Rechtbank Overijssel, 03-03-2015 / 08/770040-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1086

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging, waarbij zij willekeurige slachtoffers pijn en/of letsel hebben toegebracht zonder dat hiertoe enige aanleiding bestond. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest passend en geboden is. Een voorwaardelijk deel met door de reclassering geadviseerde voorwaarden acht de rechtbank niet opportuun gelet op de duur van de onvoorwaardelijke straf en het gegeven dat verdachte ook op vrijwillige basis zich laat begeleiden en zich inzet om zijn leven op orde te krijgen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-03
Publicatiedatum
2015-03-03
Zaaknummer
08/770040-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/770040-14

Datum vonnis: 3 maart 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 september 2014, 2 december 2014 en 17 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Tromp en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. L.A. Korfker, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Aan de verdachte is tenlastegelegd:


1.

hij op of omstreeks 30 mei 2014, te Zwolle,


tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas met

daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart en/of een

openbaarvervoerkaart, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geld, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],


gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat


hij, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen heeft/hebben gemaakt in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg heeft/hebben versperd en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toe heeft/hebben gevoegd: "I'm gonna slap

you", en/of (met kracht) tegen de mond en/of de kaak, althans in het gezicht

van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, en/of

-(vervolgens) een mes heeft/hebben gepakt en/of dit mes heeft/hebben getoond

aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het lemmet van dat mes

(met kracht) tegen de hals/keel van die [slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

heeft/hebben geslagen, en/of

-die [slachtoffer 1] heeft/hebben vast gepakt en/of (daarbij) (met kracht) aan

voornoemde tas (met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart

en/of een openbaarvervoerkaart) heeft/hebben getrokken en/of die tas heeft/

hebben afgepakt en/of (vervolgens) met een mes achter die [slachtoffer 2] en die

[slachtoffer 1] heeft/hebben aangerend, althans die tas heeft/hebben meegenomen;


EN/OF


hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan

de openbare weg, de Enkstraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het

-meermalen, althans éénmaal, maken van slaande bewegingen in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-versperren van de weg van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "I'm gonna slap

you" en/of

-(vervolgens) (met kracht) slaan tegen de mond en/of de kaak, althans in het

gezicht van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) pakken van een mes en/of tonen van een mes aan die [slachtoffer 2] en/of

die [slachtoffer 1] en/of

-(vervolgens) zetten en/of drukken van het lemmet van dat mes tegen de

hals/keel van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) (met kracht)stompen en/of slaan tegen het hoofd en/of op/tegen

de mond van die [slachtoffer 2], en/of

-vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) (met kracht) trekken aan

een tas (met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart

en/of een openbaarvervoerkaart) en/of (vervolgens)

-(met dat mes) achter die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] aanrennen;


EN/OF


hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen gemaakt in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg versperd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: "I'm gonna slap you" en/of

- (met kracht) tegen de mond en/of de kaak, althans in het gezicht

van die [slachtoffer 2] geslagen en/of

-(vervolgens) een mes gepakt en/of dit mes getoond aan die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) het lemmet van dat mes (met kracht) tegen de hals/keel van die

[slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

geslagen en/of

-die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of

- (vervolgens) met dat mes achter die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] aangerend;


2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle


ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te

dwingen tot de afgifte van bier en/of (een) joint(s) en/of goederen en/of

geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),


immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)


-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen gemaakt in de richting van

voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg versperd en/of (vervolgens) die

[slachtoffer 2] de woorden toe gevoegd: "I'm gonna slap you", en/of (met kracht) tegen

de mond en/of de kaak, althans in het gezicht van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

-(vervolgens) een mes gepakt en/of dit mes getoond aan die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het lemmet van dat mes (met kracht) tegen de

hals/keel van die [slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

geslagen, en/of

-die [slachtoffer 1] vast gepakt en/of (daarbij) (met kracht) aan voornoemde tas

(met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart en/of een

openbaarvervoerkaart) getrokken en/of die tas afgepakt en/of (vervolgens) met

een mes achter die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] aan gerend, althans die tas

meegenomen,


terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


4.1

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal gevolgd met geweld tezamen en in vereniging en het openlijk geweld tegen aangevers zoals onder 1 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden. Voorts kan volgens de officier van justitie het onder 2 ten laste gelegde, de afpersing, wettig en overtuigend bewezen worden. Als bewijs hiervoor dienen de verklaringen van aangevers alsmede de verklaringen van getuigen Kanninga, Karel en Straatsma en de letselverklaring.


4.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft primair verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de aangevers over het aandeel van verdachte uiteenlopend hebben verklaard. Zo heeft [slachtoffer 2] verklaard dat cliënt hem een klap heeft gegeven, maar dit wordt niet bevestigd door [slachtoffer 1] of een getuige. Er is niet gebleken van een vooropgezet plan om een diefstal te plegen, wat maakt dat er geen sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot een diefstal. Met betrekking tot het geweld is er evenmin sprake geweest van nauwe en bewuste samenwerking en daarbij zijn de geweldshandelingen grotendeels toe te schrijven aan medeverdachte [medeverdachte]. Ook de bedreiging kan volgens de raadsvrouw niet wettig en overtuigend bewezen worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat ook hier geen sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en niet bewezen kan worden dat verdachte aangevers heeft willen dwingen tot afgifte van enige goederen.


4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde


Uit de bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank het volgende worden geconstrueerd. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] lopen in de Enkstraat te Zwolle evenals aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Op een bepaald moment spreekt medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan en maakt slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 2]. Medeverdachte [medeverdachte] verspert vervolgens de weg voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en zegt tegen [slachtoffer 2] ‘I’m gonna slap you’. Vervolgens pakt [medeverdachte] een mes en toont dit aan [slachtoffer 2] waarna hij het lemmet van het mes op de keel van [slachtoffer 2] zet. Na een worsteling weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te vluchten. Verdachte slaat aangever [slachtoffer 2] in het voorbijgaan tegen de mond. Verdachte trekt bij [slachtoffer 1] diens portemonnee (tasje) van de schouder.



Diefstal met geweld

Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat in de Enkstraat een worsteling heeft plaatsgevonden tussen aan de ene kant aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en aan de andere kant verdachte en de medeverdachte [medeverdachte]. In deze worsteling heeft verdachte de portemonnee (tasje) van de schouder van [slachtoffer 1] gerukt. Naar het oordeel van de rechtbank is hier strikt genomen sprake van een wegnemingshandeling. Gelet op de verklaring van verdachte, namelijk dat het zo kan zijn dat hij de tas heeft afgerukt maar dat het hem niet om het tasje te doen was, en het feit dat het tasje een eind verderop, bij de Jumbo is aangetroffen, is in de gegeven omstandigheden onvoldoende gebleken van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Het tasje is weliswaar uit de beschikkingsmacht van aangever geraakt, maar het is niet bij de verdachten aangetroffen. Voorts blijkt ook niet uit de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen dat de getuigen uit eigen waarneming hebben verklaard dat verdachte uit was op het tasje van aangever. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een oogmerk op een wederrechtelijke toe-eigening en zal verdachte derhalve van dit deel van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken.


Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].


Bedreiging

Met betrekking tot de bedreiging overweegt de rechtbank dat het pakken van een mes om dit vervolgens te tonen en tegen de keel van aangever [slachtoffer 2] te zetten, een eenmansactie van medeverdachte [medeverdachte] is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet aan verdachte worden toegerekend. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel vrijspreken.


Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde

Uit de voorhanden zijnde stukken stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte] op een gegeven moment de woorden ‘I’m gonna slap you’ jegens aangever [slachtoffer 2] heeft gebruikt. Weliswaar was actie van de beide verdachten en dan met name het gedrag van medeverdachte [medeverdachte] zeer bedreigend voor de aangevers, maar naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake geweest van afpersing. De rechtbank overweegt hiertoe dat het gedrag van verdachten veeleer als excessief dronkenmansgedrag valt aan te merken, waarbij zij hebben lopen jennen en agressief waren en van waaruit zij de ongewenste confrontatie hebben gezocht met aangevers. In de woorden van [medeverdachte] is niet een wil te ontdekken om aangevers iets af te dwingen. Uit het gedrag van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] valt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet het oogmerk tot afpersing af te leiden. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.


4.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op 30 mei 2014 te Zwolle met een ander, op de openbare weg, de Enkstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1],

welk geweld bestond uit het

-meermalen, althans éénmaal, maken van slaande bewegingen in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en

-versperren van de weg van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en (vervolgens) aan die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "I'm gonna slap you" en

-(vervolgens) pakken van een mes en tonen van een mes aan die [slachtoffer 2] en

-(vervolgens) zetten van het lemmet van dat mes tegen de keel van die [slachtoffer 2], en

-(vervolgens) (met kracht) slaan tegen de mond van die [slachtoffer 2], en

-vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) (met kracht) trekken aan

een tas (met daarin geld en/of een identiteitskaart en/of een openbaarvervoerkaart).


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


5.1

Het standpunt van de verdediging


Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw met betrekking tot het geweld zoals onder 1 ten laste is gelegd een beroep gedaan op noodweer. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit zelfverdediging. Op het moment dat aangever [slachtoffer 1] verdachte begon te slaan heeft verdachte gemeend dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen hij zich moest verdedigen. Verdachte moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.


5.2

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen gelet op haar requisitoir.


5.3

Het oordeel van rechtbank


Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake moet zijn geweest van een noodweersituatie, dat wil zeggen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding gericht tegen eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed, waarbij de verdediging noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Voor de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat op enig moment sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte. De rechtbank verwerpt daarom het beroep op noodweer.


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.


6De strafbaarheid van de verdachte

6.1.

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft subsidiair het standpunt ingenomen dat sprake is geweest van noodweerexces waardoor ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen. De overschrijding zou het onmiddellijke gevolg zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door de aanranding.


6.2

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft te dien aanzien geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen.


6.3

Het oordeel van rechtbank


Nu de rechtbank niet aannemelijk acht dat er sprake is geweest van een noodzakelijke verdediging, geboden tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, noch van een situatie waarin verdachte zich zo bedreigd heeft gevoeld en kunnen voelen, dat hij verontschuldigbaar meende te moeten handelen zoals hij heeft gedaan, kan het beroep op noodweerexces evenmin slagen.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


7De op te leggen straf of maatregel


7.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 262 dagen waarvan 160 dagen voorwaardelijk met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. Zij heeft gevorderd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

Voorts heeft zij gevorderd toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hoofdelijk, tot een bedrag van respectievelijk € 770,- en

€ 850,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr voor voornoemde bedragen en de wettelijke rente.


7.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoon van verdachte en de positieve ontwikkeling die hij doormaakt.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat deze niet ontvankelijk verklaard dienen te worden gelet op de bepleite vrijspraak en het OVAR-verweer. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de gevorderde schadevergoeding voor het tasje, een bedrag van € 20,-. Zij heeft daarnaast verzocht de gevraagde immateriële schade te matigen.


7.3

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen.


Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging, waarbij zij willekeurige slachtoffers pijn en/of letsel hebben toegebracht zonder dat hiertoe enige aanleiding bestond. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 27 november 2014 waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest;

- een pro justitia rapport over de persoon van verdachte d.d. 19 augustus 2014, opgemaakt door dr. drs. L.E.E. Ligthart, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog;

- adviesrapportages over de persoon van verdachte d.d. 3 juni 2014 en 19 november 2014, opgemaakt door N. Polman, reclasseringswerker Reclassering Nederland.


In voornoemd rapport van psycholoog Ligthart staat onder meer opgenomen dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis der geestvermogens in de vorm van ADHD van het gecombineerde type.

Reclasseringswerker mevrouw Polman heeft in haar adviesrapport opgenomen dat sprake is van een delictpatroon, omdat verdachte voornamelijk met vrienden delicten pleegt waarbij negatieve beïnvloeding vanuit het sociale netwerk een grote rol speelt. Daarnaast kan verdachte vanuit zijn ADHD-problematiek impulsief handelen. Verdachte is bereid mee te werken aan een mogelijk reclasseringstraject en gedurende de schorsing houdt verdachte zich aan de afspraken met de reclassering. De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, behandelverplichting en een contactverbod.


Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest passend en geboden is. Een voorwaardelijk deel met door de reclassering geadviseerde voorwaarden acht de rechtbank niet opportuun gelet op de duur van de onvoorwaardelijke straf en het gegeven dat verdachte ook op vrijwillige basis zich laat begeleiden en zich inzet om zijn leven op orde te krijgen.


8De schade van benadeelden


8.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 770,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit € 20,- voor de portemonnee (tasje) en € 750,- aan immateriële schade.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost met betrekking tot het tasje is niet betwist en voldoende onderbouwd. De immateriële schade is door de raadsvrouw van verdachte betwist in die zin dat het bedrag te hoog is. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag ter hoogte van € 500,- redelijk is. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 520,-, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen met betrekking tot de immateriële schade een bedrag groot € 500,-, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


De gestelde schade voor wat overig gevorderde betreft is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 850,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat immateriële schade van € 850,-.


Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is door de raadsvrouw betwist in die zin dat het bedrag te hoog is. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag ter hoogte van € 500,- redelijk is. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, een bedrag groot € 500,-, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


De gestelde schade voor het overig gevorderde is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


8.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 36f Sr.



10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

ten aanzien van [slachtoffer 1]

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 520,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 520,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1], in het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
ten aanzien van [slachtoffer 2]
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 500,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2], in het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.




Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en

mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2015.


Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, team Zwolle-Centrum/zuid met nummer PL04ZC 2014071630. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Een proces-verbaal aangifte d.d. 31 mei 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…) Op vrijdag 30 mei 2014, omstreeks 23.10 uur, vertrok ik vanuit mijn studentenkamer aan het [adres] te [woonplaats]. Ik was samen met [slachtoffer 1] Klootsema. (…) Wij liepen de Enkstraat in. (…) De donkere jongen ging tussen [slachtoffer 1] en mij lopen. (…) Ik zag dat de donkere jongen een slaande beweging maakte met zijn vuist in de richting van [slachtoffer 1]’s hoofd. (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] terug week en probeerde de donkere jongen te ontwijken door van hem af te lopen. (…) Ik zag vervolgens dat de donkere jongen op mij af liep. Ongeveer bij de 3e woning in de Enkstraat stopten we met lopen. Dat kwam omdat de donkere jongen mij de weg versperde. Hij ging pal voor mij staan. (…) Ik hoorde hem in het Engels wat stoere zinnen uitspreken zoals: “I’m gonna slap you”. (…) Ik zag dat de donkere jongen plotseling een mes tevoorschijn haalde uit zijn kleding. (…) Ik zag dat hij een soort van beweging maakte waardoor het lemmet openging. (…) Ik zag en voelde dat de donkere jongen het lemmet van het mes tegen mijn hals zette. (…) Ik voelde het lemmet stevig tegen mijn hals drukken. (…) De blanke jongen was inmiddels bij de tuin weggelopen en passeerde mij. Opeens, vanuit het niets, sloeg deze jongen mij opeens tegen mijn hoofd. Hij raakte mij vol op mijn mond. De klap kwam hard aan. (…) Ik voelde pijn en bemerkte dat ik bloedde aan en in mijn mond. . (…)


2.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 12 november 2014, opgemaakt door de rechter-commissaris van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…) Hij liep weg, langs mij heen en in het voorbijgaan sloeg de blanke jongen mij in het gezicht. (…)


3.

Een proces-verbaal aangifte d.d. 31 mei 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 1]:(…) Ik was gisteren vrijdag 30 mei 2014 (…) bij mijn vriend [slachtoffer 2]. (…) We liepen naast elkaar de Enkstraat in. (…) Ik zag dat beide jongens onze kant op kwamen lopen. (…) De jongens versperden ons de weg. (…) Plotseling haalde de donkere jongen een mes tevoorschijn. (…) Ik zag dat hij het lemmet van het mes over de breedte tegen de keel van [slachtoffer 2] aanhield. (…) De blanke jongen hield mij vast en trok aan mijn kleren en tas. (…) Ik kwam ten val en toen ik op de grond lag trok de blanke jongen met beide handen aan mijn tas. Het lukte hem om de tas los te trekken. (…) Ik bedacht me op dat moment ook dat de jongens mijn tas hadden waarin mijn portemonnee en huissleutels zaten. (…)


4.

Een proces-verbaal van bevindingen teruggave goederen d.d. 3 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

Door mij verbalisant werd op dinsdag 3 juni 2014 omstreeks 13.00 uur de inhoud van het weggenomen eastpaktasje aan aangever [slachtoffer 1] teruggegeven. Hij deelde mij mede dat het volgende verkeerd in de aangifte opgenomen is. Dat in voornoemd tasje geen portemonnee zat, maar dat hij de pasjes, het kleingeld en het zakje weed los in de tas had zitten. (…)


5.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 1 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [verdachte]:

(…)

V= Waar komen jullie, dus jij en [medeverdachte], die twee jongens tegen?

A= De Enkstraat (…)

(…)

V= Slaande bewegingen door [medeverdachte] gezien?

A= Ja, nu u het zegt. Ja [medeverdachte] maakte wel slaande bewegingen maar raakte de jongens niet. (…)

A= Ik zie hem dat mes in zijn rechterhand laag vast hebben.

(…)

V= Volgens de aangifte heb jij, de blanke jongen, met kracht de tas met twee handen van de schouder van die jongen getrokken. Waarom?

A= Het kan gebeurd zijn uit natuurlijke reactie. (…) Het kan zijn dat ik toen ik hem afweerde ik die tas van zijn schouder gerukt heb.

(…)

V= Waarom sla je dan die andere jongen?

A= Omdat hij mij heeft aangevallen. (…) Hij kan dan ook een klap van mij verwachten en die kan inderdaad zoals ik van u hoor op zijn mond terecht zijn gekomen met mijn vuist.

(…)


6.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 1 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [medeverdachte]:

(…) Ik was er wel bij dat er twee jongens werden beroofd. (…) Ik liet zien dat ik een mes in handen had. (…)


7.

Een proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 2 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

(…) Op zaterdag 31 mei 2014 te 00.45 uur, werd door mij verbalisant als forensisch onderzoeker op verzoek van de politie district IJsselland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een overige diefstallen met geweld, gepleegd op vrijdag 30 mei 2014 te 23.04 uur. (…) Op de vluchtweg van de verdachte waren een aantal goederen van hem en collega’s aangetroffen. (…) Tussen de fietsenstandaard, welke geplaatst is langs de gevel van Supermarkt Jumbo, ter hoogte van stalling van de winkelwagens, zag ik een zwart etui, merk Eastpak, liggen. (…) Ongeveer 6 meter verder, tussen de fietsenstandaard en de gevel van supermarkt Jumbo, zag ik een mes liggen met een opengeklapt lemmet. Dit mes is door mij inbeslaggenomen, verpakt, gewaarmerkt en voorzien van Spoor Identificatienummer AAH6834NL. (…)

Goednummer :PL04HK-2014045635-350145

Object : Mes (vouw)

Merk/type : Buck

Kleur : Zwart

(…)Bijzonderheden : Chroom vouwmes met zwart handvat.


8.

Een rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 10 oktober 2014, opgemaakt door ing. F. van Gennip, onder meer inhoudende:DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal met geweld gepleegd in Zwolle op 30 mei 2014.

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAGK9417NL#01 een bemonstering (van de buitenzijde van een etui)

AAGK9418NL#01 een bemonstering (van de koordjes aan de ritslabels van een etui)

(…)


SIN beschrijving DNA-profiel/

bloed/celmateriaal kan afkomstig zijn van

AAGK9417NL#01 DNA-mengprofiel van minimaal vier personen

verdachte [verdachte], slachtoffer [slachtoffer 1]

en minimaal twee andere personen


1 Pagina 20 t/m 22
2 Pagina 28 t/m 31
3 Pagina 37
4 Pagina 106, 107
5 Pagina 128 t/m 130