Rechtbank Overijssel, 26-05-2015 / 08.955140-14, 08.730532-14, 08.256070-14 en 08.730057-15 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:2462

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 25-jarige man uit Zwolle tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden wegens onder andere diefstal van portemonnees en telefoons uit kleedkamers bij sportverenigingen. De man moet ook schadevergoedingen betalen aan de benadeelde partijen en het illegaal verdiende geld terugbetalen (ontneming), een bedrag van €1.546,-.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-05-26
Publicatiedatum
2015-05-26
Zaaknummer
08.955140-14, 08.730532-14, 08.256070-14 en 08.730057-15 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummers: 08.955140-14, 08.730532-14, 08.256070-14 en 08.730057-15 (P)

Datum vonnis: 26 mei 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 mei 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. van Dijck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis nummert de rechtbank het bij dagvaarding met parketnummer 08.730532-14 ten laste gelegde feit als feit 7, het bij dagvaarding met parketnummer 08.256070-14 ten laste gelegde feit als feit 8 en het bij dagvaarding met parketnummer 08.730057-15 ten laste gelegde feit als feit 9.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 september 2013 een telefoon, een geldbedrag en een gouden ketting heeft gestolen;

feit 2: op 1 oktober 2013 zes mobiele telefoons en zes portemonnees met inhoud heeft gestolen;

feit 3: op 5 oktober 2013 twee mobiele telefoons en een portemonnee met inhoud heeft gestolen;

feit 4: op 5 oktober 2013 een horloge en een geldbedrag heeft gestolen;

feit 5: op 7 oktober 2013 acht mobiele telefoons, vijf portemonnees met inhoud, een geldbedrag en een broekriem heeft gestolen;

feit 6: op 24 mei 2014 een portemonnee met inhoud heeft gestolen;

feit 7: op 1 oktober 2014 twee mobiele telefoons heeft gestolen;

feit 8: in de periode van 15 op 16 november 2014 sleutels, drie mobiele telefoons, een paspoort en twee portemonnees heeft gestolen;

feit 9: op 30 januari 2015 met gebruik van geweld een portemonnee, een mobiele telefoon en een digitale camera heeft gestolen.




Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op of omstreeks 21 september 2013 te 's-Heerenbroek in de gemeente Kampen, meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kleedkamer en/of bestuurskamer van het verenigingsgebouw 'De Kandelaar' (voetbalvereniging 's Heerenbroek) aan de J.W. van Lenthestraat 2 heeft weggenomen

- een telefoon (merk Iphone 5) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

- een geldbedrag (ongeveer 62,50) geheel of ten dele toebehorende aan V.V. 's Heerenbroek en/of

- een (gouden) ketting geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2],

in elk geval (telkens) enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorend aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 1 oktober 2013 te Zwolle, meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kleedkamer van het sportcomplex aan de IJsselcentraleweg 9 (voetbalvereniging SVI Zwolle) heeft weggenomen

- een telefoon (merk Samsung S3) en/of een portemonnee met inhoud (een geldbedrag van ongeveer 150,- en/of (een) bankpasje(s) en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

- een portemonnee met inhoud (een Rabobankpas en/of een identiteitskaart en/of een OV-chipkaart en/of een collegekaart en/of een verzekeringspas) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een telefoon (merk HTC One X Plus) en/of een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een OV-chipkaart en of een geldbedrag (ongeveer 10,-)) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en/of een portemonnee met inhoud (een geldbedrag (ongeveer 50,-) en/of een Rabobankpas en/of een schoolpas en/of een zorgverzekeringspas) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

- een telefoon (merk Iphone 4S) en/of een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart en/of een Rabobankpas en/of een collegekaart en/of een OV-chipkaart en/of een seizoenkaart van PEC Zwolle) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

- een telefoon (merk Iphone 4S) en/of een portemonnee met inhoud (een ABN Amro-pas en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een collegekaart en/of een OV-chipkaart en/of een geldbedrag (ongeveer 10,-) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S2) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9],

in elk geval (telkens) enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 5 oktober 2013 te Zwolle, meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan de Hyacinthstraat 66 (voetbalvereniging SV Zwolle) heeft weggenomen

- een telefoon (merk HTC Desire S) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

- een telefoon (merk Sony Xperia T) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of

- een portemonnee met inhoud (een Rabobankpas en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een geldbedrag (ongeveer 40,-)) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12],

in elk geval (telkens) enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 5 oktober 2013 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan het Stadionplein 25 (voetbalvereniging Be Quick 28) heeft weggenomen een horloge en/of een geldbedrag (ongeveer 29,-), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], althans aan een ander of anderen dan aan verdachte;


5.

hij op of omstreeks 7 oktober 2013 te Zwolle meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan het Stadionplein 25 (voetbalvereniging Be Quick 28) heeft weggenomen

- een telefoon (merk Iphone) en/of een portemonnee met inhoud (een rijbewijs en/of een bankpas en/of een studentenpas en/of kleingeld (ongeveer 2,-)) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of

- een telefoon (merk Iphone 5) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] en/of

- een telefoon (merk Iphone 4S) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] en/of

- een telefoon (merk Iphone 4) en/of een portemonnee met inhoud (een rijbewijs en/of een geldbedrag (ongeveer 20,-) en/of een OV-chipkaart en/of kleingeld) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] en/of

- een telefoon (merk HTC Wildfire S) en/of een portemonnee met inhoud (een ABN Amro-pas en/of een OV-chipkaart en/of een geldbedrag (ongeveer 45,-) en/of een ring en/of een USB-stick en/of een fietssleutel) en/of een broeksriem geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18] en/of

- een telefoon (merk Iphone 4) en/of een geldbedrag (ongeveer 10,-) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19] en/of

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en/of een portemonnee met inhoud (een geldbedrag (ongeveer 23,-)) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20] e en/of

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en/of een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart en/of een bankpas en/of een schoolpas) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21],

in elk geval (telkens) enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

hij op of omstreeks 24 mei 2014 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende ongeveer 300,= euro), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(parketnummer 08-730283-14)


7.

hij, op een of meer tijdstip(pen), op of omstreeks 01 oktober 2014 in de gemeente Enschede

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer (mobiele) telefoons (Apple Iphone), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;


8.

hij, op een of meer tijdstip(pen), op of omstreeks de periode van 15 november 2014 tot en met 16 november 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 25]

- een (mobiele) telefoon (Iphone), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 26] en/of

- een paspoort, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] en/of

- een (mobiele) telefoon (Samsung) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] en/of

- een (mobiele) telefoon (Iphone), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of

- een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 30],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

9.

hij op of omstreeks 30 januari 2015 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een (bedrijfs)kantine (gelegen aan de Deventerweg 6, aldaar) heeft weggenomen

- een portemonnee en/of een (mobiele) telefoon (Samsung S4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 31] en/of

- een digitale camera (Nikon Coolpix L22) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 32],

in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer mederwerker(s) van voormeld bedrijf, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die medewerker(s) (krachtig) heeft (weg)geduwd en/of zich uit de greep van die medewerker(s) heeft losgerukt/losgetrokken.

3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de tenlastegelegde feiten (met uitzondering van het onderdeel geweld in feit 9) wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandelverplichting bij FFP Transfore. Verder heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen als volgt toe te wijzen: [namen] voor het volledige bedrag, [naam 2] tot een bedrag van € 600,- en [naam 3] tot een bedrag van € 350,-. Allen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.




4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte en de diverse aangiftes. Voor feit 6 heeft ze zich gebaseerd op de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen. Ten aanzien van feit 9 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit, afgezien van het onderdeel geweld, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de twee

aangiftes.


Voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 heeft de raadsvrouw gesteld dat zij, net als de officier van justitie, tot de conclusie komt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, afgezien van de sleutels in feit 8 en het onderdeel geweld in feit 9.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor feit 6, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.


5.2

De overwegingen van de rechtbank


Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 8 tenlastegelegde van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onderdeel diefstal van sleutels, aangezien enkel en alleen sprake is van een aangifte tegenover de – andersluidende – verklaring van verdachte. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 9 tenlastegelegde van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onderdeel geweld, zodat verdachte ook hiervan zal worden vrijgesproken. Voor het overige acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen.


De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten, afgezien van het onderdeel sleutels in feit 8 en het onderdeel geweld in feit 9, sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank stelt in dit verband vast dat de data en tijdstippen in de diverse aangiftes stuk voor stuk corresponderen met de data en tijdstippen waarop verdachte verklaart in de verschillende kleedkamers bij de verschillende sportclubs telefoons te hebben gestolen. De rechtbank overweegt daarbij verder dat verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot de onder 2, 3 en 5 tenlastegelegde feiten heeft verklaard dat hij diverse telefoons tijdens een training of een speelhelft uit kleedkamers heeft gestolen, maar dat hij – mede gelet op het tijdsverloop en de grote omvang van de diefstallen in een kort tijdsbestek – zelf niet telkens meer exact weet hoeveel telefoons hij per keer uit de verschillende kleedkamers heeft gestolen. Onder deze omstandigheden – in samenhang bezien – beschouwt de rechtbank de verklaringen van verdachte op dit punt derhalve als bekennende verklaringen.

De rechtbank zal – gelet hierop – in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.


Ten aanzien van feit 6 is de rechtbank van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende overtuigende bewijsmiddelen bevinden waaruit geconcludeerd kan worden dat verdachte de portemonnee van [naam 4] heeft gestolen. Feit 6 is dus niet wettig en overtuigend bewezen.


5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 6 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 21 september 2013 te 's-Heerenbroek in de gemeente Kampen, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van het verenigingsgebouw 'De Kandelaar' (voetbalvereniging 's Heerenbroek) aan de J.W. van Lenthestraat 2 heeft weggenomen

- een telefoon (merk iPhone 5) toebehorende aan [slachtoffer 1] en

- een geldbedrag (ongeveer 62,50) toebehorende aan V.V. 's Heerenbroek en

- een gouden ketting toebehorende aan [slachtoffer 2];


2.

hij op 1 oktober 2013 te Zwolle, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van het sportcomplex aan de IJsselcentraleweg 9 (voetbalvereniging SVI Zwolle) heeft weggenomen

- een telefoon (merk Samsung S3) en een portemonnee met inhoud (een geldbedrag van ongeveer 150,-, bankpasjes, een identiteitskaart en een rijbewijs) toebehorende aan [slachtoffer 3] en

- een portemonnee met inhoud (een Rabobankpas, een identiteitskaart, een OV-chipkaart, een collegekaart en een verzekeringspas) toebehorende aan [slachtoffer 4] en

- een telefoon (merk HTC One X Plus) en een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart, een rijbewijs, een OV-chipkaart en een geldbedrag (ongeveer 10,-)) toebehorende aan [slachtoffer 5] en

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en een portemonnee met inhoud (een geldbedrag (ongeveer 50,-), een Rabobankpas, een schoolpas en een zorgverzekeringspas) toebehorende aan [slachtoffer 6] en

- een telefoon (merk iPhone 4S) en een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart, een Rabobankpas, een collegekaart, een OV-chipkaart en een seizoenkaart van PEC Zwolle) toebehorende aan [slachtoffer 7] en

- een telefoon (merk iPhone 4S) en een portemonnee met inhoud (een ABN Amro-pas, een identiteitskaart, een rijbewijs, een collegekaart, een OV-chipkaart en een geldbedrag (ongeveer 10,-)) toebehorende aan [slachtoffer 8] en

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S2) toebehorende aan [slachtoffer 9];


3.

hij op 5 oktober 2013 te Zwolle, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan de Hyacinthstraat 66 (voetbalvereniging SV Zwolle) heeft weggenomen

- een telefoon (merk HTC Desire S) toebehorende aan [slachtoffer 10] en

- een telefoon (merk Sony Xperia T) toebehorende aan [slachtoffer 11] en

- een portemonnee met inhoud (een Rabobankpas, een identiteitskaart, een rijbewijs en een geldbedrag (ongeveer 40,-)) toebehorende aan [slachtoffer 12];


4.

hij op 5 oktober 2013 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan het Stadionplein 25 (voetbalvereniging Be Quick 28) heeft weggenomen een horloge en een geldbedrag (ongeveer 29,-), toebehorende aan [slachtoffer 13];


5.

hij op 7 oktober 2013 te Zwolle, meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kleedkamer van een sportcomplex aan het Stadionplein 25 (voetbalvereniging Be Quick 28) heeft weggenomen

- een telefoon (merk iPhone) en een portemonnee met inhoud (een rijbewijs, een bankpas, een studentenpas en kleingeld (ongeveer 2,-)) toebehorende aan [slachtoffer 14] en

- een telefoon (merk iPhone 5) toebehorende aan [slachtoffer 15] en

- een telefoon (merk iPhone 4S) toebehorende aan [slachtoffer 16] en

- een telefoon (merk iPhone 4) en een portemonnee met inhoud (een rijbewijs, een geldbedrag (ongeveer 20,-), een OV-chipkaart en kleingeld) toebehorende aan [slachtoffer 17] en

- een telefoon (merk HTC Wildfire S) en een portemonnee met inhoud (een ABN Amro-pas, een OV-chipkaart, een geldbedrag (ongeveer 45,-), een ring, een USB-stick en een fietssleutel) toebehorende aan [slachtoffer 18] en

- een telefoon (merk iPhone 4) en een geldbedrag (ongeveer 10,-) toebehorende aan [slachtoffer 19] en

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en een portemonnee met inhoud (een geldbedrag (ongeveer 23,-)) toebehorende aan [slachtoffer 20] en

- een telefoon (merk Samsung Galaxy S3) en een portemonnee met inhoud (een identiteitskaart, een bankpas en een schoolpas) toebehorende aan [slachtoffer 21];





7.

hij op meerdere tijdstippen, op 1 oktober 2014 in de gemeente Enschede, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons (Apple iPhone), toebehorende aan [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24];


8.

hij op meerdere tijdstippen, op 16 november 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (iPhone), toebehorende aan [slachtoffer 26] en

- een paspoort, toebehorende aan [slachtoffer 27] en

- een mobiele telefoon (Samsung) en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 28] en

- een mobiele telefoon (iPhone), toebehorende aan [slachtoffer 29] en

- een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 30];


9.

hij op 30 januari 2015 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een bedrijfskantine (gelegen aan de Deventerweg 6, aldaar) heeft weggenomen

- een portemonnee en een mobiele telefoon (Samsung S4), toebehorende aan [slachtoffer 31] en

- een digitale camera (Nikon Coolpix L22), toebehorende aan [slachtoffer 32].


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1, 2, 3, 5, 7 en 8:

telkens het misdrijf: diefstal, meermalen gepleegd


feit 4 en 9

telkens het misdrijf: diefstal


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel en de gronden daarvoor


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft in de periode van 21 september 2013 tot en met 30 januari 2015 in totaal 30 personen en 1 voetbalvereniging beroofd van portemonnees met inhoud, mobiele telefoons en/of contant geld. Voor het merendeel zaten deze goederen in broek-/jaszakken of tassen die de gedupeerden tijdens sportactiviteiten in de kleedruimte van een sportvereniging hadden neergezet. Verdachte is bij meerdere sportverenigingen langsgegaan om te zien of hij de kleedruimtes binnen kon komen en spullen van zijn gading kon vinden.

Dergelijke feiten brengen voor slachtoffers vooral veel schade en administratieve rompslomp met zich mee. In het geval van diefstal van een mobiele telefoon zijn slachtoffers vaak ook emotioneel getroffen, omdat een telefoon ook foto’s, filmpjes, contacten en afspraken kan bevatten.


De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. De rechtbank merkt de bewezenverklaarde feiten aan als ‘zakkenrollerij’. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van zakkenrollerij een taakstraf van 120 uur per feit.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 12 maart 2015, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten.


Over de persoon van verdachte zijn, naar aanleiding van het onder 9 tenlastegelegde, een psychologische rapportage d.d. 18 april 2015 door psycholoog J.P.M van der Leeuw en een reclasseringsrapport d.d. 23 april 2015 door M. Pieffers, reclasseringswerker, opgemaakt. De psycholoog heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Daarnaast is er sprake van misbruik van alcohol, misbruik van cannabis (in remissie volgens verdachte) en misbruik van cocaïne (in remissie volgens verdachte) bij een zwakbegaafde man met antisociale en afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Omdat de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens ten tijde van het plegen van het feit aanwezig waren acht de psycholoog verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Verder schat de psycholoog het recidiverisico als hoog in doordat verdachte vanwege zijn onrijpheid nauwelijks probleembesef heeft en geen probleeminzicht. Door zijn geringe verantwoordelijkheidsgevoel zet verdachte zelf weinig stappen tot gedragsverandering en kan het bestaande gedrag blijven voortbestaan met de inherente risico’s op herhaling van delictgedrag. Verdachte heeft sturing van buitenaf nodig om zijn gedrag in andere banen te leiden maar tevens behoeft hij meer prikkels tot zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid.

De psycholoog adviseert de rechtbank om verdachte te verplichten tot een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek en tot reclasseringscontact.

De reclassering kan zich vinden in de conclusies en het advies van de psycholoog.

De rechtbank heeft de conclusies en adviezen in genoemde rapporten overgenomen en bij haar oordeel betrokken.


Ondanks dat verdachte first offender is voor het plegen van diefstal, is de rechtbank – in aanmerking nemende het LOVS-oriëntatiepunt van 120 uur taakstraf per feit – van oordeel dat de grootschaligheid van de gepleegde diefstallen (te weten 31 stuks) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vereist. Omdat verdachte nog jong is en hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij open staat voor begeleiding en behandeling omdat hij verder wil met zijn toekomst, zal de rechtbank verdachte daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.


9De schade van benadeelden


9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen


[slachtoffer 1], wonende te [adres 1], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 1.210,- (zegge twaalfhonderdtien euro). Deze schade bestaat uit 22 maanden abonnementsgeld à € 55,- per maand.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde echter toewijzen tot een bedrag van € 600,-, gelijk aan de waarde van de gestolen iPhone zoals ter terechtzitting van 12 mei 2015 door de benadeelde partij naar voren is gebracht. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade wat betreft het meerdere is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


[slachtoffer 2], wonende te [adres 2], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 290,- (zegge: tweehonderdnegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de aanschafwaarde van de gestolen ketting.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schade is onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 290,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


[slachtoffer 10], wonende te [adres 3], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 42,- (zegge: tweeënveertig euro). Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - aanschaf nieuwe simkaart à € 17,-;
  • - waarde mobiele telefoon op 5-10-’13 à 25,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 42,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


[slachtoffer 11], wonende te [adres 4], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 394,- (zegge: driehonderdvierennegentig euro). Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - mobiele telefoon;
  • - hoesje voor mobiel;
  • - nieuwe simkaart.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde, op voorstel van de officier van justitie, toewijzen tot een bedrag van € 350,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft het meerdere is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


[slachtoffer 25], wonende te [adres 5], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 67,10 (zegge: zesenzeventig euro en tien cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.


De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte van dit onderdeel van het tenlastegelegde feit 8 wordt vrijgesproken.




9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal bij de toegewezen vorderingen de maatregel als bedoeld in artikel 36f van Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1, 2, 3, 5, 7 en 8:

telkens: diefstal, meermalen gepleegd

feit 4 en 9

telkens: diefstal

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich op eerste uitnodiging zal melden bij de reclassering en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich voor zijn problematiek onder behandeling zal stellen bij FPP Transfore of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van zijn behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
  • - draagt de reclassering op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres 1] van een bedrag van € 600,- (zegge zeshonderd euro);
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 600,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 12 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk is in zijn vordering;

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [adres 2], van een bedrag van € 290,- (zegge tweehonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2013;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 290,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2013, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10], wonende te [adres 3], van een bedrag van € 42,- (zegge tweeënveertig euro);
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 42,-, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast;

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 11], wonende te [adres 4], van een bedrag van € 350,- (zegge driehonderdvijftig euro);
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 350,-, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 7 dagen zal worden toegepast;

  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 25], wonende te [adres 5], niet-ontvankelijk is in zijn vordering;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan één van zijn verplichtingen tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemde bedragen daarmee de verplichting van verdachte om aan de betreffende benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan één van de benadeelde partijen het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2015.

Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit de dossiers van Regiopolitie IJsselland, Team Zwolle-Centrum/Zuid met registratienummer PL04ZC 2013098006 (feiten 1, 2, 3, 4 en 5), Politie Regio Noord- en Oost Gelderland, District Noordwest Veluwe, Team Elburg-Oldebroek met registratienummer PL0600-2014138197 (feit 7), Politie Eenheid Oost-Nederland, IJS Team Zwolle-Centrum/Zuid met registratienummer PL0600-2014190264 (feit 8) en Politie Eenheid Oost-Nederland, IJS Team Zwolle-Noord met registratienummer PL0600-2015054213 (feit 9). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 mei 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering;

Feiten 1, 2, 3, 4 en 5:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], opgemaakt op 21 september 2013 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 9;

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens V.V. ‘s Heerenbroek, opgemaakt op 21 september 2013 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 12 en 13;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], opgemaakt op 21 september 2013 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 16 en 17;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], opgemaakt op 3 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 19;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], opgemaakt op 2 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 23;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5], opgemaakt op 2 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 26;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], opgemaakt op 2 oktober 2013 door [verbalisant], BOA, pag. 29;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7], opgemaakt op 2 oktober 2013 door [verbalisant], BOA, pag. 32;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8], opgemaakt op 2 oktober 2013 door [verbalisant], BOA, pag. 35;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9], opgemaakt op 10 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 40;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10], opgemaakt op 14 oktober 2013 door [verbalisant], BOA, pag. 43;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11], opgemaakt op 8 oktober 2013 door [verbalisant], medewerker, pag. 47 en 48;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12], opgemaakt op 8 oktober 2013 door

[verbalisant], agent, pag. 60 en 61;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13], opgemaakt op 15 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 63 en 65;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14], opgemaakt op 8 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 66;

- het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 14], opgemaakt op 9 oktober 2013 door [verbalisant], aspirant, pag. 69;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15], opgemaakt op 10 oktober 2013 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 71;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 16], opgemaakt op 9 oktober 2013 door [verbalisant], BOA, pag. 74;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 17], opgemaakt op 9 oktober 2013 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 77 en 78;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 18], opgemaakt op 9 oktober 2013 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 80 en 81;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 19], opgemaakt op 10 oktober 2013 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 82;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 20], opgemaakt op 8 oktober 2013 door

[verbalisant], BOA, pag. 84;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 21], opgemaakt op 10 oktober 2013 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 87;

Feit 7:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 23], opgemaakt op 1 oktober 2014 door

[verbalisant], hoofdagent, pag. 3;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24], opgemaakt op 1 oktober 2014 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 6;

Feit 8:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 26], opgemaakt op 16 november 2014 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 5;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 27], opgemaakt op 16 november 2014 door [verbalisant], hoofdagent, pag. 11;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 28], opgemaakt op 16 november 2014 door [verbalisant], brigadier, pag. 16;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 29], opgemaakt op 24 november 2014 door [verbalisant], BOA, pag. 18;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 30], opgemaakt op 16 november 2014 door [verbalisant], brigadier, pag. 7 en 8;

- het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer 30], opgemaakt op 17 november 2014 door [verbalisant], BOA, pag. 10;

Feit 9:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 31], opgemaakt op 30 januari 2015 door

[verbalisant], agent, proces-verbaalnummer PL0600-2015052023-1, blad 1;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 32], opgemaakt op 1 februari 2015 door

[verbalisant], brigadier, proces-verbaalnummer PL0600-2015052248-1, blad 1.