Rechtbank Overijssel, 07-01-2015 / C/08/164593 / KG ZA 14-398


ECLI:NL:RBOVE:2015:230

Inhoudsindicatie
Rechtsgevolg “vaststellingsovereenkomst”. Beroep op wilsgebreken. Juridische bijstand advocaat. Toetsingskader kort gedingprocedure.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-07
Publicatiedatum
2015-01-19
Zaaknummer
C/08/164593 / KG ZA 14-398
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR-Updates.nl 2015-0056
  • GZR-Updates.nl 2015-0078
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer / rolnummer: C/08/164593 / KG ZA 14-398


Vonnis in kort geding van 7 januari 2015


in de zaak van


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAND CARE B.V.,

gevestigd te Hengelo,

verder ook te noemen Tand Care,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [A],

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. J.A.D.M. Daniëls te Almelo,


tegen


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PUJI BEHEER B.V.,

gevestigd te Enschede,

verder ook te noemen Puji,

2. [B],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [B],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. H. Dijks te Enschede.



Partijen zullen hierna gezamenlijk ook ‘Tand Care’ en ‘Puji c.s.’ genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding
  • - de eis in reconventie
  • - de mondelinge behandeling
  • - de pleitnota van Tand Care
  • - de pleitnota van Puji c.s.
1.2.

Ten slotte is vonnis gevraagd. Het vonnis is bepaald op vandaag.


2De feiten

2.1.

Tand Care is een onderneming op het gebied van praktijken van tandartsen en het beheer van onroerend goed. Zij heeft twee aandeelhouders: [A] (eiseres sub 2) en Puji (gedaagde sub 1).


2.2.

Puji is eveneens statutair bestuurder van Tand Care. [B] is bestuurder van Puji.


2.3.

Puji en [A] hebben op 6 juli 2011 een aandeelhoudersovereenkomst met elkaar gesloten. Deze houdt onder meer in dat indien de managementovereenkomst tussen Tand Care en Puji eindigt dan wel een eventueel dienstverband tussen [B] en Tand Care eindigt, Puji haar aandelen aan [A] dient aan te bieden.


2.4.

Op 28 november 2013 vindt er een gesprek plaats tussen [X] (Grip Accountants, de huisaccountant van Tand Care)) en haar adviseur [Y] aan de ene kant en [B] aan de andere kant over vermeend frauduleus handelen en wanbestuur van [B]. Van [B] wordt verlangd dat zij een verklaring ondertekent inhoudende dat zij de arbeidsovereenkomst met Tand Care onmiddellijk opzegt en de aandelen van Puji aanbiedt aan [A] voor € 1,00.


2.5.

[B] heeft daarop juridisch advies ingewonnen van advocaat [Z].


2.6.

[Z] heeft telefonisch contact gehad met [X] waarna zij op vrijdag

29 november 2013 een mailbericht heeft verzonden aan [Z]. In dat bericht stuurt zij als bijlagen mee de tussentijdse cijfers van Tand Care, een overzicht van de rekening-courantverhouding van Puji, alsmede een dagafschrift waaruit blijkt dat betaling aan een crediteur van Tand Care niet aan die crediteur maar aan [B] zelf is overgemaakt. Verder schrijft zij onder meer:

Wij hebben nog geen onderzoek kunnen doen in hoeverre [B] vaker bedragen naar haar privé-rekening heeft overgemaakt, terwijl zij daarbij de naam van een crediteur heeft vermeld. (…)

Daarnaast zijn er behoorlijke kasopnames met een pinpas door [B] gedaan, vaak circa

€ 4.000 per maand. Ook van deze bonnen is geen enkele factuur of onderbouwing aanwezig.


[B] heeft derhalve ons inziens valsheid in geschrifte gepleegd en fraude. Ik heb dit donderdag met haar besproken en zij heeft bevestigd dat zij dit heeft gedaan omdat zij privé financiële problemen heeft. Door een slechte aansturing van de onderneming, maar met name door het onttrekken van middelen aan een onderneming die al een enorm liquiditeitsprobleem had is Tandcare B.V. inmiddels ‘technisch’ failliet.


Mijn cliënt, de heer [A], is bereid alles in het werk te stellen om Tandcare B.V. niet failliet te laten gaan, maar hij kan niet garanderen dat Tandcare niet alsnog failliet zal gaan. Immers ons is nog niet duidelijk in hoeverre de crediteurenpost, die wij op de balans hebben vermeld, correct is.


Zoals telefonisch besproken verzoek ik u mij maandag voor 10 uur ’s ochtends de door mij aan [B] verstrekte bescheiden ondertekend te doen toekomen (al dan niet per mail en later de originelen per post). Indien ik deze stukken niet heb ontvangen ga ik er van uit dat [B] geen ontslag wenst te nemen. De heer [A] heeft maandagmorgen om kwart over 10 een bespreking met de eerste crediteur en als hij dan niets van mij heeft vernomen zal hij samen met deze crediteur het faillissement van Tandcare B.V. aanvragen. Tevens zal hij aangifte van fraude en valsheid in geschrifte doen en zullen wij de Belastingdienst informeren over de gepleegde fraude. Indien ik maandag voor 10 uur de getekende stukken heb ontvangen ziet de heer [A] af van het doen van aangifte.

(…)”.


2.7.

Op maandag 2 december 2013 bericht [Z] aan [X] dat [B] bereid is de verlangde verklaring te ondertekenen, alsmede de notulen van de aandeelhoudersvergadering houdende ontslagverlening aan de bestuurder Puji en goedkeuring van de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst met Tand Care.


2.8.

[B] ondertekent vervolgens de verklaring en beide notulen van de aandeelhoudersvergadering, waartoe zij op 2 december 2013 naar het kantoor van de accountant in Duiven reist.


2.9.

Vanaf juni 2014 staat mr. Dijks [B] als raadsman bij.


3Het geschil in conventie


3.1.

Tand Care vordert samengevat - nakoming van de tussen partijen in het kader van de afwikkeling van de arbeidsrechtelijke en vennootschapsrechtelijke verhouding gemaakte afspraken, inhoudende dat Puji en [B] medewerking verlenen aan de notariële levering van alle gehouden aandelen in Tand Care aan [A] tegen betaling van een koopsom van € 1,00, alsmede veroordeling van Puji tot betaling van een bedrag van € 30.719,- aan Tand Care, zijnde de door Tand Care gestelde schuld in rekening-courant.


3.2.

Puji c.s. voert verweer.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4Het geschil in reconventie


4.1.

[B] vordert van Tand Care, stellende dat haar arbeidsovereenkomst nog niet is beëindigd, samengevat - doorbetaling van loon aan [B], inclusief vakantiegeld vanaf

1 november 2013, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten.


4.2.

Tand Care voert verweer.


4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


5De beoordeling in conventie en reconventie

5.1.

Van een spoedeisend belang bij de over en weer ingestelde vorderingen is sprake. Partijen zijn verdeeld over de afwikkeling dan wel voortzetting van de tussen hen (nog immer) bestaande rechtsverhouding(en). Van beide partijen kan niet worden verlangd dat zij nog langer in die onduidelijkheid verblijven. Zowel Tand Care als Puji c.s. is ontvankelijk in haar vorderingen.


5.2.

Beide partijen stellen zich blijkens hun stellingen op het standpunt dat de in het kader van de afwikkeling van hun arbeidsrechtelijke en vennootschapsrechtelijke relatie tussen hen gemaakte afspraken, sprake is van een vaststellingsovereenkomst, zodat het er in deze procedure voor moet worden gehouden dat de verklaring die [B] heeft ondertekend moet worden gekwalificeerd als een vaststellingsovereenkomst.


5.3.

De vraag die vervolgens aan de orde is, is of die overeenkomst rechtsgevolg heeft, nu Puji c.s. zich - in weerwil van Tand Care - op het standpunt stelt dat de overeenkomst vernietigbaar is en zij zowel de overeenkomst tot verkoop van de aandelen alsook de opzegging van de arbeidsovereenkomst heeft vernietigd wegens bedreiging en/of misbruik van omstandigheden en zij dus niet gehouden is tot nakoming van de daarin gemaakte afspraken


5.4.

Gelet op het bepaalde in de artikelen 3:44 juncto 3:52 van het Burgerlijk Wetboek (BW), komt aan Puji c.s. vanzelfsprekend in beginsel een beroep toe op de door hen gestelde wilsgebreken bedreiging en misbruik van omstandigheden (indachtig de verjaringstermijn van drie jaar nadat de ‘invloed’ heeft opgehouden te werken en indachtig het feit dat de verklaring en de beide notulen op 2 december 2013 door [B], al dan niet namens Puji, zijn ondertekend). Dat de vernietigingen eerst op 15 oktober 2014 zijn ingeroepen door Puji c.s. is in zoverre dan ook niet relevant.


5.5.

Vast staat dat [B], als bestuurder van een vennootschap en als indirect aandeelhoudster, actief deelnemend aan het zakenverkeer, is overgegaan tot ondertekening van voor haar belangrijke notulen en een essentiële verklaring betreffende haar arbeidsovereenkomst. Zij is daartoe pas overgegaan nadat zij een advocaat omtrent haar rechtspositie had geraadpleegd en nadat die advocaat haar kennelijk had geadviseerd om tot ondertekening over te gaan. Tussen de bespreking met (de accountant van ) Tand Care op

28 november 2013 en de mail van de advocaat van 2 december 2013 zijn enkele dagen verstreken waarin [B] zich omtrent haar positie kon beraden. Op 2 december 2013 is [B], na de mail van haar advocaat aan de accountant, vanuit haar woonplaats naar Duiven gereden om aldaar de stukken te ondertekenen. Hoe bedreigend [B] de mededelingen of de stukken van de accountant wellicht ook heeft gevonden, niet kan op grond van het vorengestelde reeds aanstonds worden geoordeeld dat [B], ondanks de termijn voor beraad en ondanks het raadplegen van een advocaat en het opvolgen van diens advies, niet heeft ondertekend conform haar wil.


5.6.

De door Puji c.s. gestelde omstandigheden, waaronder:

- de maandelijkse overleggen met de andere aandeelhouder en accountant,

- de omstandigheid dat [B] nimmer werd aangesproken op een onjuiste handelswijze of disfunctioneren,

- de plotselinge mededeling dat het goed zou zijn een externe mee te laten kijken,

- de plotselinge aanwezigheid van [Y] als adviseur en (met haar onderneming) beoogd opvolgster van Puji,

- de bewoordingen waarin het mailbericht van 29 november 2013 van [X] is opgesteld,

- de omstandigheid dat [B] zich jegens de Rabobank (als huisbankier van Tand Care) als borg heeft verbonden voor nakoming van verbintenissen van Tand Care voor een bedrag van € 100.000,00,

die niet dan wel onvoldoende zijn weersproken door Tand Care, laten het hiervoor overwogene onverlet. Hooguit zou wellicht kunnen worden geoordeeld dat er de nodige druk op [B] is uitgeoefend of dat zij heeft ervaren dat zij onder druk heeft gestaan, maar zonder verdere concretisering - die Puji c.s. niet hebben gegeven - kan onder de geschetste omstandigheden niet worden geoordeeld dat dit heeft geleid tot het aangaan van enige overeenkomst onder vigeur van een wilsgebrek.


5.7.

De voorzieningenrechter oordeelt derhalve dat er binnen het beperkte toetsingskader van dit kort geding onvoldoende is gesteld en gebleken om te oordelen dat Puji c.s. niet gebonden zouden zijn aan de schriftelijk gemaakte afspraken.

De voorzieningenrechter zal dan ook, mede gelet op het spoedeisend belang van Tand Care bij duidelijkheid over de zeggenschapsverhoudingen, de vordering tot levering van de aandelen toewijzen.


5.8.

Niet toewijsbaar in dit kort geding is de door Tand Care ingestelde geldvordering. Nog afgezien van de beperkingen die in kort geding gelden met betrekking tot de toewijsbaarheid van geldvorderingen, oordeelt de voorzieningenrechter dat er onvoldoende onderbouwing van de geldvordering is gegeven. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Puji c.s. (de vordering is niet onderbouwd en bovendien in 2013 volledig afgeboekt, hetgeen ter zitting niet gemotiveerd is weersproken door Tand Care), is het beloop van die vordering van Tand Care jegens Puji c.s. in deze procedure niet in voldoende mate aannemelijk geworden. Van een spoedeisend belang om thans over het geldbedrag te beschikken lijkt evenmin sprake, nu er inmiddels ruim een jaar verstreken is verstreken na de getekende ‘vaststellingsovereenkomst’ en de voorzieningenrechter niet is gebleken van omstandigheden die maken dat de vennootschap thans met spoed over dat geldbedrag moet kunnen beschikken.


5.9.

De in reconventie gevorderde loondoorbetaling is op grond van hetgeen hiervoor in dit vonnis is overwogen eveneens in dit kort geding niet toewijsbaar. Ook dienaangaande heeft te gelden het in overweging 5.5 van dit vonnis gestelde terwijl ook het spoedeisend belang lijkt te ontbreken. [B] heeft geen omstandigheden gesteld die maken dat zij thans, meer dan een jaar na dato, met spoed over het loon, inclusief vakantietoeslag vanaf de maand november 2013 moet kunnen beschikken. Mede gelet op de aard en het karakter van een loonvordering, alsmede het bepaalde in artikel 7:628 BW, had het op de weg van [B] gelegen om daarover meer duidelijkheid te verschaffen.


5.10.

Nu de reconventionele hoofdvordering wordt afgewezen dienen ook de door [B] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten te worden afgewezen.


5.11.

Nu partijen in conventie over en weer in het ongelijk zijn gesteld, dienen zij hun eigen proceskosten te dragen.


5.12.

De proceskosten in reconventie dienen voor rekening van [B] te komen nu haar vorderingen worden afgewezen. De kosten aan de zijde van Tand Care worden begroot op

€ 527,= aan salaris advocaat.


6De beslissing

De voorzieningenrechter


in conventie


6.1.

veroordeelt Puji c.s. (gedaagden sub 1 en 2) om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan een notariële levering van alle door haar gehouden aandelen in Tand Care (genummerd 1 tot en met 90) aan [A] tegen een koopsom van € 1,- met bepaling dat indien Puji c.s. hieraan niet voldoet, deze uitspraak in de plaats van de vereiste akte zal treden,


6.2.

verklaart dictumonderdeel 6.1. uitvoerbaar bij voorraad,


6.3.

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,


6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,


in reconventie


6.5.

wijst de vorderingen af,


6.6.

veroordeelt [B] in de kosten van deze procedure, tot op vandaag aan de zijde van Tand Care begroot op € 527,=.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

1 type: coll: