Rechtbank Overijssel, 20-01-2015 / 2639308 CV 14-55


ECLI:NL:RBOVE:2015:1741

Inhoudsindicatie
Geschil tussen vakorganisatie en openbaarvervoerbedrijf over de uitleg van de bepaling in de CAO over de variabele eindejaarsuitkering. Tekst en strekking van die bepaling leiden tot de conclusie dat vooraf bepaalde, objectieve en meetbare doelstellingen ter zake dienden te zijn bepaald, binnen de in de CAO aangewezen commissie. Dat is in het geval van werkgever niet gebeurd, wat ertoe leidt dat de door werkgever eenzijdig vastgestelde targetregeling als non-existent wordt aangemerkt. Het stilzitten van werkgever behoort niet in het nadeel van de werknemers uit te vallen, zodat de kennelijke strekking van de regeling zo moet worden opgevat dat bij uitblijven van vooraf bepaalde, objectieve en meetbare doelstellingen aanspraak bestaat op het maximum van het variabele deel van de eindejaarsuitkering.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-20
Publicatiedatum
2015-04-08
Zaaknummer
2639308 CV 14-55
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/603
  • AR-Updates.nl 2015-0344
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

team Kanton en Handelsrecht


Zittingsplaats Zwolle


zaaknummer : 2639308 CV 14-55

datum : 20 januari 2015


Vonnis in de zaak van:

[jw.datum.uitspraak][jw.zaaknummer]

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV BONDGENOTEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

eisende partij, hierna te noemen: ‘de FNV’,

gemachtigde mr. R.A. Severijn, advocaat te Utrecht,


tegen


de besloten vennootschap SYNTUS OPENBAAR VERVOER B.V.,

gevestigd te Doetinchem, (mede)kantoorhoudende te Deventer,

gedaagde partij, hierna te noemen: ‘Syntus’,

gemachtigde mr. J.E. Middelveld, advocaat te Enschede.




1Het verdere verloop van de procedure


Eerder is in deze zaak een tussenvonnis gewezen dat op 23 september 2014 is uitgesproken. Vervolgens hebben beide partijen op 4 november 2014 een akte uitlating tevens akte overlegging producties ingediend, waarna iedere partij op 2 december 2014 heeft geantwoord.


2De verdere beoordeling


2.1

Bij voormeld tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld hun stellingen nader toe te lichten en/of aan te vullen, een en ander in het licht van de in overweging 5.3 van dat vonnis weergegeven maatstaf voor uitleg van een CAO-bepaling.


2.2

Partijen zijn daarbij voorts in de gelegenheid gesteld om de kantonrechter voor te lichten of de CAO MMV in 2008, althans per ultimo 2008, algemeen verbindend was verklaard, onder overlegging van een afschrift van de volledige tekst van de CAO MMV, zoals die in 2008 gold, en van de eventuele toelichting behorend bij deze CAO.


2.3

Gelet op wat partijen nader hebben aangevoerd en overgelegd, kan tevens worden vastgesteld dat de CAO MMV - de CAO MMV 2005-2007 of de CAO MMV 2008 - niet algemeen verbindend is verklaard en dat bij geen van deze CAO’s een toelichting tot stand is gekomen. Partijen zijn het er voorts over eens dat voor het onderhavig geschil (de tekst van) de CAO MMV 2005-2007 leidend is. Nu de tekst van artikel 84 van de CAO MMV 2005-2007 en van de CAO MMV 2008 identiek is, zal steeds van artikel 84 van de CAO MMV worden gesproken.


2.4

Zoals overwogen, strijden partijen over de uitleg van artikel 84 van de CAO MMV.


2.4.1

Dit artikel luidt, voor zover van belang:

1. Met ingang van december 2005 wordt jaarlijks in de maand december aan alle werknemers een vaste eindejaarsuitkering toegekend van 1,5% van het jaarloon. Het jaarloon bestaat uit 12 x het functieloon per maand.

2. De in het eerste lid genoemde uitkering wordt jaarlijks verhoogd met een in december uit te keren variabele toeslag van 1 tot maximaal 2% van het jaarloon, indien de in de CCM overeen te komen objectieve en meetbare targets (doelstellingen) worden behaald.

(…)

5. Ingeval er zich in een contractjaar calamiteiten en/of andere niet tot de normale bedrijfsrisico’s behorende omstandigheden hebben voorgedaan, welke van wezenlijke invloed zijn geweest op de bedrijfsresultaten, zullen er in de CCM nieuwe afspraken worden gemaakt.


2.4.2

Onomstreden is dat met ‘de CCM’ wordt bedoeld de Commissie CAO Multimodaal Vervoer als omschreven in artikel 4 van de CAO MMV. Onweersproken is aangevoerd dat in de CCM de werkgevers ofwel de openbaar vervoerbedrijven zijn vertegenwoordigd alsmede de aangesloten vakorganisaties en leden van de ondernemingsraden van de aangesloten openbaar vervoerbedrijven.


2.5

Als uitgangspunt voor de uitleg van artikel 84 van de CAO MMV geldt de maatstaf als weergegeven in overweging 5.3 van het tussenvonnis.


2.6

De FNV heeft zich - geparafraseerd - op het volgende standpunt gesteld.


2.6.1

Op grond van lid 2 van artikel 84 van de CAO MMV dient de extra variabele toeslag te worden betaald indien (1) de in de CCM (2) overeen te komen objectieve en meetbare targets (doelstellingen) (3) worden behaald. Die tekst is duidelijk; de doelstellingen dienen in de CCM overeengekomen te worden. Die eis laat aan duidelijkheid niets te wensen over; de toe te passen CAO-norm laat geen ruimte voor een andere interpretatie.


2.6.2

De door Syntus toegepaste target-regeling is niet ‘overeengekomen in de CCM’, is niet overeengekomen met enig overlegorgaan binnen Syntus, is niet aangemeld bij de CCM en is niet getoetst door CCM. Daarmee staat vast dat Syntus zich niet aan de CAO MMV heeft gehouden. Of de CCM zich al dan niet aan de CAO MMV heeft gehouden, doet niet ter zake. Die handelwijze is hoe dan ook geen legitieme reden om de targetregeling niet (meer) aan te bieden aan de CCM.


2.6.3

Hoewel de CAO MMV geen sanctie of voorgeschreven handelwijze bevat indien er geen rechtsgeldig overeengekomen targetregeling is, betekent dit niet dat Syntus zomaar ongestraft de regels van de CAO MMV naast zich neer kan leggen. Syntus diende actief zorg te dragen voor een targetregeling die in de CCM werd overeengekomen, teneinde te kunnen bepalen of er een extra variabele toeslag verschuldigd is. Een redelijke toepassing en uitleg van de CAO MMV brengt dan mee dat in dat geval de maximale variabele eindejaarsuitkering van 2% is verschuldigd en dient te worden uitgekeerd.


2.7

Syntus heeft de vordering betwist en daartoe samengevat het volgende aangevoerd.


2.7.1

Syntus heeft al in 2006 een targetregeling vastgesteld en dat bij herhaling aan haar werknemers gecommuniceerd. Die regeling is haar ondernemingsraad niet ontgaan; daartegen is nimmer geprotesteerd, zodat de ondernemingsraad moet worden geacht daarmee stilzwijgend te hebben ingestemd. Ook nadat begin 2009 kenbaar werd gemaakt dat het variabele deel van de eindejaarsuitkering 2008 niet volledig werd uitgekeerd, heeft de ondernemingsraad zich niet geroerd.


2.7.2

De systematiek van artikel 84 CAO MMV is volstrekt helder. Slechts indien bepaalde doelstellingen worden behaald, wordt tot uitkering van de variabele beloning overgegaan. Het was en is daardoor duidelijk dat slechts indien de bedrijfsresultaten het toelieten, het resterende variabele deel aan de werknemers zou worden uitgekeerd. Of de targets en doelstellingen nu wel of niet in de CCM worden vastgesteld, doet in dit kader niet ter zake. In 2008 lieten de bedrijfsresultaten die extra variabele uitkering niet toe, wat de werknemers kennelijk ook heel goed hebben begrepen nu geen van hen tegen het uitblijven van dat deel is opgekomen.


2.7.3

De stelling van de FNV dat Syntus, omdat zij haar doelstellingen niet overeenkomstig artikel 84 niet aan de CCM heeft voorgelegd, de maximale uitkering moet doen, is veel te kort door de bocht en in strijd met de strekking van de eindejaarsuitkering. In de CAO MMV is ook niet zo’n sanctie of gevolg opgenomen indien geen targetregeling tot stand komt. Het niet opnemen van een sanctie bevestigt ook de strekking van de regeling, te weten of de vastgestelde targets aan de hand waarvan wordt vastgesteld of de variabele beloning wordt uitgekeerd, reëel en objectief meetbaar zijn. Het gaat er dus niet om of een commissie zoals de CCM haar goedkeuring aan de targets en doelstellingen heeft gegeven, maar of de targets en doelstellingen objectief en meetbaar zijn. Het ‘vaststellen’ binnen de CCM heeft ook niet het doel om te beoordelen of tot uitkering van de (volledige) variabele vergoeding dient te worden overgegaan. De door de FNV voorgestane uitleg is niet in overeenstemming met deze strekking, ook niet aannemelijk en leidt overigens ook tot een onredelijke uitkomst. In dat geval wordt Syntus immers gehouden tot een financieel onverantwoorde uitkering.


2.8

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.


2.9

Anders dan Syntus heeft betoogd, heeft de FNV haar recht om de onderhavige vordering in te stellen, niet verwerkt. De FNV heeft als partij bij genoemde CAO immers een zelfstandig belang bij een beoordeling of aan die CAO een correcte toepassing is gegeven, zoals Syntus beaamt en zij bestrijdt. De omstandigheid dat de werknemers van Syntus tevens zijnde lid van de FNV en/of de ondernemingsraad van Syntus geen zelfstandige vordering ter zake hebben / heeft ingesteld, doet daaraan niet toe of af.


2.10

Op basis van de tekst en strekking van artikel 84 van de CAO MMV - daaronder begrepen niet alleen lid 2 doch ook lid 5 van die bepaling - moet naar het oordeel van de kantonrechter worden geconcludeerd dat de CAO-sluitende partijen voor de werknemers een extra variabele eindejaarsuitkering hebben beoogd in het geval vooraf bepaalde, objectieve en meetbare doelstellingen zijn behaald, en wel zulke doelstellingen die vooraf in de CCM zijn overeengekomen. Anders dan Syntus ingang wil doen vinden, is de rol van de CCM niet zonder betekenis. In de CCM zijn immers zowel de werkgevers als de vakorganisaties vertegenwoordigd, zodat kennelijk is beoogd dat voor een regeling op bedrijfsniveau voor de variabele eindejaarsuitkering (ook) af- en instemming op brancheniveau dient plaats te vinden.


2.11

Die af- en instemming heeft aldus kennelijk ten doel hetzij dat de afzonderlijke bedrijfsregelingen op brancheniveau in redelijke mate congruent dienden te zijn en daarmee de eindejaarsuitkering van alle werknemers die onder de CAO MMV vielen, dan wel dat op brancheniveau toezicht werd gewenst op de objectiviteit en meetbaarheid van de doelstellingen.


2.12

Dat de rol van de CCM in voormeld verband niet zonder betekenis is, vindt haar bevestiging in het niet door Syntus weersproken gegeven dat andere openbaar vervoerbedrijven, zoals Arriva en Veolia, hun targetregelingen als bedoeld in artikel 84 lid 2 van de CAO MMV aan de CCM hebben voorgelegd. Die betekenis vindt verder steun in de brief van de CCM van 4 april 2008 waaruit blijkt dat de CCM er weliswaar de voorkeur aan gaf dat de individuele werkgever / vervoerder samen met haar overlegorgaan de targetregeling vaststelde, doch in dat geval zij - de CCM - die regeling nog steeds wenste te toetsen. Dat de CCM in dat geval een marginale toets zou aanleggen, maakt dat niet anders, net zomin het gegeven dat, zoals Syntus aanvoert, de ondernemingsraad ter zake geen instemmingsrecht toekomt als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden. Gesteld noch gebleken is dat uit andere bepalingen in de CAO MMV moet worden afgeleid dat de CCM niet die rol heeft die aan haar in artikel 84 CAO MMV wordt toegekend.


2.13

Uit het voorgaande volgt dat een door Syntus eenzijdig vastgestelde regeling inzake de doelstellingen voor het variabele deel van de eindejaarsuitkering niet beantwoordt aan tekst en strekking van artikel 84 CAO MMV. Dit wordt niet anders indien er vanuit moet worden gegaan dat de ondernemingsraad van Syntus destijds met die regeling stilzwijgend heeft ingestemd, zoals Syntus heeft gesteld en de FNV overigens heeft bestreden.


2.14

Een en ander leidt ertoe dat tot de conclusie kan worden gekomen dat, wat betreft het variabele deel van de eindejaarsuitkering 2008, geen targets / doelstellingen zijn vastgesteld conform artikel 84 van de CAO MMV. Dit betekent dat de door de FNV gevorderde verklaring voor recht sub I. voor toewijzing vatbaar is.


2.15

Wat betreft het beroep van Syntus dat haar ondernemingsraad (stilzwijgend) heeft ingestemd met haar op 13 januari 2006 kennis gegeven targetregeling en dat, vanwege hun stilzwijgen, ook haar werknemers daarmee geacht worden te hebben ingestemd, geldt, zoals de FNV betoogt, het bepaalde in artikel 12 van de Wet CAO, waarin staat dat van de CAO afwijkende regelingen nietig zijn en dat in plaats daarvan geldt wat in de CAO staat. Dit betekent dat ook de sub II. gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.


2.16

Uit het voorgaande volgt dat de door Syntus gestelde targetregeling in het kader van de beoordeling van artikel 84 CAO MMV als non-existent moet worden aangemerkt. Dit betekent dat in dat verband geen betekenis meer kan toekomen aan haar stellingname dat de gestelde targets / doelstellingen objectief en meetbaar waren en dat over 2008 die gestelde targets / doelstellingen niet zijn behaald. Het debat of de beoogde targets / doelstellingen objectief en meetbaar waren, had Syntus immers vooraf moeten aangaan, en wel in de CCM, al dan niet na uitdrukkelijk overleg met haar overlegorgaan, zoals de CCM kennelijk voorstond. Dat debat kan Syntus, gelet op de tekst en de strekking van het variabele deel van de eindejaarsuitkering in artikel 84 CAO MMV, niet alsnog achteraf voeren.


2.17

Waar Syntus zich niet gehouden heeft aan een voor haar relevante bepaling in de CAO MMV waardoor een vooraf overeengekomen regeling over de objectieve en meetbare targets / doelstellingen ontbreekt, ziet de kantonrechter geen aanleiding om die regeling strikt en ten nadele van de werknemers uit te leggen. Iets anders zou er immers toe leiden dat Syntus onder omstandigheden zodanig kan handelen dan wel zodanig kan stilzitten dat door het enkele ontbreken van targetregeling, dan wel een targetregeling die niet conform de CAO MMV tot stand is gekomen, niet tot uitkering van het variabele deel van de eindejaaruitkering behoeft te worden overgegaan, hetgeen niet de bedoeling van artikel 84 CAO MMV én de CAO-sluitende partijen kan zijn.

2.18

Gelet op het voorgaande houdt de kantonrechter het er dan ook voor dat de kennelijke strekking van die bepaling is dat bij het uitblijven van in de CCM overeengekomen targets / doelstellingen, de werknemers aanspraak hebben op het maximum van het variabele deel van de eindejaarsuitkering. Die uitleg past ook bij hoe andere, relevante werkgevers, aangesloten bij de CAO MMV, deze bepaling hebben opgevat. Uit de brieven van 8 juli 2010 en 7 december 2010 van de Vereniging Werkgevers Multimodaal Openbaar Vervoer, gericht aan de CCM, blijkt immers dat de meerderheid van de bij deze vereniging aangesloten bedrijven, waaronder in ieder geval Arriva en Veolia, bij het niet tijdig aanmelden van hun targetregeling per maand 1/12e deel van het maximum van het variabel deel van de eindejaarsuitkering aan hun werknemers hebben uitgekeerd, kennelijk ongeacht of de gestelde targets / doelstellingen zijn behaald. Tegen die achtergrond vermag de kantonrechter niet in te zien dat de hiervoor genoemde strekking niet aannemelijk, niet redelijk en financieel onverantwoord is, zoals Syntus stelt.


2.19

Het argument dat de uitkomst van de hiervoor bedoelde uitleg financieel onverantwoord is en om die reden nimmer bedoeld kan zijn, zoals Syntus aanvoert, verdient ook overigens relativering. Over 2008 heeft Syntus, naar zij stelt, een positief resultaat na belastingen behaald van € 668.000, terwijl het in het geschil zijnde variabele deel van de eindejaarsuitkering over 2008, naar Syntus eveneens stelt, circa € 130.000 bruto bedraagt. Dat zo’n uitkering dan onverantwoord zou zijn, laat zich dan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet inzien. Onverkort geldt daarbij dat Syntus zo’n gevolg had kunnen voorkomen door de door haar beoogde targetregeling aan de CCM voor te leggen. De gestelde financiële consequenties kunnen dan ook niet aan voormelde uitleg in de weg staan.


2.20

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat ook vordering sub III. van de FNV toewijsbaar is, als hierna omschreven. Syntus zal worden veroordeeld om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het restant van de variabele eindejaarsuitkering 2008 te betalen aan de werknemers die onder de CAO MMV vielen.


2.21

De gevorderde wettelijke verhoging wegens te late betaling wordt, op grond van de omstandigheden van dit geval en hetgeen in dit vonnis is overwogen, toegewezen tot 20%.


2.22

De gevorderde wettelijke rente over de aan de betrokken werknemers verschuldigde variabele eindejaarsuitkering wordt toegewezen, met dien verstande dat de ingangsdatum daarvan, bij gebrek aan een ander objectief bepaalbare datum, zal worden gesteld op 9 december 2013, zijnde de datum van de inleidende dagvaarding.


2.23

De door de FNV gevorderde schadevergoeding in de zin van de artikelen 15 en 16 van de Wet CAO is gelet op het voorgaande, ondanks de daartegen door Syntus pas bij conclusie van dupliek in algemene bewoordingen vervatte verweren, eveneens toewijsbaar. De wettelijke rente daarover is eveneens verschuldigd vanaf 9 december 2013.


2.24

Omdat voormelde schadevergoeding mede strekt tot vergoeding van de inspanningen die werknemers van de FNV in het geschil met Syntus hebben moeten doen en gesteld noch gebleken is dat daarnaast de buitengerechtelijke werkzaamheden meer hebben omvat dan sommatie, is daarnaast geen plaats voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten. De vordering sub V. zal om die reden worden afgewezen.


2.25

Syntus zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden verwezen, als hierna te melden.

3. De beslissing


De kantonrechter:


3.1

verklaart voor recht dat Syntus geen conform de CAO MMV vastgestelde targets / doelstellingen heeft voor het variabele deel van de eindejaarsuitkering 2008;


3.2

verklaart voor recht dat de targetregeling die Syntus hanteert ter vaststelling van het variabele deel van de eindejaarsuitkering 2008 conform artikel 12 Wet CAO nietig is;


3.3

veroordeelt Syntus om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het restant van de variabele eindejaarsuitkering ter hoogte van 1% van het jaarsalaris aan de werknemers die conform de CAO MMV hiervoor in aanmerking kwamen, te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% wegens te late betaling van de variabele eindejaarsuitkering, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2013 tot aan de datum der voldoening;


3.4

veroordeelt Syntus om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan de FNV te betalen een schadevergoeding ex artikel 15 en 16 Wet CAO ter hoogte van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2013 tot aan de dag der betaling;


3.5

veroordeelt Syntus in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de FNV begroot op:

 € 700,00 voor salaris gemachtigde (3,5 punt × tarief € 200,00)

 € 97,32 voor explootkosten

 € 462,00 voor griffierecht;


3.6

verklaart dit vonnis, behoudens de dicta 3.1 en 3.2, uitvoerbaar bij voorraad;


3.7

wijst het meer of anders gevorderde af.


Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 20 januari 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.