Rechtbank Overijssel, 22-04-2015 / 08/952397-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:2224

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft gedurende een periode van acht dagen een vrouw, met wie hij eerder een relatie had, stelselmatig lastig gevallen. Verdachte heeft een recherchebureau de opdracht gegeven een GPS-tracker onder de auto van de vrouw te plaatsen. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat verdachte een zeer ingrijpend middel heeft ingezet om informatie over de verblijfplaatsen van het slachtoffer te verkrijgen om haar vervolgens doelbewust met deze informatie angst aan te jagen. Op basis van rapportages komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren moet worden opgelegd. Tevens legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van drie jaar aan hem op. Gelet op de noodzaak tot behandeling zal de rechtbank aan voornoemde voorwaardelijke straf een aantal bijzondere voorwaarden, te weten reclasseringstoezicht, een meldplicht en een behandelverplichting bij De Tender te Deventer, koppelen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-22
Publicatiedatum
2015-05-06
Zaaknummer
08/952397-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/952397-14

Datum vonnis: 22 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. T. Klooster en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. S.D. Smid, advocaat te Losser, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft gestalkt;

feit 2: de eer en goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangetast door beledigende berichten te plaatsen op sociale media;

feit 3: een persoon genaamd [slachtoffer 1] en haar dochter [slachtoffer 2] heeft bedreigd;

feit 4: vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

híj in of omstreeks de periode van april 2012 t/m 16 december 2014 te Hengelo

en/of te Almelo, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer 1] voornoemd, in elk geval die

ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te

jagen, híerín bestaande dat verdachte

-onder de naam [schuilnaam verdachte 1], die [slachtoffer 1] voornoemd, haar 11-jarige dochter

[slachtoffer 2] en haar ex-partner [slachtoffer 3] veelvuldig heeft benaderd via

hun facebook-account en/of het facebook-account van de werkgever van die

[slachtoffer 3] voornoemd ([werkgever]), waarbij verdachte zich bediende van

agressief, beledigend en/of provocerend taalgebruik

-die [slachtoffer 1] voornoemd (veelvuldig) anoniem heeft opgebeld waarbij verdachte

denigrerende en/of insinuerende en/of beledígende en/of intimiderende

opmerkingen heeft gemaakt ten aanzien van die [slachtoffer 1] voornoemd;

-die [slachtoffer 1] voornoemd, haar 11-jarige dochter [slachtoffer 2] en haar ex-partner

[slachtoffer 3], veelvuldig sms-berichten en/of emailberichten heeft gestuurd van

denigrerende en/of insinuerende en/of beledigende en/of intimiderende

en/of dreigende aard en/of strekking

-een rechercheburo heeft ingeschakeld waarbij hij geinformeerd heeft naar de

mogelijkheden om de telefoon van die [slachtoffer 1] te tappen en waarbij die

[slachtoffer 1] voornoemd in april 2014 gedurende de periode van 2 t/m 10 april

2014, in opdracht van verdachte, door dit buro is geobserveerd door een

GPS-tracker onder de auto van die [slachtoffer 1] voornoemd te plaatsen, waarbij

verdachte dagelijks de door die [slachtoffer 1] gereden routes gerapporteerd heeft

gekregen door dit buro;


2.

hij in of omstreeks de periode van mei 2013 t/m november 2014 te Hengelo en/of

te Almelo, althans in Nederland,

(telkens) opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen en/of

aanslaan van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van

[slachtoffer 1] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde

feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers

heeft verdachte met voormeld doel via de social media (facebook-pagina van

[slachtoffer 2], facebookpagina van [werkgever], facebookpagia van [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1]) de volgende geschrift(en), tentoongesteld of aangeslagen;

"marokaanse slet - - marokaanse del - - stom marokaans mokkel - - alle morokanen

zijn laf - "flikker op naar je eigen land!!" - ordinaire marokaanse profiteur -

- lafbek - "morokaanse sloeri - "bontkraagjes tuig - "lafbek met je gore

pijpbekkie" "gore sloeri -- kut berbers - "je bent schande voor islam - "[slachtoffer 2]

moet uit de buurt blijve van me dochter ze is een bastaard berber!!! ik ga

haar toespreken op training ze mag niet met me dochter praten!! ze is gore

slet net soals jou!! dom dom!!! -


3.

hij op een of meertijdstippen in of omstreeks de periode van december 2012 t/m

15 oktober 2014 te Hengelo en/of te Almelo, althans in Nederland,

[slachtoffer 1] en/of haar dochter [slachtoffer 2] (telkens) heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of

verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of

haar dochter [slachtoffer 2] dreigend (via mail, sms-berichten, facebook) de

woorden toegevoegd: "meer of minder marokanen? minder minder - "spreek [slachtoffer 2]

morge minder minder!!" "weer 2 marokanen minder in [plaats] pang pang zo doen we

dat!!" "maak je kaput!! monder minder pang pang - - die kuthond van je schiet ik

binnenkort kapot - -me pik druk ik in [slachtoffer 2] snel - - vanmiddag lekker kijken naar

md5 hehe daar moet een piemel in hehe - "[slachtoffer 2] snel vrouw make" - 5 uur md5 hehe

[slachtoffer 2] krijgt kado van me op haar verjaardag hehe - , althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;


4.

hij op of omstreeks 16 december 2014 te Almelo,

twee vuurwapens van categorie III en bijbehorende munitie van categorie III,

te weten

-een gaspistool, Walther P99, 9mm

-een gaspistool, Smith en Wesson, model 5905, 9mm PAK

-een aantal (83) 9 mm knalpatronen

voorhanden heeft gehad;


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde en dat verdachte ter zake het onder 1 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht met een meldplicht en een ambulante behandeling bij De Tender of een soortgelijke instelling. De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 800,- en oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht (Sr) en met niet ontvankelijk verklaring van het overige deel van de vordering.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

Feit 1 en feit 3


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde feit kan worden bewezen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat op basis van de aangifte, de verklaring van verdachte, de gegevens van de GPS-tracker en de gegevens van het recherchebureau kan worden bewezen dat sprake is van wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijk levenssfeer van [slachtoffer 1] met als doel het aanjagen van vrees, nu verdachte in de periode van 1 april 2014 tot en met 10 april 2014 sms-berichten heeft gezonden aan [slachtoffer 1] waarin verdachte liet weten dat hij precies wist waar ze was en met wie. Ook kan volgens de officier van justitie worden bewezen dat verdachte de betreffende informatie ontving van een door hemzelf ingeschakeld recherchebureau dat in opdracht van verdachte een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 1] heeft geplaatst, waarna verdachte de door [slachtoffer 1] gereden routes gerapporteerd kreeg.

De officier van justitie heeft de verklaring van verdachte dat hij niet betrokken is geweest bij de aan [slachtoffer 1] gezonden berichten tussen 1 april 2014 en 10 april 2014 als niet aannemelijk betitelt, nu in de berichten duidelijk de verblijfplaats van [slachtoffer 1] wordt aangegeven, en nu verdachte als enige op de hoogte was van de geplaatste GPS-tracker en hiervan informatie ontving. De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat verdachte in de overige periode berichten aan [slachtoffer 1] heeft gezonden, zodat hij moet worden vrijgesproken van de overige periode. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] of haar dochter heeft beledigd en bedreigd, aangezien de berichten niet aan verdachte zijn te linken. De officier van justitie heeft derhalve geconcludeerd tot vrijspraak voor de feiten 2 en 3.


Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat alle gebruikte mobiele telefoonnummers niet aan verdachte te linken zijn en dat verdachte heeft verklaard dat hij de GPS-tracker wel heeft laten plaatsen, maar dat hij niets heeft gedaan met de van het recherchebureau ingewonnen informatie. Het plaatsen van de GPS-tracker en observeren van [slachtoffer 1] is volgens de raadsvrouw niet stelselmatig en aldus geen belaging.

Verdachte heeft aangevoerd dat hij niet weet wie de betreffende sms-berichten aan [slachtoffer 1] heeft gestuurd.


De bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 1

Voor bewezenverklaring van belaging moet sprake zijn van het stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van een ander, met het oogmerk de ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen.


Verdachte heeft verklaard dat hij, in de periode van 2 april 2014 tot en met 10 april 2014 onder de naam [schuilnaam verdachte 2], met gebruik van het e-mailadres [emailadres] contact heeft gehad met Recherchebureau [recherchebureau]. Verdachte heeft aan recherchebureau [recherchebureau] de opdracht gegeven om [slachtoffer 1] te observeren, middels een door het recherchebureau onder de auto van die [slachtoffer 1] te plaatsen GPS-tracker. Verdachte heeft op verzoek van het recherchebureau de door [slachtoffer 1] gereden routes gerapporteerd gekregen.


Door [recherchebureau] BV zijn de volgende GPS-locaties verstrekt aan [schuilnaam verdachte 2] op [emailadres]:


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 20.42 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: rijdend


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 20.53 uur

Locatie: (onbekende straat) Hengelo

Status: stop


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 01.42 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop


Over laatstgenoemd tijdstip heeft [naam 1] van [recherchebureau] in een livechat tegen [schuilnaam verdachte 2] gezegd: ‘ze staat nu thuis’.


Op maandag 7 april 2014 is om 08.23 uur vanaf een mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] een bericht gestuurd aan aangeefster met de tekst:

‘Zo zo [slachtoffer 1] vrijdag weer lekker uitgewoond van 20.50 tot 1.45 … volg je 247 hehe heb je gezien bij tango station vandaag en nog veel mee!!! maak je helemaal kaput!!! Minder minder!!!


Voorts zijn door [recherchebureau] BV de volgende GPS-locaties verstrekt aan [schuilnaam verdachte 2] op [emailadres]:


Datum: dinsdag 8 april 2014

Tijd: 04.44 uur

Locatie: [straat 2] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop


Datum: dinsdag 8 april 2014

Tijd: 07.21 uur

Locatie: [straat 3]

Status: rijdend


[naam 1] van [recherchebureau] heeft in een livechat op de vraag van [schuilnaam verdachte 2] ‘hoe laat is ze vertrokken?’ aan deze [schuilnaam verdachte 2] geantwoord: ’07.20’.


Op dinsdag 8 april 2014 is om 18.52 uur vanaf een mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] een bericht gestuurd aan aangeefster met ónder meer de tekst:

‘Zo jij was vroeg op vandaag 7.20 u hehe hou je 247 in de gate’.


Door [recherchebureau] BV zijn vervolgens de volgende GPS-locaties verstrekt aan [schuilnaam verdachte 2] op [emailadres]:


Datum: woensdag 9 april 2014

Tijd: 18.12 uur

Locatie: Willem van Otterloostraat Hengelo (Winkelcentrum Hasselo)

Status: stop


Daarna is in een liveChat tussen [naam 1] van [recherchebureau] en [schuilnaam verdachte 2] gezegd:

Van: [recherchebureau] BV

Aan: [schuilnaam verdachte 2]

Tekst: ‘kan ook wc hasselo zijn’


Van: [schuilnaam verdachte 2]

Aan: [recherchebureau] BV

Tekst: ‘Wc hasselo?’


Van: [recherchebureau] BV

Aan: [schuilnaam verdachte 2]

Tekst: ‘winkelcentrum’


Van: [schuilnaam verdachte 2]

Aan: [recherchebureau] BV

Tekst: ‘ah oke’


Op 9 april 2014 is om 08.23 uur vanaf een mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] een bericht gestuurd aan aangeefster met de volgende tekst: ‘je was gistere op het wc hasselo 18.12 u hehe slet hou je 247 in de gate’


Voorts is in een LiveChat tussen [naam 1] van [recherchebureau] en [schuilnaam verdachte 2] gezegd:


Van: [schuilnaam verdachte 2]

Aan: [recherchebureau] BV

Tekst: ‘Hoe laat is ze vertokken?’


Van: [recherchebureau] BV

Aan: [schuilnaam verdachte 2]

Tekst: ‘0720’


Door [recherchebureau] BV zijn vervolgens de volgende GPS-locaties verstrekt aan [schuilnaam verdachte 2] op [emailadres]:


Datum: woensdag 9 april 2014

Tijd: 10.34, 10.36, 10.38 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop


Op 9 april is om 19.23 uur vanaf een mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] een bericht gestuurd aan aangeefster met de volgende tekst: ‘zo lui slet 7.20 vertokke en 10.37 weer terug lekker zo werke doe je ook niet zoals alle marokane!! Minder minder!!


Op basis van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte degene was die opdracht heeft gegeven tot observatie van [slachtoffer 1] middels een onder de auto te plaatsen GPS-tracker, dat verdachte degene was die contact heeft onderhouden met het recherchebureau [recherchebureau] en op verzoek voornoemde informatie over het verblijf van de auto van [slachtoffer 1] heeft ontvangen, als ook dat verdachte daarbij de naam [schuilnaam verdachte 2] en het emailadres [emailadres] heeft gebruikt. Voor de rechtbank is op basis van het vorenstaande ook komen vast te staan dat de aan verdachte door het recherchebureau verstrekte gegevens inhoudende de exacte tijd- en locatieaanduidingen van de auto van [slachtoffer 1] op de gegeven momenten, kort na het moment van verstrekking aan verdachte heel expliciet en vrijwel gelijkluidend worden benoemd in de aan [slachtoffer 1] gerichte sms-berichten van het telefoonnummer [telefoonnummer 1].


Voor zover verdachte met zijn standpunt doelt op de aanwezigheid van een alternatief scenario dat sprake zou kunnen zijn van een onbekende derde persoon die de betreffende sms-berichten aan [slachtoffer 1] heeft verzonden, overweegt de rechtbank als volgt.

Dit standpunt is niet nader onderbouwd. Verdachte heeft verklaard dat hij de enige was die op de hoogte was van het contact met het recherchebureau en dat hij de enige was die wist van de gps tracker, als ook dat hij de informatie over de auto van [slachtoffer 1] op zijn eigen computer ontving. Voor aanname van de veronderstelling dat sprake is van een onbekende derde persoon die telkens op enigerlei wijze de door verdachte persoonlijk van het recherchebureau ontvangen informatie over de auto van [slachtoffer 1] heeft verkregen en deze gegevens vervolgens in diverse sms-berichten aan [slachtoffer 1] heeft verzonden, is in het dossier geen enkele aanwijzing aanwezig. Ook overigens is niet gebleken van aanwijzingen op basis waarvan het door verdachte geschetste alternatieve scenario als aannemelijk kan worden aangemerkt. Derhalve verwerpt de rechtbank dit standpunt van de verdediging.


Het standpunt van de verdediging dat het plaatsen van de GPS-tracker en het observeren van [slachtoffer 1] niet voldoet aan het vereiste van stelselmatigheid in de zin van artikel 285b Sr, verwerpt de rechtbank eveneens. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Bij de vraag of sprake is van stelselmatigheid gaat het om de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer (HR 29 juni 2004, LJN AO5710, NJ 2004/426 en HR 22 maart 2011, LJN BP00960).

Het plaatsen van een GPS-tracker heeft tot doel om te allen tijde te beschikken over de wetenschap waar een bepaald voorwerp of een bepaalde persoon zich bevindt. Daar komt bij dat de observatie in onderhavig geval voor een periode van ruim een week heeft plaatsgevonden. Het gedurende 8 dagen, met een frequentie van 24 uur per dag observeren betitelt de rechtbank als een observatie met een zeer hoge intensiteit. Onder de gegeven omstandigheden, te weten nu de informatie is verkregen door middel van een heimelijk geplaatste GPS-tracker, is de invloed hiervan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 1] enorm geweest. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het vereiste van stelselmatigheid.


Gelet op hetgeen hierboven is uiteengezet is voor de rechtbank komen vast te staan dat verdachte, door in de periode van 2 april 2014 tot en met 10 april 2014 middels een recherchebureau een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 1] te hebben doen plaatsen en vervolgens de op verzoek ontvangen informatie van deze tracker in verschillende sms-berichten en aangevuld met denigrerende, insinuerende, beledigende en intimiderende/dreigende woorden, naar aangeefster te sturen, wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster met het oogmerk haar vrees aan te jagen. De rechtbank acht aldus belaging van [slachtoffer 1] in de periode van 2 april 2014 tot en met 10 april 2014, te weten hetgeen onder het derde en vierde gedachtestreepje is tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen.

Voor de overige tenlastegelegde periode, als ook hetgeen onder het eerste en tweede gedachtestreepje is uiteengezet, ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank het wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.




De bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 3

Voor bewezenverklaring van een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht moet sprake zijn van een bedreiging die van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee gedreigd werd. Ook moet de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte zijn geraakt van de bedreiging.


De rechtbank concludeert, anders dan de officier van justitie en de verdediging, dat op grond van de verklaring van [slachtoffer 1] hieromtrent, als ook de teksten uit de door verdachte aan aangeefster gezonden sms-berichten van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder de gegeven omstandigheden zoals hierboven reeds is uiteengezet, is komen vast te staan dat sprake is van een bedreiging die van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee gedreigd werden dat [slachtoffer 1] zich door de berichten van verdachte ook daadwerkelijk bedreigd heeft gevoeld. De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1].


5.2

Feit 2


De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte van dit feit dan ook vrijspreken.


5.3

Feit 4


De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, het onder 4 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.


De rechtbank komt tot bewezenverklaring van dit tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:


  • - het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);
  • - de processen-verbaal onderzoek wapen, beiden op 7 januari 2015 opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent/rechercheur van politie werkzaam bij het Bureau Wapens Munitie en Explosieven, pagina’s 442 t/m 445 en 446 t/m 448.

5.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.



De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

híj in de periode van 2 april 2014 tot en met 10 april 2014 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], met het oogmerk die [slachtoffer 1] voornoemd vrees aan te jagen, hierin bestaande dat verdachte

- die [slachtoffer 1] voornoemd sms-berichten heeft gestuurd van denigrerende en insinuerende en beledigende en intimiderende en dreigende aard en strekking

-een rechercheburo heeft ingeschakeld waarbij die [slachtoffer 1] voornoemd in april 2014 gedurende de periode van 2 t/m 10 april 2014, in opdracht van verdachte, door dit buro is geobserveerd door een GPS-tracker onder de auto van die [slachtoffer 1] voornoemd te plaatsen, waarbij verdachte dagelijks de door die [slachtoffer 1] gereden routes gerapporteerd heeft gekregen door dit buro;


3.

hij in de periode van 2 april 2014 tot en met 10 april 2014 in Nederland, [slachtoffer 1] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend via sms-berichten, de woorden toegevoegd: "meer of minder marokanen? minder minder" "maak je kaput!!, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


4.

hij op 16 december 2014 te Almelo, twee vuurwapens van categorie III en bijbehorende munitie van categorie III, te weten

-een gaspistool, Walther P99, 9mm

-een gaspistool, Smith en Wesson, model 5905, 9mm PAK

-een aantal (83) 9 mm knalpatronen

voorhanden heeft gehad.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 285 en 285b Sr en artikel 55 Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1 het misdrijf: belaging;


feit 3 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;


feit 4 het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26 Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft gedurende een periode van acht dagen aangeefster [slachtoffer 1], een vrouw met wie hij eerder een relatie had, stelselmatig lastig gevallen. Verdachte heeft een recherchebureau de opdracht gegeven een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 1] te plaatsen. Daarna heeft verdachte meermalen op eigen verzoek verblijfsinformatie over de auto verkregen, waarna verdachte deze informatie gebruikte om in diverse sms-berichten aan [slachtoffer 1] duidelijk te maken dat hij 24 uur per dag precies op de hoogte was van haar doen en laten. Met name het gegeven dat zij ieder moment van de dag in de gaten werd gehouden moet voor [slachtoffer 1] bijzonder traumatisch zijn geweest, te meer nu zij destijds niet wist wie haar stalker was. Naast het voormelde heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan bedreigingen jegens [slachtoffer 1]. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en heeft [slachtoffer 1] een tijdlang onder bijzonder angstaanjagende omstandigheden moeten leven. De ervaring leert dat slachtoffers van belaging en bedreiging daarvan nog lange tijd de psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden.

Dat verdachte een tweetal nauwelijks van echt te onderscheiden gaspistolen en de daarbij behorende munitie voorhanden heeft gehad, weegt de rechtbank eveneens mee bij het bepalen van de strafmaat.


De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de ernst van de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komen in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. In dit verband heeft de rechtbank bij haar overwegingen ook de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting betrokken, voor zover deze voor de onderhavige feiten zijn vastgesteld. Deze geven aan als uitgangspunt voor een verbale bedreiging een geldboete van € 250,--. De oriëntatiepunten geven voorts aan als uitgangspunt voor het voorhanden hebben van een gaspistool van categorie III een geldboete van € 550,-- en voor het voorhanden hebben van meer dan 20 knalpatronen van categorie III een geldboete van € 170,--. Voor het feit belaging zijn geen oriëntatiepunten opgesteld.

In deze zaak acht de rechtbank het bijzonder kwalijk dat verdachte een zeer ingrijpend middel heeft ingezet om informatie over de verblijfplaatsen van [slachtoffer 1] te verkrijgen om vervolgens doelbewust met deze informatie [slachtoffer 1] angst aan te jagen. Dat verdachte vervolgens in sms-berichten, naast zijn precieze wetenschap over de gangen van [slachtoffer 1], tevens dreigende taal jegens haar heeft geuit, acht de rechtbank van dien aard dat voornoemd oriëntatiepunt naar het oordeel van de rechtbank in onderhavig geval niet aan de orde is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat in onderhavige feiten 1 en 3 sprake is van een slachtoffer waarmee verdachte een vertrouwensband had. Dit werkt strafverzwarend. In het voornoemde ziet de rechtbank reden om af te wijken van eerstgenoemd oriëntatiepunt en neemt alle feiten meewegend als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.


Uit het uittreksel uit het Justitiële Documentatie van 6 maart 2015 van verdachte blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Dit weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee bij het bepalen van de strafmaat.


De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het psychologisch rapport van 27 maart 2015 dat deskundige A. Vos, GZ-psycholoog, over verdachte heeft opgemaakt. De deskundige heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van narcistische persoonlijkheidstrekken. De deskundige heeft geconcludeerd dat de problemen zich vooral lijken te manifesteren in ongestructureerde situaties en intieme relaties, zoals het contact met aangeefster. Er is een sterke gerichtheid op de eigen behoeftes. Ten behoeve van het (instabiele) zelfbeeld is er volgens de deskundige sprake van afhankelijkheid en tegelijkertijd

een angst hiervoor. Naarmate een contact intiemer wordt ontstaat er bij verdachte meer on-

zekerheid en angst. Negatieve gevoelens worden afgeweerd. Er is een sterke neiging te externaliseren en projecteren. Er ontstaat een toenemende neiging de ander te willen controleren. Verdachte is verhoogd krenkbaar. Verdachte ervaart een verscheidenheid aan lichamelijke problemen. De deskundige heeft geconcludeerd dat de lichamelijke problemen zeer waarschijnlijk het toch al instabiele zelfgevoel versterken en dit een verhoogde stressgevoeligheid met zich meebrengt.

Hoewel volgens de deskundige een persoonlijkheidsstoornis in engere zin volgens de DSM-IV classificatie is uitgesteld, heeft de persoonlijkheidsstructuur met narcistische trekken volgens de deskundige een dusdanige rol gespeeld en is van dusdanige invloed geweest dat er enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid wordt geadviseerd. De deskundige adviseert een ambulante behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel gericht op het vergroten van het zelfinzicht, de emotieregulatie en inlevingsvermogen.


Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het op 3 april 2015 door M.C.M. Schepers, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, opgemaakte reclasseringsadvies. De reclassering sluit aan bij het rapport van de psycholoog Vos en heeft geadviseerd tot een deels voorwaardelijke straf met een aantal bijzondere voorwaarden, te weten reclasseringstoezicht met een meldplicht en een ambulante behandeling bij De Tender te Deventer of soortgelijke ambulante forensische zorg.


De rechtbank is van oordeel dat genoemde rapportages zorgvuldig tot stand zijn gekomen en stelt op basis daarvan vast dat verdachte ten aanzien van de tenlastegelegde feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Dit heeft meegewogen bij de overwegingen van de rechtbank tot het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf of maatregel. De rechtbank weegt hierbij in positieve zin mee dat verdachte te kennen heeft gegeven de noodzaak van behandeling in te zien en hieraan zijn medewerking te willen verlenen.


Op basis van hetgeen over verdachte uit voornoemde rapportages naar voren is gekomen ten aanzien van de persoon van verdachte, zijn lichamelijke beperking, de geconstateerde problematiek en de verminderde toerekeningsvatbaarheid, is de rechtbank van oordeel dat op dit moment aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een taakstraf voor de duur van 180 uren moet worden opgelegd, doch om verdachte ervan te weerhouden om zich in de toekomst nogmaals aan strafbare feiten schuldig te maken is de rechtbank van oordeel dat tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van drie jaar moet worden opgelegd. Gelet op de noodzaak tot behandeling zal de rechtbank aan voornoemde voorwaardelijke straf een aantal bijzondere voorwaarden, te weten reclasseringstoezicht, een meldplicht en een behandelverplichting bij De Tender te Deventer, koppelen.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.200,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - materiële schade € 400,-;
  • - immateriële schade € 1.800,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond.


- materiële schade

Ingevolge artikel 51f Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich ter zake zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade is sprake als iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. Voor een vergoeding komt alleen in aanmerking die schade die rechtstreeks het gevolg is van het feit zoals in de tenlastelegging is omschreven. De schade zelf behoeft daarbij niet in de tenlastelegging te worden vermeld.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dit deel van de vordering wegens het ontbreken van rechtstreekse schade, nu de schade, zijnde de kosten van geplaatste rolgordijnen, niet een rechtstreeks gevolg is van het feit zoals in de bewezenverklaring is omschreven. De benadeelde partij kan haar vordering voor dit deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


- immateriële schade

De rechtbank acht aannemelijk dat [slachtoffer 1] ten gevolge van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten immateriële schade heeft geleden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat sprake is geweest van een periode van intensieve belaging en bedreiging door een voor [slachtoffer 1] destijds onbekende persoon, doch dat de bewezenverklaarde periode aanzienlijk korter is dan de tenlastegelegde periode. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 800,-.


De rechtbank wijst aldus, gebaseerd op hetgeen hiervoor is uiteengezet, het gevorderde toe tot een totaalbedrag van € 800,-- te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De overige immateriële schade (te weten een bedrag van € 1.000,-) is door de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 3 is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 91 Sr.

12De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1 het misdrijf: belaging;feit 3 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4 het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26 Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet houden aan de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde na een schriftelijke oproep daartoe een afspraak moet maken bij Reclassering Nederland, locatie Almelo op het adres Schouwburgplein 15 te Almelo, waarna de veroordeelde zich gedurende een door Reclassering Nederland te bepalen periode moet blijven melden zo frequent als de reclasseringsinstelling gedurende deze periode nodig acht;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich in verband met zijn persoonlijkheidsproblematiek moet laten behandelen bij de kliniek “De Tender” te Deventer of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
  • - draagt voornoemde reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
  • - beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], van een bedrag van € 800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2014;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 en 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 800,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 16 dagen zal worden toegepast, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2014;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], voor een deel van € 1.400,- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.


Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2014.








Buiten staat

Mr. Aksu is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen, waarbij ieder bewijsmiddel ook in zijn onderdelen slechts is gebruikt, voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2013115935 of 2014187082 of 2014246321 van 15 januari 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


- het proces-verbaal van verdachte van resp. 17 december 2014 en 18 december 2014, pagina’s 258, 259, 265 en opvolgende ongenummerde pagina, in onderling verband en samenhang bezien, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

(de griffier: V = vraag, A = antwoord)

A: Ik heb contact gehad met een detectivebureau. Het is online, een chatonline. Ik heb wel een telefoonnummer van deze persoon, de naam is [naam 1]. De naam staat ook in mijn telefoon.


V: Wat zegt de naam [naam 2] u?

A: Dat is mijn test SIM kaart.

V: Het telefoonnummer van dit SIM kaartje is [telefoonnummer 2]. Waarvoor had u dit SIM kaartje nodig?


V: Uit onderzoek is gebleken dat het contact tussen het recherchebureau en de opdrachtgever plaatsvond van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Met als de Whatsappnaam [naam 2].

A: Met dat 06 nummer? Het klopt.


A: Ik heb ergens in april 2014 contact gezocht met een recherchebureau. Ik heb opdracht gegeven aan het recherchebureau om een gps tracker te plaatsen. Het klopt dat ik eerst heb gevraagd of een observatie mogelijk was ten aanzien van [slachtoffer 1]. Ik heb niet gekozen voor een observatie, omdat dit te duur was. Ik ben akkoord gegaan met het plaatsen van de gps tracker onder de auto van [slachtoffer 1]. Dat is de grijze Mini Cooper die op mijn naam staat. Ik wilde grip op iemand uitoefenen. Ik was de enige die op de hoogte was van het contact tussen mij en het recherchebureau. Ik was de enige die wist van de gps tracker.

Ik maak alleen zelf gebruik van mijn mobiele telefoon. Dat is een IPhone. Het klopt dat het telefoonnummer dat door [emailadres] is gebruikt in de communicatie met [recherchebureau] alleen door mij is gebruikt.

Ik heb de berichten over de GPS locaties van [slachtoffer 1] ontvangen op mijn computer via WhatssApp. Ik weet nog dat ik voor het onderzoek met de gps tracker bijna achthonderd euro heb betaald. Ik heb de rekening betaald van de en/of rekening op naam van mij en mijn vrouw.


- het proces-verbaal van aangifte en aanvullend verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] van 17 december 2014, pagina 36, 37, 38, 39, 41, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Van 22 december 2013 tot en met 10 april 2014 ontving ik sms berichten van de stalker. De stalker schermde in het begin het telefoonnummer waarmee de sms berichten werden verstuurd niet af. Daarom heb ik drie telefoonnummers kunnen noteren die de stalker heeft gebruikt. Deze telefoonnummers zijn:

[telefoonnummer 2]

[telefoonnummer 3]

[telefoonnummer 1]

Uit de eerdere berichten via facebook en de sms berichten sinds 22 december 2014 blijkt dat de stalker over zeer persoonlijke informatie beschikt. Daarom moet het volgens mij iemand uit mijn directe omgeving zijn, die mij persoonlijk kent. Zo weet de stalker onder andere:

- mijn voor- en achternaam

- het woonadres van mij en mijn dochter

- dat ik van Marokkaanse afkomst ben

- dat ik gebruik maak van een grijze Mini Cooper

- dat mijn telefoonnummer [telefoonnummer 4] is

- waar mijn klanten uit de thuiszorg wonen (gezien de GPS tracker)


In de berichten die de stalker via sms naar mij stuurt, uit de stalker voortdurend bedreigingen die direct aan mij gericht zijn. De bedreigingen zijn gericht tegen mijn leven. Hieronder volgen een aantal letterlijke citaten van deze bedreigingen:

"meer of minder marokanen? Minder minder"

"zo zo [slachtoffer 1] vrijdag weer lekke uitgewoont van 20.50 tot 1.45 hehe [slachtoffer 2] weer gedumpd heb je ex al mail gestuurd volg je 247 hehe heb je gezien bij tango station vandaag en nog veel mee!! Maak je helemaal kaput!! Minder minder!!!

Toen de GPS onder mijn auto werd gevonden, zakte ik letterlijk in elkaar. Toen wist ik dat de stalker er wel heel veel voor over had en dat het menens was. Ik leen de auto nooit uit. Wanneer ik thuis ben parkeer ik de auto aan de [straat 2] of aan de [straat 1] in Hengelo.


- het proces-verbaal van ontvangst klacht van aangeefster [slachtoffer 1] van 17 december 2014, pagina 44, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Bij deze doe ik een klacht tegen de heer [verdachte] in verband met mijn gedane

aangifte op woensdag 17 december 2014.


- schriftelijke bescheiden, te weten afdrukken van zogenoemde sms-berichten afkomstig van een mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] en gezonden aan de mobiele telefoon van [slachtoffer 1], pagina 67 t/m 70, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


ma 7 apr. 18:23

zo zo [slachtoffer 1] vrijdag weer

lekke uitgewoont van

20.50

tot 1.45 hehe [slachtoffer 2]

weer gedumpd heb je ex

al mail gestuurt hehe volg

je 247 hehe heb je gezien

bij tango station vandaag

en nog veel mee!!! maak

je helemaal kaput!!! minder

minder!!!


di 8 apr. 18:52

zo was jij was vroeg

vandaag 7.20 u hehe hou

ie 247 in de qate hehe


di 8 apr. 18:52

zo was jij was vroeg

vandaag 7.20 u hehe hou

je 247 in de gate hehe

gore slet was je gore

haar!!!


woensdag 08:23

je was gistere op het wc

hasselo 18.12 u hehe slet

hou je 247 in de gate


woensdag 19:23

zo lui slet 7.20 vertrokke

en 10.37 weer terug lekker

zo werke doe je ook niet


woensdag 19:23

zo lui slet 7.20 vertrokke

en 10.37 weer terug lekker

zo werke doe je ook niet

zoals alle marokane!!

minder minder!!!


- schriftelijke bescheiden, te weten een kopie van een WhatsApp chat tussen [naam 1] van [recherchebureau] en verdachte (alias [schuilnaam verdachte 2]), pagina 186, 188, 192, 200, 201, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


02-04-14 12:04:11: [naam 1]: Goedendag heer [schuilnaam verdachte 2]. Mijn collega vroeg

of ik contact met u wilde opnemen. Mvg [naam 1]

02-04-14 12:04:43: [schuilnaam verdachte 2]: Hallo

02-04-14 12:05:35: [schuilnaam verdachte 2]: Ik heb begrepen dat het mogelijk

is om een gps te plaatsen onder een auto

02-04-14 12:05:50: [naam 1]: Dat klopt

02-04-14 12:06:13: [schuilnaam verdachte 2]: Is het mogelijk om dat voor

morgenochtend te doen?

02-04-14 12:07:02: [schuilnaam verdachte 2]: Locatie is hengelo

02-04-14 12:07:20: [naam 1]: Ja dat is mogelijk. Wilt u 1 of 2 weken

02-04-14 12:07:53: [schuilnaam verdachte 2]: Wat zijn de kosten voor 2 weken?

02-04-14 12:08:08: [naam 1]: 1000 ex btw

02-04-14 12:08:08: [schuilnaam verdachte 2]: 1 week lijkt me voldoende hoor


02-04-14 12:08:34: [schuilnaam verdachte 2]: Gaat me om morgenochtend

voornamelijk

02-04-14 12:09:41: [naam 1]: Oke ik kan u een opdrachtbevestiging sturen

en het factuur. Als u het betalingsbewijs stuurt kunnen wij hem

vannacht plaatsen

02-04-14 12:10:15: [schuilnaam verdachte 2]: Is goed mijn email is

[emailadres]

02-04-14 12:11:06: [schuilnaam verdachte 2]: Moet u het adres en het kenteken

van de auto niet weten dan?

02-04-14 12:12:00: [naam 1]: Uiteraard dat was mijn volgende vraag

02-04-14 12:13:23: [schuilnaam verdachte 2]: Het adres is [straat 4] in

hengelo en het betreft een grijze mini met kenteken [kenteken], pas op

er staat nog een grijze mini in de straat

03-04-14 00:43:45: [naam 1]: Ik krijg door dat hij is geplaatst, bij

deze actief en geplaatst onder opgegeven kenteken

05-04-14 01:42:34: [naam 1]: Ze staat nu thuis

05-04-14 01:43:06: [schuilnaam verdachte 2]: Oke thanks

08-04-14 08:48:13: [schuilnaam verdachte 2]: Hoe laat is ze vertrokken?

08-04-14 08:50:24: [naam 1]: 07:20

08-04-14 08:51:29: [schuilnaam verdachte 2]: oke

08-04-14 19:26:38: [naam 1]: Kan ook wc hasselo zijn

08-04-14 19:27:11: [schuilnaam verdachte 2]: Wc hasselo?

08-04-14 19:27:23: [naam 1]: Winkelcentrum

08-04-14 19:27:32: [schuilnaam verdachte 2]: Ah oke

09-04-14 08:46:58: [schuilnaam verdachte 2]: Hoe laat is ze vertrokken?

09-04-14 09:21:44: [naam 1]: 0720


- schriftelijke bescheiden, te weten een Rapport [recherchebureau] aan [schuilnaam verdachte 2], locaties GPS Tracker, pagina 213 t/m 225, voor zover van belang.


Door [recherchebureau] BV zijn de volgende GPS-locaties verstrekt aan [schuilnaam verdachte 2] op [emailadres]:


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 20.42 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: rijdend


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 20.53 uur

Locatie: (onbekende straat) Hengelo

Status: stop


Datum: Vrijdag 4 april 2014

Tijd: 01.42 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop


Datum: dinsdag 8 april 2014

Tijd: 04.44 uur

Locatie: [straat 2] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop


Datum: dinsdag 8 april 2014

Tijd: 07.21 uur

Locatie: [straat 3]

Status: rijdend


Datum: woensdag 9 april 2014

Tijd: 18.12 uur

Locatie: Willem van Otterloostraat Hengelo (Winkelcentrum Hasselo)

Status: stop


Datum: woensdag 9 april 2014

Tijd: 10.34, 10.36, 10.38 uur

Locatie: [straat 1] Hengelo (parkeerplaats nabij woning van aangeefster)

Status: stop





1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2013115935 of 2014187082 of 2014246321 van 15 januari 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.