Rechtbank Overijssel, 08-04-2015 / Awb 14/3136


ECLI:NL:RBOVE:2015:1720

Inhoudsindicatie
Ten onrechte twee keer 2% van de waarde van de woning van eisers wegens normaal maatschappelijk risico in mindering gebracht op planschade; beroep gegrond.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-08
Publicatiedatum
2015-04-08
Zaaknummer
Awb 14/3136
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Bestuursrecht

Formele relatie

Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • JOM 2015/362
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle


Bestuursrecht


zaaknummer: AWB 14/3136


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2], te Schalkhaar, eisers,


en


het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder.



Procesverloop


Bij besluit van 1 juli 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eisers een tegemoetkoming in planschade toegekend ten bedrage van € 9.840,--.


Bij besluit van 4 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.


Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.


Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2015.

Eiser [eiser 1]is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, J.W. Vermeulen.


Overwegingen


1. Bij besluit van 24 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Deventer (verder: de raad) het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide” vastgesteld. Bij uitspraak van 28 juli 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) het door eisers tegen deze vaststelling ingediende beroep gegrond verklaard en genoemd besluit vernietigd, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming “Woon-gebied”, gelegen direct achter het perceel van eisers.


2. Op 27 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening” vastgesteld.


3. Op 2 januari 2014 hebben eisers aan verweerder verzocht hun een planschadevergoe-ding toe te kennen. In verband hiermee heeft Thoonen juridisch advies (verder: Thoonen) op 16 juni 2014 een advies uitbracht. Met overname van dit advies heeft verweerder aan eisers de genoemde tegemoetkoming toegekend.

4. Voor zover thans relevant heeft Thoonen de schade in beeld gebracht die (onderscheidenlijk) het gevolg is van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide” en van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening”. Conform het advies heeft verweerder besloten om op beide schadebedragen in mindering te brengen een bedrag van 2% van de waarde van de woning van eisers wegens normaal maatschappelijk risico.


5. Eisers kunnen zich niet met het besluit van 4 november 2014 verenigen voor zover verweerder heeft besloten tweemaal een aftrek van 2% van de waarde van hun woning toe te passen wegens normaal maatschappelijk risico. Naar de mening van eisers dient te worden uitgegaan van de nauwe verwevenheid van het bestemmingsplan “ De Wijtenhorst en Douwelerleide” met “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening”, zodat dit als één schadeoorzaak dient te worden aangemerkt en slechts één keer de aftrek van 2% wegens normaal maatschappelijk risico had moeten worden toegepast bij de vaststelling van de planschadevergoeding. Gelet op de inhoud van het beroepschrift en het verhandelde ter zitting zal de rechtbank zich tot bespreking van dit geschilpunt beperken.


6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van twee planologische maatregelen als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro). Naar het oordeel van verweerder ontbreekt een nauwe verwevenheid omdat het gaat om twee plangebieden. Voor elke maatregel moet een planologische vergelijking gemaakt worden met een eigen peildatum. Van beide schadebedragen die volgen uit de planologische vergelijking komt op grond van artikel 6.2, tweede lid, van de Wro een deel van de schade (tenminste 2% van de waarde van de onroerende zaak) voor rekening van eiser, aldus verweerder.


7. Ingevolge artikel 6.1, eerste lid, van de Wro kent het college degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.


Ingevolge artikel 6.2, eerste lid, van de Wro blijft binnen het normaal maatschappelijk risico vallende schade voor rekening van de aanvrager.


Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder b van dat artikel, blijft van schade in de vorm van een vermindering van de waarde van een onroerende zaak in ieder geval voor rekening van de aanvrager: een gedeelte gelijk aan twee procent van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade.


8. In een uitspraak van 20 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3126) heeft de Afdeling geoordeeld dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een planologisch nadeliger situatie ook in die gevallen waarbij om schade wordt verzocht ten gevolge van meerdere planologische besluiten, in beginsel voor iedere planologische maatregel een vergelijking moet worden gemaakt met het daarvoor heersende planologische regime. Uit onder meer een uitspraak van de Afdeling van 8 januari 2014 (ECLI;NL:RVS:2014:6) heeft de rechtbank afgeleid dat op dit beginsel een uitzondering kan worden gemaakt indien er sprake is van twee planologische maatregelen die zodanig nauw met elkaar zijn verweven dat kan worden gesproken van één planologisch regime, waardoor de aftrek van het normaal maatschappelijk risico niet tweemaal maar (slechts) eenmaal dient plaats te vinden.


9. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat het plangebied van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening” aanvankelijk deel uitmaakte van het plangebied van het eerder vastgestelde bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douwelerleide”. Voorts stelt de rechtbank vast dat het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening” enkel een reparatie behelst, waarmee alsnog conform het (ongewijzigde) stedenbouwkundig plan, dat ook ten grondslag heeft gelegen aan het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douwelerleide”, de bouw mogelijk is gemaakt van dezelfde (acht) woningen als in het eerder vernietigde plandeel waren opgenomen, met dien verstande echter dat deze woningen op een grotere afstand van het perceel van eiseres dienen te worden gerealiseerd.


Gelet op de aard en omvang van deze reparatie is de rechtbank van oordeel dat er weliswaar sprake is van twee planologische maatregelen, maar dat deze zodanig met elkaar verweven zijn dat nog steeds gesproken kan worden van één planologisch regime, waardoor de aftrek van het normaal maatschappelijk risico niet tweemaal, maar (slechts) eenmaal had dienen plaats te vinden. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het niet redelijk zou zijn dat eisers door (terecht) gebruik te maken van een rechtsbeschermingsmogelijkheid zichzelf uiteindelijk in een nadeliger positie zouden hebben gebracht, in zoverre dat in verband met de reparatie een extra aftrek van 2% van de waarde van hun woning zou dienen te worden toegepast.


10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank dan ook van oordeel dat verweerder ten onrechte zowel voor de schade als gevolg van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douwelerleide” als voor de schade ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douweler Leide, tweede partiële herziening” een gedeelte gelijk aan 2% van de waarde van de onroerende zaak voor rekening van eisers heeft gelaten.


Om die reden zal het beroep van eiser gegrond worden verklaard. Het besteden besluit zal wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb worden vernietigd.


In aanmerking genomen dat eisers de planologische vergelijking en de getaxeerde waarden niet hebben betwist, acht de rechtbank het aangewezen om het geschil finaal te beslechten door met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien en het primaire besluit te herroepen. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.


11. Thoonen heeft in haar rapport de waardedaling van de woning van eisers vastgesteld op € 15.000,-- respectievelijk € 12.000,--, derhalve in totaal € 27.000,--. De waarde van de woning van eisers op de dag voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “De Wijtenhorst en Douwelerleide” heeft Thoonen vastgesteld op

€ 435.000,--. Hieruit volgt dat op het bedrag van € 27.000,-- eenmalig een aftrek van 2%

(= € 8.700,--) dient plaats te vinden wegens normaal maatschappelijk risico, zodat het planschadebedrag door de rechtbank op € 18.300,-- wordt vastgesteld, exclusief wettelijke rente.


12. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Aangezien eiser zich niet heeft laten bijstaan of vertegenwoordigen door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend, bestaat er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Dit betekent dat de door eisers ingediende nota van € 176,36 vanwege het inwinnen van juridisch advies, niet voor vergoeding in aanmerking komt. Wel bestaat er aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte reiskosten van

€ 12,-- in verband met de op 5 maart 2015 gehouden rechtbankzitting.


Beslissing


De rechtbank:


  • - verklaart het beroep gegrond;
  • - vernietigt het bestreden besluit;
  • - herroept het primaire besluit en bepaalt dat verweerder aan eisers een tegemoetkoming van planschade op grond van artikel 6.1 van de Wro betaalt ten bedrage van

€ 18.300,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

  • - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,-- aan eiser te vergoeden;
  • - veroordeelt verweerder een bedrag van € 12,-- aan gemaakte reiskosten aan eisers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op




griffier rechter





Afschrift verzonden aan partijen op:








Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.