Rechtbank Overijssel, 03-06-2015 / 08/955403-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:2677

Inhoudsindicatie
Een 42-jarige oplichter uit Wierden wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de maximale taakstraf van 240 uur. De man heeft in een periode van enkele maanden goederen, voornamelijk iPads, iPhones en computers, gekocht met de bedoeling deze goederen niet te betalen. De ondernemers hebben door zijn handelen financiële schade geleden. De man, zelf ook ondernemer geweest, kon weten welke gevolgen zijn handelen voor de ondernemers zou kunnen hebben. De rechtbank rekent dit hem aan. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met het feit dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest voor vermogensdelicten. De man moet ook een schadevergoeding betalen van in totaal ruim €35.000,-.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-03
Publicatiedatum
2015-06-03
Zaaknummer
08/955403-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/955403-14

Datum vonnis: 3 juni 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in PI Flevoland te Lelystad.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 mei 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.C. van Haren en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. J.W. Bosman, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 15 april 2014 zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan flessentrekkerij dan wel oplichting;

feit 2: in de periode van 29 maart 2014 tot en met 22 april 2014 zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan oplichting.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:




1.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober

2013 tot en met 15 april 2014 op na te noemen plaatsen, in elk geval in

Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen

met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de

beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met

voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld -

gekocht, te weten:


- op 25 november 2013 twee maal een Samsung Galaxy S4 4G met abonnement bij

[bedrijf 1] ([adres 1]) te Hengelo en/of


- tussen 20 december 2013 en 5 januari 2014 (in totaal) twee maal een Apple

Iphone 5S met abonnement en/of twee maal een Apple Iphone 5C 16GB met

abonnement (via [website]) bij [bedrijf 1] ([adres 2]) te 's-Gravenhage en/of


- op 4 december 2013 een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

([adres 3]) te Enschede en/of


- tussen 26 november 2013 en 11 december 2013 (in totaal) een Samsung Galaxy

Note III met abonnement en/of een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

[bedrijf 2] ([adres 3]) te Enschede en/of


- tussen 01 oktober 2013 en 29 oktober 2013 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad 4 16GB en/of vijf maal een Apple Iphone 5 en/of een Headphone Beats By

Dre bij [bedrijf 3] ([adres 4]) te Vriezenveen, gemeente Twenterand en/of


- tussen 27 februari 2014 en/of 05 maart 2014 (in totaal) drie maal een Apple

Ipad Air 16GB en/of twee maal laptop van het merk Asus bij [bedrijf 4]

([adres 5]) te Ommen en/of


- tussen 28 februari 2014 en 12 maart 2014 (in totaal) zeven maal een Apple

Ipad Air 16GB en/of zeven maal een Apple Iphone 5S 16GB en/of twee maal een

Apple Mac mini en/of zeven maal (bijbehorende) hoezen bij [bedrijf 5]

([adres 6]) te Dalfsen en/of


- op 4 februari 2014 vijf maal een Apple Iphone 5S met abonnement bij [bedrijf 6]

shop ([adres 7]) te Hengelo en/of


- tussen 25 februari 2014 en 26 februari 2014 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad Air en/of twee maal een Apple Iphone 5S 16GB bij [bedrijf 7] ([adres 8]

[adres 8]) te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg en/of


- tussen 11 maart 2014 en 15 maart 2014 (in totaal) een notebook Asus N56v

inclusief Trust 15.6 inch notebooktas en/of een notebook Asus X550c en/of een

tablet Microsoft Surface 2 inclusief toetsenbord bij [bedrijf 8]

([adres 9]) te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten en/of


- tussen 22 november 2013 en 17 februari 2014 (in totaal) een Acer V3-772G

en/of tweemaal een Samsung Galaxy Tab 3 en/of een Iphone 5S en/of een Apple

Ipad Air en/of een Apple Imac 27inch bij [bedrijf 9] ([adres 10]

[adres 10]) te Almelo en/of Denekamp en/of


- tussen 21 februari 2014 en 22 februari 2014 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad Air en/of vier maal een Iphone 5S 16GB en/of twee maal een Iphone 4S 8GB

bij [bedrijf 10] ([adres 11]) te Lemelerveld, gemeente

Dalfsen en/of


- omstreeks 01 februari 2014 en 26 maart 2014 (in totaal) 12 maal een Apple

Iphone 5S 16GB en/of tien maal een Apple Ipad en/of een Apple Imac 27inch bij

[bedrijf 11] ([adres 12]) te Oldenzaal en/of


- omstreeks 15 april 2014 een Apple Ipad Air 16GB en/of een Apple Iphone 5S

16GB bij [bedrijf 12] ([adres 13]) te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland en/of


- op 28 februari 2014 tweemaal een Apple Ipad Air 16GB en/of twee maal een

Apple Iphone 5S bij [bedrijf 13] ([adres 14]) te Hardenberg;

art 326a Wetboek van Strafrecht



ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 01 oktober 2013 tot en met 15

april 2014 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, (telkens) met

het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen rechthebbenden heeft

bewogen tot de afgifte van de navolgende goederen, in elk geval enig goed,


hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid meermalen, althans eenmaal,


- in/bij/via een of meerdere winkel(s)/verkooppunt(en)/internetsite(s)

elektronica met eventuele toebehoren en/of abonnementen, zoals hieronder nader

omschreven, op rekening (van Stichting [stichting] en/of op naam van [verdachte]

[verdachte]) gevraagd/besteld/gekocht/meegekregen en/of

- ( daarbij) benodigde papieren, zoals identiteitspapieren en/of bankkaart

en/of uitreksel Kamper van Koophandel) getoond/overlegd en/of

- ( daarbij) behorend(e) voorschot(ten) en/of (controlerende) pintransactie(s)

betaald/voldaan en/of

- ( daarbij) behorend(e) koopcontract(en) getekend/ondertekend en/of

- zich steeds voorgedaan als een (kredietwaardige) koper die de (nog)

openstaande rekeningen/facturen zou kunnen/willen/laten betalen,


waardoor hierna te noemen rechthebbenden (telkens) werden bewogen tot

hierboven en/of hieronder omschreven afgifte, te weten:


- op 25 november 2013 twee maal een Samsung Galaxy S4 4G met abonnement bij

[bedrijf 1] ([adres 1]) te Hengelo en/of


- tussen 20 december 2013 en 5 januari 2014 (in totaal) twee maal een Apple

Iphone 5S met abonnement en/of twee maal een Apple Iphone 5C 16GB met

abonnement (via [website]) bij [bedrijf 1] ([adres 2]) te 's-Gravenhage en/of


- op 4 december 2013 een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

([adres 3]) te Enschede en/of


- tussen 26 november 2013 en 11 december 2013 (in totaal) een Samsung Galaxy

Note III met abonnement en/of een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

[bedrijf 2] ([adres 3]) te Enschede en/of


- tussen 01 oktober 2013 en 29 oktober 2013 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad 4 16GB en/of vijf maal een Apple Iphone 5 en/of een Headphone Beats By

Dre bij [bedrijf 3] ([adres 4]) te Vriezenveen, gemeente Twenterand en/of


- tussen 27 februari 2014 en/of 05 maart 2014 (in totaal) drie maal een Apple

Ipad Air 16GB en/of twee maal laptop van het merk Asus bij [bedrijf 4]

([adres 5]) te Ommen en/of


- tussen 28 februari 2014 en 12 maart 2014 (in totaal) zeven maal een Apple

Ipad Air 16GB en/of zeven maal een Apple Iphone 5S 16GB en/of twee maal een

Apple Mac mini en/of zeven maal (bijbehorende) hoezen bij [bedrijf 5]

([adres 6]) te Dalfsen en/of


- op 4 februari 2014 vijf maal een Apple Iphone 5S met abonnement bij [bedrijf 6]

shop ([adres 7]) te Hengelo en/of


- tussen 25 februari 2014 en 26 februari 2014 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad Air en/of twee maal een Apple Iphone 5S 16GB bij [bedrijf 7] ([adres 8]

[adres 8]) te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg en/of


- tussen 11 maart 2014 en 15 maart 2014 (in totaal) een notebook Asus N56v

inclusief Trust 15.6 inch notebooktas en/of een notebook Asus X550c en/of een

tablet Microsoft Surface 2 inclusief toetsenbord bij [bedrijf 8]

([adres 9]) te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten en/of


- tussen 22 november 2013 en 17 februari 2014 (in totaal) een Acer V3-772G

en/of tweemaal een Samsung Galaxy Tab 3 en/of een Iphone 5S en/of een Apple

Ipad Air en/of een Apple Imac 27inch bij [bedrijf 9] ([adres 10]

[adres 10]) te Almelo en/of Denekamp en/of


- tussen 21 februari 2014 en 22 februari 2014 (in totaal) vier maal een Apple

Ipad Air en/of vier maal een Iphone 5S 16GB en/of twee maal een Iphone 4S 8GB

bij [bedrijf 10] ([adres 11]) te Lemelerveld, gemeente

Dalfsen en/of


- omstreeks 01 februari 2014 en 26 maart 2014 (in totaal) 12 maal een Apple

Iphone 5S 16GB en/of tien maal een Apple Ipad en/of een Apple Imac 27inch bij

[bedrijf 11] ([adres 12]) te Oldenzaal en/of


- omstreeks 15 april 2014 een Apple Ipad Air 16GB en/of een Apple Iphone 5S

16GB bij [bedrijf 12] ([adres 13]) te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland en/of


- op 28 februari 2014 tweemaal een Apple Ipad Air 16GB en/of twee maal een

Apple Iphone 5S bij [bedrijf 13] ([adres 14]) te Hardenberg;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht



2.


hij op een of meer tijstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 maart 2014

tot en met 22 april 2014 te Kampen en/of te Enter, gemeente Wierden, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 12] aan de

[adres 15] te Kampen en/of [bedrijf 14] B.V. aan de [adres 16] te

Enter, Wierden te bewegen tot de afgifte van


- vijf maal een Ipad en/of vijf maal een Iphone/telefoon (Voornoemde [bedrijf 12]) en/of

- een Hotspring Sanum 800 inclusief toebehoren en/of een neher intense

infrarood zonnedouchecabine (Voornoemde [bedrijf 14] B.V.), in elk geval van

enig goed,

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen,

althans eenmaal,


- in/bij genoemde winkels en/of verkooppunten diverse mobiele telefoons en/of

computer(s) en/of een buitenspa met toebehoren en/of een douche-/saunacabine

(op rekening) heeft gevraagd/beteld/gekocht en/of

- ( bij voornoemde [bedrijf 14] B.V.) (daarbij) behorende koopcontract(en),

met onder andere daarbij horende algemene voorwaarde artikel 12

(annuleringskosten), heeft getekend/ondertekend en/of

- ( vervolgens) dit/deze door hem getekend(e)/ondertekend(e) koopcontract(en)

heeft geannuleerd

- zich steeds heeft voorgedaan als een (kredietswaardide) koper die de (nog)

openstaande rekening/factuur zou kunnen/willen/laten betalen,


terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder feit 1 primair en feit 2, eerste gedachtestreepje, tenlastegelegde bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.





5De beoordeling van het bewijs



5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 tenlastegelegde, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder het eerste gedachtestreepje ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot het onder het tweede gedachtestreepje tenlastegelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit onderdeel niet valt te bewijzen en dat verdachte hiervan vrijgesproken zou moeten worden.


De verdediging heeft zich met betrekking tot het onder feit 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte zou moeten worden vrijgesproken.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Met betrekking tot feit 2

Naar het oordeel van rechtbank valt niet wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 tenlastegelegde zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft zich immers niet bediend van een valse naam en evenmin heeft hij listige kunstgrepen toegepast of een samenweefsel van verdichtsels voorgespiegeld. Wel kan worden gezegd dat verdachte zich heeft voorgedaan als een bonafide koper die in staat was de overeengekomen koopsom te betalen, terwijl hij wist dat hij de verschuldigde geldsom niet had en evenmin enig uitzicht had daarop. Zoals de Hoge Raad onlangs heeft uitgemaakt, is het enkel aannemen van een valse hoedanigheid niet voldoende voor bewezenverklaring van oplichting.


Met betrekking tot feit 1

Verdachte heeft ten aanzien van hetgeen aan hem onder feit 1 ten laste is gelegd een volledig bekennende verklaring afgelegd. De rechtbank acht gelet hierop het onder feit 1 primair ten laste gelegde bewezen.


Als bewijsmiddelen hiervoor gelden:


het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 mei 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 1], d.d. 17 maart 2014, pagina’s 30 t/m 34;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 1], d.d. 20 maart 2014, pagina’s 49 t/m 53;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 2], d.d. 31 maart 2014, pagina’s 66 t/m 68;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 3], d.d. 19 maart 2014, pagina’s 77 t/m 80;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 4], d.d. 7 maart 2014, pagina’s 89 t/m 91;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 5], d.d. 11 april 2014, pagina’s 109 t/m 111;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 6], d.d. 14 april 2014, pagina’s 123 t/m 125;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 7], d.d. 17 april 2014, pagina’s 150 t/m 152;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 8], d.d. 17 april 2014, pagina’s 157 t/m 160;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 9], d.d. 5 mei 2014, pagina’s 171 t/m 172;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 10], d.d. 2 mei 2014, pagina’s 177 t/m 179;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 11], d.d. 5 mei 2014, pagina’s 183 t/m 185;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 12], d.d. 5 mei 2014, pagina’s 194 t/m 197;

het proces-verbaal van aangifte van [naam 13], d.d. 2 mei 2014, pagina’s 203 t/m 205;



5.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 15 april 2014 op na te noemen plaatsen een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:


- op 25 november 2013 twee maal een Samsung Galaxy S4 4G met abonnement bij

[bedrijf 1] Business centrum ([adres 1]) te Hengelo en


- tussen 20 december 2013 en 5 januari 2014 twee maal een Apple Iphone 5S met abonnement en twee maal een Apple Iphone 5C 16GB met abonnement bij [bedrijf 1] ([adres 2]) te 's-Gravenhage en


- op 4 december 2013 een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

([adres 3]) te Enschede en


- tussen 26 november 2013 en 11 december 2013 een Samsung Galaxy

Note III met abonnement en een Apple Iphone 5S 16GB met abonnement bij [bedrijf 2]

[bedrijf 2] ([adres 3]) te Enschede en


- tussen 1 oktober 2013 en 29 oktober 2013 vier maal een Apple Ipad 4 16GB en vijf maal een Apple Iphone 5 en een Headphone Beats By Dre bij [bedrijf 3] ([adres 4]) te Vriezenveen, gemeente Twenterand en


- tussen 27 februari 2014 en 05 maart 2014 drie maal een Apple Ipad Air 16GB en twee maal laptop van het merk Asus bij [bedrijf 4] ([adres 5]) te Ommen en


- tussen 28 februari 2014 en 12 maart 2014 zeven maal een Apple Ipad Air 16GB en zeven maal een Apple Iphone 5S 16GB en twee maal een Apple Mac mini en zeven maal hoezen bij [bedrijf 5] ([adres 6]) te Dalfsen en


- op 4 februari 2014 vijf maal een Apple Iphone 5S met abonnement bij [bedrijf 6]

shop ([adres 7]) te Hengelo en


- tussen 25 februari 2014 en 26 februari 2014 vier maal een Apple Ipad Air en twee maal een Apple Iphone 5S 16GB bij [bedrijf 7] ([adres 8]) te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg en


- tussen 11 maart 2014 en 15 maart 2014 een notebook Asus N56v inclusief Trust 15.6 inch notebooktas en een notebook Asus X550c en een tablet Microsoft Surface 2 inclusief toetsenbord bij [bedrijf 8] ([adres 9]) te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten en


- tussen 22 november 2013 en 17 februari 2014 een Acer V3-772G en tweemaal een Samsung Galaxy Tab 3 en een Iphone 5S en/of een Apple Ipad Air en een Apple Imac 27inch bij [bedrijf 9] ([adres 10]) te Almelo en Denekamp en


- tussen 21 februari 2014 en 22 februari 2014 vier maal een Apple Ipad Air en vier maal een Iphone 5S 16GB en twee maal een Iphone 4S 8GB bij [bedrijf 10] ([adres 11]) te Lemelerveld, gemeente Dalfsen en


- omstreeks 1 februari 2014 en 26 maart 2014 12 maal een Apple Iphone 5S 16GB en tien maal een Apple Ipad en een Apple Imac 27 inch bij [bedrijf 11] ([adres 12]) te Oldenzaal en


- omstreeks 15 april 2014 een Apple Ipad Air 16GB en een Apple Iphone 5S

16GB bij [bedrijf 12] ([adres 13]) te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland en


- op 28 februari 2014 tweemaal een Apple Ipad Air 16GB en twee maal een

Apple Iphone 5S bij [bedrijf 13] ([adres 14]) te Hardenberg.



De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.




6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 326a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1 primair

het misdrijf: een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledig betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.



7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft in een periode van enkele maanden goederen gekocht met de bedoeling deze goederen niet te betalen. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de respectievelijke ondernemers in hem gesteld hebben. Deze ondernemers hebben door verdachte’s handelen financiële schade geleden. Verdachte, zelf ook ondernemer geweest, kon weten welke gevolgen zijn handelen voor de ondernemers zou kunnen hebben. De rechtbank rekent dit verdachte aan. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met het feit dat verdachte reeds eerder met justitie in aanraking is geweest ter zake vermogensdelicten. De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het feit dat verdachte’s privé-situatie niet florissant is. Hij heeft vanuit een faillissement, dat bij gebrek aan baten is opgeheven, enorme schulden. Op elke cent die binnenkomt proberen schuldeisers verhaal te halen, waardoor vrijwel continu “schraalhans keukenmeester is”. Dat heeft weer negatieve effecten op andere leefgebieden, zoals wonen, gezin, relaties en levert vrijwel constant stress en spanning op. Al met al verkeert verdachte in een moeilijke situatie. De rechtbank is evenwel van oordeel dat dat niet als excuus kan gelden voor het gedurende langere tijd strafbare handelen van verdachte. Wel heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte vanaf het eerste verhoor openheid van zaken heeft gegeven. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur alsmede een taakstraf een passende straf is. De rechtbank ziet reden een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen teneinde aan verdachte een duidelijke waarschuwing voor de toekomst mee te geven.




9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


De na te noemen personen hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Zij vorderen afzonderlijk veroordeling van verdachte tot betaling van het bedrag dat hierna telkens bij iedere benadeelde partij wordt vermeld.


[bedrijf 1] B.V., p/a van [adres 17], een bedrag van € 4.175,-- (materiële schade);

[bedrijf 4], gevestigd [adres 18], een bedrag van € 2.975,-- (materiële schade);

[bedrijf 5] v.o.f., gevestigd [adres 20], een bedrag van € 9.483,-- (materiële schade);

[bedrijf 6] Nederland, gevestigd [adres 19], een bedrag van € 3.362,-- (materiële schade);

[bedrijf 7], gevestigd [adres 21], een bedrag van € 3.294,00 (materiële schade);

[bedrijf 8], [adres 22], een bedrag van € 2.826,00 (materiële schade);

[bedrijf 9] B.V., gevestigd [adres 23], een bedrag van € 3.592,-- (materiële schade);

[bedrijf 10], gevestigd [adres 24], een bedrag van € 5.958,95 (materiële schade);

[bedrijf 13], gevestigd [adres 25], een bedrag van € 1.228,-(materiële schade);

[bedrijf 11] B.V., gevestigd [adres 26], een bedrag van € 11.611,95 (materiële schade);

[bedrijf 14] B.V., gevestigd [adres 27], een bedrag van € 9.950,00 (materiële schade).


Het standpunt van de officier van justitie


Ten aanzien van de door de benadeelde partijen [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 6] Nederland en [bedrijf 14] B.V. ingediende vorderingen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De door de overige benadeelde partijen ingediende vorderingen kunnen volgens de officier van justitie worden toegewezen met dien verstande dat voor zover de vorderingen ook zien op in rekening gebrachte BTW de vorderingen moeten worden toegewezen zonder het bedrag aan BTW. Met betrekking tot de door de benadeelde partij Van Voorden ingediende vordering heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze vordering zou moet worden toegewezen met uitzondering van het gevorderde bedrag dat ziet op een toetsenbord.


Het standpunt van de verdediging


Ten aanzien van de ingediende vorderingen door de benadeelde partijen heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de door [bedrijf 14] B.V. ingediende vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel afgewezen dient te worden. De door de overige benadeelde partijen ingediende vorderingen dienen volgens de verdediging eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard nu geen van de benadeelde partijen opgave heeft gedaan van hun rechtstreekse schade aangezien alle benadeelde partijen bij opgave van hun schade zijn uitgegaan van de verkoopprijs inclusief BTW. Volgens de verdediging dient te worden uitgegaan van de inkoopprijs exclusief BTW.


De overwegingen van de rechtbank

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde schade, voor zover deze op de opgevoerde BTW ziet, niet voor vergoeding in aanmerking komt, nu BTW bij de belastingaangifte ten voordele van de benadeelde partij wordt verrekend en derhalve niet als rechtstreekse schade van het bewezen verklaarde feit kan worden aangemerkt.


Het betoog van de verdediging dat uitgegaan moet worden van de inkoopprijs van de goederen wordt door de rechtbank niet gevolgd. Het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs is door de benadeelde partij gederfd inkomen en dient naar het oordeel van de rechtbank als rechtstreekse schade van het bewezen verklaarde feit te worden aangemerkt.


De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 8] welke ziet op schade die betrekking heeft op een Surface toetsenbord wordt voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard nu het toetsenbord aan de benadeelde partij is teruggegeven en niet gebleken of gesteld is dat het toetsenbord beschadigd was.


De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 10] welke ziet op de schade die betrekking heeft op een Apple Macbook wordt voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard nu verdachte onder feit 1 niet ten laste is gelegd dat hij een dergelijk apparaat door enig misdrijf zou hebben verkregen.


De vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 6] Nederland worden niet-ontvankelijk verklaard nu niet is gebleken dat degene, die namens deze benadeelde partijen de vordering heeft ingediend, daartoe ook door een bevoegde persoon gemachtigd was.


De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 14] B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde.


Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hierna te noemen benadeelde partijen in hun vordering ontvankelijk en is de vordering voor het na te noemen deel gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de genoemde benadeelde partijen. De opgevoerde schadeposten die worden toegewezen zijn voldoende aannemelijk gemaakt door de desbetreffende benadeelde partij. De rechtbank zal het gevorderde aan de hierna te noemen benadeelde partijen voor na te noemen bedrag toewijzen.

Daar waar een benadeelde partij ten aanzien van een eventueel deel van de gevorderde schade niet-ontvankelijk wordt verklaard, is de vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd of ontbreekt voor toewijzing van dat deel de wettelijke grondslag.

Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling ten aanzien van dat deel en alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.



10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 63 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;


strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:feit 1 primair: een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledig betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij:

[bedrijf 4], van een bedrag van € 2.975,--;

[bedrijf 5] v.o.f, van een bedrag van € 7.837,73;

[bedrijf 7] van een bedrag van € 2.722,31;

[bedrijf 8], van een bedrag van € 1.927,23;



[bedrijf 9] B.V., een bedrag van € 2.968,50;

[bedrijf 10], een bedrag van € 4.511,53;

[bedrijf 13], een bedrag van € 1.014,88;

[bedrijf 11] B.V., een bedrag van € 11.611,95;


veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door elke benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;


- bepaalt dat de benadeelde partij:

[bedrijf 1] B.V. in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 6] Nederland, in het geheel niet-ontvankelijk is haar vordering;

[bedrijf 5] v.o.f, voor een deel van € 1.645,92 niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 7], voor een deel van € 571,69 niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 8], voor een deel van € 1.098,72 niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 9] B.V., voor een deel van € 623,59 niet-ontvankelijk is in haar vordering; [bedrijf 10], voor een deel van € 1.447,42 niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 13], voor een deel van € 213,12 niet-ontvankelijk is in haar vordering;

[bedrijf 14] B.V., in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering;


en dat de benadeelde partijen de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.



Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. M. Melaard en

mr. B.C. Maresch-Evers, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2015.