Rechtbank Overijssel, 09-02-2015 / 3675641 EJ VERZ 14-443 (ak)


ECLI:NL:RBOVE:2015:1048

Inhoudsindicatie
verzoekschrift ontbinding arbeidsovereenkomst.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-02-09
Publicatiedatum
2015-02-27
Zaaknummer
3675641 EJ VERZ 14-443 (ak)
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/325
  • AR-Updates.nl 2015-0194
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Enschede


Zaaknummer : 3675641 EJ VERZ 14-443 (ak)


Beschikking van de kantonrechter d.d. 9 februari 2015 in de zaak van:


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoeker] B.V.,

gevestigd te [plaats 1] en kantoorhoudende te [plaats 2],

verzoekster, hierna te noemen [verzoeker],

gemachtigde: mr. K. Moaddine, advocaat te Leiden,


tegen


[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder, hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. M.J. Tjepkema, werkzaam bij Univé Rechtshulp te Assen.



1De procedure


1.1

In haar verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van dit gerecht op 12 december 2014, vraagt [verzoeker] de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.


1.2

[verweerder] heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend, ontvangen ter griffie op 8 januari 2015.


1.3

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] een aantal producties overgelegd.


1.4

Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van maandag 12 januari 2015 om 11.00 uur. Ter zitting verschenen [verzoeker], vertegenwoordigd door de heer [directeur], algemeen directeur, vergezeld van mr. Moaddine. [verweerder] is verschenen, bijgestaan door mr. Tjepkema.

Beide partijen hebben hun standpunten doen toelichten door hun gemachtigden, waarbij zij zich hebben van een pleitnota. Van het verhandelde ter terechtzitting zijn voorts door de griffier aantekeningen gemaakt.


1.5

Nadat partijen bij brieven van 26 januari 2015 hebben meegedeeld aan de kantonrechter dat een minnelijke regeling niet tot stand is gekomen, is de beschikking bepaald op heden.


2De feiten


Bij de beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.


2.1

[verweerder], 40 jaar oud, is sedert 1 juli 2012 fulltime werkzaam bij [verzoeker], laatstelijk in de functie van Sales Director. Het salaris van [verweerder] bedraagt € 5.750,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag.


2.2

[verzoeker], opgericht in oktober 2011, richt zich op het realiseren en innoveren van duurzame CO2-neutrale oplossingen ten behoeve van licht. Hierbij adviseert [verzoeker] over energiezuinige verlichtingsoplossingen met led en ontwikkelt zij deze ook. [verzoeker] is een klein bedrijf met vier werknemers waarbij drie werknemers deel uitmaken van de sales afdeling. Eén werknemer is werkzaam op de binnendienst.


2.3

Leidend voor de verwachte omzet van [verzoeker] is de zogenoemde ‘sales funnel’. Deze bestaat uit onder meer een A-lijst en een B-lijst. De A-lijst bevat de top tien van (potentiële) projecten waaruit realistisch/gewogen omzet wordt verwacht. Hierop ligt in beginsel ook de focus van de sales afdeling. Aan de hand van het slagingspercentage van een project wordt de verwachte omzet opgenomen die wordt meegewogen in de liquiditeitspositie van [verzoeker] en worden de Raad van Commissarissen en de aandeelhouders geïnformeerd.


2.4

Ingaande 1 februari 2014 dan wel medio mei 2014 is [verweerder] werkzaam als Sales Director. Voordien was [verweerder] Salesmanager Newbusiness.


2.5

Bij e-mailbericht van 27 mei 2014 heeft de heer [directeur], algemeen directeur van [verzoeker] en leidinggevende van [verweerder] (hierna: [directeur]) aan [verweerder] onder meer het volgende meegedeeld:


(…)

Geplaatste opmerking

Ongemerkt en vanuit enthousiasme brengt je mij door dit soort gebaren/ gezichtsuitdrukkingen en tekst in een “lastig” pakket met [naam 1]/[naam 2] en ook met [naam 3]. Mogelijk valt het hen niet direct op, maar onbewust werken dit soort dingen.

Ik heb het nu individueel met je besproken en accepteer je excuses. Blijf hier echter op letten en laat het niet meer voorkomen!


Tip

Sales gedrag naar buiten is goed, daarvoor hebben we je ook aangenomen en tot sales directeur benoemd. (…) Probeer realistisch intern te communiceren over waar je staat in een proces - wat er nog moet gebeuren – wie er over moet beslissen – wanneer je resultaat verwacht. (…)

Intern ben je [voornaam verweerder] en werken we allemaal samen. Probeer meer vanuit een model te denken dat we samen verder komen ipv een hiërarchische organisatie structuur. (…)


Voorstel afspraken om bovenstaande samen te verbeteren:

- elke twee weken samen zitten minimaal een uur: elkaar beter leren kennen en sales strategie/ operationeel doornemen (…)

- elke maand ga ik een dag mee naar klanten: (…) jij stuurt mij elke maand (in overleg) een uitnodiging hiervoor.

- elke maand ga jij mee met [naam 4] + [naam 5]: intervisie + gewoon luisteren hoe zij sales doen (…), Graag ontvang ik hierover schriftelijk terugkoppeling.

(…)


2.6

Bij e-mailbericht van 5 augustus 2014 heeft [directeur] aan [verweerder] onder meer het volgende meegedeeld:


(…)

Wel goed dat je excuses hebt gemaakt richting [naam 4], jammer dat ik dat alleen van haar heb moeten vernemen ipv jou

(…)

Ik merk dat je stress hebt, druk voelt en dat sales te lang achter blijft. De manier waarop je nu zaken aanpakt en waarop je extern reageert (…) zal naar mijn mening moeten veranderen/aangepast moeten worden. Als je dit niet gaat veranderen (…) zal [verzoeker] haar doelstellingen niet behalen en zullen er consequenties volgen.

We zullen maandag dus hierover met elkaar praten en afspraken maken. Onze gezamenlijke focus zal verder zich richten op de top 10 lijst om te laten zien dat we het wel kunnen!

Dat was ook de boodschap vanuit de RVC (…)


Omdat we vorige week niet met elkaar hebben kunnen zitten wil ik dat maandag 11 augustus ’14 alsnog doen!

(…)

Tevens wil ik dat je voor het einde van volgende week de saleslijst hebt bijgewerkt (…) zodat we deze gegevens kunnen inlezen in SAP.

(…)

Overzicht top 10/A lijst

(….)


2.7

Bij e-mailbericht van 8 september 2014 heeft [directeur] aan [verweerder] en vier andere werknemers onder meer het volgende meegedeeld:


(…)

Vorige week hebben wij het sales overleg puur gericht op het doornemen van de funnel met primaire focus op de A (Top 10) lijst en B lijst.

Dit alles om een reëel beeld te hebben van de status van de sales, dit open met elkaar te bespreken, elke lead af te wegen (doorgaan-stoppen) met als doel dit ook te vertalen in onze financiële planning.

In een aantal gevallen was informatie nog niet geheel of correct bijgewerkt.

Benadrukt is het belang van het up to date zijn alle informatie en het correct op te slaan.


De zomer was bedroevend qua omzet binnen [verzoeker] en dit zal echt moeten veranderen.

(…)

Tevens dat ze een plan tot het einde van het jaar zouden uitwerken. [naam 4] heeft dit reeds opgemaakt, van [voornaam verweerder] moet ik deze nog steeds ontvangen.

(…)

We hebben verder een aantal maatregelen genomen, waaronder dat sales rapporteert rechtstreeks aan mij, (…)

Vanuit de RvC is dit alles ook benadrukt en het beeld dat jullie morgen zullen geven zullen wij rechtstreeks rapporteren aan de RvC van 17 september.

(…).


2.8

Bij e-mailbericht van 9 september 2014 heeft [directeur] de aan [verweerder] en drie collega’s de zogenoemde Funnel A-lijst toegezonden die aan de Raad van Commissarissen zal worden verzonden, met het verzoek de lijst te controleren en waar nodig aan te vullen. Op deze lijst staat onder meer een project bij het [bedrijf 2] vermeld.


2.9

Bij e-mailbericht van 10 september 2014 heeft [directeur] aan [verweerder], met cc aan [naam 1], onder meer het volgende meegedeeld:


Hierbij stuur ik je nog de besproken punten en afspraken n.a.v. het overleg van 11 augustus: Ik was hier i.v.m. mijn vakantie nog niet aan toe gekomen.


Gesprek [naam 4] –[voornaam verweerder]

(…)

Ik heb je nogmaals helder aangegeven dat we binnen [verzoeker] zo niet met elkaar omgaan en zeker als sales directeur niet met je eigen salesmanager.

Ik wil je er ook graag aan herinneren dat ik en ook [naam 6] je eerder op dit soort gedrag hebben aangesproken.


Sales

- (…)

Ik heb aangegeven dat er alleen maar focus moet zijn op sales en het afronden van de offertes die we heden uit hebben staan. De top 10 of A lijst heeft hierbij de hoogste prioriteit.

- Funnel geheel nabellen & bijwerken met contact info, laatste contact moment etc. ..

(…)

Organisatie

- De organisatie is per direct aangepast om focus op sales te houden. (…)

- Externe inhuur is ook stop gezet om kosten te reduceren, door tegenvallende resultaten in sales.

- Communiceer intern en extern helder en realistisch.

(…)


2.10

Bij e-mailbericht van 10 september 2014 heeft de heer [naam 7] van [bedrijf 1] aan [verweerder] meegedeeld dat die dag de offertes van de LED-verlichting [bedrijf 2] zijn beoordeeld, waarbij de keuze niet is gevallen op de offerte van [verzoeker].


2.11

Op 16 september 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [directeur] en [verweerder] in Vianen. In dit gesprek heeft [directeur] aan [verweerder] meegedeeld dat [verzoeker] geen vertrouwen meer heeft in de wijze waarop [verweerder] zijn functie vervuld en dat [verzoeker] over wil gaan tot het beëindigen van het dienstverband. Diezelfde avond heeft [verweerder] zich ziek gemeld met hevige zweetaanvallen en hartkloppingen en heeft hij aangekondigd de volgende dag een arts te raadplegen.


2.12

De bedrijfsarts heeft naar aanleiding van het spreekuurcontact van 25 september 2014 het volgende meegedeeld:


Hij heeft klachten, de gerelateerd zijn aan een arbeidsconflikt, en die mi te herleiden zijn tot ziekte, (…)


Ik vind hem dus arbeidsongeschikt wegens ziekte naast een arbeidsconflict. Primaat dient te liggen bij het oplossen van het arbeidsconflict gezien het werkgerelateerde aspect van de ziekte. Ik vind hem nu echter onvoldoende belastbaar om daartoe face-to-facegesprekken te voeren.

(…)


2.13

Op 9 januari 2015 heeft de bedrijfsarts opnieuw gerapporteerd. Hij vermeldt hierbij dat mediation geen resultaat heeft gehad en dat er nu een ontbindingsverzoek is ingediend. Het gaat slechter met [verweerder] en hij blijft arbeidsongeschikt. Het ontbindingsverzoek dient afgewacht te worden.


3Het verzoek


3.1

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van de eerst mogelijke datum, zonder toekenning van een vergoeding, primair wegens een dringende reden, subsidiair bestaande uit een verandering in de omstandigheden en met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.


3.2

[verzoeker] legt aan haar verzoek, kort samengevat, ten grondslag dat van haar niet langer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te continueren. Het vertrouwen in hem is onherstelbaar beschadigd. [verweerder] heeft cruciale informatie over de toekenning van projecten voor de directie achtergehouden. Ook heeft hij een te rooskleurig beeld geschetst van zijn werkzaamheden, waardoor hij de continuïteit van [verzoeker] in gevaar heeft gebracht. Tevens is [verweerder] geruime tijd aangesproken op zijn functievervulling waarbij hij de nodige begeleiding heeft gekregen. Omzetdoelstellingen zijn bij lange na niet behaald en door hem is op diverse manieren onbehoorlijk gedrag vertoond richting medewerkers en derden.


4Het verweer


4.1

[verweerder] verweert zich primair tegen de verzochte ontbinding in welk verband gewezen wordt op het opzegverbod, neergelegd in artikel 7:670 BW. [verweerder] stelt zich hierbij dat hij zich reeds op 14 september 2014 heeft ziek gemeld.


4.2

Ook heeft [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat er een dringende reden bestaat die het beëindigen van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, noch is er sprake van een ontbinding wegens verandering van omstandigheden. Zulks is disproportioneel. [verzoeker] heeft bovendien geen verbeter-/coachingstraject aangeboden aan [verweerder]. Voorts voert [verweerder] onder meer aan dat geen beoordelings- en/of functioneringsverslagen zijn overgelegd waaruit het gestelde disfunctioneren kan blijken. Aan de overgelegde verklaringen kan volgens [verweerder] geen waarde worden toegekend, terwijl er geen sprake is van een target voor te behalen omzet. Daar waar [verzoeker] naar verwijst, heeft betrekking op de bonusregeling.


4.3

Subsidiair stelt [verweerder] zich op het standpunt dat, indien de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, dit geheel te wijten is aan de houding en opstelling van [verzoeker], zodat aan hem een vergoeding toegekend dient te worden, berekend naar de c-factor 1,5, resulterende in een vergoeding van € 27.945,00 bruto. Bij het bepalen van de datum waarop de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, dient rekening gehouden te worden met de voor [verzoeker] geldende opzegtermijn van twee maanden.


5De beoordeling


5.1

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:685, lid 1 BW is iedere partij ‘te allen tijde’ bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat ook tijdens ziekte van een werknemer de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden, zij het dat in verband met het bepaalde in de derde zin van het eerste lid de kantonrechter hiertoe niet lichtvaardig mag overgaan en zich er nadrukkelijk van dient te vergewissen of niet de ziekte de eigenlijke reden voor de werkgever is om tot beëindiging van de dienstbetrekking te willen komen.


5.2

Uit de overgelegde stukken is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat [verweerder] zich reeds op 14 september 2014 ziek heeft gemeld. Voor zover de klachten van buikgriep op 16 september 2014, zijnde het moment waarop [verzoeker] aan [verweerder] te kennen heeft gegeven tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te willen overgaan, nog aanwezig zouden zijn geweest, is het de kantonrechter uit de onderliggende stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling genoegzaam gebleken dat de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] ingaande 17 september 2014 veroorzaakt is, dan wel in ieder geval in stand gehouden wordt door het tussen partijen ontstane arbeidsconflict. Dit blijkt genoegzaam uit de overgelegde verslagen van de bedrijfsarts. In ieder geval is op geen enkele wijze gebleken dat de ziekte heeft bijgedragen aan de besluitvorming van [verzoeker] om ten aanzien van [verweerder] een verzoek tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen. Een en ander betekent dat het opzegverbod wegens ziekte niet in de weg staat aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.


5.3

De kantonrechter is op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting tot de conclusie gekomen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden dient te worden wegens gewichtige redenen bestaande uit een wijziging van omstandigheden op grond waarvan een vruchtbare en duurzame samenwerking tussen partijen niet langer mogelijk wordt geacht. Een dringende reden zoals [verzoeker] primair aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd, wordt niet aangenomen, reeds omdat partijen op een groot aantal punten een geheel andere lezing geven van de feitelijke situatie zodat in het kader van deze verzoekschriftprocedure die zich niet goed leent voor het geven van bewijsopdrachten en waar in beginsel geen hoger beroep openstaat, in onvoldoende mate zekerheid bestaat over de feitelijke situatie.


5.4

Een wijziging van omstandigheden waardoor een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk wordt geacht, wordt wel aanwezig geacht. [verzoeker] is een kleine organisatie waar de personeelsleden nauw met elkaar dienen samen te werken. Gelet op de overgelegde verklaringen van andere werknemers, alsmede het verhandelde ter zitting, is het duidelijk dat een samenwerking tussen partijen er niet meer in zit. Het niet slagen van het mediationtraject is in dat verband een veeg teken.


5.5

De vraag die vervolgens aan de orde komt is of er aanleiding bestaat om [verweerder] een vergoeding toe te kennen. In dit kader is van belang hoe de verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en wie daar in (overwegende) mate verantwoordelijk voor is. De kantonrechter overweegt hiertoe het volgende.


5.6

Uit de omstandigheid dat [verzoeker] in februari 2014 besloten heeft om [verweerder] te benoemen in de functie van Sales Director leidt de kantonrechter af dat [verzoeker] tot op dat moment meer dan tevreden was over het functioneren van [verweerder] binnen [verzoeker]. Eerst in de loop van mei 2014 begint [verzoeker] enige kritiek te krijgen op het functioneren van [verweerder] en wordt, in ieder geval op papier, afgesproken tweewekelijks een overleg te hebben over onder meer de salesstrategie. Of deze overleggen ook daadwerkelijk tweewekelijks hebben plaatsgevonden, is niet duidelijk geworden. Van slechts een enkel gesprek is een notitie opgemaakt.


5.7

Wat wel duidelijk is, is dat de omzet van [verzoeker] in de zomermaanden fors achter is gebleven bij de verwachtingen. In diverse e-mailberichten heeft [directeur] zulks aangegeven en steeds weer is vermeld dat de focus dient te liggen op de zogenoemde A-lijst en dat hieruit omzet gegenereerd dient te worden. Het gaat de kantonrechter hierbij (veel) te ver om [verweerder] verantwoordelijk te houden voor het niet behalen van een omzet van € 500.000,00 voor [verzoeker] en € 1.500.000,00 voor [zustervennootschap] B.V., de zustervennootschap van [verzoeker], in die zin dat zulks consequenties zou behoren te hebben voor de arbeidsovereenkomst: het niet binnenhalen van een order is immers van vele factoren afhankelijk. Ook artikel A5 van de arbeidsovereenkomst, waar [verzoeker] naar verwijst, biedt in dat verband geen aanknopingspunten aangezien dit artikel betrekking heeft op de bonusregeling.


5.8

In de loop van de zomer voert [verzoeker] de druk op [verweerder] verder op, terwijl zij weet dat [verweerder] hiervan, naast omstandigheden in zijn privésituatie, stress ondervindt. Een en ander blijkt uit het e-mailbericht van 5 augustus 2014. Het voorgenomen tweewekelijkse gesprek dat de week daarvoor niet heeft plaatsgevonden, wordt alsnog gepland voor 11 augustus 2014. Een verslag hiervan is neergelegd in het e-mailbericht van [directeur] van 10 september 2014. Hierna is voor [verzoeker] de conclusie snel getrokken: er dient een einde te komen aan het dienstverband met [verweerder]. De kantonrechter kan zich hierbij niet aan de indruk onttrekken dat zulks met name is ingegeven door de omstandigheid dat in de maand augustus 2014, evenals in mei 2014, geen omzet is gegenereerd, althans volgens de door [verzoeker] overgelegde cijfers. Dit blijkt ook uit hetgeen [directeur] in dit verband heeft verklaard over de aanleiding voor het opzeggen van het vertrouwen in [verweerder] op 16 september 2014. Weliswaar benoemde [directeur] daarbij ook de omstandigheid dat het gedrag van [verweerder] niet veranderde, maar de benoemde voorvallen vanaf mei 2014, die door [verweerder] bovendien betwist worden, dan wel in een ander kader worden geplaatst, worden niet dermate ernstig geacht dat zulks zou behoren te leiden tot het ontslag van een werknemer die korte tijd daarvoor is benoemd tot Sales Director.


5.9

Het voorgaande betekent dat de omstandigheden die [directeur] aan het opzeggen van het vertrouwen op 16 september 2014 ten grondslag heeft gelegd, grotendeels in de risicosfeer van [verzoeker] liggen.


5.10

Dit is anders ten aanzien van een andere omstandigheid die zich op dat moment al wel heeft voorgedaan, maar nog niet bekend is bij [verzoeker]. Dit betreft het door [verweerder] niet stante pede informeren van [directeur] over de inhoud van het e-mailbericht van de heer [naam 7] over het niet doorgaan van het project bij het [bedrijf 2]. Niet alleen is steeds door [directeur] het belang benadrukt van het up-to-date houden van de zogenoemde A-lijst, ook [verweerder] dient hiervan uit hoofde van zijn functie mee bekend te zijn. De verwachte orderportefeuille is van essentieel belang voor het beoordelen van de liquiditeit van een onderneming en is derhalve ook voor de directie en de Raad van Commissarissen van groot belang, zeker in tijden waarin de omzet al substantieel achterblijft. [verweerder] stelt weliswaar dat hij in het gesprek op 16 september 2014 [directeur] op de hoogte heeft gebracht van de betreffende informatie, maar zulks wordt door de kantonrechter niet aannemelijk geacht. In de eerste plaats wordt dit ten stelligste ontkend door [directeur] en blijkt dit uit niets. Bovendien is de betreffende e-mail al van 10 september 2014 en vindt het gesprek op 16 september 2014 plaats, terwijl uit de e-mailberichten van 8, 9 en 10 september 2014 het updaten van de A-lijst telkens is benadrukt. Ook uit het gestelde in het verweerschrift en de in dat kader overgelegde e-mail van het [bedrijf 2] van januari 2015, blijkt dat [verweerder] de positie van [verzoeker] ten aanzien van het alsnog (op korte termijn) binnenhalen van omzet bij het [bedrijf 2] te rooskleurig heeft ingeschat. Het is [verweerder] derhalve te verwijten dat hij [verzoeker] niet (direct) heeft geïnformeerd over de inhoud van het e-mailbericht van 10 september 2014. Of [verweerder] ten aanzien van andere door de overige door [verzoeker] genoemde projecten op de A-lijst ook geen reëel beeld heeft gegeven, is op basis van de voorhanden zijnde gegevens en de door partijen ingenomen standpunten, niet te beoordelen.


5.11

Op grond van het bovenstaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat beide partijen een verwijt gemaakt kan worden van de ontstane situatie. Rekening houdend met de lengte van het dienstverband, de leeftijd van [verweerder] en alle overige omstandigheden, wordt een vergoeding van € 16.000,00 bruto billijk wordt geacht. Hierbij zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden per 1 maart 2015. Er bestaat geen aanleiding om overigens rekening te houden met de fictieve opzegtermijn in het kader van de WW aangezien de toe te kennen vergoeding hiervoor gepleegd te zijn bedoeld.


5.12

Nu een vergoeding zal worden toegekend, zal [verzoeker] in de gelegenheid worden gesteld om haar ontbindingsverzoek in te trekken. Gaat zij daartoe over, dan dient zij de kosten van het geding te dragen. Handhaaft zij het verzoek, dan worden de kosten van deze procedure tussen partijen gecompenseerd.


6. De beslissing


Stelt [verzoeker] in de gelegenheid haar verzoek in te trekken door dit vóór 18 februari 2015 schriftelijk aan de griffier van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Enschede te berichten.


Veroordeelt in het geval het verzoekschrift wordt ingetrokken [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.


Indien het niet tot een intrekking komt:

ontbindt de tussen [verzoeker] en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 maart 2015 en kent in dat geval aan [verweerder] ten laste van [verzoeker] een vergoeding toe van € 16.000,00 bruto;

compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.


Aldus gegeven te Enschede en op 9 februari 2015 in het openbaar uitgesproken door

mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.