Rechtbank Overijssel, 31-03-2015 / C/08/166774 / KG ZA 15-10


ECLI:NL:RBOVE:2015:1668

Inhoudsindicatie
Levering octrooien. Faillissementspauliana. Totstandkoming overeenkomst. Wilsgebrek.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-31
Publicatiedatum
2015-04-03
Zaaknummer
C/08/166774 / KG ZA 15-10
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • BIE 2015/9
  • IER 2015/32 met annotatie van mr. F.W.E. Eijsvogels
  • INS-Updates.nl 2015-0140
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer / rolnummer: C/08/166774 / KG ZA 15-10


Vonnis in kort geding van 31 maart 2015


in de zaak van


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPEEDPROSYSTEMS B.V.,

gevestigd te Lith,

hierna ook ‘SPS’ te noemen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna ook ‘BAM’ te noemen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres 3] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna ook ‘PM’ te noemen,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELMEFA BEDRIJVEN B.V.,

gevestigd te Venlo,

hierna ook ‘Elmefa’ te noemen,

eiseressen,

hierna ook gezamenlijk ‘SPS c.s.’ te noemen,

advocaat mr. E.J. Louwers te Eindhoven,


tegen


1. de rechtspersoon naar Duits recht

FSPS GMBH,

hierna ook ‘FSPS’ te noemen,

gevestigd te Wielen, Duitsland,

advocaat: mr. R. Kroon te Almelo,

2. MR. J. VAN DER HEL Q.Q.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X],

3. MR. J. VAN DER HEL Q.Q.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROFILESET B.V.,

4. MR. J. VAN DER HEL Q.Q.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van [Y],

hierna gedaagden sub 2 tot en met 4 ieder afzonderlijk ook ‘de curator’ te noemen,

advocaat mr. J. van der Hel te Almelo,

gedaagden.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding
  • - de wijziging van eis
  • - de producties van de zijde van SPS c.s.
  • - de producties van de zijde van de curator
  • - de mondelinge behandeling
  • - de pleitnota van SPS c.s.
  • - de pleitnota van de curator
  • - de pleitnota van FSPS.

1.2.

Ten slotte is vonnis gevraagd. Het vonnis is bepaald op vandaag.


2De feiten

2.1.

SPS is opgericht op 11 april 2014 door BAM, PM en [X] met als doelomschrijving het daarin onderbrengen van octrooien en octrooiaanvragen. SPS heeft vier aandeelhouders BAM, PM, [X] en Elmefa. Bestuurders zijn BAM, PM en [X].


2.2.

[X] is de persoonlijke holding van [Y] die bestuurder en enig aandeelhouder is.


2.3.

Profileset heeft als doelomschrijving onder meer het ontwikkelen en in de markt brengen van materieel in de bouwsector. Enig aandeelhouder en bestuurder is

[X].


2.4.

FSPS is een Duitse onderneming en opgericht op 29 juli 2014 en heeft als doelomschrijving: “die Verwertung von Patenten in Verbindung mit Baugewerken aller Art”. Bestuurder is [Z], de dochter van [Y].


2.5.

[Y] heeft een aantal vindingen laten octrooieren. Het gaat in het bijzonder om een stelinrichting voor een metselprofiel.


2.6.

[Y] heeft octrooien aangevraagd namens [X] en Profileset. Voor een gedeelte zijn de octrooien verleend. Een gedeelte is nog in aanvraag.


2.7.

Tussen [Y] en de broers [H] zijn omstreeks maart 2014 gesprekken op gang gekomen over - grof gezegd - de exploitatie van de octrooien.


2.8.

Op 4 juli 2014 heeft er een bespreking plaatsgevonden op het kantoor van

mr. Maas, voormalig advocaat van [Y], tussen de broers [H] en [Y].

Na afloop van de bespreking hebben de broers [H] [Y] onderweg naar huis in zijn auto gebeld en hem verzocht om weer naar het kantoor te [plaats] te komen. Dat heeft [Y] gedaan. Vervolgens is het volgende handgeschreven stuk opgemaakt:



2.9.

Bij brief van 11 juli 2014 heeft [Y] het handgeschreven stuk ‘herroepen’. Ook heeft [Y] bij de politie aangifte gedaan van bedreiging.


2.10.

Op 11 september 2014 heeft wederom een bespreking plaatsgevonden tussen [Y] en de broers [H]. Afgesproken is onder meer dat Elmefa zou gaan participeren in het aandelenkapitaal van SPS, alsmede dat een advocaat licentieovereenkomsten zou gaan opstellen. Mr. L. Bezoen heeft vervolgens concept licentieovereenkomsten opgesteld.


2.11.

Bij notariële akte van 19 augustus 2014 hebben [X] en Profileset de op hun naam staande octrooien en octrooiaanvragen in eigendom overgedragen aan FSPS.


2.12.

SPS, BAM en PM en Elmefa hebben, na daartoe op 19 december 2014 verkregen verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank, locatie Almelo, op 29 december 2014 ten laste van Profileset en FSPS conservatoir beslag tot levering laten leggen, ter bewaring van hun gepretendeerde recht op levering van de betreffende octrooien en octrooiaanvragen, een en ander zoals nader omschreven in het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag van 19 december 2014.

2.13.

Op 19 januari 2015 is de dagvaarding die heeft geleid tot de onderhavige procedure uitgebracht. De zaak zou voor het eerst dienen op 25 februari 2015 maar is op verzoek van SPS c.s. aangehouden tot 18 maart 2015.


2.14.

Bij vonnis in deze rechtbank van 18 februari 2015 zijn [Y], [X] en Profileset in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. A.E. Zweers tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. J. van der Hel als curator.


2.15.

Bij brief van 4 maart 2015 heeft de curator jegens FSPS op grond van paulianeus handelen in de zin van artikel 42/43 Faillissementswet (Fw) de vernietiging ingeroepen van de overdracht van de octrooien en octrooiaanvragen door [X] en Profileset aan FSPS.


2.16.

Mr. Kroon heeft namens FSPS de nietigheid van de rechtshandeling tot overdracht van de octrooien en octrooiaanvragen erkend. FSPS is bereid de octrooien en de octrooiaanvragen terug te leveren aan de curator.


2.17.

FSPS heeft op 10 maart 2015 een kort gedingdagvaarding uitgebracht tegen

SPS waarin zij opheffing van het gelegde conservatoire beslag vordert.


2.18.

Die procedure (met zaaknummer C/08/168968 KG ZA 15-82) en de onderhavige procedure zijn ter terechtzitting van 18 maart 2015 gezamenlijk behandeld.


3Het geschil


3.1.

SPS c.s. vordert, na wijziging van eis, samengevat - primair, subsidiair en meer subsidiair, een aantal voorzieningen teneinde te bewerkstelligen dat alle op naam van FSPS dan wel op naam van Profileset gestelde octrooien en octrooiaanvragen op naam van SPS worden gesteld, een en ander zoals nader omschreven in de akte wijziging van eis. Daarnaast vordert SPS c.s. dat FSPS en de curator haar toestaan dat de genoemde octrooien en octrooiaanvragen in licentie worden gegeven aan Saint Gobain Weder Beamix B.V. en eventuele andere derden, alsmede een verbod aan gedaagden om de genoemde octrooien en octrooiaanvragen te verkopen en of te vervreemden.


3.2.

FSPS en de curator voeren gemotiveerd verweer.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat, hoewel de onderhavige procedure en de procedure met zaaknummer C/08/168968 KG ZA 15-82 formeel niet zijn gevoegd - partijen wensen dat hetgeen in de ene procedure is gesteld ook geldt als gesteld in de andere procedure.


Spoedeisend belang

4.2.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van SPS c.s.. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag wie rechthebbende is van de in het petitum van de akte van wijziging van eis genoemde octrooien en octrooiaanvragen. Van SPS c.s. kan niet worden verlangd dat zij nog langer in die onduidelijkheid verblijft en dus ook niet dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.


Ontvankelijkheid SPS c.s.

4.3.

Grondslag van zowel de primaire, de subsidiaire als de meer subsidiaire vorderingen, is nakoming van de voor FSPS en de curator uit de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014 voortvloeiende verplichtingen. Afgezien van het antwoord op de vraag of er op 4 juli 2014 een (perfecte) overeenkomst tot stand is gekomen en of deze in stand kan blijven, hetgeen tussen partijen in geschil is, constateert de voorzieningenrechter dat - aan de zijde van eiseressen - enkel SPS partij is bij de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014. Nu zowel BAM, PM als Elmefa geen partij is bij de beweerde overeenkomst van

4 juli 2014 dienen zij ieder reeds hierom niet ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen.


4.4.

SPS dient zowel in het subsidiair gevorderde jegens FSPS als jegens de curator in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [Y] en Profileset, niet ontvankelijk te worden verklaard, omdat zowel FSPS als [Y] privé als Profileset geen partij is (geweest) bij de beweerde overeenkomst.


Het primair gevorderde

4.5.

Het primair gevorderde berust op de veronderstelling dat de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014 moet worden aangemerkt als een (overdrachts)akte in de zin van artikel 65 Rijksoctrooiwet (ROW 1995).


4.6.

Ingevolge artikel 65 lid 1 ROW 1995 geschiedt de levering, vereist voor de overdracht van het octrooi of het recht, voortvloeiende uit een octrooiaanvraag, bij een akte, houdende de verklaring van de rechthebbende, dat hij het octrooi of het recht, voortvloeiende uit de octrooiaanvraag, aan de verkrijger overdraagt, en van deze, dat hij deze overdracht aanneemt.


4.7.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014 niet als een dergelijke akte worden aangemerkt, nu van de vereiste verklaring als bedoeld in voornoemd artikel geen sprake is. De beweerde overeenkomst bevat immers geen expliciete verklaring van [Y] namens [X], dat hij de octrooien en octrooiaanvragen aan SPS overdraagt en evenmin een expliciete verklaring namens SPS dat zij deze overdracht aanneemt.


4.8.

SPS is dus naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen eigenaar geworden van de octrooien en de octrooiaanvragen.

[X] (en/of Profileset) is op 4 juli 2014 eigenaar (gebleven) van de octrooien en octrooiaanvragen. Hoewel [X] (mede namens Profileset) de octrooien en octrooiaanvragen op 19 augustus 2014 in eigendom heeft overgedragen aan FSPS, heeft de curator met succes de faillissementspauliana ingeroepen (FSPS heeft de vernietiging van de overdracht immers erkend), zodat de octrooien en octrooiaanvragen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook behoren tot de faillissementsboedel van [X] (en/of Profileset).




4.9.

Nu het primair gevorderde berust op de misvatting dat er (bij ‘akte’ van

4 juli 2014) is geleverd aan SPS, dient het primair gevorderde reeds om die reden te worden afgewezen.


Het subsidiair gevorderde

4.10.

Het subsidiair gevorderde hanteert als uitgangspunt dat indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014 niet als een akte in de zin van artikel 65 Rijksoctrooiwet kan worden aangemerkt, de overeenkomst zowel voor FSPS als voor de curator de verplichting meebrengt een nadere akte van overdracht/levering te ondertekenen en aan te bieden aan de bevoegde instanties in kwestie, teneinde te bewerkstelligen dat SPS eigenaar wordt van de betreffende octrooien en octrooiaanvragen.


4.11.

Het hiervoor onder 4.10. genoemde uitgangspunt veronderstelt voorts dat de beweerde overeenkomst op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen.


4.12.

De curator betwist echter dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen en stelt in dat kader dat de overeenkomst onder invloed van bedreiging tot stand is gekomen. [Y] heeft, namens hemzelf alsook namens [X], de overeenkomst bij brief van 11 juli 2014 herroepen. Op [Y] is een zeer zware druk uitgeoefend met de nodige bedreigingen om de overeenkomst te ondertekenen, aldus de curator.

SPS heeft weersproken dat er sprake is van een onder invloed van bedreiging tot stand gekomen overeenkomst.


4.13.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de overeenkomst een handgeschreven stuk betreft met een weinig gespecificeerde inhoud. Zo worden - ook al zijn in de bijlage bij de overeenkomst volgens SPS de belangrijkste octrooien en octrooiaanvragen opgenomen - de octrooien en octrooiaanvragen niet uitdrukkelijk bepaald c.q. omschreven in het stuk.


4.14.

Vast staat voorts dat bij de ondertekening van het handgeschreven stuk geen advocaat aanwezig was die [Y], namens [X], (op dat moment) kon adviseren omtrent zijn rechtspositie. Ook lijkt geen sprake te zijn geweest van een redelijke termijn van beraad tussen het moment van bespreking van de overeenkomst en de ondertekening. Beide hebben immers - met een korte onderbreking - plaatsgevonden op

14 juli 2014 terwijl partijen eerder op die dag met forse onenigheid uiteen waren gegaan. Het is zeer de vraag of er wilsovereenstemming met betrekking tot enige overdracht van octrooien heeft bestaan. Bepaald niet uit te sluiten valt dat de enige bedoeling van [Y] was om zaken te regelen zodanig dat het geoctrooieerde op de markt kon worden gebracht, bijvoorbeeld door licentieovereenkomsten. [Y] lijkt consistent in zijn verklaringen op verschillende tijdstippen dat het nooit zijn bedoeling is geweest de octrooien over te dragen, maar dat slechts werd gezocht naar vormen om het geoctrooieerde op de markt te brengen.


4.15.

De door SPS gestelde omstandigheden, waaronder de afspraken die zijn gemaakt ten aanzien van de aandeelhoudersstructuur en het in de zomer en in het najaar opmaken van de benodigde aktes van overdracht die uiteindelijk op 8 oktober 2014 zijn opgemaakt, onderschrijven de stelling van SPS dat van een rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst sprake is niet, maar die van de curator dat de overeenkomst niet op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen wel. Deze omstandigheden doen immers vermoeden dat het handgeschreven stuk haastig is opgesteld en dat (beide partijen in de veronderstelling verkeerden dat) van een perfect tot stand gekomen overeenkomst nog geen sprake was. Het feit dat mr. Bezoen nadien (concept)licentieovereenkomsten heeft opgesteld ondersteunt dat vermoeden. SPS onderkent overigens ook dat de overeenkomst “verre van perfect” is. Waarom zouden partijen anders licentieovereenkomsten laten opmaken als de octrooien reeds waren overgedragen?


4.16.

Dat SPS, ondanks de ingeroepen vernietiging van de beweerde overeenkomst, spuitgietmatrijzen heeft laten vervaardigen, komt voor risico en rekening van SPS. Zij heeft immers niet betwist dat zij op de hoogte was van de ‘herroeping’ – wat daar verder ook van zij - van de overeenkomst op 11 juli 2014.


4.17.

Onder de gegeven omstandigheden moet dan ook worden geconcludeerd dat [Y], namens [X], niet heeft ondertekend conform zijn wil. Of er al dan niet sprake is geweest van bedreiging, dan wel een ander wilsgebrek, kan in deze procedure niet worden vastgesteld. Dat zou onderzocht moeten worden in een bodemprocedure. De curator heeft in deze procedure voldoende aannemelijk gemaakt dat de overeenkomst van

4 juli 2014 niet op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Dat betekent dat er geen grondslag is voor toewijzing van het subsidiair gevorderde jegens [X].


4.18.

Dat SPS een bedrag van € 18.330,85, alsmede een bedrag van € 10.000,= en nog eens drie maal een bedrag van € 8.000,= heeft betaald, alsook de omstandigheid dat

[X] dividend zou ontvangen, maakt het voorgaande niet anders.


4.19.

Bovendien staat, indien en voor zover zou moeten worden aangenomen dat de beweerde overeenkomst van 4 juli 2014 voor de curator de verplichting meebrengt tot ondertekening van een nadere akte van overdracht/levering, artikel 35 Fw aan een geldige levering in de weg.


4.20.

Het jegens [X] subsidiair gevorderde dient dan ook te worden afgewezen.


Het meer subsidiair gevorderde

4.21.

Het meer subsidiair gevorderde komt er op neer dat FSPS en de curator wordt geboden SPS toe te staan dat de genoemde octrooien en octrooiaanvragen in licentie worden gegeven aan Saint Gobain Weder Beamix B.V. en eventuele andere derden.


4.22.

Gelet op hetgeen de voorzieningenrechter hiervoor in rechtsoverweging 4.8. en 4.9. heeft overwogen, bestaat er geen grondslag voor toewijzing van het meer subsidiair gevorderde. SPS is immers geen rechthebbende (geworden) van de octrooien en octrooiaanvragen.


Het onder XV. XVI. En XVII. gevorderde

4.23.

Voor toewijzing van het onder XV., XVI. gevorderde, dat er in de kern op neer komt dat het FSPS en de curator wordt verboden de octrooien en octrooiaanvragen te vervreemden, bestaat, gelet op het voorgaande, evenmin aanleiding. Bovendien biedt artikel 69 Fw een voldoende met waarborgen omklede rechtsgang om op te komen tegen vermeende onwenselijke handelingen van de curator.


4.24.

SPS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu de grondslag van de vorderingen een verbintenisrechtelijke en geen mededingingsrechtelijke is in de zin van artikel 1019h Rv, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de werkelijk gemaakte kosten ex artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals gevorderd door SPS, te begroten.

De kosten aan de zijde van FSPS en de curator worden - conform het toepasselijke liquidatietarief - voor ieder afzonderlijk begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00.


5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

verklaart BAM, PM en Elmefa niet-ontvankelijk in hun vorderingen,


5.2.

verklaart SPS niet ontvankelijk in haar subsidiaire vordering jegens FSPS en de curator in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [Y] en Profileset,


5.3.

wijst de overige vorderingen van SPS af,


5.4.

veroordeelt SPS in de proceskosten ter hoogte van in totaal € 2.858,00, aan de zijde van FSPS tot op heden begroot op € 1.429,00 en aan de zijde van de curator tot op heden begroot op eveneens € 1.429,00.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. G. Van Eerden op 31 maart 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

1 type: coll: