Rechtbank Overijssel, 06-03-2015 / C/08/161639 / FA RK 14-2121


ECLI:NL:RBOVE:2015:2650

Inhoudsindicatie
Rechtbank ontzet vader van het gezag over zijn kinderen. De vader is onherroepelijk veroordeeld wegens doodslag op de moeder van de kinderen. De vader is door detentie onvoldoende betrokken bij het leven van de kinderen. De vader is overtuigd van zijn onschuld en kan om die reden de kinderen niet ondersteunen in wat zij voelen en gezien en gehoord hebben.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-06
Publicatiedatum
2015-06-02
Zaaknummer
C/08/161639 / FA RK 14-2121
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo


Team jeugdrecht


zaaknummer: C/08/161639 / FA RK 14-2121 (mk)


beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel d.d. 6 maart 2015


inzake


de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Almelo,

verzoeker,

hierna ook de Raad te noemen,


met betrekking tot de minderjarige kinderen:

- [A], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1],

- [B], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2],

- [C], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3].


Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

- [J] de vader;

- [A];

- de heren [O] en [P], pleegvaders;

- Jeugdbescherming Overijssel (voorheen Bureau Jeugdzorg Overijssel).


Het procesverloop

Bij op 5 september 2014 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft de Raad verzocht de vader te ontzetten van het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kinderen.


Op 4 december 2014 is een brief van het Amtsgericht Lingen (Duitsland) ter griffie van deze rechtbank ingekomen.


Op 30 december 2014 is het proces-verbaal van het rogatoire verhoor van de vader door het Amtsgericht Lingen ter griffie van deze rechtbank ingekomen.


Op 27 januari 2015 is een brief van de Raad ter griffie van deze rechtbank ingekomen.


Op 4 februari 2015 heeft de kinderrechter een gesprek gehad met de minderjarige [A]. Van dit gesprek zijn aantekeningen gemaakt.


Op 18 februari 2015 is een brief van de Raad met een bijlage ter griffie van deze rechtbank ingekomen.


De zaak is behandeld ter zitting van 6 maart 2015. Ter zitting zijn verschenen: de heer [E] namens de Raad, mevrouw [F] namens Jeugdbescherming Overijssel en beide pleegvaders. De standpunten zijn toegelicht.

Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt. De rechtbank heeft ter zitting mondeling uitspraak gedaan.


De vaststaande feiten

De vader is gehuwd geweest met mevrouw [G]. Uit dit huwelijk zijn geboren:

- [A], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1],

- [B], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2],

- [C], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3].


Het huwelijk is ontbonden door het overlijden op [datum] van de moeder. De vader oefent het gezag over zijn kinderen alleen uit.


Bij beschikking van 6 mei 2013 heeft de kinderrechter in de rechtbank Almelo Jeugdbescherming Overijssel belast met de voorlopige voogdij over deze kinderen.


De kinderen wonen sinds 21 februari 2013 met instemming van vader bij de pleegvaders.


Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 4 november 2013 zijn de kinderen met ingang van de datum van die beschikking onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Overijssel en is machtiging verleend tot plaatsing van de kinderen in een voorziening voor pleegzorg, eveneens met ingang van de datum van de beschikking en voor de duur van de ondertoezichtstelling.


Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 31 oktober 2014 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing verlengd voor de duur van een jaar, ingaande 4 november 2014.


De vader is op 25 november 2013 door het Landgericht Osnabrück (Duitsland) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar voor doodslag op de moeder. Het door de vader ingestelde hoger beroep is op 24 juni 2014 ongegrond verklaard. De vader zit gedetineerd in de gevangenis te [X]


De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De Raad verzoekt de vader te ontzetten van het ouderlijk gezag over zijn kinderen. Volgens de raad is door de onherroepelijke veroordeling voldaan aan de wettelijke grond voor ontzetting zoals vermeld in artikel 1:269 lid 1 in aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek (BW), zoals dat artikel luidde tot de wetswijziging per 1 januari 2015. De Raad acht voorts van belang dat de vader overtuigd is van zijn onschuld. Hierdoor kan hij de kinderen niet ondersteunen in wat zij voelen en gezien en gehoord hebben. De kinderen kunnen niet rekenen op begeleiding of begrip van hun vader op dit gebied, terwijl dit essentieel is voor de verwerking van deze zeer ingrijpende gebeurtenis.


De Raad stelt aanvullend dat de vader door zijn detentie op afstand van zijn kinderen komt te staan. Op dit moment heeft hij al moeite om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen van de kinderen. Omdat de vader onvoldoende is betrokken bij de levens van de kinderen is het niet mogelijk om inhoudelijke afwegingen te maken bij beslissingen die de kinderen aangaan. Bovendien kost het nemen van beslissingen door de detentie veel tijd. De Raad verzoekt voorts om de pleegvaders tot voogd te benoemen over de kinderen.



[A] heeft op 4 februari 2015 een gesprek gehad met de kinderrechter. Hij heeft tijdens dit gesprek onder meer verklaard dat hij het liefst wil dat zijn pleegvaders het gezag over hem krijgen. Hij wil liever niet dat zijn tante (zus van de vader) het gezag over hem krijgt. Volgens hem denken [B] en [C] hierover hetzelfde als hij.


Jeugdbescherming Overijssel en de pleegvaders hebben ingestemd met het verzoek van de Raad tot ontzetting van het gezag van de vader en tot voogdijopdracht aan de pleegvaders.

De vader is op 18 december 2014 rogatoir gehoord op het verzoek van de Raad door het Amtsgericht Lingen. Hij is het niet eens met het verzoek tot ontzetting. Hij heeft tegenover de Duitse rechter verklaard verbijsterd te zijn over het verzoek. Hij vindt het van belang dat de kinderen op het verzoek worden gehoord. Alles kan blijven zoals het is. Het is niet in het belang van de kinderen om hem van het gezag te ontzetten. De kinderen willen graag bij hem op bezoek. Indien verklaard wordt dat dit niet zo is, dan is die verklaring niet juist. Hij heeft inmiddels een klacht ingediend tegen mevrouw [F] van Jeugdbescherming Overijssel en tegen de heer [H] van de Raad. Voor het overige verwijst hij naar zijn schriftelijke reactie op het rapport van de Raad.


Uit die schriftelijke reactie blijkt onder meer het volgende. De vader ontkent dat hij schuldig is aan de dood van de moeder. Hij stelt voorts dat hij recht heeft op strafvermindering van een derde deel en dat hij wellicht zijn detentie in Nederland mag uitzitten. Hij ontkent in het verleden ooit geweld tegen zijn kinderen en/of de moeder te hebben gepleegd. Hij wil graag belast blijven met het gezag over zijn kinderen, omdat hij bang is dat hij het contact met zijn kinderen helemaal zal verliezen als hij wordt ontzet van het gezag over zijn kinderen. Hij stelt voor om zijn zus, mevrouw [Z], te benoemen tot voogdes over de kinderen indien toch tot ontzetting wordt besloten.


De rechtbank overweegt met betrekking tot het voorliggende verzoek als volgt.

Indien dit in het belang van een kind noodzakelijk is, kan de rechter een ouder van het gezag ontzetten op de in artikel 1:269 eerste lid onder a tot en met c BW genoemde gronden. Door de maatregel van ontzetting kan een einde worden gemaakt aan het ouderlijk gezag als sprake is van moedwillig plichtsverzuim of onwaardigheid de taak als opvoeder te vervullen. Als - niet cumulatieve - gronden voor ontzetting van het ouderlijk gezag worden in dit artikel onder meer grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen, slecht levensgedrag en onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer genoemd.


Ingevolge het bepaalde in artikel 28 van de Overgangswet met betrekking tot de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen, welke wet per 1 januari 2015 en mitsdien na indiening van het verzoekschrift van de Raad van 5 september 2014, in werking is getreden, behoort het onderhavige verzoek te worden beoordeeld volgens de wettelijke bepalingen omtrent ontzetting van het gezag zoals deze tot 1 januari 2015 van kracht waren.


Vaststaat dat de vader door de Duitse rechter is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren. De vader is schuldig bevonden aan het plegen van een zeer ernstig misdrijf, doodslag op de moeder. Vader ontkent nog altijd schuldig te zijn aan de dood van de moeder, maar het hoger beroep van de vader is inmiddels ongegrond verklaard. Er is hierdoor sprake van een onherroepelijke veroordeling Daarmee is voldaan aan de in artikel 1:269, eerste lid in aanhef en sub c onder 3 BW genoemde grond.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het plegen van voornoemd misdrijf getuigt van zodanig slecht levensgedrag dat daarvan zonder meer een slechte invloed op de kinderen uitgaat, zodat de ontzetting van de vader van het ouderlijk gezag in het belang van de kinderen ook op grond van het bepaalde in artikel 1:269, eerst lid in aanhef en sub b BW noodzakelijk moet worden geacht.


De rechtbank acht voorts van belang dat uit het rapport van de Raad is gebleken dat de vader door zijn detentie in Duitsland onvoldoende is betrokken bij de levens van de kinderen waardoor het voor hem niet mogelijk is om inhoudelijke afwegingen te maken bij beslissingen die de kinderen aangaan. De kinderen bezoeken hun vader eenmaal per maand een uur onder begeleiding van een pleegvader en/of de gezinsvoogd. Daarnaast hebben zij tweewekelijks kort telefonisch contact met hem. Bovendien kost het nemen van beslissingen door de detentie veel tijd. Het duurt soms enkele maanden voordat een door vader ondertekend formulier retour komt. Die lange wachttijd acht de rechtbank niet in het belang van de kinderen, vooral niet in die gevallen waarin snel handelen noodzakelijk is zoals bij medische kwesties betreffende de kinderen. Als gevolg van vaders overtuiging van zijn onschuld, kan hij de kinderen niet ondersteunen in wat zij voelen en gezien en gehoord hebben. De kinderen kunnen niet rekenen op begeleiding of begrip van hun vader op dit gebied, terwijl dit essentieel is voor de verwerking van deze zeer ingrijpende gebeurtenis.


Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de Raad om de vader te ontzetten van het gezag moet worden toegewezen.


Het verzoek van de Raad om de pleegvaders te benoemen tot voogd acht de rechtbank het meest in het belang van de kinderen, zodat ook dit verzoek wordt toegewezen. Aan het verzoek van de vader om zijn zus als voogdes te benoemen, gaat de rechtbank voorbij. De pleegvaders hebben zich bereid verklaard de voogdij over de kinderen te aanvaarden. Uit het rapport van de Raad blijkt dat de pleegvaders aan de moeder bij leven hebben beloofd dat zij voor de kinderen zouden zorgen als haar iets zou overkomen. Zij hebben steeds de belangen van de kinderen vooropgesteld. Zij zijn in staat genuanceerd te kijken naar de positie van de gedetineerde vader en de overleden moeder in het leven van de kinderen. Zij staan open voor en werken mee zijn in staat met de hulpverlening en zij zijn ondersteunend naar de kinderen. De verwachting is dat de kinderen bij de pleegouders zullen opgroeien. Het combineren van opvoedingsverantwoordelijkheid en het dragen van het formele gezag heeft een gunstige invloed op de ontwikkeling van de kinderen en op de hechting binnen het pleeggezin. Door de ontzetting en de benoeming van de pleegvaders als voogd is het voor de kinderen en voor de pleegvaders duidelijk dat het perspectief van de kinderen bij de pleegvaders ligt. In die zin biedt een ontheffing de kinderen en de pleegvaders zekerheid en rust.


De beslissing

De rechtbank:


1. Ontzet de vader, [J] geboren op [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 1], van het ouderlijk gezag over de minderjarigen:

- [A], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1],

- [B], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2],

- [C], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3].



2. Benoemt over deze minderjarigen tot voogden:

- [O], geboren op [geboortedatum 5] te [geboorteplaats 5]; en

- [P], geboren op [geboortedatum 6] te [geboorteplaats 6].


3. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.



Deze beschikking is gegeven te Almelo door mrs. J. Olthof, H.M. Jongebreur en H.F.J.M. Schröder, allen kinderrechter, in tegenwoordigheid van G.M. Keupink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2015.












Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.


Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.