Rechtbank Overijssel, 23-04-2015 / 05/780010-13


ECLI:NL:RBOVE:2015:2044

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan opzetheling van geldbedragen die door zijn echtgenote zijn verduisterd bij het bedrijf waar zij werkzaam was. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van deze aanzienlijke bedragen. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-23
Publicatiedatum
2015-04-23
Zaaknummer
05/780010-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 05/780010-13

Datum vonnis: 23 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats] (Joegoslavië),

wonende te [woonplaats], [adres],


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Grooters en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met zijn echtgenote een geldbedrag heeft verduisterd dan wel opzetheling van dat geld;

Feit 2: samen met zijn echtgenote een geldbedrag heeft witgewassen;

Feit 3: wapens van categorie I voorhanden heeft gehad.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een geldbedrag (in totaal een geldbedrag van -ongeveer- 1.015.106 euro, althans een groot geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Hoflet Beheer B.V. en/of Novon Beheer B.V. en/of Novon Schoonmaak Gebouwen B.V. en/of Novon Schoonmaak Oost B.V. en/of Novon Schoonmaak MKB B.V. en/of Novon Schoonmaak Transport B.V. en/of Novon

Schoonmaak Utrecht B.V. en/of PD Direct B.V. en/of Livo B.V. en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en)/goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) uit hoofde van een persoonlijke dienstbetrekking van/als assistent financieel manager, in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:


hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een geldbedrag (in totaal een geldbedrag van -ongeveer- 1.015.106 euro, althans een groot geldbedrag), terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat geldbedrag(en) (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen geldbedrag(en)/goed(eren) betrof;


2.

hij in of omstreeks de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers verdachte heeft, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (telkens) een geldbedrag (in totaal een geldbedrag van -ongeveer- 1.015.106 euro, althans een groot geldbedrag), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans (telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) waren/was of wie

die/dat voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf,

en/of die/dat voorwerp(en) (telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) (telkens) gebruik gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;


althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:


hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012, te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (telkens) een geldbedrag (in totaal een geldbedrag van -ongeveer- 1.015.106 euro, althans een groot geldbedrag), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans (telkens) heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) waren/was of wie die/dat voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf, en/of die/dat voorwerp(en) (telkens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) (telkens) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;


3.

hij op of omstreeks 15 april 2013 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie I, onder 1 en/of onder 3, te weten wurgstokken, (een) vlindermes(sen) en/of een stiletto, voorhanden heeft gehad.


3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


4.1

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Wel kan het onder 1 subsidiair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen worden.


4.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd dat er geen sprake kan zijn geweest van medeplegen omdat verdachte geen bijdrage heeft geleverd aan het doorboeken van gelden van de rekeningen van Novon Beheer naar hun eigen rekeningen. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Bij een bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan er volgens de raadsman geen bewezenverklaring volgen voor het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde en dient verdachte ook hiervan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank


4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De echtgenote van verdachte, [medeverdachte], is vanaf 2002 werkzaam geweest bij Novon B.V. en sinds het jaar 2006 was zij hier werkzaam als assistent financieel manager. Uit hoofde van deze functie verrichte zij onder meer de betalingen van de facturen aan de crediteuren. Bij afsluiting van het boekhoudjaar 2011 heeft de financieel manager van het bedrijf onregelmatigheden ontdekt waarna hier nader onderzoek naar is verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat er gedurende de jaren 2006 tot en met 2012 diverse boekingen zijn verricht van rekeningen van Novon Beheer B.V. naar de rekeningen van verdachte en/of zijn echtgenote en van hun stichting [naam racing-team]. In totaal is er - naast het loon van de echtgenote van verdachte - een bedrag van € 1.015.106,69 naar deze rekeningen overgeboekt.


Ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.


De rechtbank is, met de officier van justitie en de advocaat, van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde.


Wel acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op de gebezigde bewijsmiddelen waaronder de verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft verklaard op de hoogte te zijn geweest van het feit dat er meerdere geldbedragen in de jaren 2006 tot en met 2012 op de rekeningen van hem, zijn echtgenote en hun stichting geboekt werden. Hij wist dat het geen legale boekingen waren. Verdachte stelt te zijn afgeperst en dat zijn afpersers achter deze boekingen zouden zitten. Verdachte heeft deze stelling, ook desgevraagd, op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de stelling niet geverifieerd kan worden. De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet aannemelijk en bovendien voor de opzetheling van minder groot belang nu verdachte heeft verklaard het geld (ook) te hebben gebruikt voor privédoeleinden en de sport van hun zoon.


Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.


De rechtbank heeft hiervoor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, te weten de opzetheling, bewezen verklaard. De echtgenote van verdachte (medeverdachte) heeft de verduisterde geldbedragen op de privébankrekeningen van haar en verdachte en de bankrekening van hun stichting gestort alwaar zij beide directe toegang toe en het beheer over hadden. Door deze gedragingen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de geldbedragen samen met zijn medeverdachte voorhanden gehad. Daarnaast heeft verdachte ook verklaard meermalen geldbedragen tussen hun rekeningen te hebben overgeboekt alsmede naar de rekening van de stichting. Verdachte heeft de geldbedragen naar de stichting onder andere geboekt als sponsorgelden en giften. Hiermee heeft verdachte de herkomst van het geld verhuld en verborgen gehouden. De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.


Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.


4.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte 1 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1. subsidiair

hij in de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 te Zwolle en/of (elders) in Nederland, telkens voorhanden heeft gehad een geldbedrag (in totaal een geldbedrag van -ongeveer- 1.015.106 euro), terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die geldbedragen telkens wist dat het door misdrijf verkregen geldbedragen betrof;


2. primair

hij in de periode van de maand januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers verdachte heeft telkens van een voorwerp, te weten een geldbedrag, de herkomst en de vervreemding verhuld, terwijl hij telkens wist, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en die voorwerpen telkens voorhanden gehad, terwijl hij wist, dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;


3.

hij op 15 april 2013 te Zwolle wapens van categorie I, onder 1 en onder 3, te weten wurgstokken, vlindermessen en een stiletto, voorhanden heeft gehad.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 416 en 420bis Sr en artikel 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1 subsidiair

het misdrijf: opzetheling, meermalen gepleegd.


feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen


feit 3

het misdrijf: handelen in strijd met een in artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.


6De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


7De op te leggen straf of maatregel


7.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest.


7.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsman heeft verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke situatie van verdachte zoals de hoge schulden van verdachte.


7.3

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan opzetheling van geldbedragen die door zijn echtgenote zijn verduisterd bij het bedrijf waar zij werkzaam was. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van deze aanzienlijke bedragen. Verdachte heeft met van misdrijf afkomstig geld onder meer zijn hobby, ondergebracht in een stichting, gefinancierd. Het witwassen van criminele gelden heeft een ontwrichtende werking op het financieel-economisch verkeer. Deze werking wordt versterkt indien dit geld via witwassen als vermeend legaal geld aangewend kan worden in investeringen in de reguliere economie.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ten voordele van verdachte rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie d.d. 9 maart 2015 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake soortgelijke delicten is veroordeeld.


De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. De tijd die is verlopen tussen de dag van de doorzoeking op 18 maart 2013 en heden is ruim 2 jaren en daarmee is de redelijke termijn van strafvervolging overschreden. Naar vaste jurisprudentie zal de rechtbank daarom een lagere straf opleggen dooreen deel voorwaardelijk op te leggen.


Alles afwegend is naar het oordeel van de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest een passende sanctie teneinde verdachte te weerhouden van het begaan van nieuwe strafbare feiten te meer nu zijn echtgenote weer werkzaam is op een financiële afdeling waar verdachte wederom van zou kunnen profiteren.


8De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57 en 91 Sr.



9De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2015.


Buiten staat

Mr. E. Leentjes is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.


Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL04ZC 2013052677. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Feit 1 en 2

1. Een proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 18 oktober 2012, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…) Ik ben eigenaar van Hoflet B.V., Hoflet is vervolgens eigenaar van Novon Beheer B.V., die op zijn beurt eigenaar is van Novon Schoonmaak gebouwen B.V. en Novon schoonmaak MKB B.V. (…) Ik doe aangifte contra [medeverdachte], geboren [geboortedag]-1972 en wonende op het adres [adres] te [woonplaats]. [medeverdachte] was bij ons in dienst als assistent financieel manager sinds 01-01-2006 bij Novon Beheer B.V. (…)Novon heeft rekeningen bij de Rabobank met de volgende rekeningnummer:

- [rekeningnummer 1], dit rekeningnummer is van Novon Beheer B.V.

- [rekeningnummer 2], dit rekeningnummer is van Novon Schoonmaakgebouwen B.V.

- [rekeningnummer 3], dit rekeningnummer is van Novon Schoonmaak MKB B.V.

(…) [getuige] verricht bij ons de werkzaamheden als financieel manager. (…) In september 2012 is [getuige] begonnen met de afsluiting van boekjaar 2011 van alle voornoemde B.V.’s. (…) [getuige] heeft dit verder onderzocht en kwam erachter dat facturen van onze crediteuren dubbel werden betaald. Na verifiëring van de bank bleek dat facturen van onze crediteuren werden overgemaakt naar verschillende bankrekeningen die op naam van Mevrouw [medeverdachte] of haar man [verdachte], wonende [adres] te [woonplaats] stonden. Het rekeningnummer van [medeverdachte] is [rekeningnummer 4], Rabobank en [rekeningnummer 5], (…). Het rekeningnummer van [verdachte] is [rekeningnummer 6]. (…) Op bijgevoegde transactieoverzichten staan een aantal voorbeelden van overboekingen van onze rekeningnummers naar de rekeningnummers van [medeverdachte] en haar man [verdachte]. (…)


2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2013, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…)

Op 10 januari 2013 zijn op basis van artikel 126nc Wetboek van Strafvordering de identificerende gegevens gevorderd bij de Rabobank van de rekeningen [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5]. Uit de uitgeleverde gegevens van de Rabobank blijkt dat rekening [rekeningnummer 4] als tenaamstelling kent [verdachte] en/of [medeverdachte]. Het rekeningnummer [rekeningnummer 5] kent als tenaamstelling Stichting [naam racing-team]. Op 10 januari 2013 zijn op basis van artikel 126nc Wetboek van Strafvordering de identificerende gegevens gevorderd bij de ABN AMRO bank van rekening [rekeningnummer 6]. Uit de uitgeleverde gegevens van de ABN AMRO bank blijkt dat het rekeningnummer [rekeningnummer 6] als tenaamstelling kent [verdachte] en/of [medeverdachte]. (…)


3. Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e 2e lid Sr d.d. 5 december 2013, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:(…) De onderzoeksperiode betreft 1 januari 2006 tot 18 oktober 2012. (…) Uit de analyse van de rekeningmutaties van de verdachte blijkt dat in de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 oktober 2012 een totaal bedrag van € 1.155.047,65 is bijgeschreven op de rekeningen van de verdachten met als herkomst rekeningen van Novon. (…)

Rekening verdachten

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 totaal
[rekeningnummer 4] 18.655,69 73.613,39 97.783,39 122.793,65 28.515,44 68.033,29 45.270,17 454.665,02
[rekeningnummer 5] 18.976,33 18.917,18 45.543,82 20.203,32 23.043,10 25.378,33 3.822,93 154.887,69
997,32 -
[rekeningnummer 6] 0,00 0,00 0,00 30.042,03 165.846,97 186.773,23 161.835,39 544.497,62
Totalen 37.632,02 92.530,57 143.327,31 172.041,68 217.405,51 280.184,85 210.928,49 1.154.050,33

De totale ontvangsten € 1.154.050,33 van de verdachten in deze periode minus de looninkomsten, betreffende € 138.943,64 resulteert in € 1.015,106,69.

(…)


4. De in bijlage II opgenomen bankafschriften van rekeningnummer [rekeningnummer 6] t.n.v. de heer [verdachte] en/of mevrouw [medeverdachte];


5. De in bijlage III opgenomen bankafschriften van rekeningnummer [rekeningnummer 5] t.n.v. Stichting [naam racing-team];


6. De in bijlage IV opgenomen bankafschriften van rekeningnummer [rekeningnummer 4] t.n.v. de heer [verdachte] en/of mevrouw [medeverdachte];


7. Een proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 mei 2013, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…)

V= U vertelde dat het geld van Novon binnenkwam op de rekening van u en dat u dit vervolgens opnam?

A= Ja soms ging ik dit pinnen soms betaalde ik er rekeningen mee voor de motorsport. Ik kocht dan bijvoorbeeld banden. Van deze banden werden dan een paar banden gebruikt door ons zelf en de rest werd dan verkocht aan andere teams of gewoon op straat. Dan had ik vervolgens contact geld. (…)

V= Zijn ooit jullie persoonlijke uitgaven gedaan met geld van Novon?

A= Jazeker. Voor mij was het belangrijk dat ik cash geld had om daarmee te betalen.

(…)

We laten je nu een rekeningafschrift zien. Dit is de eerste overboeking van Novon die wij tot nu toe gevonden hebben waarvan wij denken dat die wederrechtelijk is verkregen van Novon. Het betreft een overboeking van 30 juni 2005 naar jullie prive rekening Rabobank van 1227,60 euro. Dit gebeurd om 09.31 uur en om 09.50 uur wordt er 1227,60 betaald aan Zilveren Kruis Achmea.

V= Wie heeft dit gedaan?

A= Ik.

(…)

O: We laten je nog een rekeningafschrift zien. Daar komt bijna 10.000 euro van Novon binnen en een dag later wordt er 10.000 euro overgeboekt naar Racing Power Production.

(…)

V: Kunnen we dan concluderen dat er geld op jullie rekening kwam afkomstig van Novon. Dat jij hiermee jullie vaste lasten betaalde als dat nodig was, daarnaast betaalde je de afpersers en tot slot gebruikte je het ook voor de motorracerij?

A: Ja, dat klopt. Ik heb dit gezien als één bult zwart geld. Ik betaalde hier alles vandaan. (…)


8. De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 april 2015, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…) Ik heb de overboekingen tussen de rekeningen gedaan. (…) Ik heb een deel van het geld van Novon Beheer B.V. op de rekening van de stichting gestort onder meer onder de noemer van sponsoring en giften. Ook heb ik banden gekocht en verkocht waar ik contant geld aan overhield. (…) Ik heb geld overgemaakt naar de stichting en onder verschillende labels ingevoerd. (…)



Feit 3.


Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 16 april 2013, pagina 291 t/m 294 voor zover inhoudende het relaas van verbalisant;

Het proces-verbaal onderzoek wapens d.d. 8 juni 2013, pagina 351 t/m 358, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant;

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 april 2015.


1 Pagina 127-129
2 Pagina 202-205
3 Map 3
4 Map 4
5 Map 5
6 Pagina 84-92