Rechtbank Overijssel, 31-03-2015 / 08/770036-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1669

Inhoudsindicatie
Verdachte is ten laste gelegd dat hij 1) ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en 2) kinderpornografisch materiaal heeft verworven en in bezit heeft gehad. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat aangever aan de zorg, opleiding of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd, zodat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte een hoeveelheid kinderpornografisch materiaal verworven en in zijn bezit gehad. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 88 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Als bijzondere voorwaarde stelt de rechtbank onder meer dat hij zich laat behandelen voor zijn psychische problemen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-31
Publicatiedatum
2015-04-03
Zaaknummer
08/770036-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/770036-14

Datum vonnis: 31 maart 2015


Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 maart 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Vloedbeld en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. B.J. van Beek, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 september 2013 tot en met 31 januari 2014 ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

feit 2: in de periode van 1 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 kinderpornografisch materiaal heeft verworven en in bezit heeft gehad;


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 31 januari 2014 te Hengelo, gemeente [woonplaats], (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1997, immers heeft hij, verdachte, één of meermalen:

- de schaamstreek van voornoemde [slachtoffer] betast en/of bevoeld en/of

- de penis van voornoemde [slachtoffer] vastgepakt en/of vastgehouden en/of betast en/of bevoeld en/of (vervolgens) afgetrokken;


2.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 06 mei 2014 te Hengelo, in de gemeente [woonplaats], in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en), te weten (37) foto('s) en/of (4) video('s) en/of film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten één computer (Notebook Acer) heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij het lichaam en/of gezicht van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de door verdachte in verzekering doorgebrachte tijd en met de bijzondere voorwaarden: toezicht door de Reclassering Nederland, een meldplicht en een contactverbod gedurende de proeftijd met [slachtoffer]. De officier van justitie is voorts van oordeel dat de civiele vordering behoort worden toegewezen tot een bedrag van € 1.561,04 te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.



5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken.

Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met als dossiernummer PL0500-2014020600 van 20 juni 2014 en de aanvulling van 5 februari 2014.


5.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van beide feiten dient te worden veroordeeld. Wat betreft de bestanddelen van feit 1, te weten “aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwd” is de officier van justitie van oordeel dat verdachte als voetbaltrainer het slachtoffer heeft getraind en nadien, vanuit die hoedanigheid ook het slachtoffer heeft benaderd. Het slachtoffer was derhalve aan de zorg van verdachte toevertrouwd, hetgeen overeenkomt met het standpunt dienaangaande van de Hoge Raad. De officier van justitie heeft daarbij ook verwezen naar een vonnis van de rechtbank Maastricht van 3 maart 2013.


5.2

Het standpunt van de verdediging


De verdediging stelt zich, wat betreft feit 1, op het standpunt dat verdachte weliswaar de tenlastegelegde handelingen erkent, maar dat het slachtoffer niet aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd.

Wat betreft feit 2 is de verdediging van oordeel dat sprake is geweest van "bijvangst" die direct door verdachte is verwijderd.

De raadsman concludeert tot vrijspraak van beide feiten.


5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Wat betreft feit 1.


In artikel 249 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht gaat het om de gevallen waarin de hoedanigheid van de verdachte "telkens een min of meer grote mate van afhankelijkheid van de verdachte meebrengt en dat verdachte daaraan een zeker overwicht tegenover de minderjarige kan ontlenen" (HR 11 juli 2002, NJB 2002, 106).

Het dossier bevat geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat aangever, die ten tijde van de feiten 16 jaar oud was, toen aan de zorg, opleiding of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd en dat verdachte daaraan een zeker overwicht tegenover aangever ontleende en waardoor aangever ten opzichte van verdachte in een afhankelijke positie verkeerde.

De feiten speelden zich af ten huize van verdachte en hadden geen enkel ander verband met het trainerschap van verdachte bij de voetbalvereniging waarvan ook aangever lid was, dan dat aangever ongeveer een half jaar eerder enkele malen had getraind met het elftal waarvan verdachte trainer was.

De feiten en omstandigheden van dit geval zijn op wezenlijke onderdelen anders dan in de door de officier van justitie aangehaalde zaak van de rechtbank Maastricht van 3 maart 2009, ECLI:NLK:RBMAA:2009:BI3656.

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat aangever aan de zorg, opleiding of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd, zodat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.


Wat betreft feit 2


Verdachte heeft erkend 37 foto’s en 4 films, met daarop kinderporno, te hebben bekeken en te hebben gedownload. Bovendien heeft hij verklaard vergrotingen te hebben gemaakt. Verdachte is dus actief bezig geweest met die bestanden. Daarmee staat vast dat hij het op die bestanden aanwezige kinderpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad. Dat hij onmiddellijk daarna de meeste foto’s en films weer heeft verwijderd, zodat dit materiaal niet meer direct en zonder speciale software oproepbaar was, staat aan die bewezenverklaring niet in de weg.


5.2

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


2.

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 te Hengelo, in de gemeente [woonplaats], 37 foto's en 4 videofilms heeft verworven en in bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

en

het masturberen boven/bij het lichaam en/of gezicht van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het sub 2 bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.


De rechtbank neemt als uitgangspunt voor strafoplegging de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Daarin staat dat bij het bezit/verwerven van kinderporno een taakstraf van 240 uur past, alsmede een gevangenisstraf van zes maanden waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, met oplegging daarbij van bijzondere voorwaarden.


De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte heeft een hoeveelheid kinderpornografisch materiaal verworven en in zijn bezit gehad. Deze feiten zijn zeer verwerpelijk, omdat bij de vervaardiging van dergelijke afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt. Door kinderporno in bezit te hebben heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van deze seksuele exploitatie van kinderen.


In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank het volgende mee.

Verdachte is niet eerder veroordeeld.

De bij verdachte aangetroffen hoeveelheid pornografisch materiaal was - relatief gezien -gering en bevatte geen afbeeldingen van zeer jonge kinderen.

Verdachte heeft volledig meegewerkt aan het onderzoek en heeft ter terechtzitting, naar het oordeel van de rechtbank, oprecht spijt betuigd en meegedeeld dat hij zich schaamt voor zijn daden. Verdachte heeft zich ook direct onder deskundige behandeling gesteld en volgt momenteel nog steeds (dag)therapie bij De Tender.


Over verdachte is op 10 juli 2014 gerapporteerd door drs. N. Märker, GZ-psycholoog.

De deskundige adviseert verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Dat rapport, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd, is naar het oordeel van de rechtbank grondig onderbouwd, terwijl het advies volgt uit de bevindingen van de deskundige. De rechtbank stelt op grond van het rapport vast dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd en zij neemt het advies over, mede gelet op wat de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting over de persoon van verdachte is gebleken.


Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 25 februari 2015, opgemaakt door mevr. A.M.F. Smellink.


Alles afwegend acht de rechtbank na te melden straf passend en geboden.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.561,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde gevraagd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Nu verdachte ter zake van het feit waarop die vordering betrekking heeft zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. De benadeelde kan zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 Sr.






11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het onder 2 bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig (90) dagen, waarvan achtentachtig (88) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
  • - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;


  • - stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland en
  • - dat veroordeelde zich laat behandelen voor zijn psychische problemen bij De Tender of soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, voor zover en voor zolang de reclassering dat nodig oordeelt, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
  • - draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;


schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde: [slachtoffer], wonende te [woonplaats] aan de [adres], in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;


opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.


Dit vonnis is gewezen door mr. Stoové, voorzitter, mr. Teekman en mr. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2015.