Rechtbank Overijssel, 10-04-2015 / 08/730565-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1819

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan agressief gedrag tegenover personeelsleden van de Albert Heijn en hen bedreigd met zware mishandeling en brandstichting. ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan verschillende ernstige bedreigingen van politieagenten. Bij verdachte is sprake van een autisme spectrum stoornis, middelenafhankelijkheid en zwakbegaafdheid. De rechtbank acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Zowel de psycholoog als de reclassering benadrukt het belang van behandeling van verdachte voor zijn verslavings- en psychische problematiek ter voorkoming van recidive. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen waarvan 161 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde stelt de rechtbank onder meer dat verdachte zich laat behandelen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-10
Publicatiedatum
2015-04-10
Zaaknummer
08/730565-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/730565-14

Datum vonnis: 10 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in PI Overijssel, huis van bewaring de Karelskamp te Almelo, Bornsestraat 333.


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 januari 2015 en 27 maart 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. T. Klooster en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R. Kaya, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te Enschede [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of personeel van de Albert Heijn en/of de Albert Heijn heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met brandstichting en/of zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

- met een blikje in zijn hand voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

"Als je niet aan de kant gaat, dan sla ik je met dit blikje op je gezicht"

en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:"ik steek de Albert Heijn

in de fik en ik pak jou ook",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


2.


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te Enschede

[agent] en/of [hoofdagent 1] en/of [hoofdagent 2] en/of [aspirant]

(respectievelijk agent,tweemaal hoofdagent en aspirant van politie

Regiopolitie Twente),

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers is verdachte met een (slagers)mes in zijn hand in de

richting van die [agent] gelopen en/of heeft hij zwaaiende en stekende

bewegingen gemaakt met het mes in de richting van die [agent] en/of daarbij

heeft hij, verdachte, opzettelijk

- voornoemde [agent] dreigend de woorden toegevoegd:"Ik maak je af" en/of "ik

snij je kapot", en/of "ik steek je helemaal kapot" en/of (tijdens transport)

"als ik vrij kom zoek ik je op, dan steek ik je neer. Ik zoek je familie op en

ik maak ze allemaal dood! Ik steek ze allemaal neer", en/of

- voornoemde [hoofdagent 1] (tijdens transport) dreigend de woorden toegevoegd:

" Vieze kankerwouten, ik maak je af, je weet niet met wie je te maken hebt."

en/of

- voornoemde [hoofdagent 2] (tijdens transport) dreigend toegevoegd: "'wacht jij

maar totdat ik vrij ben, dan zoek ik je op en dan snij ik je keel door, en jou

familie ook'." en/of

- het mes weggegooid in de richting van voornoemde [aspirant] en/of daarbij die

[aspirant] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak jullie af kankerpolitie" en/of

"Ik schiet jou dood en je hele familie" en/of "Ik snij je keel door als je ik

je weer tegen kom",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


3.


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te Enschede met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen levensmiddelen en/of

alcoholische drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Albert Heijn (Zonstraat 28), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 350 dagen waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen volgens de officier van justitie de in het reclasseringsadvies van 17 maart 2015 genoemde voorwaarden te worden verbonden, te weten een meldplicht, een opname in een zorginstelling/klinische behandeling en een opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.









5De beoordeling van het bewijs ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3


5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen., , , , , , , ,


5.2

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.


hij op 17 oktober 2014 te Enschede [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

brandstichting en zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

- met een blikje in zijn hand voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

"als je niet aan de kant gaat, dan sla ik je met dit blikje op je gezicht"

en

- voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "ik steek de Albert Heijn

in de fik en ik pak jou ook".


2.


hij op 17 oktober 2014 te Enschede [agent] en [hoofdagent 1] en [hoofdagent 2] en [aspirant] (respectievelijk agent, tweemaal hoofdagent en aspirant van politie Regiopolitie Twente), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers is verdachte met een slagersmes in zijn hand in de richting van die [agent] gelopen en heeft hij zwaaiende en stekende bewegingen gemaakt met het mes in de richting van die [agent] en heeft hij, verdachte, opzettelijk

- voornoemde [agent] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je af" en "ik snij je kapot", en "ik steek je helemaal kapot" en (tijdens transport)

"als ik vrij kom zoek ik je op, dan steek ik je neer. Ik zoek je familie op en ik maak ze allemaal dood! Ik steek ze allemaal neer", en

- voornoemde [hoofdagent 1] (tijdens transport) dreigend de woorden toegevoegd:

" Vieze kankerwouten, ik maak je af, je weet niet met wie je te maken hebt."

en

- voornoemde [hoofdagent 2] (tijdens transport) dreigend toegevoegd: "' wacht jij

maar totdat ik vrij ben, dan zoek ik je op en dan snij ik je keel door, en jouw

familie ook." en

- het mes weggegooid in de richting van voornoemde [aspirant] en die [aspirant] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak jullie af kankerpolitie" en "Ik schiet jou dood en je hele familie" en "Ik snij je keel door als je ik je weer tegen kom".


3.


hij op 17 oktober 2014 te Enschede met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen levensmiddelen en

alcoholische drank, toebehorende aan Albert Heijn (Zonstraat 28).


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 285 en 310 Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: bedreiging met zware mishandeling;

en

het misdrijf: bedreiging met brandstichting;


feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;


feit 3

het misdrijf: diefstal.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.







8De op te leggen straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. De rechtbank acht het ernstig dat verdachte zich agressief heeft gedragen tegenover personeelsleden van de Albert Heijn door hen met zware mishandeling en brandstichting te bedreigen. Het spreekt voor zich dat het handelen van verdachte voor de betrokkenen beangstigend is geweest en in de winkel tot beroering heeft geleid. De rechtbank neemt het verdachte tevens kwalijk dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan verschillende ernstige bedreigingen van politieagenten, terwijl zij bezig waren met de uitoefening van hun beroep.


Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) heeft voor verbale bedreigingen oriëntatiepunten voor straftoemeting vastgesteld, waarmee de rechtbank rekening heeft gehouden. Volgens de oriëntatiepunten geldt voor een verbale bedreiging als uitgangspunt een geldboete van € 250,00. Indien een verbale bedreiging wordt geuit tegen een politieambtenaar, dan is dit strafverhogend. De rechtbank stelt bovendien vast dat verdachte zijn verbale bedreigingen richting de agenten kracht heeft bijgezet door middel van bedreiging met een mes. Dat is reden voor de rechtbank om ten nadele van verdachte van de oriëntatiepunten af te wijken.


De rechtbank heeft kennisgenomen van verdachtes justitiële documentatie van

13 februari 2015, waaruit blijkt dat hij diverse malen met justitie in aanraking is gekomen.


Voorts heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de inhoud van de rapporten van de reclassering van 3 maart 2015 en 17 maart 2015 en van de psycholoog H.R.J. ter Borg van 2 januari 2015. Hieruit komt naar voren dat er bij verdachte sprake is van een autisme spectrum stoornis en middelenafhankelijkheid. Ook is er vanwege zwakbegaafdheid sprake van een gebrekkige ontwikkeling. De psycholoog heeft geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt deze conclusie over. Zowel de psycholoog als de reclassering benadrukt het belang van behandeling van verdachte voor zijn verslavings- en psychische problematiek ter voorkoming van recidive. Behandeling dient in een klinische setting plaats te vinden. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte per 4 mei 2015 kan worden opgenomen in FPA Roosenburg.


De rechtbank acht het van belang dat de detentieperiode van verdachte naadloos aansluit op de opname in FPA Roosenburg. Op 4 mei 2015 heeft verdachte 199 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarom zal de rechtbank aan verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 199 dagen met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank acht het gelet op de problematiek van verdachte en het hoge recidiverisico van belang dat aan verdachte bijzondere voorwaarden worden opgelegd om de klinische behandeling van verdachte en een reclasseringstoezicht te waarborgen. Daarom zal aan verdachte daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. Hieraan zullen de door de reclassering geadviseerde interventies worden gekoppeld.

Gelet op de ernst van de problematiek van verdachte zal de proeftijd worden vastgesteld op drie jaren.


De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar moeten zijn nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen. Gezien de ernst van de verslavings- en psychische problematiek van verdachte bestaat de aanmerkelijke kans dat verdachte - indien hij niet adequaat wordt behandeld en begeleid - opnieuw strafbare feiten zal plegen. Om dit te voorkomen acht de rechtbank het van belang dat verdachte na zijn detentieperiode direct wordt opgenomen in een forensische kliniek om een behandeling te ondergaan. Ook acht de rechtbank het vanuit dit oogpunt van belang dat verdachte zich na zijn detentieperiode laat begeleiden door de reclassering.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het in beslag genomen mes dient te worden onttrokken aan het verkeer.


9De schade van benadeelden


9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen


1.

[agent], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 1.250,00 wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog. De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 750,00 wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot dit bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


2.

[hoofdagent 2], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 600,00 wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog. De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 400,00 wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


3.

[aspirant], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van

€ 600,00 wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog. De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 400,00 wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


4.

[hoofdagent 1], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van

€ 600,00 wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog.

De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 400,00 wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal ten aanzien van de vier hierboven genoemde vorderingen de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 27, 36b en 57 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1

het misdrijf: bedreiging met zware mishandeling;

en

het misdrijf: bedreiging met brandstichting;

feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: diefstal;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Tactus Verslavingszorg, afdeling reclassering;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen drie dagen na uitspreken van dit vonnis (telefonisch) meldt bij Tactus Verslavingszorg, afdeling reclassering, Raiffeisenstraat 75 Enschede, tel. 088-3822887. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende maximaal de eerste achttien maanden van de proeftijd zal laten opnemen in FPA Roosenburg, althans een soortgelijke instelling, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde na zijn klinische behandeling in een begeleide woonvorm, zoals het RIBW of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, zal verblijven en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
  • - draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • - beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [agent] van een bedrag van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 750,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [agent], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle, voor een deel van € 500,00 niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [hoofdagent 2] van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [hoofdagent 2], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle voor een deel van € 200,00 niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aspirant] van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [aspirant], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle voor een deel van € 200,00 niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [hoofdagent 1] van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [hoofdagent 1], Koggelaan 8, 8017 JN Zwolle voor een deel van € 200,00 niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer het onder verdachte in beslag genomen mes;


opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.



Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 april 2015.


Buiten staat

Mr. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.


1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Eenheid Oost Nederland, met nummer PLO500-2014104568 van 18 oktober 2014. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal.
2 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 januari 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv).
3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 17 oktober 2014, pagina 62-63.
4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 17 oktober 2014, pagina 70-71.
5 Het proces-verbaal van aangifte van [hoofdagent 1] d.d. 17 oktober 2014, pagina 49-50.
6 Het proces-verbaal van aangifte van [hoofdagent 2] d.d. 17 oktober 2014, pagina 51-52.
7 Het proces-verbaal van aangifte van [agent] d.d. 17 oktober 2014, pagina 53-57.
8 Het proces-verbaal van aangifte van [aspirant] d.d. 17 oktober 2014, pagina 58-59.
9 Het proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 17 oktober 2014, pagina 80-83.