Rechtbank Overijssel, 03-03-2015 / C/08/165671 / FA RK 14-2905


ECLI:NL:RBOVE:2015:2499

Inhoudsindicatie
Rechtbank laat wijziging van eis buiten beschouwing, nu deze wijziging van eis erop ziet dat de eiser in een andere hoedanigheid wenst op te treden.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-03
Publicatiedatum
2015-05-28
Zaaknummer
C/08/165671 / FA RK 14-2905
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/165671 / FA RK 14-2905

datum beschikking: 3 maart 2015 (SL(O)


Beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:


[verzoekster],

verder ook de vrouw te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

verzoekster,

advocaat: mr. B.A.M. Oude Breuil,


tegen


[N],

verder ook [N] te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],


Als belanghebbende is in deze zaak aangemerkt:

mr. M.S. Flokstra, bijzondere curator.


Het procesverloop

Bij op 12 december 2014 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft de vrouw verzocht de erkenning van het vaderschap te vernietigen.


Bij beschikking van 18 december 2014 is mr. Flokstra benoemd tot bijzonder curator.


Op 15 januari 2015 is ter griffie ingekomen het verslag van de bijzondere curator.


Op 11 februari 2015 is namens de vrouw een schriftelijke reactie op dit verslag ter zitting ingekomen.


De zaak is behandeld ter zitting van 16 februari 2015. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door mr. Oude Breuil, [N] en de bijzondere curator. Bijzondere toelating is verleend aan [L], hierna te noemen [L]. De standpunten van partijen zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.


De beschikking is bepaald op heden.


De vaststaande feiten


De vrouw en [L] hebben een relatie gehad. Uit deze relatie is op [geboortedatum 1] geboren [S]. [S] is door [L] erkend.

De vrouw en [N] hebben een relatie. Op [geboortedatum 2] is uit de vrouw geboren [J], hierna te noemen [J]. [J] is door [N] erkend.


Het verzoek

De vrouw verzoekt de op 11 maart 2014 gedane erkenning door [N] van [J] te vernietigen.


De standpunten van partijen

De vrouw voert ter onderbouwing van haar verzoek aan dat niet [N], maar [L] de biologische vader is van [J]. [J] en [S] zijn volle broers, doch staan geregistreerd met verschillende vaders en verschillende achternamen. De vrouw heeft weliswaar toestemming gegeven aan [N] om tot erkenning van [J] over te gaan, doch zij acht het in het belang van [J] dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. [L] is sinds de geboorte van [J] betrokken bij de opvoeding van [J] en is voornemens tot erkenning van [J] over te gaan, zodra dit mogelijk is.

Bij brief van 11 februari 2015 heeft moeder haar verzoek aangepast, in die zin dat zij het verzoek zowel namens zichzelf, als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige indient.


Ter zitting heeft [N] laten weten in te stemmen met het verzoek. Hij verzorgt [J] en [S] in zijn gezin alsof het zijn eigen kinderen zijn. Hij heeft altijd geweten dat [J] niet zijn kind is. Wat hem betreft zal er in zijn rol en houding naar beide kinderen niets veranderen, wanneer de erkenning wordt vernietigd. Er is een goed contact tussen hem en de vrouw enerzijds en [L] anderzijds.


[L] heeft kenbaar gemaakt graag de mogelijkheid te willen hebben om [J] te erkennen. Deze mogelijkheid ontstaat eerst na vernietiging van de erkenning door [N]. [L] heeft in eerste instantie moeite gehad met de situatie, omdat de relatie tussen de vrouw en hem was verbroken en zij kort daarna in verwachting van hem bleek te zijn. Inmiddels heeft [L] een plek in het leven van [J]. Er zijn regelmatige contacten tussen [L] en [J] en het is de intentie van betrokkenen om dit uit te breiden, naarmate [J] ouder wordt.


Het standpunt van de bijzondere curator is dat dat vernietiging van de erkenning in het belang van [J] moet worden geacht, temeer nu [L] heeft laten weten vervolgens tot erkenning van [J] te zullen overgaan. Voor het geval de vrouw niet-ontvankelijk zou worden verklaard, heeft de bijzondere curator bij wege van zelfstandig verzoek eveneens om vernietiging van de erkenning verzocht.


De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

In artikel 1:205 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staan limitatief de personen opgesomd die vernietiging van een erkenning kunnen verzoeken, alsmede de gronden waarop zij dit kunnen doen en de termijn waarbinnen het verzoek dient te zijn gedaan. In alle gevallen geldt dat vernietiging van de erkenning uitsluitend kan plaatsvinden indien de erkenner niet de biologische vader van het kind is.


Voor alle betrokken partijen is duidelijk dat [N] niet de biologische vader is van [J]. De relatie tussen [N] en de vrouw is eerst ontstaan nadat de vrouw reeds in verwachting was van [J]. Ook de bijzondere curator heeft geen aanleiding te twijfelen aan hetgeen hieromtrent door alle betrokkenen is gesteld. De rechtbank overweegt dat, nu vaststelling van het biologisch vaderschap niet iets is dat ter vrije beoordeling van partijen staat en de rechter, ondanks de eensluidende standpunten van betrokkenen, bewijs hiervan kan verlangen, in casu geen twijfel bestaat aan het biologisch vaderschap, zodat van de juistheid van deze stellingen kan worden uitgegaan.

De vrouw heeft het inleidend verzoekschrift ingediend namens zichzelf. Pas na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator heeft de vrouw bij brief van 11 februari 2015 haar verzoek aangevuld, in die zin dat zij het verzoek zowel in haar hoedanigheid als moeder als in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige indient. De rechtbank overweegt ten aanzien van deze aanvulling dat artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat verzoeker bevoegd is het verzoek of de gronden te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 Rv, dat ziet op de dagvaardingsprocedure, van overeenkomstige toepassing verklaard. Uitdrukkelijk wordt derhalve bepaald dat wijziging ziet op het verzoek of de gronden en niet op de hoedanigheid waarin het verzoek wordt ingediend. Volgens vaste jurisprudentie kan langs de weg van eiswijziging niet worden bewerkstelligd dat eiser (c.q. verzoeker) in een andere hoedanigheid gaat optreden. De wijziging wordt om deze reden dan ook buiten beschouwing gelaten en het oorspronkelijke verzoek van de vrouw wordt beoordeeld.


Een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan door de moeder worden ingediend, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven. De vrouw heeft aan haar verzoek geen rechtsgrond ten grondslag gelegd. Van een wilsgebrek aan de zijde van de vrouw is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake, nu de vrouw welbewust toestemming tot erkenning heeft verleend aan [N], terwijl zij wist dat hij niet de biologische vader is van [J]. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden afgewezen.


De bijzondere curator heeft bij wege van zelfstandig verzoek verzocht om de erkenning te vernietigen. De bijzondere curator heeft gesteld dat het in het belang van [J] is dat de erkenning wordt vernietigd. De biologische vader van [J] wenst hem te erkennen. Daarmee wordt niet alleen voor [J] de juridische situatie gelijkgetrokken met de biologische situatie, maar ontstaat tevens gelijkwaardigheid in de positie van [J] en zijn broer.


De rechtbank merkt op dat het de betrokkenen in deze zaak, zowel de vrouw, als [N] en [L], gelukt is op positieve wijze invulling te geven aan een complexe gezinssituatie, waarbij zij respectvol met ieders positie omgaan en het belang van de kinderen voorop stellen. Ter zitting is besproken dat het belangrijk is om [J] zo vroeg mogelijk op een bij zijn leeftijd en ontwikkeling passende wijze, voor te lichten over de wijzigingen in zijn persoonlijke staat die zich in zijn jonge leven hebben voorgedaan, zodat hij hiermee niet op latere leeftijd onwetend mee wordt geconfronteerd.

Gezien bovenstaande feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank dat het in het belang van [J] moet worden geacht dat de door [N] gedane erkenning wordt vernietigd, zodat daarmee de mogelijkheid voor [L] ontstaat om tot erkenning over te gaan. De positie van beide broers in het gezin wordt daarmee gelijk, zowel in afstamming, als in naam, hetgeen recht doet aan de biologische realiteit en aan de situatie zoals deze thans feitelijk door alle betrokkenen wordt ervaren. Het verzoek van de bijzondere curator zal dan ook worden toegewezen.



De beslissing

De rechtbank:


1. Vernietigt de op 11 maart 2014 door [N] gedane erkenning van het vaderschap over het kind [J], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2].


2. Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede een latere vermelding aan de geboorteakte van [J] toe te voegen, inhoudende de vernietiging van de erkenning.


3. Wijst af het meer of anders verzochte.


Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Witkop als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2015.


Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.


Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.