Rechtbank Overijssel, 20-01-2015 / 08.955327.14


ECLI:NL:RBOVE:2015:267

Inhoudsindicatie
De 25-jarige autobestuurder die op 6 december 2013 op de Ceintuurbaan in Zwolle een botsing veroorzaakte is daarvoor veroordeeld. De rechtbank Overijssel veroordeelt de Zwollenaar tot een werkstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De man reed zeer onvoorzichtig, te hard en door rood licht en veroorzaakte zo het ongeluk met een andere auto op de Ceintuurbaan in Zwolle. De inzittende van die auto liep daarbij letsel op. De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de omstandigheid dat het een jeugdige verdachte betreft die niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte gevoelens van spijt en schaamte over het ongeval heeft getoond, die oprecht overkwamen en dat hij zich bereid heeft verklaard contact met het slachtoffer op te nemen indien en voor zover zij daaraan behoefte heeft.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-20
Publicatiedatum
2015-01-20
Zaaknummer
08.955327.14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.955327.14

Datum vonnis: 20 januari 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

6 januari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat hij zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat daardoor gevaar en/of hinder op de weg is ontstaan.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij op of omstreeks 06 december 2013 in de gemeente Zwolle als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Ceintuurbaan, ter hoogte van de kruising van deze weg met de Tesselschadestraat en/of de dokter van Heesweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl het verkeer op voornoemde kruising werd geregeld door een verkeersregelinstallatie, en/of

- terwijl de Ceintuurbaan ter plaatse uit twee rijbanen bestond, waarbij de rijbaan in de rijrichting van verdachte ter plaatse uit 5 rijstroken bestond, te weten een rijstrook voor rechtsafslaand verkeer, twee rijstroken voor rechtdoorgaand verkeer en twee rijstroken voor linksafslaand verkeer, en/of

- terwijl op de voor verdachte bestemde rijbaan, tussen de linker rijstrook voor linksafslaand verkeer en de rechter rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer een (dubbele) doorgestrokken streep op het wegdek was aangebracht, als bedoeld in artikel 76 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens en/of

- ( daarbij) heeft gereden met een snelheid van ongeveer 85 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de aldaar voor verdachte geldende maximum snelheid van 70 kilometer per uur, en/of

- ( daarbij) kort voor voormelde kruising een voor hem rijdend motorrijtuig heeft ingehaald, waarbij hij, verdachte, heeft gereden over de rijstrook (voorsorteerstrook) bestemd voor het linksafslaande verkeer op die Ceintuurbaan, waarbij hij in strijd met het gestelde in artikel 76 van voormeld reglement de doorgetrokken streep die tussen de rechter rijstrook bestemd voor linksafgaand verkeer en de linker rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer was aangebracht, heeft overschreven, en/of

- ( vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 78 van voormeld reglement op die kruising niet die richting heeft gevolgd die de voorsorteerstrook, waarop hij zich bevond, aangaf en/of op die kruising niet linksaf is geslagen, doch rechtdoor is gereden, en/of

- ( daarbij) (zonder snelheid te minderen) de kruising is opgereden terwijl het voor hem, verdachte, van toepassing zijnde verkeerslicht op voormelde kruising “rood” licht uitstraalde, als vermeld in artikel 68 lid onder c van voormeld reglement, inhoudende “stop”, en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voor verdachte van links komende personenauto, welke op het moment dat het verkeerslicht voor het verkeer uit deze richting “groen” licht uitstraalde, voormelde kruising is opgereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, immers heeft hij, verdachte de ter plaatse voor dat motorrijtuig toegestane maximum snelheid van 70 kilometer per uur met 15

kilometer per uur, in elk geval aanzienlijk overschreden;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, dat


hij op of omstreeks 06 december 2013 in de gemeente Zwolle als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Ceintuurbaan, ter hoogte van de kruising van deze weg met de Tesselschadestraat en/of de dokter van Heesweg,

- terwijl het verkeer op voornoemde kruising werd geregeld door een verkeersregelinstallatie, en/of

- terwijl de Ceintuurbaan ter plaatse uit twee rijbanen bestond, waarbij de rijbaan in de rijrichting van verdachte ter plaatse uit 5 rijstroken bestond, te weten een rijstrook voor rechtsafslaand verkeer, twee rijstroken voor rechtdoorgaand verkeer en twee rijstroken voor linksafslaand verkeer, en/of

- terwijl op de voor verdachte bestemde rijbaan, tussen de linker rijstrook voor linksafslaand verkeer en de rechter rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer een (dubbele) doorgestrokken streep op het wegdek was aangebracht, als bedoeld in artikel 76 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens en/of

- ( daarbij) heeft gereden met een snelheid van ongeveer 85 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de aldaar voor verdachte geldende maximum snelheid van 70 kilometer per uur, en/of

- ( daarbij) kort voor voormelde kruising een voor hem rijdend motorrijtuig heeft ingehaald, waarbij hij, verdachte, heeft gereden over de rijstrook (voorsorteerstrook) bestemd voor het linksafslaande verkeer op die Ceintuurbaan, waarbij hij in strijd met het gestelde in artikel 76 van voormeld reglement de doorgetrokken streep die tussen de rechter rijstrook bestemd voor linksafgaand verkeer en de linker rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer was aangebracht, heeft overschreven, en/of

- ( vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 78 van voormeld reglement op die kruising niet die richting heeft gevolgd die de voorsorteerstrook, waarop hij zich bevond, aangaf en/of op die kruising niet linksaf is geslagen, doch rechtdoor is gereden, en/of

- ( daarbij) (zonder snelheid te minderen) de kruising is opgereden terwijl het voor hem, verdachte, van toepassing zijnde verkeerslicht op voormelde kruising rood licht uitstraalde, als vermeld in artikel 68 lid onder c van voormeld reglement, inhoudende “stop”, en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voor verdachte van links komende personenauto, welke op het moment dat het verkeerslicht voor het verkeer uit deze richting “groen” licht uitstraalde, voormelde kruising is opgereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens zeer onvoorzichtig rijgedrag, zoals onder 1 primair is tenlastegelegd, tot een werkstraf van

120 uren en tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.


Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij onoplettend heeft gereden en heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De bewezenverklaring steunt op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


De rechtbank overweegt met betrekking tot het ten laste gelegde als volgt. Voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), moet in ieder geval komen vast te staan dat sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Volgens vaste jurisprudentie moeten daarbij worden gewogen het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding(en) en voorts de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is of zijn begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte, rijdend op de Ceintuurbaan te Zwolle, bij een inhaalmanoeuvre over een doorgetrokken streep is gereden en dat hij aldus op de rijbaan voor linksaf slaand verkeer terecht is gekomen en dat hij - in plaats van linksaf te slaan - met onverminderde vaart rechtdoor en door rood licht een kruising is opgereden, waarna hij in aanrijding is gekomen met het voertuig van [slachtoffer]. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld met welke snelheid verdachte exact heeft gereden, maar wel dat verdachte sneller heeft gereden dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid. De rechtbank merkt de voornoemde feiten, in onderlinge samenhang beziend, aan als zeer onvoorzichtig rijgedrag.

De rechtbank stelt voorts op basis van de [slachtoffer] betreffende letselrapportage vast dat zij ten gevolge van het ongeval onder meer een gebroken borstbeen, kneuzing van de borstkas, kneuzing van de rechterheup, en een pijnlijke linkerschouder door kneuzing heeft opgelopen. Zonder af te doen aan de ernst van bovengenoemd letsel, kan dit naar het oordeel van de rechtbank in juridische zin - ook in onderlinge samenhang bezien - niet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte daarom worden vrijgesproken. Gelet op de aard van het letsel en de blijkens de letselrapportage te verwachten herstelduur van twee maanden acht de rechtbank bewezen dat aan [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.


De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat sprake is geweest van zeer onvoorzichtig rijgedrag.


5.3

Het oordeel van de rechtbank


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


primair

hij op 06 december 2013 in de gemeente Zwolle als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Ceintuurbaan, ter hoogte van de kruising van deze weg met de Tesselschadestraat en/of de dokter van Heesweg, zeer onvoorzichtig heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl het verkeer op voornoemde kruising werd geregeld door een verkeersregelinstallatie, en

- terwijl de Ceintuurbaan ter plaatse uit twee rijbanen bestond, waarbij de rijbaan in de rijrichting van verdachte ter plaatse uit 5 rijstroken bestond, te weten een rijstrook voor rechts afslaand verkeer, twee rijstroken voor rechtdoor gaand verkeer en twee rijstroken voor links afslaand verkeer, en

- terwijl op de voor verdachte bestemde rijbaan, tussen de linker rijstrook voor links afslaand verkeer en de rechter rijstrook voor recht doorgaand verkeer een (dubbele) doorgetrokken streep op het wegdek was aangebracht, als bedoeld in artikel 76 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens

- heeft gereden met een hogere snelheid dan de aldaar voor verdachte geldende maximum snelheid van 70 kilometer per uur, en

- daarbij kort voor voormelde kruising een voor hem rijdend motorrijtuig heeft ingehaald, waarbij hij, verdachte, heeft gereden over de rijstrook (voorsorteerstrook) bestemd voor het links afslaande verkeer op die Ceintuurbaan, waarbij hij in strijd met het gestelde in artikel 76 van voormeld reglement de doorgetrokken streep die tussen de rechter rijstrook bestemd voor links afgaand verkeer en de linker rijstrook voor rechtdoor gaand verkeer was aangebracht, heeft overschreden, en

- vervolgens in strijd met het gestelde in artikel 78 van voormeld reglement op die kruising niet die richting heeft gevolgd die de voorsorteerstrook, waarop hij zich bevond, aangaf en op die kruising niet linksaf is geslagen, doch rechtdoor is gereden, en

- zonder snelheid te minderen de kruising is opgereden terwijl het voor hem, verdachte, van toepassing zijnde verkeerslicht op voormelde kruising “rood” licht uitstraalde, als vermeld in artikel 68, aanhef en eerste lid, onder c, van voormeld reglement, inhoudende “stop”, en

- vervolgens is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voor verdachte van links komende personenauto, welke op het moment dat het verkeerslicht voor het verkeer uit deze richting “groen” licht uitstraalde, voormelde kruising is opgereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.


De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en zal hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikel 6 juncto 175 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.


Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank neemt in het bijzonder de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt door zeer onvoorzichtig - onder meer te hard en door rood licht - te rijden. Door zijn handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht, immers heeft [slachtoffer] ten gevolge van dit verkeersongeval letsel opgelopen. Blijkens een door het slachtoffer op schrift gestelde verklaring heeft het ongeval een forse impact op haar dagelijkse leven gehad.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de omstandigheid dat het een jeugdige verdachte betreft die niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte gevoelens van spijt en schaamte over het ongeval heeft getoond, die oprecht overkwamen en dat hij zich bereid heeft verklaard contact met het slachtoffer op te nemen indien en voor zover zij daaraan behoefte heeft.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde taakstraf voor de duur van 120 uren in combinatie met een deels voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen passend en geboden.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

- beveelt dat verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen wordt ontzegd voor de duur van twaalf maanden;

- bepaalt dat van de ontzegging van de rijbevoegdheid een deel, groot zes maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.


Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. F. van der Maden en

mr. H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2015.







Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland met registratienummer PL04HW-2013103283. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 december 2013 reed ik over de Ceintuurbaan te Zwolle in een personenauto met kenteken [kenteken 1]. Ik reed harder dan de toegestane snelheid van 70 kilometer per uur, ik schat dat ik 75 tot 80 kilometer per uur reed. Ik heb een auto ingehaald en ben daarbij een stuk over de rijstrook voor linksaf slaand verkeer gereden. Vervolgens ben ik met onverminderde vaart de kruising opgereden, waar ik een aanrijding met een andere auto had. Ik was in de veronderstelling dat ik groen licht had. Dat ik wel door rood ben gereden is achteraf wel duidelijk geworden uit het politieonderzoek en dat bestrijd ik ook niet.


Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 6 december 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik reed over de Ceintuurbaan vanaf Zwolle Noord richting Zwolle Zuid. Halverwege de Ceintuurbaan, tussen de McDonalds en de kruising met de Tesselschadestraat, haalde een klein zwart sportautootje met kenteken [kenteken 1] mij in. Het ging met een bloedvaart. Ik reed rond de 60 kilometer per uur. Ik liet mijn vrachtwagen uitrollen omdat ik zag dat de verkeerslichten op rood stonden. Ik zag dat de bestuurder van het zwarte sportautootje niet stopte voor het rode verkeerslicht. Het zwarte sportautootje reed op de rechter baan voor linksaf. Ik zag dat het verkeerd zou gaan toen het andere, blauwe autootje, de kruising van

links op kwam rijden en het zwarte sportautootje niet de baan voor linksaf volgde, maar door het rode verkeerslicht, rechtdoor reed. Ik zag dat de twee auto’s elkaar raakten. Ik weet zeker dat het verkeerslicht al tien seconden op rood stond toen de bestuurder van het zwarte sportautootje er door reed.


Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 9 december 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige.

Ik reed over de Ceintuurbaan, van Noord naar Zuid, op de rechter rijstrook. Ik stond nagenoeg stil voor het rode verkeerslicht, toen ik in mijn linker buitenspiegel een zwart autootje aan zag komen. Deze reed over de rechter baan voor linksaf. Ik zag dat het zwarte autootje niet stopte voor rood maar met een behoorlijke snelheid de kruising over schoot.

Ik zag het blauwe autootje van links de kruising oprijden. Ik zag dat het zwarte autootje vol in de zijkant van het blauwe autootje klapte.


Een schriftelijk stuk, te weten een letselrapportage betreffende [slachtoffer], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Datum letsel: 6 december 2013.

Letselbeschrijving: Gebroken borstbeen en kneuzing van de borstkas, kneuzing van de rechterheup, pijnlijke linkerschouder door kneuzing.


Naar verwachting restloos herstel binnen 2 maanden.


Een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (VOA), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op vrijdag 6 december 2013, omstreeks 23:05 uur, heb ik, [verbalisant]

[verbalisant], brigadier van politie, een onderzoek ingesteld naar de toedracht van het

plaatsgevonden verkeersongeval en de technische staat van de daarbij betrokken

voertuigen.


Bij dit ongeval waren de volgende voertuigen betrokken:

1.2.1

Personenauto, merk MG,

type MGF, kenteken [kenteken 1]


1.2.2

Personenauto, merk Daihatsu,

type Cuore, kenteken [kenteken 2]


De Ceintuurbaan heeft zijn verloop van de Zwartewaterallee naar de Heinoseweg en vice

versa. Het ongeval vond, gezien de rijrichting van voertuig merk MG, plaats op een recht

weggedeelte van de Ceintuurbaan. De Ceintuurbaan was ter hoogte van de kruising met de

Dokter van Heesweg/Tesselschadestraat verdeeld in twee rijbanen.

De door de bestuurder van de MG bereden westelijke rijbaan had, vlak voor de kruising met

de Dokter van Heesweg/Tesselschadestraat een gemeten breedte van 16,4 meter. Deze

rijbaan was verdeeld in vijf rijstroken. De meest rechter rijstrook, met een gemeten breedte

van 3,2 meter, was bestemd voor het verkeer dat rechtsaf de Tesselschadestraat op wilde

rijden. Op deze rijstrook was een richtingpijl naar rechts aangebracht. De beide links

daarnaast gelegen rijstroken, ieder met een gemeten breedte van 3,3 meter, waren bestemd

voor het verkeer dat Ceintuurbaan op de kruising met de Dokter van Heesweg/

Tesselschadestraat rechtdoor gaand wilde vervolgen. Op deze rijstroken waren

richtingpijlen voor rechtdoor aangebracht. De beide meest links gelegen rijstroken, ieder met een gemeten breedte van 3,3 meter waren bestemd voor het verkeer dat linksaf de Dokter

van Heesweg op wilde rijden. Op deze rijstroken waren richtingpijlen voor linksaf

aangebracht. Tussen de rijstrook voor het rechtsaf slaande verkeer en de rechter rijstrook

voor het rechtdoor gaande verkeer waren vlak voor de kruising dubbele doorgetrokken

strepen aangebracht. Tussen de linker rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer en de

rechter rijstrook voor het links afslaande verkeer waren soortgelijke strepen op het wegdek

aangebracht. Aan het eind van alle voorsorteervakken was dwars over de westelijke rijbaan een dubbele stopstreep aangebracht. De tussen de linker rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer en de rechter rijstrook voor het linksaf slaande verkeer aangebrachte dubbele strepen liepen door tot 15,5 meter na de stopstreep. De doorgetrokken strepen die aangebracht waren tussen de rijstrook voor het rechtsaf slaande verkeer en de rechter rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer liepen eveneens tot 15,5 meter na de stropstreep door. (…)


2.2.3

Verkeersmaatregelen ter plaatse

Voor motorvoertuigen bedroeg de toegestane maximum snelheid op de Ceintuurbaan

70 km/h. Op de Dokter van Heesweg bedroeg de toegestane maximum snelheid 50

km/u. Genoemde wegen waren voor het openbaar verkeer opengesteld. (…)


4.1.4

Verkeersregeling

Het verkeer op genoemde kruising werd door middel van een in werking zijnde driekleurige

verkeerslichtinstallatie geregeld. (…)


5.2

Ongevalsoorzaak, toedracht en gevolg.

Aan de hand van de schades en de aangetroffen sporen werd duidelijk hoe het ongeval had

plaatsgevonden en hoe de voertuigen met elkaar in aanraking waren gekomen. Hierbij bleek

ons dat de bestuurder van de MG gereden had over de westelijke rijbaan van de

Ceintuurbaan, komende uit de richting van de Zwartewaterallee en gaande in de richting van de kruising van de Ceintuurbaan met de Dokter van Heesweg/Tesselschadestraat te Zwolle, gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Zwolle. Hij was volgens zijn verklaring voornemens om dit kruispunt rechtdoor over te steken. De bestuurster van de Daihatsu had gereden over de Dokter van Heesweg, gaande in de richting van de kruising van deze weg met de Ceintuurbaan en de Tesselschadestraat. Zij had volgens haar verklaring de intentie om de Ceintuurbaan over te steken en de Tesselschadestraat op te rijden. Gekomen bij de kruising Ceintuurbaan/Dokter van Heesweg/Tesselschadestraat negeerde de bestuurder van de MG, volgens twee getuigen, het voor hem bestemde rode verkeerslicht en reed hij de kruising op. Hierbij kwam hij op het kruisingsvlak, op de rijstrook die in het verlengde lag van de linker rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer, in botsing met de hem van links naderende Daihatsu.


Een proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 6 december 2013 omstreeks 22.10 uur reed ik in mijn Daihatsu Cuore voorzien van het kenteken: [kenteken 2]. Ik reed weg vanaf het Isala ziekenhuis. Ik reed op de dokter van Heesweg, ik zag dat de verkeerlichten op rood stonden. Ik ben voor de verkeerlichten gestopt en had de intentie op rechtdoor te gaan de Tesselschadestraat op. Na een korte tijd sprong het verkeerslicht op groen, ik zag dat er geen auto’s achter mij stonden. Ook zag ik dat al het verkeer rechts van mij stilstond te wachten voor de verkeerslichten. Ik trok vervolgens op en reed richting het kruisingsvlak, in eens zag ik een schim en voelde een harde klap.

1 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 januari 2015.
2 Pagina 9.
3 Pagina 11.
4 Als losse bijlage gevoegd in het dossier, na pagina 22.