Rechtbank Overijssel, 16-03-2015 / 07.663561-12


ECLI:NL:RBOVE:2015:2286

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 25-jarige man uit Heerde tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, een boete van 100 euro en een schadevergoeding van 1000 euro. De man maakte zich twee maal schuldig aan bedreiging van zijn ex-vriendin per e-mail. Hij heeft die bedreigingen kracht bijgezet door te verwijzen naar de vuurwerkbom die hij samen met een ander op het raam van het huis van een vriendin van die ex-vriendin heeft geplaatst waardoor dit raam geheel is vernield. Daarnaast stuurde hij een bedreigende e-mail naar zijn ex-vriendin, de dag nadat hij op 31 oktober 2012 door de politierechter is veroordeeld vanwege een ander misdrijf gepleegd jegens haar. Door op deze wijze te handelen jaagt verdachte niet alleen zijn ex-vriendin en haar familie vrees aan maar betrekt ook anderen bij zijn persoonlijke problemen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-16
Publicatiedatum
2015-05-12
Zaaknummer
07.663561-12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 07.663561-12

Datum vonnis: 16 maart 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 1 december 2014 en 2 maart 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.R. van Nes en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd;

feit 2 primair: samen met een ander heeft geprobeerd brand te stichten;

subsidiair: samen met een ander [slachtoffer 3] heeft bedreigd en een ruit heeft vernield;

feit 3: knalpatronen en fluitpatronen voorhanden heeft gehad; ;

feit 4: [slachtoffer 2] heeft bedreigd;

feit 5: illegaal vuurwerk voorhanden heeft gehad.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

Hij op of omstreeks 17 december 2012 te Zwolle, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of één of meer van diens familieleden, althans één

of meer anderen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], per emailbericht (afkomstig van

[e-mail 1]) , (onder meer) de woorden toegevoegd:

- “Vervolgens hebben deze mensen een cobra 6 aan het raam van [slachtoffer 3] bevestigd

en ter ontploffing gebracht. Wat we wel weten is dat ze een hele doos voor

jullie huis ter ontploffing willen brengen als vergeldingsactie. Ze hebben

alles al voorbereid en hebben een route uitgeplant dat ze zo snel mogelijk weg

kunnen komen” en/of

- Van een paar weten we dat zij uit België komen en dat 2 een paar maanden

vast gezeten hebben omdat ze betrokken waren bij het half dood slaan van een

andere jongen” en/of

- “Wij willen het niet op ons geweten hebben dat er straks gewonden of zelfs

doden gaan vallen” en/of

- Gezien het omvang van t explosieve materiaal verwachten we dat niet alleen

jullie maar ook jullie buren gevaar lopen”, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht


2.

Hij op of omstreeks 27 januari 2012 te omstreeks 03:10 uur te Zwolle ter

uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in/aan

en/of nabij een woning, gelegen aan de [adres 1] , terwijl daarvan

levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen

en/of gemeen gevaar voor goederen te duchten was, met dat opzet met een of

meer van zijn mededader(s) , althans alleen, één of meer stuk(s) (zwaar)

(brandend) vuurwerk, althans (een) materiaal bestemd voor het teweeg brengen

van een ontploffing, op een raam en/of kozijn van voornoemde woning heeft

bevestigd, althans in aanraking heeft gebracht met (een) brandbare stof(fen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht


althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:


Hij op of omstreeks 27 januari 2012 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 3] en/of één of meer van diens

familieleden, althans één of meer anderen, heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met

brandstichting, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn

mededader(s) opzettelijk dreigend één of meer stuk(s) (zwaar) vuurwerk,

althans (een) materiaal bestemd voor het teweeg brengen van een ontploffing,

op/tegen een ruit van een woning, gelegen aan de [adres 1] , geplakt

en/of (vervolgens) tot ontbranding gebracht;

en

hij op of omstreeks 27 januari 2012 te Zwolle tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een

(thermopane) ruit in/van een woning, gelegen op/aan de [adres 1] , in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

artikel 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Hij op of omstreeks 21 december 2012 te Heerde voorhanden heeft gehad vijftien

(15) knalpatronen (merk Fiocchi, kal.9mm) en/of vijfendertig (35)

pyrotechnische patronen (merk Umarex, kal.l5mm), in elk geval munitie in de

zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie


4.

Hij in of omstreeks de periode van 31 oktober 2012 tot en met 01 november 2013

te Zwolle [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

voornoemde [slachtoffer 2] met behulp van en/of door gebruik van het IP-adres

[ip-adres] en/of mailbox [e-mail 2] voornoemde [slachtoffer 2] een

emailbericht, inhoudende (onder meer) de navolgende woorden (toe)gezonden:

‘Hey! Gefeliciteerd met je overwinning! Je dacht toch niet dat het afgelopen

was he?

Wij houden ons altijd aan onze beloftes, ook onze belofte waar wij gezegd

hebben =ouw leven kapot te maken wanneer jij [verdachte] op zou lichtten.

Ja als mensen vals aangifte doen moeten ze daar de gevolgen van ondervinden

=enk je niet?

Weet je [slachtoffer 2], [verdachte] wil niet dat wij jou terugpakken maar wij zien geen

enkele =eden om dit niet te doen. Meest ironische is nog wel dat het

incidentje =an [slachtoffer 3] een soort van test was. Kijken wat 1 zo’n kreng aan zou

richten wanneer =p raam geplakt. Nu komen die dingen niet per stuk maar in

pakjes van 3 =n dozen van 100 pakjes. Wat zou er gebeuren als we zoTn doos

bij jullie op =e vensterbak zetten en aansteken? Waarschijnlijk knalt het

raam er aan de =chterkant van het buis uit en wordt het complete huis ontzet.

Lijkt me =est spannend, zoals je gezien hebt zijn wij prima in het ontkomen

aan de politie. =xplosieven aan een raam plakken is namelijk poging tot

doodslag he? Dat is =eel erger dan dat wat [verdachte] voorgeschoteld heeft

Oja, voor de duidelijkheid. Wij weten jouw adres, we weten al jouw gegevens

=n we weten alle gegevens van jouw vriendinnetjes. Waar je stage loopt, hoe

laat je schooltijden zijn enz’,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welk emailbericht,

althans welke woorden op 01 november 2013 aan die [slachtoffer 2] kenbaar werden

gemaakt;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht


5.

Hij in of omstreeks de periode van 21 tot en met 22 december 2012 in de

gemeente Heerde, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met

gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- 2 stuks Cobra Super 5 2G (voorzien van Duitstalige tekst en/of de tekst

Nette Explosive Massa 28 gram en met een lengte van (ongeveer) 135mm en/of

- 2 stuks Vlinders (voorzien van een lengte van (ongeveer) 9Omm en/of een

gedraaide staart)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

(art. 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit)

art 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken omdat hij dit feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1, 2 subsidiair cumulatief, 3, 4 en 5 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], heeft de officier van justitie gevorderd deze vordering in zijn geheel toe te wijzen alsmede de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Wat het beslag betreft heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder 3, 4 en 5 op de beslaglijst genoemde item aan verdachte wordt geretourneerd en dat de overige op de beslaglijst genoemde items worden onttrokken aan het verkeer.


4De voorvragen


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting de nietigheid bepleit van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de tenlastelegging op dat punt onduidelijk is. De tenlastegelegde gedraging kan niet als dreiging worden gekwalificeerd omdat de verweten gedraging niet ziet op een toekomstige handeling of gebeurtenis. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat een stuk vuurwerk, en het daarmee sneuvelen van een ruit, niet geschikt is om iemand van het leven te beroven, zwaar te mishandelen of brand te stichten. Derhalve is voor de verdachte niet duidelijk wat hem wordt verweten.


Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de onder 2 subsidiair tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven overweegt de rechtbank het volgende.

Artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat ingeval een verdachte wordt gedagvaard, in de dagvaarding opgave wordt gedaan van het feit dat ten laste wordt gelegd. Deze opgave dient voldoende duidelijk en begrijpelijk te zijn; niet innerlijk tegenstrijdig (obscuur libel) en voldoende ‘feitelijk’ te zijn.

De rechtbank stelt vast dat het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit, te weten, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven, voldoet aan de in artikel 261, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen. De opgave van het feit is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk. Dat de door de raadsman gestelde gedragingen en voorwerpen volgens de raadsman niet kunnen leiden tot de kwalificatie van een strafbaar feit of tot het tenlastegelegde gevolg is naar het oordeel van de rechtbank eerder een kwestie van bewijsrechtelijke aard en doet aan de vaststelling van het vorenstaande niets af.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de dagvaarding geldig is en zal het verweer daarom verwerpen .


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.



5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken omdat hij dit feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1, 2 subsidiair cumulatief, 3, 4 en 5 tenlastegelegde nu de officier van justitie deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht.


Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1, 2 primair en subsidiair cumulatief, 4 en 5 ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de betreffende mail vanaf de computer van verdachte en dus door verdachte is verstuurd.

Met betrekking tot het onder 2 primair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte opzet heeft gehad op de brandstichting.

Ten aanzien van de onder 2 subsidiair tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat verdachte opzet heeft gehad op het doen ontstaan van de vrees dat de ontploffing voorafging aan een nog te volgen misdrijf tegen het leven, zware mishandeling of brandstichting.

Met betrekking tot de onder 2 subsidiair cumulatief tenlastegelegde vernieling heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen concreet bewijs bevat dat verdachte daarbij betrokken was.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat verdachte de betreffende mail heeft verstuurd.

Met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat, nu de vader van verdachte het aangetroffen vuurwerk op de kamer van verdachte heeft gelegd, niet gesproken kan worden van de omstandigheid dat verdachte het vuurwerk voorhanden heeft gehad.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Het onder 1 ten laste gelegde

Op 2 januari 2013 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van bedreiging.

Zij heeft bij de politie verklaard dat zij op 17 december 2012 op de computer een e-mail heeft ontvangen van [e-mail 1]. met daarin een link naar een foto van vuurwerk. De inhoud van de mail heeft zij als dreigend ervaren. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat haar zusje [slachtoffer 2] eind 2010 is bedreigd door haar ex-vriend [verdachte]. [slachtoffer 1] heeft verder verklaard gebruik te maken van het e-mailadres [e-mail 3].

De door [slachtoffer 1] aan de politie overhandigde e-mail bevat onder andere de volgende tekst:

Date: Monday, 17 dec 2012, 08.35

From: [e-mail 1]

To: [e-mail 3]

“…) Vervolgens hebben deze mensen een cobra 6 aan het raam van [slachtoffer 3] bevestigd

en ter ontploffing gebracht. Wat we wel weten is dat ze een hele doos voor

jullie huis ter ontploffing willen brengen als vergeldingsactie. Ze hebben

alles al voorbereid en hebben een route uitgeplant dat ze zo snel mogelijk weg

kunnen komen. (..)

Van een paar weten we dat zij uit België komen en dat 2 een paar maanden

vast gezeten hebben omdat ze betrokken waren bij het half dood slaan van een

andere jongen. (…)

http://[url].jpg (..)

Wij willen het niet op ons geweten hebben dat er straks gewonden of zelfs doden gaan vallen. (…) Gezien het omvang van t explosieve materiaal verwachten we dat niet alleen jullie maar ook jullie buren gevaar lopen. (…).


Naar aanleiding van bovenstaande mail alsmede naar aanleiding van de verdenking van andere strafbare feiten heeft onderzoek plaatsgevonden aan de computer van verdachte. Uit het rapport van drs. W.A. Verloop van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau valt op te maken dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat de gebruiker ‘[verdachte]’ gebruik heeft gemaakt van het e-mailaccount ‘[e-mail 1]’. Om 13.54 uur is zeer waarschijnlijk een e-mail verstuurd vanaf het ‘[e-mail 1]’ account door de gebruiker ‘[verdachte]’ (onderstrepingen door de rechtbank).

Voorts blijkt uit het rapport dat er sporen zijn aangetroffen omtrent het uploaden van een foto. De URL die is gegenereerd naar aanleiding van het uploaden van deze foto is aangetroffen in de bedreigende mail. Dit betekent dat de gebruiker ‘[verdachte]’, alvorens de e-mail te versturen van [e-mail 1] naar [e-mail 3], zeer waarschijnlijk in het bezit was van de URL.

Voorts is gebleken dat de URL die vermeld staat in de bedreigende e-mail zeer waarschijnlijk door de gebruiker ‘[verdachte]’ is gecreëerd op 17 december 2012 om 13.34.27 en dat zeer waarschijnlijk alleen op 17 december inkomend en uitgaand

e-mailverkeer heeft plaatsgevonden met het e-mailaccount ‘[e-mail 1]’ op de computer van verdachte. Om 13.54 uur is zeer waarschijnlijk een e-mail verstuurd vanaf het ‘[e-mail 1]’ account door de gebruiker ‘[verdachte]’. Daarnaast heeft inkomend en uitgaand e-mailverkeer van en naar [e-mail 1] plaatsgevonden op verschillende tijdstippen met het e-mailadres [e-mail 4].


Verdachte heeft ontkend de betreffende mail te hebben verstuurd. Verdachte heeft verklaard dat het mogelijk is dat iemand anders via zijn IP-adres de mail heeft verstuurd.

Ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015 heeft verdachte verklaard destijds gebruik te maken van het emailadres [e-mail 4] en dat er op het specifieke tijdstip op 17 december 2012 waarop de mail is verstuurd, niemand anders van zijn computer gebruikt maakte.

Voorts heeft de verdachte d.d. 10 januari 2013 bij de politie, geconfronteerd met het gegeven dat volgens de back-up van zijn laptop de betreffende foto is gemaakt met de I Phone van verdachte, verklaard dat de foto die bij de betreffende mail was gevoegd, door hem zou kunnen zijn gemaakt met zijn telefoon.


Conclusie van de rechtbank

Gezien voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bedreigende mail heeft verstuurd.

Het onderzoek brengt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk naar voren dat het versturen van de mail met de link naar de vuurwerkfoto is terug te leiden naar de computer en het e-mailadres van verdachte. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting stellig verklaard dat niemand anders de computer heeft gebruikt op het bewuste tijdstip waarop de mail van de computer van verdachte is verstuurd.

In tegenstelling tot het verweer van de raadsman is het naar het oordeel van de rechtbank derhalve zeer waarschijnlijk dat verdachte op dat bewuste tijdstip zelf gebruik heeft gemaakt van zijn computer en de bedreigende mail heeft verstuurd.

De verklaringen van verdachte dat niet hij, maar iemand anders via zijn e-mailadres, op dat bewuste tijdstip, de bedreigende mail heeft verstuurd, acht de rechtbank mede gezien de omstandigheid dat verdachte aanzienlijke moeite heeft gehad met het feit dat de relatie tussen hem en [slachtoffer 2] is beëindigd, niet zonder meer aannemelijk.

Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier echter geen aanknopingspunten voor het tenlastegelegde “medeplegen”. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.



Het onder 2 primair en subsidiair cumulatief tenlastegelegde

Op 27 januari 2012 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan bij de politie dat de voorruit van zijn woning uit de gevel was geklapt door een vuurwerkbom. Aangever heeft in de woonkamer plakbandresten gevonden en achtte het aannemelijk dat een soort van vuurwerkbom op de ruit was geplakt en vervolgens tot ontploffing was gebracht. Aangever heeft bij de politie verklaard dat hij [verdachte] ervan verdacht dit op zijn geweten te hebben omdat [verdachte] in het verleden problemen heeft gehad met zijn dochter.


Ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015 is [naam 1] als getuige gehoord. [naam 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte die bewuste avond rondreed in de auto van verdachte. Verdachte had volgens [naam 1] de vuurwerkbom al bij zich. Het betrof een Cobra-6 waar al tape op was vastgemaakt zodat het vuurwerk ergens op kon worden vastgeplakt. [naam 1] heeft voorts verklaard dat verdachte het huis heeft aangewezen en dat verdachte hem pushte om de vuurwerkbom op het raam daarvan te plakken. [naam 1] heeft verklaard dat hij dit eerst niet wilde maar dat verdachte bleef aandringen. Daarna stak verdachte de lont al aan in de auto, waardoor [naam 1] zich genoodzaakt voelde om met de vuurwerkbom de auto te verlaten en deze op het raam van het huis te plakken. Daarna zijn ze met de auto weggereden.

Tot slot heeft [naam 1] ter terechtzitting verklaard dat hij door de politierechter voor het medeplegen van dit feit is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk.


Op 17 februari 2014 heeft [naam 2] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij aan verdachte heeft gevraagd of hij verantwoordelijk was voor het incident met de ruit en dat verdachte hem een sms stuurde met de volgende tekst: “ raam van hun woonkamer :p en 2 Cobra 6”. De rechtbank stelt vast dat dit tekstbericht zich in het dossier bevindt en dat het daaraan voorafgaande tekstbericht van [naam 1] aan verdachte luidde: “Wat voor raam hebben jullie eruit geblazen dan en hoe?”

Verdachte ontkent bij dit incident betrokken te zijn geweest.


Conclusie van de rechtbank

Uit voornoemde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij het plaatsen van de vuurwerkbom waarbij de ruit van de woning van onder andere [slachtoffer 4] is gesneuveld. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [naam 1] naar het huis [slachtoffer 3], een vriendin van [slachtoffer 2], is gereden en daar de vuurwerkbom aan [naam 1] heeft overhandigd. Voorts acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de Cobra 6 heeft geprepareerd en [naam 1] ertoe heeft bewogen het stuk vuurwerk op het raam van het betreffende huis te plakken alwaar de vuurwerkbom tot ontploffing is gekomen.


De rechtbank ziet zich nu gesteld voor de vraag hoe de gedragingen van verdachte moeten worden gekwalificeerd.


Het onder 2 primair tenlastegelegde

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet is gebleken dat verdachte opzet heeft gehad op het in brand steken van het huis. Dit feit kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.


Het onder 2 subsidiair cumulatief tenlastegelegde

Voor een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans zware mishandeling en/of brandstichting is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen, c.q. zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen of dat het huis in brand zou worden gestoken.

De rechtbank is van oordeel dat met het plaatsen van de vuurwerkbom, zonder enige voorafgaande aankondiging aan de bewoners, niet gesproken kan worden van de omstandigheid dat bij de bedreigde(n) de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen, c.q. zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen of dat het huis in brand zou worden gestoken.

De rechtbank acht derhalve de onder 2 subsidiair tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven, niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte van dit feit vrijspreken.

De rechtbank acht, gezien de reeds eerder genoemde bewijsmiddelen, het medeplegen van vernieling, wel wettig en overtuigend bewezen.



Het onder 3 tenlastegelegde

Verdachte wordt verweten dat hij op 21 december 2012 15 knalpatronen en 35 pyrotechnische patronen voorhanden heeft gehad.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de patronen bij hem zijn aangetroffen.


Conclusie van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring van dit feit hebben geleid.



Het onder 4 tenlastegelegde

Naar aanleiding van het onderzoek naar de computer van verdachte inzake het onder 1 tenlastegelegde, is een rechtshulpverzoek aan Israël gedaan inzake safemail.Ltd te Israël. Uit dit rechtshulpverzoek zijn gegevens verkregen, die zijn gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2013.

Uit dit proces-verbaal valt op te maken dat er 3 mapjes met bestanden onder de namen [e-mail 1], [e-mail 2] en [e-mail 5], in het lijstje met inloggegevens staat vermeld. Op 17-12-12, is 3 maal is ingelogd op mailbox [e-mail 1] via het IP-adres afgegeven op het woonadres van verdachte.

Daarnaast wordt vermeld dat in oktober 2012, 3 maal is ingelogd op de mailbox [e-mail 2], via het IP-adres afgegeven op het woonadres van verdachte.

Men vindt daar een verzonden mail in gericht aan [slachtoffer 2] op 31-10-12. Deze mail had dezelfde strekking als de dreigmail van 17-12-12 alsmede een fotobestand van een meisje met braaksel in haar gezicht.


De betreffende mail, verstuurd d.d. 1 november 2012, 0.26 uur, bevat de volgende tekst :

‘Hey! Gefeliciteerd met je overwinning!

Je dacht toch niet dat het afgelopen was he?

Wij houden ons altijd aan onze beloftes. Ook onze belofte waar wij gezegd hebben =ouw leven kapot te maken wanneer jij [verdachte] op zou lichtten. (..)

Ja als mensen vals aangifte doen moeten ze daar de gevolgen van ondervinden =enk je niet?

Weet je [slachtoffer 2], [verdachte] wil niet dat wij jou terugpakken maar wij zien geen enkele =eden om dit niet te doen. (..) Meest ironische is nog wel dat het incidentje =an [slachtoffer 3] een soort test was. Kijken wat 1 zo’n kreng aan zou richten wanneer =p een raam geplakt. Nu komen die dingen niet per stuk maar in pakjes van 3 =n dozen van 100 pakjes. Wat zou er gebeuren als we zo’n doos bij jullie op =e vensterbank zetten en aansteken? Waarschijnlijk knalt het raam er aan de =chterkant van het huis ook uit en wordt het complete huis ontzet. lijkt me =est spannend, zoals je gezien hebt zijn wij prima in het ontkomen aan de politie. =xplosieven aan een raam

plakken is namelijk poging tot doodslag he? Dat is =eel erger dan dat wat [verdachte] voorgeschoteld heeft gekregen.

(..)

Oja, voor de duidelijkheid. Wij weten jouw adres, we weten al jouw gegevens =n wij weten alle gegevens van jouw vriendinnetjes. (..)

Waar je stage loopt, hoe laat, wat je schooltijden zijn enz’.


Op vrijdag 1 november 2013 heeft de politie dit e-mailbericht aan [slachtoffer 2] ([slachtoffer 2]) getoond. [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat zij zich door de mail bedreigd voelde en in de mail de schrijfstijl herkende van [verdachte].

Verdachte heeft bij de politie d.d. 23 oktober 2013 verklaard gebruik te maken van het emailadres [e-mail 5].


Conclusie van de rechtbank

Gezien voornoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bedreigende mail heeft verstuurd.

Het onderzoek brengt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk naar voren dat het versturen van de mail is terug te voeren naar de computer en het e-mailadres van verdachte.

Daarnaast heeft de rechtbank mee laten wegen dat de datum van verzending, 1 november 2012, alsook de inhoud van de betreffende mail direct terug zijn te voeren op een eerdere strafzaak tegen verdachte. Verdachte is op 31 oktober 2012 veroordeeld voor een delict gepleegd jegens [slachtoffer 2]. Vooral de opmerkingen in de mail dat [slachtoffer 2] wordt gefeliciteerd met haar overwinning en de bewering dat zij valse aangifte zou hebben gedaan zijn naar het oordeel van de rechtbank zo specifiek dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat iemand anders dan verdachte dit soort specifieke informatie zo kort na voornoemde zitting zou gebruiken om [slachtoffer 2] te bedreigen.

De verklaringen van verdachte dat niet hij maar iemand anders via zijn e-mailadres de bedreigende mail heeft verstuurd, acht de rechtbank dan ook, mede gezien voornoemde omstandigheden, niet aannemelijk.


Voor wat de periode betreft overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de politie op 1 november 2013 de betreffende mail aan [slachtoffer 2] heeft getoond. Uit het dossier blijkt niet dat [slachtoffer 2] vóór die datum kennis had van de inhoud van de mail.

De rechtbank is daarom van oordeel dat op 1 november 2013 bij [slachtoffer 2] de vrees heeft kunnen ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen, c.q. zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. De rechtbank acht de tenlastegelegde periode vóór 1 november 2013 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daar van vrijspreken.



Het onder 5 tenlastegelegde

Op 22 december 2012 zijn in de ouderlijke woning, in een kast op de kamer van verdachte 1 Cobra Super 6 2G en 2 Vlinders aangetroffen. Uit nader onderzoek valt op te maken dat het vuurwerk betreft dat niet in de categorie consumentenvuurwerk valt.

Verdachte heeft ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015 verklaard dat hij samen met zijn vrienden in België vuurwerk heeft gekocht, waaronder de Cobra 6, daarbij gebruikmakend van de auto van zijn ouders. Verdachte heeft voorts verklaard dat dit vuurwerk van een vriend van hem was maar dat zijn vader het uit de auto heeft gehaald en het in zijn kast heeft gelegd.

Verdachte heeft verklaard dat hij dit niet wist en het vuurwerk dus niet voorhanden heeft gehad. De vader van verdachte heeft op 5 januari 2013 verklaard dat hij het vuurwerk uit de auto heeft gehaald en in de kast van verdachte heeft gelegd. Voorts heeft hij verklaard dat ook verdachte van de auto gebruik maakt en het vuurwerk niet van hem zelf is.



Conclusie van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat verdachte samen met zijn vrienden in de auto van zijn vader het vuurwerk heeft gekocht in België. Verdachte heeft verklaard in België onder andere een Cobra 6 te hebben gekocht. Het vuurwerk is in de auto achtergebleven waarna zijn vader het vuurwerk in de kast van verdachte heeft gelegd. Verdachte heeft derhalve constant over het vuurwerk kunnen beschikken. Het stuk vuurwerk is niet in de macht van een ander gekomen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het stuk vuurwerk Cobra 6, voorhanden heeft gehad. Van enig opzet bij verdachte is uit de stukken echter niet gebleken. Nu slechts één Cobra 6 onder verdachte in beslag is genomen zal ook slechts het voorhanden hebben van één Cobra 6 wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.


Met betrekking tot het voorhanden hebben van twee Vlinders overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal van bevindingen onvoldoende duidelijk naar voren is gekomen dat het geen consumentenvuurwerk betreft. Nu bovendien de hoeveelheid flashpowder onvoldoende nauwkeurig is vastgesteld is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de vlinders tot de categorie professioneel vuurwerk als bedoeld in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk behoren. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair tweede alternatief, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 17 december 2012 te Zwolle, [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of één of meer van diens familieleden, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], per e-mailbericht (afkomstig van [e-mail 1]) , (onder meer) de woorden toegevoegd:

- “Vervolgens hebben deze mensen een cobra 6 aan het raam van [slachtoffer 3] bevestigd

en ter ontploffing gebracht. Wat we wel weten is dat ze een hele doos voor

jullie huis ter ontploffing willen brengen als vergeldingsactie. Ze hebben

alles al voorbereid en hebben een route uitgeplant dat ze zo snel mogelijk weg

kunnen komen” en/of

- Van een paar weten we dat zij uit België komen en dat 2 een paar maanden

vast gezeten hebben omdat ze betrokken waren bij het half dood slaan van een

andere jongen” en/of

- “Wij willen het niet op ons geweten hebben dat er straks gewonden of zelfs

doden gaan vallen” en/of

- Gezien het omvang van t explosieve materiaal verwachten we dat niet alleen

jullie maar ook jullie buren gevaar lopen”, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht


2.

hij op 27 januari 2012 te Zwolle tezamen en in vereniging met een

ander, opzettelijk en wederrechtelijk een (thermopane) ruit van een woning, gelegen op/aan de [adres 1], geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], heeft vernield. artikel 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht


3.

hij op of omstreeks 21 december 2012 te Heerde voorhanden heeft gehad vijftien

(15) knalpatronen (merk Fiocchi, kal.9mm) en/of vijfendertig (35)

pyrotechnische patronen (merk Umarex, kal.l5mm), in elk geval munitie in de

zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie


4.

hij op 01 november 2013 te Zwolle [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] met behulp van en/of door gebruik van het IP-adres

[ip-adres] en/of mailbox [e-mail 2] voornoemde [slachtoffer 2] een

e-mailbericht, inhoudende (onder meer) de navolgende woorden (toe)gezonden:

‘Hey! Gefeliciteerd met je overwinning! Je dacht toch niet dat het afgelopen

was he?

Wij houden ons altijd aan onze beloftes, ook onze belofte waar wij gezegd

hebben =ouw leven kapot te maken wanneer jij [verdachte] op zou lichtten.

Ja als mensen vals aangifte doen moeten ze daar de gevolgen van ondervinden

=enk je niet?

Weet je [slachtoffer 2], [verdachte] wil niet dat wij jou terugpakken maar wij zien geen

enkele =eden om dit niet te doen. Meest ironische is nog wel dat het

incidentje =an [slachtoffer 3] een soort van test was. Kijken wat 1 zo’n kreng aan zou

richten wanneer =p raam geplakt. Nu komen die dingen niet per stuk maar in

pakjes van 3 =n dozen van 100 pakjes. Wat zou er gebeuren als we zoTn doos

bij jullie op =e vensterbak zetten en aansteken? Waarschijnlijk knalt het

raam er aan de =chterkant van het buis uit en wordt het complete huis ontzet.

Lijkt me =est spannend, zoals je gezien hebt zijn wij prima in het ontkomen

aan de politie. =xplosieven aan een raam plakken is namelijk poging tot

doodslag he? Dat is =eel erger dan dat wat [verdachte] voorgeschoteld heeft

Oja, voor de duidelijkheid. Wij weten jouw adres, we weten al jouw gegevens

=n we weten alle gegevens van jouw vriendinnetjes. Waar je stage loopt, hoe

laat je schooltijden zijn enz’,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welk emailbericht,

althans welke woorden op 01 november 2013 aan die [slachtoffer 2] kenbaar werden

gemaakt;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht


5.

hij in of omstreeks de periode van 21 tot en met 22 december 2012 in de

gemeente Heerde, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- stuk Cobra Super 5 2G (voorzien van Duitstalige tekst en/of de tekst

Nette Explosive Massa 28 gram en met een lengte van (ongeveer) 135mm en/of voorhanden heeft gehad;

art 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 subsidiair tweede alternatief, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47, 57, 91, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr); de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet Economische Delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven;


feit 2 subsidiair tweede alternatief

het misdrijf: het medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;


feit 3

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;


feit 4

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven;


feit 5

de overtreding: overtreding van artikel 1.2.2, derde lid, van het Vuurwerkbesluit.



7De strafbaarheid van de verdachte

Met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de openbaarmaking van de bedreigende mail en derhalve het ontstaan van de vrees, niet aan verdachte kan worden toegerekend.


De rechtbank is van oordeel dat, gezien de inhoud van de mail alsmede de datum van verzending, verdachte had gewild dat de mail het slachtoffer toen al zou bereiken. Dat het slachtoffer pas een jaar later kennis heeft genomen van de mail door tussenkomst van een verbalisant leidt niet tot het oordeel dat de bedreiging niet aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank verwerpt het verweer.


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich naar het oordeel van de rechtbank twee maal schuldig gemaakt aan bedreiging van ex-vriendin [slachtoffer 2] per e-mail. Verdachte heeft die bedreigingen kracht bijgezet door te verwijzen naar de vuurwerkbom die hij samen met een ander op het raam van het huis van een vriendin van [slachtoffer 2] heeft geplaatst waardoor dit raam geheel is vernield.

Daarnaast heeft verdachte de dag nadat hij op 31 oktober 2012 door de politierechter is veroordeeld vanwege een ander misdrijf gepleegd jegens [slachtoffer 2], haar een bedreigende mail gestuurd.

Door op deze wijze te handelen jaagt verdachte niet alleen [slachtoffer 2] en haar familie vrees aan maar betrekt ook anderen bij zijn persoonlijke problemen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank is gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van substantiële duur noodzakelijk is.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


De op de beslaglijst onder 3, 4 en 5 genoemde voorwerpen, te weten: de telefoon van verdachte; de computer en de videocamera, zullen aan verdachte worden geretourneerd. De overige op de beslaglijst genoemde voorwerpen aan het verkeer zullen worden onttrokken.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde

[slachtoffer 4], wonende te [adres 1], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.000,- ([duizend], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Immateriële schade van € 1.000,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd.

De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.000,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.






10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 27, 36b, 36c en 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

11De beslissing


De rechtbank:


  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde en subsidiair eerste alternatief tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair tweede alternatief, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 subsidiair tweede alternatief tenlastegelegde vernieling, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

straf

de feiten 1 tot en met 4

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Feit 5

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van € 100, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen.


schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 1.000,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2012) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave aan verdachte van de aan hem toebehorende op de

beslaglijst onder 3, 4 en 5 vermelde telefoon, computer en videocamera, aangezien het

belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

- bepaalt dat de overige op de beslaglijst vermelde objecten worden onttrokken aan het

verkeer, omdat met behulp van deze object de strafbare feiten zijn begaan en het

ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen

belang.


opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.




Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en

mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2015.




Mr. R.P. van Eerde voornoemd, was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


























Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie District IJsselland, Recherche Zwolle met nummer 04ZWN12033 MOLSLA. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Het onder 1 tenlastegelegde

Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 2-1-2013 (blz. 117 – 121).

“(…) Op 17 december 2012 omstreeks 19.00 uur zat ik achter de computer. Op een gegeven ogenblik zag ik dat ik een mail ontvangen had van [e-mail 1]. Ik heb deze mail vervolgens geopend en las vervolgens de inhoud van het bericht. O= Aangeefster overhandigt verbalisanten de e-mail waarin de bedreiging geuit wordt. Hieruit valt ook de strafrechterlijke bedreiging uit op te maken. (…) A= Mijn zusje [slachtoffer 2] is eind 2010 bedreigd door haar ex-vriend [verdachte]. (…)

(…) A= Die van mij is [e-mail 3] en die van mijn ouders is [e-mail 6]. (…) V= Wat vond je van de bedreiging zoals je die op 17 december per mail ontvangen hebt? A= Het maakt mij angstig. Je weet niet of hij echt zal uitvoeren. (…) We willen dat het stopt. We willen als gezin niet meer in angst leven en geen dreigmails of wat dan ook ontvangen. (…)


De betreffende mail als bijlage (blz. 122 – 123)

"(…) Vervolgens hebben deze mensen een cobra 6 aan het raam van [slachtoffer 3] bevestigd

en ter ontploffing gebracht. Wat we wel weten is dat ze een hele doos voor

jullie huis ter ontploffing willen brengen als vergeldingsactie. Ze hebben

alles al voorbereid en hebben een route uitgeplant dat ze zo snel mogelijk weg

kunnen komen.

Van een paar weten we dat zij uit België komen en dat 2 een paar maanden

vast gezeten hebben omdat ze betrokken waren bij het half dood slaan van een

andere jongen. (…) Wij willen het niet op ons geweten hebben dat er straks gewonden of zelfs doden gaan vallen. (…) Gezien het omvang van t explosieve materiaal verwachten we dat niet alleen jullie maar ook jullie buren gevaar lopen. (…)


Rapport Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, drs. W.A. Verloop, d.d. 3 oktober 2014 (los proces-verbaal).

(…) De inhoud van het hierboven .webhistory-bestand is onderzocht en dit bestand bevat de verwijzing naar het e-mailadres ‘[e-mail 1]’, hetgeen betekend dat er is ingelogd op het account ‘[e-mail 1]’ (…) Hieruit is gebleken dat er op 17 december 2012 tussen 13.00.002 en 13.54.00 (GMT+) de hierna vermelde URLs zijn geregistreerd, welke te relateren zijn aan het bezoeken van de webpagina’s ‘safe-mail.net’ met het e-mailadres ‘[e-mail 1]’(…) Uit het onderzoek dat door ondergetekende is uitgevoerd is gebleken dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat de gebruiker ‘[verdachte]’ gebruik heeft gemaakt van het e-mailaccount ‘[e-mail 1]’. Om 13.54 uur is zeer waarschijnlijk een e-mail verstuurd vanaf het ‘[e-mail 1]’ account door de gebruiker ‘[verdachte]’. (…) Ondergetekende heeft daarentegen wel sporen aangetroffen omtrent het uploaden van een foto. De URL die is gegenereerd naar aanleiding van het uploaden van deze foto is aangetroffen in de bedreigende mail. (…) Dit betekent dat de gebruiker ‘[verdachte]’, alvorens de e-mail is verstuurd van [e-mail 1] naar [e-mail 3], zeer waarschijnlijk in het bezit was van de URL ‘http://[url].jpg’(Deze URL staat weergegeven in de bedreigende e-mail). (…) Samenvattend: (..) Echter is gebleken dat de URL die vermeld staat in de bedreigende e-mail zeer waarschijnlijk door de gebruiker ‘[verdachte]’ is gecreëerd op 17 december 2012 om 13.34.27. (…) Uit onderzoek is gebleken dat er zeer waarschijnlijk alleen op 17 december inkomend en uitgaand e-mailverkeer heeft plaatsgevonden met het e-mailaccount ‘[e-mail 1]’ op de computer van verdachte. Om 13.54 uur is zeer waarschijnlijk een e-mail verstuurd vanaf het ‘[e-mail 1]’ account door de gebruiker ‘[verdachte]’. Daarnaast heeft her inkomend en uitgaand e-mailverkeer van en naar [e-mail 1] plaatsgevonden op verschillende tijdstippen met het e-mailadres [e-mail 4]. (…).


Verklaring van verdachte bij politie d.d. 10 januari 2013, (blz 087).

(..)

“Het zou kunnen dat ik die foto heb gemaakt”.

(..)


Proces-verbaal ter terechtzitting inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015.


Het onder 2 subsidiair tenlastegelegde (vernieling)

Proces verbaal aangifte door [slachtoffer 4] (blz. 187 – 188)

(…) Adres: [adres 1] (…) Vannacht omstreeks 03.10 uur hoorde ik een harde knal gevolgd door een ander geluid. (…) Omstreeks 06.15 uur kwam mijn zoon bij ons op de kamer met de mededeling dat de voorruit eruit lag. (…) We zijn vervolgens gaan kijken en zagen dat de voorruit er helemaal uit lag. (…) In de woonkamer vond ik plakbandresten. Kennelijk is er opzettelijk een vuurwerkbom of vuurwerk op de ruit geplakt en tot ontploffing gebracht. Ik heb een ernstig vermoeden wie hier achter zit. Dit betreft [verdachte] uit Heerde(…)


Proces verbaal van verhoor van getuige [naam 2] bij de politie d.d. 23 januari 2013 (blz. 203 – 205)

Rc: (..) Van het vernielde ruit weet ik dat [verdachte] dat heeft gedaan. Dat deed hij uit wraak bij de woning van zijn ex-vriendin. Dat verhaal ging op het werk rond. (…) Toen heb ik bij [verdachte] nagevraagd of dat verhaal klopte. Ik vroeg dat aan hem per sms. Hierop kreeg ik een sms van [verdachte] terug. Daarin bekende hij dat hij die vernieling van die ruit had gepleegd. (…) U houdt mij een sms-bericht voor. (pag 204) Dit luidt: “raam van hun woonkamer en twee cobra 6”. Dit was inderdaad het sms-bericht waarin [verdachte] toegeeft dat hij het had gedaan.


Weergave whats-appje tussen verdachte en [naam 2] (pagina 17 e.v.)

Text: wat voor raam hebben jullie eruit geblazen dan en hoe?

From iMessegage ID: +[nummer 1]

To iMessage ID: +[nummer 2].


Txt: Raam van hun woonkamer :p en 2 Cobra 6

From iMessage ID: +[nummer 2]

To iMessage ID: +[nummer 1].


Proces-verbaal ter terechtzitting inhoudende de verklaring van getuige [naam 1] ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015.


Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde

Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming (blz 42 e.v.).

Ten gevolge van een kennelijke vergissing staat in proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming dat het beslag heeft plaatsgevonden op de [adres 1]. De rechtbank herstelt deze vergissing door “[adres 2]” het laatste te lezen voor het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting wordt de verdachte daardoor in de verdediging niet geschaad.


Inbeslagneming:

Plaats: [adres 1]. Datum: 22 december 2012.

Object: Munitie (Patroon) Aantal/eenheid: 15 stuks Merk/Type: Fiocchi 9mm knal (…) kaliber: 9mm (…) Object: Munitie (Patroon) Aantal/eenheid: 35 stuks Merk/type Umarex Pyoratter (…) Kaliber: 15mm. (…)


Proces-verbaal van onderzoek wapen (blz.255-258).

(…) Na onderzoek van de op zaterdag 22 december 2012 te 16.30 uur bij [verdachte] inbeslaggenomen goederen is het volgende naar voren gekomen.

Goed 254757- knalpatronen

Het betreft 15 knalpatronen van het merk Fiocchi (GFL), kaliber 9mm (…)

Goed 254762 – pyrotechnische patronen

Het betref 35 pyrotechnische patronen van het merk Umarex, kaliber 15 mm met een fluittoon effect. (….)


Verklaring verdachte bij de politie d.d. 31 december 2012 (blz. 79).

“Ik had ook fluitpatronen op mijn kamer”.


Deskundigenverklaring van het NFI inzake het onderzoek pyrotechnische patronen voor gas-/alarmpistolen (blz. 258 e.v.).


Proces-verbaal ter terechtzitting inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015.


Het onder 5 tenlastegelegde

Verklaring van verdachte bij de politie d.d. 31 december 2012 (blz. 78).

“Het siervuurwerk is van mij. Het overige vuurwerk is van iemand anders”.


Proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 1 januari 2013 (blz. 139 e.v.).

(…) Op vrijdag 22 december 2012 omstreeks 17.00 uur kregen wij verbalisanten het verzoek van collega’s van de regio IJsselland langs te gaan bij [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1989 te Zwolle, wonende aan [adres 2]. (…) Ik , verbalisant [verbalisant], ben vervolgens met [naam 3] meegelopen naar de kamer van [verdachte] en zag dat hij een stuk vuurwerk pakte uit een kast welke op de kamer van [verdachte] stond. Ik, verbalisant [verbalisant], heb dit vuurwerk vervolgens in beslag genomen. Ik zag dat er ‘Cobra 6’ op het vuurwerk stond. (…)



Proces verbaal van verhoor van [naam 3] d.d. 5 januari 2013 (blz. 126 – 128).

V= Van wie is het vuurwerk wat op vrijdag 21 december 2012 is aangetroffen in uw auto? A= Ik heb het eruit gehaald en in de kast van [verdachte] gelegd. (..)

(..)

A= “dat vuurwerk heb ik niet aangeschaft”.


Aanvullend proces-verbaal onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk (los proces-verbaal, gesloten op 8 februari 2013)

Uit eigen waarneming/onderzoek aan het vuurwerk bleek mij verbalisant het volgende:


Soort: Naam: Aantal Lijst Sv lengte in mm pag

Cilindrisch Cobra Super 6 2G 1 III 135 10

Vlinder - 2 III 90 18

(…) Ik zag dat het knalvuurwerk (vlinders) niet was voorzien van het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk en het productiejaar van het vuurwerk. (…)

Een soortgelijk type knalvuurwerk, Cobra Super 6 2G en de vlinder, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit knalvuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, zoals deze golden tot 4 juli 2010.

Een soortgelijk type knalvuurwerk, Cobra Super 6 2G en de vlinders, voldoet volgens de bijlage deskundigenverklaring overgangsregeling Vuurwerkbesluit van het NFI tevens niet aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en de RACT (situatie vanaf 4 juli 2010). (…)

Ik zag dat op het knalvuurwerk Cobra Super 6 2G, een Netto Explosieve Massa (NEM) stond vermeld van 28 gram. (…) Ik meette de lengte op en dat zag dat deze Cobra Super 6 2G, ca 135 mm lang was. (…).



Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland met nummer PL04ZC-2014004116. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Het onder 4 tenlastegelegde

Proces verbaal van bevindingen van politie d.d. 11 september 2013 (blz. 1).

verkregen gegevens rechtshulpverzoek -> 3 mapjes met bestanden onder de namen [e-mail 1], [e-mail 2] en [e-mail 5], in lijstje met inloggegevens staat vermeld dat er op 17-12-12 3 maal is ingelogd op mailbox [e-mail 1] via het iP-adres afgegeven op het woonadres van vd. Er is in oktober 2012 3 maal ingelogd op de mailbox [e-mail 2] via het IP-adres afgegeven op het woonadres van vd. Er staat een verzonden mail in gericht aan [slachtoffer 2] op 31-10-12 met zelfde strekking als dreigmail 17-12-12 + fotobestand van meisje met braaksel in gezicht.


Proces verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 1 november 2013 (blz. 15 e.v.)

Op vrijdag 1 november 2013 (…) verscheen voor mij, in het politiebureau (…) een persoon die mij opgaf te zijn: [slachtoffer 2]. (…) U hebt mij laten komen om een mail en een foto te bekijken. U toont mij een kopie van de mail. Ik herken de schrijfstijl van [verdachte] hierin. Nu ik deze mail lees voel ik mij erg bedreigd. (…)


De tekst van de betreffende mail (blz. 20)

Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 oktober 2013 (blz. 18).

V. In oktober 2012 is er 3 keer ingelogd op de mailbox [e-mail 5], via het ip-adres [ip-adres]. Waar heb je die site voor gebruikt die keren?

A. Het is wel mijn e-mailadres, ik weet echter niet meer waar ik toen een e-mail naar toe heb gezonden. (…)