Rechtbank Overijssel, 24-04-2015 / 08/952554-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:2057

Inhoudsindicatie
Verdacht heeft zich, samen met een ander, op een bedreigende, intimiderende en bovenal zeer gewelddadige wijze schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij het slachtoffer zwaar is mishandeld. Door deze handelwijze hebben verdachte en zijn mededader een vergaande inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden is. Gelet op de ernst van het feit en verdachte’s proceshouding ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-24
Publicatiedatum
2015-04-24
Zaaknummer
08/952554-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/952554-14

Datum vonnis: 24 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Polen),

wonende in [woonplaats 1],

nu verblijvende in de P.I. Almelo, HvB “De Karelskamp” in Almelo.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 november 2014, 16 januari 2015 en 10 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. M.A.W. Nillesen, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 16 juli 2014, samen met anderen, door middel van (bedreiging met) geweld een geldbedrag van 500 euro heeft gestolen van [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] tot afgifte van dat geldbedrag heeft gedwongen, door welk geweld die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere botbreuken in zijn gezicht, is toegebracht.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij op of omstreeks 16 juli 2014 te de Lutte, gemeente Losser,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van

ongeveer 500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s)


- tegen die [slachtoffer] gezegd; "We zijn gestuurd en [medeverdachte] wil van jou 30.000

euro." en/of "Dan rijd je maar mee naar Oss." en/of Wij gaan niet zonder geld

weg.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de keel van die [slachtoffer] dicht geknepen en/of gedrukt en/of de keel van de

[slachtoffer] middels een houdgreep vastgehouden en/of

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer]

getoond en/of dit wapen in het zicht van die [slachtoffer] doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] met kracht met de vuist en/of met het wapen tegen het gezicht

geslagen en/of gestompt en/of elders op het lichaam geslagen en/of gestompt,


welk geweld, voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad

(te weten meerdere botbreuken);


en/of


hij op of omstreeks 16 juli 2014 te de Lutte, gemeente Losser,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte

van een geldbedrag van ongeveer 500 euro, in elk geval van enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat


verdachte en/of diens mededader(s)


- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd; "We zijn gestuurd en [medeverdachte] wil van

jou 30.000 euro." en/of "Dan rijd je maar mee naar Oss." en/of Wij gaan niet

zonder geld weg.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben dicht geknepen en/of gedrukt en/of de

keel van de [slachtoffer] middels een houdgreep vastgehouden en/of

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer]

heeft/hebben getoond en/of dit wapen in het zicht van die [slachtoffer] heeft/hebben

doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] met kracht met de vuist en/of met het wapen tegen het gezicht

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of elders op het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt,


welk geweld, voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad

(te weten meerdere botbreuken);


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde, te weten de diefstal met geweld, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Met betrekking tot de onder verdachte in beslag genomen boksbeugel en pillen heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer gevorderd. Met betrekking tot de in beslag genomen TomTom en mobiele telefoons stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat die goederen kunnen worden teruggegeven aan verdachte.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het ten laste gelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft gesteld dat de diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen kan worden.


De verdediging heeft bepleit dat verdachte van het hem tenlastegelegde integraal moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Met betrekking tot de gehouden enkelvoudige fotoconfrontatie met getuige [getuige 1] voert de raadsman aan dat die niet voor het bewijs mag worden gebezigd, omdat die onvoldoende betrouwbaar is en zij verdachte niet met 100% zekerheid heeft herkend, zoals blijkt uit het door een collega van de raadsman verbatim uitgewerkte verhoor van [getuige 1] bij de politie op 24 juli 2014.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.


Op 16 juli 2014 is bij de regiopolitie Twente melding gemaakt van een mishandeling van [slachtoffer] aan de [adres 1] in De Lutte. De daders reden in een VW Golf. Het waren twee mannen die door aangever [slachtoffer] worden beschreven en aangeduid als “de Pool” en “de Hollander”. De Hollander zei dat ze gestuurd waren en dat [medeverdachte] 30.000 euro van hem wilde hebben. Aangever zei dat [medeverdachte] dat geld niet zou krijgen, waarna de mannen zeiden dat ze niet weg zouden gaan zonder geld. De Poolse man heeft zijn arm in een houdgreep om de hals van [slachtoffer] gelegd en diens keel dichtgedrukt/-geknepen. Aangever werd meermaals door beide mannen met de vuist in zijn gezicht en buik gestompt. Aangever verklaart dat door de Hollander een klein zwart pistool werd getrokken. De Hollander laadde dat wapen door en heeft aangever er mee tegen zijn hoofd geslagen. Als gevolg van het geweld heeft aangever een aantal botbreuken in zijn gezicht opgelopen. Nadat aangever 400 à 500 euro aan de mannen had afgegeven, hebben de mannen de woning verlaten. Op dat moment kwam de echtgenote van aangever, getuige [getuige 1], thuis. De mannen zijn haar gepasseerd en zij heeft gezien dat de mannen vertrokken in een zilvergrijze Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1]. Door de politie is dit kenteken nagetrokken. Het kenteken stond op naam van [vader verdachte], zijnde de vader van verdachte. Deze verklaarde dat de auto was gekocht door en in gebruik was bij zijn zoon, verdachte.

Door de politie Brabant is op 9 juli 2014 een foto van verdachte gemaakt naar aanleiding van het aantreffen van een hennepkwekerij in zijn woning in [woonplaats 1]. Die foto is digitaal beschikbaar gesteld aan de politie Twente naar aanleiding van onderhavig onderzoek. Gelijk na de overval is getuige [getuige 1] in de woning gehoord. Tijdens dit verhoor is aan haar deze foto op de Blackberry van de verbalisant getoond. Zij heeft daarop gezegd dat de man op de foto volgens haar één van de daders was, maar dat de man toen zij hem zag meer zongebruind was. Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris heeft deze getuige bevestigd dat zij dit gezegd heeft toen haar de foto getoond werd en blijft zij erbij dat ze verdachte van een haar op 16 juli 2014 door de politie getoonde foto herkend heeft.


Op basis van deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander op 16 juli 2014 op gewelddadige wijze

[slachtoffer] heeft afgeperst.

Door verdachte is zijn betrokkenheid bij het feit ontkend. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn auto had uitgeleend aan een ander, van wie hij de naam niet wil noemen. De rechtbank vindt dit door verdachte geschetste scenario niet aannemelijk geworden. Verdachte wil, als gezegd, de naam niet noemen van de persoon die de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] zou hebben geleend. Evenmin noemt hij een reden waarom deze auto zou zijn geleend, terwijl hij deze verklaring voorts pas voor het eerst ter terechtzitting van 10 april 2015 heeft gegeven. Voor wat betreft voornoemd verweer met betrekking tot de fotoconfrontatie met [getuige 1] is de rechtbank van oordeel is dat de herkenning van verdachte door getuige [getuige 1] kort na het gepleegde feit voldoende betrouwbaar is en derhalve bruikbaar is voor het bewijs. Het feit dat [getuige 1] in een later verhoor op 24 juli 2014 bij de politie verklaard heeft, dat zij het niet voor honderd procent kan zeggen, doet niet af aan het feit dat zij op het moment van het tonen van de foto heeft gezegd dat de man op de foto één van de daders was, maar dat zijn huidskleur donkerder was. De rechtbank betrekt in haar overwegingen dat zij blijkens het door de raadsman bij het verhoor van de getuige door de rechter-commissaris overgelegde fragment (verbatim uitgewerkt door een collega van de raadsman) van het verhoor van 24 juli 2014 verklaard heeft: “Ich hab gesagt ich kann es nicht zu 100% sagen, aber… In die Moment habe ich gesagt, da war er, aber er war dunkeler” . Daarover bevraagd bij de rechter-commissaris is zij niet op deze verklaring teruggekomen en blijft zij erbij dat ze verdachte van een haar op 16 juli 2014 door de politie getoonde foto herkend heeft en heeft zij zelfs uitgelegd hoe haar verklaringen over de herkenning van verdachte op de foto tot stand zijn gekomen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan deze herkenning te twijfelen, te meer nu de herkenning niet op zichzelf staat, maar aansluit bij de, eveneens tot het bewijs gebezigde, verklaringen van het slachtoffer, de verklaring van getuige [getuige 2] en de bevindingen van de verbalisanten over de auto van de daders, alsmede de bevindingen van de politie met betrekking tot het navigatiesysteem dat op de slaapkamer van verdachte is aangetroffen.



5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op 16 juli 2014 te De Lutte, gemeente Losser, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte

van een geldbedrag van ongeveer 500 euro toebehorende aan [slachtoffer], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of diens mededader

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd; "We zijn gestuurd en [medeverdachte] wil van

jou 30.000 euro." en "Dan rijd je maar mee naar Oss." en “Wij gaan niet

zonder geld weg." en

- de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben dicht geknepen en/of gedrukt en de keel van die [slachtoffer] middels een houdgreep vastgehouden en

- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] heeft getoond en dit wapen in het zicht van die [slachtoffer] heeft doorgeladen en

- die [slachtoffer] met kracht met de vuist en/of met het wapen tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en elders op het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt,


welk geweld, voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, te weten meerdere botbreuken.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte als tweede cumulatief/alternatief meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.



8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdacht heeft zich, samen met een ander, op een bedreigende, intimiderende en bovenal zeer gewelddadige wijze schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij het slachtoffer zwaar is mishandeld. Door deze handelwijze hebben verdachte en zijn mededader een vergaande inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Afpersing behoort tot de categorie misdrijven die een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer inhouden en waarvan de slachtoffers vaak nog lange tijd de emotionele gevolgen ondervinden. Uit de zich in het dossier bevindende slachtofferverklaring blijkt van de grote gevolgen – zowel fysiek als mentaal – die het feit heeft gehad en nog steeds heeft op het leven van het slachtoffer en diens echtgenote. Als reactie op dit soort ingrijpende en gewelddadige feiten past slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.


Uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 19 november 2014 blijkt dat verdachte eerder ter zake van geweldsmisdrijven (poging doodslag en straatroof in vereniging) is veroordeeld. Weliswaar is deze veroordeling nog niet onherroepelijk, maar de daarin onmiskenbaar vervatte waarschuwing had voor verdachte aanleiding moeten zijn zich verre te houden van gewelddadige illegale incassopraktijken.


De rechtbank heeft ten slotte rekening gehouden met de oriëntatiepunten die door het landelijk overleg vakinhoud strafrecht voor woningovervallen zijn vastgesteld (een gevangenisstraf van 3 jaar bij licht geweld/bedreiging en een gevangenisstraf van 5 jaar bij ander geweld), alsook de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, welke tot uitdrukking komen in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.


Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden is. Gelet op de ernst van het feit en verdachte’s proceshouding ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


Onder verdachte zijn op de adressen [adres 2] in [plaats 1], [adres 3] in [plaats 2] en [adres 4] in [woonplaats 1] alsmede in de kofferbak van de gele Volkswagen Beetle met het kenteken [kenteken 2] in het kader van het onderzoek naar het onderhavige feit de na te noemen goederen in beslag genomen. Voor zover op die goederen nog beslag rust, zal de rechtbank daarover als volgt beslissen.

Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave aan verdachte van:

  • - Grijze Compaq laptop
  • - Grijze Samsung tablet
  • - Grijze Apple laptop
  • - Zwarte harde schijf
  • - Zwarte Sony laptop
  • - Grijze Apple pc
  • - Zwarte usb-stick 4GB TDK
  • - Zwarte usb-stick 8GB Intergral
  • - Zwarte Nokia 108 telefoon
  • - Blauwe Samsung telefoon
  • - Rode Nokia telefoon
  • - Zwarte Nokia telefoon
  • - Witte Lebara simkaart
  • - Grijze Nokia telefoon
  • - Goudkleurige Nokia telefoon
  • - Grijze Nokia telefoon met roosterprint
  • - Diverse adaptors
  • - Zwarte Apple iPhone
  • - Grijze TomTom met oplader
  • - Zwarte Adidas sportbroek met drie witte strepen aan de zijkant
  • - Blauwe Lotto sportschoenen MCMLXXXIII
  • - Witte Heyah simkaart.

De 10 paarse XTC-pillen, het zakje roze pillen en de boksbeugel dienen naar het oordeel van de rechtbank te worden onttrokken aan het verkeer nu deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 36b, 36c en 36d Sr.

10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 10 paarse XTC-pillen;

- Zakje roze pillen;

- Boksbeugel;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- Grijze Compaq laptop;

- Grijze Samsung tablet;

- Grijze Apple laptop;

- Zwarte harde schijf;

- Zwarte Sony laptop;

- Grijze Apple pc;

- Zwarte usb-stick 4GB TDK;

- Zwarte usb-stick 8GB Intergral;

- Zwarte Nokia 108 telefoon;

- Blauwe Samsung telefoon;

- Rode Nokia telefoon;

- Zwarte Nokia telefoon;

- Witte Lebara simkaart;

- Grijze Nokia telefoon;

- Goudkleurige Nokia telefoon;

- Grijze Nokia telefoon met roosterprint;

- Diverse adaptors;

- Zwarte Apple iPhone;

- Grijze TomTom met oplader;

- Zwarte Adidas sportbroek met drie witte strepen aan de zijkant;

- Blauwe Lotto sportschoenen MCMLXXXIII;

- Witte Heyah simkaart.



Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. M. Melaard en

mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2015.


Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie eenheid Oost, district Twente met nummer 2014106434. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1. Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer] van 16 juli 2014, pagina’s 15, 16 en 17, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Op woensdag 16 juli 2014 te 18.15 uur was ik thuis bezig op het erf van mijn woning, gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2]. Op dat moment zag ik dat er een Volkswagen Golf het erf op kwam rijden. lk zag dat er twee mannen in deze auto zaten.

lk zag dat deze Golf werd bestuurd door "de Poolse" man en "de Hollander" was de passagier. lk hoorde dat de Hollander aan mij vroeg of ik [slachtoffer] was. lk heb dit bevestigd met een ja. Hierop hoorde ik de Hollander zeggen: "Wij zijn gestuurd en dat [medeverdachte] van mij 30.000 euro wil hebben". lk heb gezegd: "Dat hij dit niet krijgt omdat ik nog meer dan 30.000 euro te goed heb van [medeverdachte]". Hierop hoorde ik de Hollander zeggen: "Dan rijd je maar mee naar Oss". Waarop ik zei:" Dat [medeverdachte] hier maar moest komen, als hij zo'n grote jongen is". Hierop hoorde ik beide mannen zeggen: "Wij gaan niet zonder geld weg".

De reden dat ik kan zeggen dat de bestuurder van de Golf, een Pool betreft, is omdat hij

meerdere woorden tegen mij zei en hier haal ik uit dat het Pool betrof. Dit kan ik zeggen omdat ik dagelijks zaken doe met Polen. De Poolse man zag op een gegeven moment kans om achter mij te komen staan. Op dat moment voelde ik dat mijn keel dicht geknepen/gedrukt werd. lk zag dat deze Pool mijn keel dicht kneep/drukt door zijn arm in de houdgreep om mijn hals te leggen. lk voelde op een gegeven moment dat ik geen lucht meer kreeg. lk zag dat de Hollandse man voor mij stond. lk zag dat hij opeens een pistool in zijn handen had. lk kan het pistool als volgt omschrijven een klein zwart pistool, in ieder geval geen 9 mm. lk zag op een gegeven moment dat deze Hollander met zijn ene hand iets naar achteren haalde bij dit pistool. lk noem dit doorladen van het pistool. De Poolse man had mij op dat moment nog steeds in de houdgreep. lk zag en ik voelde dat deze man mij begon te slaan in mijn gezicht. lk zag dat de Poolse man dit deed met zijn vuist. lk voelde meteen een hevige pijn in mijn gezicht en mijn rechter oog. lk zag dat ik begon te bloeden. Op een gegeven moment zag ik dat de Hollander mij ook begon te slaan. De Hollander sloeg met zijn vuist maar ook met het pistool in mijn gezicht. Op een gegeven moment ben ik richting mijn woning gelopen. Beide mannen kwamen mij achterna de woning in. lk ben vervolgens naar de koelkast gelopen omdat daar 400 a 500 euro lag. Ik heb deze 400 a 500 euro gepakt en volgens mij heb ik dit bedrag aan de Hollander gegeven. Binnen in de woning ben ik nog geslagen.


2. De medische verklaring betreffende [slachtoffer] van 16 juli 2014, opgemaakt door

J.J. van der Reijden, arts-assistent orthopedie, bij het MST in Enschede, pagina’s 31 en 32, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Lichamelijk onderzoek: Forse zwelling rechter gelaat en linker wang met hematomen.

D: laterale deel oogwit rechts bloedig, PEARRL, rechter oog dicht door zwelling echter goed te openen, geen lateralisatie, NV intact

Veel drukpijn tpv beide wangen en orbita rechts. Neus wel drukpijnlijk. Kaken niet goed op elkaar te krijgen ivm pijn. In de mond geen losse delen.

CT aangezicht: Maxillafractuur bdz, Os nasale fractuur, Zygoma fractuur rechts, Laterale orbitafractuur rechts, kaakkopjes gb.


Conclusie: Maxillafractuur bdz, Os nasale fractuur, Zygoma fractuur rechts, Laterale orbitafractuur rechts.


3. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] ten overstaan van de rechter-commissaris voor strafzaken in deze rechtbank van 13 maart 2015 met de daarbij door de raadsman overgelegde verbatim uitgewerkte verhoor van de getuige bij de politie op 24 juli 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik heb een verklaring afgelegd bij de politie direct 's avonds en een paar dagen later heb ik

nog een verklaring afgelegd bij de politie in Enschede. Volgens mij heb ik kopieën van mijn

verklaringen gekregen. Ik heb mijn verklaringen niet doorgelezen ter voorbereiding op dit

verhoor. Bij mijn eerste verhoor is mij een foto getoond, dus direct op dezelfde avond. Deze

foto is mij tijdens mijn verhoor getoond. Ik ben verhoord door een vrouwelijke politieagent.

Tijdens dat verhoor kwam een mannelijke politieagent met een foto. Ik denk dat die

politieagent mij die foto heeft laten zien en mij heeft gevraagd of ik de persoon op die foto

herkende. Die foto werd mij getoond op een mobiele telefoon, in zwart-wit. Er stond één

persoon op die foto. Het was een portretfoto. Alleen het hoofd en de schouders waren

zichtbaar. Wat mijn reactie was? Ik heb direct gezegd dat dat één van de mannen was, maar

dat hij alleen een ander kapsel had. Ik weet niet of de politieagent dit opgeschreven heeft. Ik

herkende de persoon aan zijn gezicht. Ik herinner mij nu dat ik ook nog heb gezegd, dat de

man die ik heb gezien, meer gebruind was. Nadat ik dit gezegd had, heeft de politieagent de

kamer verlaten met de foto.

Agent: hij luistert mee, even een vraagje van de officier. Naar aanleiding van de foto. Er is u door een collega een foto getoond.

[getuige 1]: hm hm.

Agent: Weet u nog wat u daarop geantwoord heeft. Hoe u dat precies gezegd heeft?

[getuige 1]: Ich weiss, dass dass klapte, aber er war auf den foto hell. Also…

Agenten: lichtgebruik… Lichtinval…

[getuige 1]: Op basis daarvan war er dunkeler.

Agent: Maar qua persoon?

[getuige 1]: Ich hab gesagt ich kann es nicht zu 100% sagen, aber… In die moment habe ich gesagt, da war er, aber er war dunkeler.


4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 16 juli 2014, pagina 37, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

De mannen zijn weggereden in de grijze Golf welke op de oprit stond. lk weet nog dat ik naar het kenteken heb gekeken op het moment dat ik in de keuken stond. lk heb het kenteken op een papiertje geschreven. Het kenteken dat ik heb opgeschreven is [kenteken 1].


5. Het proces-verbaal van bevindingen tonen foto van verbalisant [verbalisant 1] van

9 april 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisant:

Gelijk na de overval is getuige [getuige 1] in haar woning, twee keer gehoord. Het eerste verhoor vond plaats door de als eerste aanwezige collega’s van politie, de “Noodhulp”. Een volgend verhoor is afgenomen door hoofdagent [verbalisant 2]. Tijdens dit verhoor is door mij onderstaande foto van verdachte [verdachte] middels mijn Blackberry getoond aan getuige [getuige 1]. Dit met de vraag of dit een van de mannen was die de overval hadden gepleegd.

Door contact met de politie Brabant was mij bedoelde foto digitaal ter beschikking gesteld, omdat door getuige [getuige 1] een kenteken ([kenteken 1]) was genoteerd van een grijze Volkswagen Golf, welke op naam stond van [vader verdachte]. Door de collega’s van politie Brabant is [vader verdachte]. benaderd. [vader verdachte]. verklaarde dat zijn zoon gebruik maakte van deze Volkswagen, maar om verzekeringstechnische redenen op zijn naam stond. Door de politie Brabant werd verder gezegd dat [verdachte] recentelijk als verdachte was aangemerkt als bedoeld in art 3 en 11 van de Opiumwet. Bij [verdachte] in de woning was een hennepkwekerij aangetroffen. Tijdens dit drugsonderzoek is op 9 juli 2015 de foto van [verdachte] gemaakt.


6. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten M.H.M. Fokkert en A.C.J. Bosman, van 16 juli 2014, pagina’s 43 en 44 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisanten:

[slachtoffer] vertelde dat hij mishandeld was en zich niet goed voelde. Hij was duizelig,

had last van zijn hoofd en buik. Ik hoorde dat aangever/benadeelde [slachtoffer] vertelde dat man 1 tegen hem zei; ik krijg 30.000 euro van je voor [medeverdachte]. [slachtoffer] zei hierop dat hij dat geld niet had. Hierop pakte man 2 hem in een houdgreep vast. Daarop sloeg man 1 hem een

aantal keren met zijn vuist in zijn gezicht en in zijn buik. Vervolgens pakte man 1

ergens een pistool vandaan en sloeg daarmee ook eenmaal in het gezicht van [slachtoffer].


7. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 17 juli 2014, pagina’s 47 en 48 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik kan u vertellen dat ik gisteren avond, woensdag 16 juli 2014, tussen 17.50 uur of 18.00 uur, langs de parkeerplaats van het [naam gebouw] kwam. Ik fiets hier drie a vier keer per week langs. Ik weet dan dat bij het [naam gebouw] niemand meer werkt. Ook bij de naast gelegen werkboerderij [naam boerderij] waren ze op vakantie. Ik vond dit raar, omdat er normaal op dit tijdstip geen voertuigen meer staan, en zeker niet dat er dan ook nog twee personen in het voertuig zaten. Ik weet dat het [naam gebouw] gelegen is aan de [straat 1] of de [straat 2]. Ik zag op de parkeerplaats van het [naam gebouw] een grijze Volkswagen Golf die met de kont naar achteren geparkeerd stond. Ik vond dit raar en heb dus het kenteken [deel kenteken 1] en

dan nog wat in mijn hoofd opgeslagen. Omdat ik met de hond was, en deze moest iets

verderop plassen en heb ik het kenteken [kenteken 1] in mijn telefoon opgeslagen.

In de auto zaten twee mannen. Een zat achter het stuur en een zat er als bijrijder.

Ik heb de bestuurder het best gezien, hij zat met zijn arm uit het raam. Ik kan

deze man als volgt omschrijven: het was een goed gebruinde Nederlandse man of een

licht getinte Turkse/ Marokkaanse man.


8. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [vader verdachte] van 20 augustus 2014, pagina 45, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven, als verklaring van de getuige:

Ik heb een Volkswagen Golf op naam staan, met het kenteken [kenteken 1]. Deze auto heb ik niet in mijn bezit. Deze heeft mijn zoon, [verdachte] in bezit. Deze heeft hij gekocht maar hij staat op mijn naam. Dit in verband met de verzekering.


9. Het proces-verbaal van bevindingen extractierapport TomTom van verbalisant [verbalisant 3] van15 augustus 2014, pagina’s 76 en 77, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisant:

In het onderzoek naar aanleiding van een gewapende overval en/of afpersing gepleegd op 16 juli 2014 aan de [adres 1] in De Lutte, waarbij de bewoner, aangever/benadeelde zwaar mishandeld en beroofd werd van een geldbedrag, werd door mij, verbalisant, het extractierapport bekeken met gegevens van een TomTom navigatiesysteem welke door de Digitale Recherche was veiliggesteld. Op maandag 11 augustus 2014 werd verdachte [verdachte], geboren op [geboortedag] 1989, als verdachte in het onderzoek aangehouden in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1]. Er werd vervolgens een zoeking verricht op het adres [adres 2] te [plaats 1], de verblijfplaats van verdachte [verdachte]. In de slaapkamer waar verdachte [verdachte] sliep, zijn diverse goederen aangetroffen en in beslag genomen. Eén van de goederen betrof een TomTom navigatiesysteem, type TomTom One, serienummer [serienummer]. Door de Digitale Recherche is dit betreffende TomTom navigatiesysteem veiliggesteld en uitgelezen. Daarvan is een extractierapport opgesteld op d.d. 13 augustus 2014. In het extractierapport komen de volgende gegevens naar voren:


Onder het kopje "Locaties" zijn 407 locaties opgenomen in het extractierapport.

De locatie met #1 heeft als "positie" de coördinaten [coördinaten], bij "info" staat als

beschrijving: [adres 2], [plaats 1] en de "categorie" is: Thuis.


De locatie met #4 heeft als "positie" de coördinaten [coördinaten], bij info staat als

beschrijving: [adres 1], De Lutte en de "categorie is: Huidige locaties.


De locatie met #27 heeft als "positie" de coördinaten [coördinaten], bij info staat als

beschrijving: [adres 1], De Lutte en de "categorie is: Ingevoerde locaties.


De locatie met #115 heeft als "positie" de coördinaten [coördinaten], bij info staat als

beschrijving: [adres 1], De Lutte en de "categorie is: Huidige locaties.


Opmerking verbalisant: Het adres [adres 2] te [plaats 1] is het adres waar verdachte [verdachte] verbleef ten tijde van zijn aanhouding. En het adres [adres 1] in De Lutte is het adres waar het strafbare feit is gepleegd op 16 juli 2014.


Onder het kopje "Reizen" zijn 31 reizen opgenomen in het extractierapport.


De reis met #25 heeft als "pad" de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres [adres 5], en de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres [adres 1], De Lutte.


De reis met #26 heeft als "pad" de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres [straat 2], en de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres [adres 1], De Lutte.


De reis met #27 heeft als "pad" de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres [straat 3], en de coördinaten [coördinaten] met als beschrijving het adres Oss.