenberg en/of België, foto’s en/of video’s en/of films van seksuele gedragingen waarbij [slachtoffer] betrokken of schijnbaar betrokken is, heeft aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad.



3Voorvragen


De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feite en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.



4De beoordeling van het bewijs


4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich ten aanzien van feit 2 op het standpunt dat aan de hand van de verklaringen en de appberichten niet duidelijk valt op te maken dat het doel van ontuchtige handelingen als vast voornemen van verdachte vooropstond bij het ontmoetingsvoorstel. Het bestanddeel oogmerk ontbreekt. De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van feit 2. Ten aanzien van feit 3 stelt de verdediging zich op het standpunt dat het dossier onvoldoende feitelijke steun biedt voor het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal, en verzoekt daarom verdachte ook van feit 3 vrij te spreken. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft feit 1.

Voor het geval dat de rechtbank van oordeel is dat feit 2 wel wettig en overtuigend bewezen is, stelt de verdediging dat feiten 2 en 1 gekwalificeerd dienen te worden als een voortgezette handeling. De feiten zijn in dat geval namelijk een uiting van één ongeoorloofd wilsbesluit om seksueel verkeer met een te jong meisjes te hebben.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


4.3.1.

De partiële vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten aanzien van feit 3 partieel dient te worden vrijgesproken van de afbeeldingen die zien op het met de vingers en/of voorwerpen vaginaal/anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (tenlastelegging onder het tweede gedachtestreepje). Het dossier biedt daarvoor onvoldoende bewijs, anders dan alleen de verklaring van verdachte zelf.


4.3.2.

De feiten en omstandigheden

Ten behoeve van de leesbaarheid zal de rechtbank eerst de feiten en omstandigheden van feit 2 en vervolgens die van feiten 1 en 3 bespreken.



Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


[slachtoffer] verklaart dat zij een keer thuis is gaan chatten. Zij kwam daar hem (de rechtbank begrijpt verdachte) op tegen en zij zijn toen berichten blijven sturen. Hij heeft toen een keer gevraagd om af te spreken. Hij heeft haar toen proberen te overtuigen en toen heeft hij gezegd wat hij voor haar voelt. In de grote vakantie hebben ze een keer afgesproken. Tijdens de chatgesprekken vroeg [verdachte] (de rechtbank begrijpt verdachte) of ze wou ‘geilen’ met hem. Hij stuurde haar berichten door waarvan je opgewonden raakt, Hij stuurde haar een foto van zijn penis door, en daarop heeft zij ook een foto van zichzelf aan hem doorgestuurd, van haar borsten en haar “onderste” vagina (zonder gezicht). [verdachte] heeft gevraagd om af te spreken. Hij heeft haar gezegd: ‘ik ga niets doen, als jij zegt dat het niet mag’. Zij zegt dat ze dan afgesproken hebben. Zij verklaart dat hij weet hoe oud ze is. [verdachte] heeft gezegd welke dag en welk uur hij bij haar kon komen. Zij heeft de plaats van de afspraak moeten doorgeven. Zij heeft gezegd dat er daar een kerk staat en dat hij naar de kerk moet komen. Zij zegt dat ze elkaar eens wilden zien en dat dit de reden is waarom ze afgesproken hebben. Zij verklaart dat het voor hem blijkbaar wel was voor de seks. [verdachte] heeft zich op de chat voorgesteld.


Verdachte verklaart hij op een site is uitgekomen. Op die site zijn zij (de rechtbank begrijpt verdachte en [slachtoffer] ) gaan chatten. Hij heeft haar filmpjes en foto’s gestuurd. Hij heeft ook een afspraak met haar gemaakt. Uiteindelijk is hij daar naar toe gegaan en heeft seks met haar gehad. Verdachte verklaart dat hij in maart 2015 contact kreeg met [slachtoffer] . Zij was toen 14 jaar. Dat heeft ze zelf gezegd. Via zijn computer kwam hij via chatten.nl in contact met [slachtoffer] . Daarna had hij contact met zijn telefoon. Volgens verdachte stelde [slachtoffer] voor om af te spreken. Hij reed naar Wortegem, waar zij woont. De condooms had hij gekocht. Het was bedoeld voor [slachtoffer] .


Ter terechtzitting verklaart verdachte dat hij een dag voor de afspraak de condooms heeft aangeschaft. Hij had die condooms inderdaad gekocht voor [slachtoffer] . Hij was verliefd en de reden dat hij condooms kocht was omdat je nooit weet hoe het zou lopen. Het was het zekere voor het onzekere. De condooms kocht verdachte nadat hij de afspraak met [slachtoffer] had gemaakt.


De rechtbank acht op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan grooming zoals onder 2 ten laste is gelegd. Verdachte heeft uitgebreid chatcontact gehad met een meisje van 14 jaar oud, waarbij hij voorstelde om te ‘geilen’. Vervolgens zijn over en weer seksueel getinte berichten en foto’s verstuurd. Verdachte heeft aangevoerd dat hij aan het chatten was vanwege de aandacht en de spanning en dat hij verliefd op haar was. Op initiatief van verdachte is een afspraak gemaakt voor een ontmoeting. Bij het voorstellen van de afspraak heeft verdachte aangegeven dat hij niets zou doen als zij het niet wilde. Op de dag van de afspraak is hij naar Wortegem, België, de woonplaats van [slachtoffer] , gereden. Voorafgaand aan deze ontmoeting heeft verdachte condooms gekocht. Gelet op bovengenoemde omstandigheden is de rechtbank is van oordeel dat verdachte, anders dan de verdediging stelt, bij het voorstellen van een ontmoeting het oogmerk heeft gehad ontuchtige handelingen met [slachtoffer] te plegen en, met het zich begeven naar de met [slachtoffer] afgesproken plaats, ook handelingen heeft verricht om die ontmoeting te verwezenlijken.


Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft dit feit bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering -voor zover zij dit feit bewezen acht- volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016;

- de aangifte door [A] namens [slachtoffer] van 13 april 2016;

- de getuigenverklaring van [getuige] van 13 april 2016;

- de chatgesprekken tussen [slachtoffer] en [B] van 14 oktober 2015;

- bekennende verklaring van verdachte.


Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, die mede bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam met een meisje waarvan hij wist dat zij de leeftijd van 14 jaar had.


Voortgezette handeling

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er bij de feiten 2 en 1 sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. Het via internet contact leggen met een minderjarig meisje, een afspraak met haar maken met de bedoeling om ontuchtige handelingen te plegen en zich vervolgens begeven naar die afgesproken plaats en de ontuchtige handelingen verwezenlijken zijn handelingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit van verdachte.


Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.


[slachtoffer] verklaart dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt verdachte) tijdens de chatgesprekken vroeg of ze wou ‘geilen’ met hem. Eerst wou ze dit niet doen, doch na een tijd heeft hij haar overtuigd en heeft ze dat toch gedaan. [verdachte] heeft een foto van zijn lul doorgestuurd. Hij vroeg haar om ook iets door te sturen. Hij bleef dit een hele tijd doorvragen. Zij verklaart dat zij ook een foto gestuurd heeft. Dit waren naaktfoto’s waarop haar aangezicht niet te zien was. Op de foto’s staan haar borsten en haar ‘onderste’ vagina. De foto’s van haarzelf die ze doorgestuurd heeft naar [verdachte] , heeft ze genomen met haar GSM bij haar thuis. Zij zegt dat zij in de gang naar de badkamer stond. Zij staat helemaal naakt op de foto, haar aangezicht staat niet op de foto.


Ter terechtzitting verklaart verdachte dat hij seksueel getinte foto’s van [slachtoffer] heeft gekregen. Hij heeft haar om foto’s gevraagd.


Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven (door naar naaktfoto’s te vragen) en in bezit hebben van kinderporno, waarop [slachtoffer] naakt poseert en waarvan de afbeeldingen als een onmiskenbare seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling.



5Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte


ten aanzien van feit 2 en 1:

voortgezette handeling van


op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 in Nederland door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (Facebook en een chatservice), een persoon van wie hij, verdachte, weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [2000] , één ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer] te plegen, terwijl hij, verdachte, telkens enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, meermalen,

- die [slachtoffer] gevraagd om elkaar op een van te voren afgesproken plaats en tijdstip te ontmoeten en

- een tijdstip en locatie afgesproken met die [slachtoffer] en

- vervolgens op de afgesproken locatie en tijdstip verschenen.


en


in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 augustus 2015 te Wortegem-Petegem (België) met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] getongzoend en

- de kleding van die [slachtoffer] uitgetrokken en

- de blote borsten van die [slachtoffer] betast en

- de vagina en schaamlippen van die [slachtoffer] betast en

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten betasten en aftrekken en

- meermalen zijn vingers en penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en gehouden.


ten aanzien van feit 3:

op meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 in Nederland, een foto van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [2000] , is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad en welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en de borsten van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.



6De strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:


ten aanzien van feit 2 en 1:


voortgezette handeling van


door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting;


en


met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;


ten aanzien van feit 3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben.


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.



7De strafbaarheid van verdachte


De rechtbank heeft kennis genomen van de Pro Justitia rapportages betreffende verdachte, van 16 januari 2017, opgemaakt door C.A.M. van der Meijes, psychiater, en van 17 januari 2017, opgemaakt door H. Schraft, GZ-psycholoog.

De psychiater stelt dat verdachte een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens heeft die wordt gekenmerkt door laagbegaafdheid en disfunctionele (narcistische en dwangmatige) persoonlijkheidstrekken. Er is geen ziekelijke stoornis gediagnosticeerd. De gebrekkige ontwikkeling was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen. Verdachte viel weer terug in een oude gewoonte: hij zocht de spanning op door te gaan ‘sekschatten’. De lagere begaafdheid van verdachte droeg ertoe bij dat hij op de chatsite gemakkelijker contact maakte met pubermeisjes. De narcistische karaktertrekken zorgden ervoor dat verdachte minder in staat was om kritisch naar zijn eigen strafbare gedragingen te kijken en dat hij vrij egocentrisch handelde. Verder maakten zijn dwangmatige persoonlijkheidstrekken dat hij op een wat obsessieve manier doorging met het ‘sekschatten’. Dit leidt tot het advies om het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Verdachte had door zijn disfunctionele karaktereigenschappen wat minder inzicht in zijn eigen beperkingen en kon daardoor minder goed zijn gedrag bijsturen. Ook was hij door zijn egocentrisme en zijn wat lagere intelligentie ook wat minder goed in staat om te zien wat zijn gedrag voor problemen zou kunnen veroorzaken.


De psycholoog stelt dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken en een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van enkele narcistische en dwangmatige persoonlijkheidstrekken. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Verdachtes gedragskeuze en gedragingen werden hier deels door beïnvloed. Het chatten gaf verdachte tijdelijk een positief gevoel en verlichtte daarmee de depressieve klachten. Daarnaast voelde hij zich narcistisch gekrenkt door zijn echtgenote. De narcistische krenking maakte dat hij op zoek ging naar positieve (seksuele) aandacht van andere vrouwen. Geadviseerd wordt om verdachte het tenlastegelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Verdachte was zich bewust van het feit dat hij seksueel contact had met een minderjarig meisje en heeft het strafbare van zijn gedrag dus kunnen inzien. Ten gevolge van de narcistische dynamiek was de zelfcontrole echter in lichte mate beperkt. De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundigen met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte tot de hare en zal verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.


Er is anderszins geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.



8Motivering van de straffen en maatregelen


8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.


8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de kwalificatie als voortgezette handeling van feiten 2 en 1, de positieve houding van verdachte tijdens het gehele proces, de spijt en het berouw van verdachte en het feit dat hij een first offender is. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte voor zijn aanhouding in november 2016 zelf gestopt is met het chatten met meisjes of vrouwen. Verdachte is tevens bereid de door de reclassering voorgestelde voorwaarden na te komen.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de sanctie en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming en ontuchtige handelingen met een 14-jarig meisje. Verdachte heeft via zijn computer door middel van een chatprogramma contact gelegd met [slachtoffer] . Tijdens de chatgesprekken stelde verdachte [slachtoffer] op haar gemak en vroeg hij of zij wilde ‘geilen’ met hem. Vervolgens hebben verdachte en [slachtoffer] over en weer seksueel getinte foto’s gestuurd. Verdachte heeft daarmee kinderpornografische foto’s verworven en in zijn bezit gehad. Vervolgens heeft verdachte erop aangestuurd om elkaar te ontmoeten, waarbij hij de bedoeling had om seksuele handelingen met [slachtoffer] te plegen. Voorafgaand aan deze ontmoeting heeft verdachte condooms gekocht. Uiteindelijk heeft een ontmoeting plaatsgevonden vlakbij de woning van [slachtoffer] , waarbij zij seks hebben gehad in het busje van verdachte. Het is de verdachte zeer kwalijk te nemen dat hij misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij had door het grote leeftijdsverschil, door het vertrouwen dat [slachtoffer] in hem had en haar kwetsbaarheid als jong meisje. Verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens voorop gesteld en heeft zich daarbij niet bekommerd om de gevolgen die hierdoor voor [slachtoffer] te verwachten waren. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak lange tijd en op allerlei leefgebieden de negatieve gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen. Uit het ingediende verzoek tot schadevergoeding blijkt dat [slachtoffer] last heeft van waanideeën en paniekaanvallen en problemen ondervindt bij haar stage in een verzorgingstehuis. De rechtbank neemt dit alles verdachte zeer kwalijk.


Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 december 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.


Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van voornoemde Pro Justitia rapportages, waaruit blijkt dat de verwachting is dat verdachte met name op de lange termijn een matig verhoogd risico op recidive heeft, zolang de problematiek van verdachte nog niet afdoende is behandeld. Verdachte zou het sekschatten weer kunnen gaan hervatten onder het mom van dat het met volwassen vrouwen wel moet kunnen. Het risico is echter groot dat hij dan toch in contact kan komen met een minderjarig meisje. Vanuit de geconstateerde stoornissen is er geen verhoogd risico naar voren gekomen dat hij daarbij specifiek contact zal zoeken met minderjarige vrouwen, maar dit risico valt niet volledig uit te sluiten. Verdachte is duidelijk geschrokken van de consequenties voor hemzelf van het gehele gebeuren, hetgeen het risico op korte en middellange termijn verlaagt. Wanneer in de huidige relatie het seksueel contact minder frequent wordt, er spanningen ontstaan in de relatie of wanneer de stress bij verdachte om andere redenen toeneemt, kan het risico op recidive toenemen. Verdachte heeft thans een stabiele relatie en heeft ook een steunend sociaal netwerk. In een stabiele sociale situatie is het risico op toekomstig delictgedrag laag. Verdachte toont zich gemotiveerd voor behandeling, wat het risico op lange termijn zou kunnen verlagen. Verdachte was al een behandeling gestart bij De Waag, waarbij aandacht is besteed aan de factoren die tot het tenlastegelegde hebben geleid. Verdere behandeling, met daarbij vooral aandacht voor de factoren die tot het tenlastegelegde hebben geleid en het opstellen van een plan om recidive te voorkomen is gewenst. Een reclasseringstoezicht en voortzetting van de behandelcontacten bij De Waag zijn daarom zinvol. Een forensische poliklinische behandeling gericht op de delictspecifieke factoren en de risico’s voor recidive wordt noodzakelijk geacht om met name het recidiverisico op langere termijn te beperken. Een dergelijke behandeling kan worden geboden binnen het juridische kader van een (deels) voorwaardelijk strafdeel, waarbij de rechtbank als bijzondere voorwaarde kan stellen dat verdachte zich laat behandelen bij een forensische polikliniek en dat verdachte zich daarbij houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan betrokkene na een onherroepelijk veroordeling verwijzen voor behandeling.

De rechtbank neemt deze adviezen mee in haar overweging.


Voorts heeft de rechtbank gelet op het de verdachte betreffende rapport van Reclassering Nederland van 7 februari 2017, opgemaakt door E. Strasek, reclasseringswerker, waaruit blijkt dat verdachte problematiek en/of risicofactoren heeft op meerdere leefgebieden, zoals relationele problemen welke als delictgerelateerd worden beschouwd. Verdachte ervaart al jaren huwelijksproblemen, waarbij het gebrek aan intimiteit en seksualiteit hem tot onderhavig strafbaar handelen zou hebben gebracht. Er is beperkt sprake van zelfinzicht, hetgeen als risicovol kan worden beschouwd. Verdachte ervaart financiële problemen en er is op dit moment geen sprake van stabiele huisvesting. Deze factoren worden weliswaar niet als delictgerelateerd beschouwd maar kunnen wel spanningen veroorzaken, hetgeen risicoverhogend kan zijn, omdat verdachte mede tot het strafbaar gedrag kwam om spanningen te reduceren. Verdachte laat weten tot meer bewustzijn/probleembesef te zijn gekomen en mogelijk geeft zijn nieuwe relatie hem op dit moment meer stabiliteit. Op de langere termijn zal de kans op recidive met betrekking tot een vergelijkbaar delict verhoogd zijn, indien hij niet wordt behandeld. De reclassering adviseert om een toezicht op bijzondere voorwaarden op te leggen waarbij verdachte zo snel mogelijk behandeling ondergaat.

De rechtbank neemt dit advies mee in haar overweging.


De rechtbank is van oordeel dat voor feiten zoals door verdachte gepleegd in beginsel een gevangenisstraf van geruime duur behoort te worden opgelegd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de jeugdige leeftijd van het slachtoffer en het grote leeftijdsverschil tussen haar en verdachte maken dat het slachtoffer feitelijk niet in vrijheid heeft kunnen bepalen of zij seks wilde hebben. Daarin is naar het oordeel van de rechtbank een element van dwang gelegen. Anderzijds betrekt de rechtbank in haar oordeel dat verdachte spijt heeft en openstaat voor hulpverlening. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van de beperkingen bij verdachte die blijken uit de Pro Justitia rapportages , alsmede van de daaruit voorvloeiende verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank is met de deskundigen van oordeel dat verdachte reclasseringscontact en behandeling nodig heeft om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan strafbare feiten.

Gelet op de ernst van de gepleegde feiten ten aanzien van een kwetsbaar slachtoffer is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank zal daarom aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank legt tevens als bijzondere voorwaarde een contactverbod op met [slachtoffer] . De rechtbank verwacht niet dat verdachte opnieuw in contact met haar zal treden, maar wil hiermee de angst van [slachtoffer] dat verdachte contact met haar opneemt wegnemen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting een lagere straf op te leggen dan dat de officier van justitie heeft gevorderd.



9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Door [A] is namens [slachtoffer] (feit 1) een vordering tot schadevergoeding ingediend. Gevorderd wordt in totaal € 2.000,- als schadevergoeding van het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd.


De officier van justitie heeft gevorderd de gehele vordering toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.


De verdediging heeft verzocht de vordering gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,- tot € 1.500,-, nu niet geheel duidelijk is of de waanideeën en paniekaanvallen het gevolg zijn van de tenlastegelegde feiten of van de gedachte dat de aangifte tot een reactie leidt. Daarnaast wordt behandeling van het slachtoffer nagelaten.


De schade die betrekking heeft op immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 1.500,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 augustus 2015 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat het toegewezen bedrag in verhouding staat tot de ernst van het feit en de gevolgen die het slachtoffer daarvan ondervindt. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de schadevergoeding in soortgelijke strafzaken. De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.


Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.


Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [A] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 augustus 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 25 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.


De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [A] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.



10Toepasselijke wettelijke voorschriften


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 56, 57, 240b, 245 en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.



De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing


De rechtbank:


Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.


Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.


Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 2 en 1:


voortgezette handeling van


door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting;


en


met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;


ten aanzien van feit 3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben.


Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.


Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.


Bepaalt dat een gedeelte, te weten 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.


De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:


Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en
  • - medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • - zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis of, indien dit later ligt na zijn vrijlating, meldt bij Reclassering Nederland, op het volgende adres: Vivaldiplantsoen 200, 3533 JE te Utrecht. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
  • - zich laat behandelen voor grooming, chatten met en seksueel misbruik van een minderjarige bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. De reclassering zal betrokkene aanmelden;
  • - zich op welke wijze dan ook onthoudt van het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen. Veroordeelde werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek, gericht op dat verboden gedrag, terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit controles van zijn computer(s) en andere apparatuur;
  • - op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.


Beslissing ten aanzien van de benadeelde partij (feit 1)

wijst de vordering van [A] namens [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.500,-;


veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2015 tot de dag van volledige betaling;


verklaart [A] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;


veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;


legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;


bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd voor zover hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.



Dit vonnis is gewezen door

mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter,

mrs. J. Ebbens en J.W. Frieling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Völkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 maart 2017.


BIJLAGE : De tenlastelegging


Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat:


1.


hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 augustus 2015 te Wortegem-Petegem, in elk geval in België, met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] getongzoend en/of

- de kleding van die [slachtoffer] uitgetrokken en/of

- de blote borsten van die [slachtoffer] betast en/of

- de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] betast en/of

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten betasten en/of aftrekken en/of

- ( meermalen) zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden;

art 245 Wetboek van Strafrecht



2.


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 te Woudenberg, althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (Facebook en/of een chatservice), een persoon van wie hij, verdachte, weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt (te weten [slachtoffer] , geboren op [2000] ) één (of meer) ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer] te plegen, terwijl hij, verdachte, (telkens) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting(en), immers heeft/is hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal

- die [slachtoffer] gevraagd om elkaar op (een) van te voren afgesproken plaats(en) en tijdstip(pen) te ontmoeten en/of

- een tijdstip en locatie afgesproken met die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) op de/het afgesproken locatie en tijdstip verschenen;

art 248e Wetboek van Strafrecht



3.


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 23 september 2015 te Woudenberg, in elk geval in Nederland en/of België, (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of een film(s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer] , geboren op [2000] ), is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met de vinger(s) en/of één of meerdere voorwerp(en) (deodorantbus en/of handvat van een handborstel) vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht


1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0900-2015293664, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 273). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 110.
3 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 111.
4 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 113.
5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, 1 november 2016, p. 209.
6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, 1 november 2016, p. 210.
7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, 1 november 2016, p. 211.
8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, 10 november 2016, p. 229.
9 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.
10 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 111, 112 en 114.
11 Proces-verbaal van aangifte door [A] , 13 april 216, p. 99.
12 Proces-verbaal van getuigenverklaring [getuige] , 13 april 2016, p. 100.
13 Proces-verbaal van bevindingen WhatsApp gesprekken, 14 oktober 2015, p. 129.
14 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.
15 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 111.
16 Proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] van 13 april 2016, p. 113.
17 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 februari 2017.