Rechtbank Overijssel, 10-06-2015 / 08/952908-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:2773

Inhoudsindicatie
Een 41-jarige man uit Enschede moet voor 6 jaar naar de gevangenis voor een woningoverval in Hengelo en een winkeloverval in Oldenzaal die hij in 2009 pleegde. Dat oordeelt de rechtbank Overijssel. De man moet ook een schadevergoeding betalen van € 6.947,46 aan één van de slachtoffers. De Enschedeër heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een gewapende overval in een woning in Hengelo op 31 augustus 2009. Zij forceerden midden in de nacht een voordeur en zijn de woning van het slachtoffer binnengedrongen. Met bivakmutsen/nylonkousen over hun hoofd drongen zij de slaapkamer van het slachtoffer binnen en hebben vuurwapens op het slachtoffer gericht. Het slachtoffer is bedreigd. Ook hebben verdachte en zijn mededaders het slachtoffer vastgepakt en zijn mond dichtgedrukt waardoor het slachtoffer letsel heeft bekomen. Uiteindelijk hebben verdachte en zijn mededaders zonder medeneming van geld en goederen de woning verlaten. Daarnaast heeft de man zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een winkel in Oldenzaal op 24 november 2009. Ook hier gingen zij gewapend en met bivakmutsen/nylonkousen op te werk. Zij richtten een vuurwapen op het slachtoffer en dwongen het slachtoffer de kluis te openen. Vervolgens hebben zij het slachtoffer vastgebonden met duct tape en namen (staats)loten en geld mee.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-10
Zaaknummer
08/952908-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/952908-14

Datum vonnis: 10 juni 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in P.I. Almelo, HvB “de Karelskamp” in Almelo.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 maart 2015 en 27 mei 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. I.A. Groenendijk, advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen een winkel heeft overvallen;

feit 2: samen met anderen heeft geprobeerd een woning te overvallen.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op of omstreeks 24 november 2009 te Oldenzaal - in/uit een winkel en/of kiosk "[bedrijf]", gelegen en/of gevestigd aan de [adres 1] - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid staatsloten en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- gewapend die winkel en/of kiosk is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: "open de kluis!", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens)

- ( daarbij) die [slachtoffer 1] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, althans duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- ( nadat die [slachtoffer 1] de kluis had geopend) die [slachtoffer 1] (met ducktape) heeft/hebben vastgebonden;


2.

hij op of omstreeks [geboortedatum] 2009 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door het forceren en/of verbreken van het slot van de (buiten)deur van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging hierin bestond(en), dat

verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- gewapend en/of met gezichtsbedekkende kleding die woning is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] één of meer vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben getoond, althans duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens)

- de mond van die [slachtoffer 2] heeft/hebben dichtgedrukt, althans heeft/hebben belet dat die [slachtoffer 2] iets kon zeggen en/of schreeuwen.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld ter zake het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 6.947,46 met de wettelijke rente en oplegging van de zogenaamde schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gevorderd.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.





5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

Feit 1


5.1.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte onder 1 tenlastegelegde.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat op 24 november 2009 door drie mannen een overval is gepleegd op een winkel aan de [adres 1] in Oldenzaal. Een aan die overval te koppelen bivakmuts/nylonkous is naast de kluis in de winkel aangetroffen. Op die bivakmuts/nylonkous is een DNA-spoor (speeksel) van verdachte aangetroffen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld – onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2010, met nummer ECLI:NL:HR:2010:BK3359 – dat het alternatieve scenario dat verdachte schetst als niet aannemelijk kan worden beschouwd dan wel dat de lezing van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld.


5.1.2

Het standpunt van de verdediging


De verdediging heeft zich – overeenkomstig haar pleitnotitie – op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. De rechtbank kan niet onomstotelijk vast stellen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Naast het DNA van verdachte is er geen steunbewijs. Het DNA is aangetroffen op een verplaatsbaar object en volgens de jurisprudentie kan dat geen bewezenverklaring opleveren. Er is bovendien een alternatief scenario voor het aangetroffen DNA en er zijn voorts teveel contra-indicaties.


5.1.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Op 24 november 2009 omstreeks 18.00 ziet het slachtoffer, [slachtoffer 1], dat drie gemaskerde mannen zijn winkel, [bedrijf] aan de [adres 1] in Oldenzaal, binnenkomen. De voorste van de drie mannen richt een pistool op het slachtoffer en roept: “Open de kluis!” Het slachtoffer opent de kluis, moet vervolgens met zijn gezicht naar de muur gaan staan en zijn handen worden op zijn rug vastgebonden met duct tape. Het slachtoffer hoort dat de mannen de spullen uit de kluis halen en dat de kassalades worden geopend. In de kluis liggen honderd staatsloten ter waarde van vijftien euro per stuk en honderd loten van drie euro per stuk. In de kassa zit ongeveer vijfhonderdvijftig euro. Uit onderzoek blijkt dat naast de kluis een zwarte bivakmuts/nylonkous met enkele gaten is aangetroffen.


Verdachte ontkent dat hij in de winkel “[bedrijf]” in Oldenzaal is geweest en dat hij ook maar iets met de overval te maken heeft.


Een bemonstering van de bivakmuts/nylonkous ter hoogte van waar vermoedelijk de mond heeft gezeten levert na onderzoek een DNA-profiel op dat afkomstig is van een onbekende man A. De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Het DNA-profiel van de onbekende man A is vergeleken met DNA-profielen uit de Nederlandse DNA-databank. Bij deze vergelijking is in januari 2013 een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte.


Verdachte heeft als verklaring voor zijn DNA op de bivakmuts/nylonkous verklaard dat het zou kunnen dat hij een nylonkous heeft gebruikt als bescherming tegen chemicaliën in een door hem geëxploiteerde hennepkwekerij in 2009. De eigenaren van deze hennepkwekerij zouden, volgens verdachte, bij de ontruiming van de kwekerij allerlei kledingstukken hebben meegenomen, waaronder wellicht deze bivakmuts/nylonkous, waardoor deze bivakmuts/nylonkous buiten toedoen van verdachte aanwezig is geweest bij het plegen van feit 1. Genoemde personen zouden verdachte op die manier “een kunstje willen flikken”.

Op de bivakmuts/nylonkous is een DNA-mengprofiel aangetroffen waaruit een DNA-hoofdprofiel is afgeleid van een man wiens celmateriaal prominent in de bemonstering aanwezig is. Dit DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA van verdachte. Voor het bewust achterlaten van dit kledingstuk door anderen, om verdachte voor de overval te laten opdraaien, ziet de rechtbank geen enkele aanwijzing in het dossier en bovendien acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte een bivakmuts/nylonkous heeft gebruikt ter bescherming tegen chemicaliën, nu algemeen bekend mag worden verondersteld dat een dergelijk kledingstuk daartegen geen bescherming kan bieden. Bovendien zou de verklaring van verdachte betekenen dat men, bij het ontruimen van de hennepkwekerij, bewust uit alle kledingstukken en andere materialen, een door verdachte gebruikt kledingstuk zou hebben moeten afgezonderd, zonder dat daarbij ander celmateriaal prominent is achtergelaten. De rechtbank acht een dergelijk scenario niet aannemelijk.


De rechtbank komt, gezien de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien tot de conclusie dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte samen met anderen, aangever in zijn winkel heeft overvallen en dat daarbij geweld is gebruikt. De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen het onder 1 tenlastegelegde heeft gepleegd.


5.2

Feit 2


5.2.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat er op 31 augustus 2009 door drie mannen een overval is gepleegd op een woning aan de [adres 2] in Hengelo (O). Aan die overval te koppelen goederen zijn kort na de overval op een hondenuitlaatplaats in de nabijheid van de woning aan de [adres 2] aangetroffen. Het betrof onder meer drie paar handschoenen, een geknoopte zakdoek, een pistool, een groen gekleurd vest, een bundeltje tie-wraps, een alarmpistool en een zwarte zaklamp. Op die goederen zijn 18 DNA-sporen van verdachte aangetroffen en van het slachtoffer [slachtoffer 2].

De niet controleerbare verklaring van verdachte dat een zak met kleding uit zijn auto is gestolen, biedt dan ook onvoldoende tegenwicht tegen het voorgaande om tot een andere uitleg te komen.


5.2.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft bij haar pleidooi – overeenkomstig haar pleitnotitie – met name betoogd dat het aangetroffen forensische bewijs onvoldoende redengevend is om tot een bewezenverklaring te komen.

Het onderzoek tegen de verdachte heeft niet meer opgeleverd dan enkele DNA-sporen. De raadsvrouw heeft ten aanzien van de aangetroffen DNA-sporen het volgende naar voren gebracht. Uit de jurisprudentie volgt dat DNA-sporen op verplaatsbare objecten niet leiden tot een bewezenverklaring. Zelfs niet bij een volledige DNA-match. DNA-sporen leveren geen direct, redengevend bewijs op voor de betrokkenheid van verdachte bij deze overval.

Verdachte heeft verklaard dat een zak met kleding is gestolen en dat mogelijk iemand anders hem er probeert in te luizen. Het aangetroffen DNA, voor zover het bewijswaarde heeft, laat zich volledig verklaren door het geschetste scenario dat de daders de kleding van verdachte hebben gebruikt om de overval te plegen.

Daarnaast zijn er contra-indicaties met betrekking tot het signalement van verdachte dat door aangever is gegeven voor wat betreft de lengte, de kleur van de ogen en het accent.

Nu er alleen sprake is van indirect bewijs en verdachte op geen enkele wijze op de plaats delict kan worden geplaatst, kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen en dient verdachte te worden vrijgesproken.


5.2.3

De bewijsoverweging van de rechtbank


Op grond van de bewijsmiddelen, die in de bijlage van dit vonnis zijn opgenomen en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, gaat de rechtbank van het volgende uit.


Op maandag [geboortedatum] 2009 omstreeks 4.00 uur wordt het slachtoffer, [slachtoffer 2], wakker van het geluid van snelle voetstappen op de houten trap naar de eerste verdieping van zijn woning aan de [adres 2] in Hengelo (O). Het slachtoffer ziet een gemaskerde man om de hoek van de deur van de slaapkamer kijken. Het slachtoffer schreeuwt tegen zijn vrouw: “Help, help, bel de politie”. Het slachtoffer ziet dat de gemaskerde man zijn slaapkamer inloopt op de voet gevolgd door nog twee gemaskerde mannen. Het slachtoffer ziet dat de twee mannen die op hem aflopen een wapen op hem gericht houden. De derde man, in de deuropening, houdt het wapen langs zijn lichaam en verlicht de slaapkamer met een zaklamp. De andere twee mannen proberen het slachtoffer vast te pakken en hem het schreeuwen te beletten. Het slachtoffer voelt dat één van de mannen een hand hard op zijn mond drukt. Het slachtoffer verzet zich tegen de twee mannen. Het slachtoffer is daarbij gewond geraakt aan zijn mond. Eén van de mannen richt het pistool op het hoofd van het slachtoffer. Het slachtoffer blijft zich verzetten. Vervolgens ziet het slachtoffer dat de twee mannen een brede rol plakband vast hebben en proberen daar een stuk vanaf te scheuren. Plotseling verlaten de drie mannen de woning. Het slachtoffer ziet dat na de overval op de vloer van de slaapkamer een zwarte tie-wrap ligt die door de daders is achtergelaten en dat de voordeur geforceerd is.


De daders waren tussen de 18 en 30 jaar oud. Alle drie met een lichte huidskleur. Zij spraken goed Nederlands, waren tussen de 1.70 meter en 1.75 meter lang, hadden een breed en gezet postuur en hadden donkerbruin haar. De twee waar het slachtoffer mee aan het vechten was, hadden geen gezichtsbeharing. Deze beide mannen hadden een lichte kleur ogen.

De derde man sprak als iemand van buitenlandse afkomst die wel goed Nederlands spreekt.


Verdachte ontkent dat hij in de woning aan de [adres 2] in Hengelo (O) is geweest en dat hij ook maar iets met de overval te maken heeft.


Op [geboortedatum] 2009 omstreeks 4.15 uur ontvangt de politie een melding dat er zojuist een overval heeft plaatsgevonden door drie mannen op de bewoners van een woning aan de [adres 2] in Hengelo (O).

Kort na de overval, omstreeks 5.10 uur, treft getuige [getuige] op een hondenuitlaatplaats gelegen op de hoek van de Oude Bornseweg en de Ruijsdaelstraat, enkele honderden meters van de woning aan de [adres 2] in Hengelo (O), een paar handschoenen en een pistool aan.

De ter plaatse gekomen politie voert onderzoek uit op de hondenuitlaatplaats en treft een paar grijs/zwarte handschoenen, een geknoopte zakdoek, een pistool, merk Smith & Wesson, een rol zwarte tape, een groen gekleurd vest, een bundeltje zwarte tie-wraps, een paar wit/grijze handschoenen, een alarmpistool “Gun Italy”, een zwarte zaklamp en een paar blauwe handschoenen aan. De aangetroffen goederen worden inbeslaggenomen en forensisch onderzocht op de aanwezigheid van sporen.


Onderzoek aan de buitenzijde van het vest wijst uit dat op twee plaatsen op de rechtersteekzak van het vest bloedsporen te vinden zijn. Nader onderzoek wijst uit dat het bloed op de rechtersteekzak afkomstig is van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Het NFI heeft berekend dat de kans dat het betreffende DNA van [slachtoffer 2] matcht met het DNA van iemand anders kleiner is dan één op één miljard. Het DNA-profiel dat aan de binnenzijde van hetzelfde vest op de kraag en de manchet van de rechtermouw wordt gevonden behoort toe aan een onbekende man A. De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op een miljard.


De geknoopte zakdoek is door het NFI onderzocht op speeksel. Nader onderzoek wijst uit dat het DNA-profiel op de geknoopte zakdoek toebehoort aan een onbekende man A. Het NFI heeft berekend dat de kans dat het betreffende DNA van de onbekende man matcht met het DNA van iemand anders kleiner is dan één op één miljard. Op de zakdoek wordt ook celmateriaal gevonden van het slachtoffer [slachtoffer 2].

De grijs/zwarte handschoenen zijn door het NFI onderzocht. In de bemonsteringen aan de binnen- en buitenzijde van de linkerhandschoen is een DNA-mengprofiel gevonden waarvan het NFI heeft geconcludeerd dat de onbekende man A één van de donoren kan zijn.


Het DNA-profiel van de onbekende man A is vergeleken met DNA-profielen uit de Nederlandse DNA-databank. Bij deze vergelijking is in januari 2013 een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte.


Uit de resultaten van het NFI-onderzoek, waarbij zowel sporen van verdachte als bloedsporen en celmateriaal van het slachtoffer zijn gevonden op het vest en de geknoopte zakdoek die kort na de overval in de nabijheid van de woning van het slachtoffer zijn gevonden, leidt de rechtbank allereerst af dat de bloedsporen en het celmateriaal van het slachtoffer bij gelegenheid van de overval op de woning aan de [adres 2] in Hengelo (O) op het vest en de zakdoek moeten zijn terechtgekomen. Daarbij is ook van belang dat de daders van de overval, volgens het slachtoffer [slachtoffer 2], een zwarte zaklamp, zwarte tie-wraps en vuurwapens bij zich hadden, welke eveneens op de hiervoor genoemde hondenuitlaatplaats in de nabijheid van de andere sporendragers zijn aangetroffen.


Gelet op de verdere hierboven genoemde resultaten van het forensisch onderzoek, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte de donor van het celmateriaal is geweest in diverse bemonsteringen op sporendragers, die ten tijde van de overval zijn gedragen. Daarbij kent de rechtbank gewicht toe aan het gegeven dat het niet gaat om één maar meerdere en verschillende soorten sporendragers, te weten een vest, zakdoek en handschoenen.


Verdachte heeft in januari 2015 verklaard dat hij werkzaamheden verrichtte in een hennepkwekerij waarbij hij een jasje met capuchon, handschoenen en een nylonkous droeg. Die kleding is vermoedelijk gestolen uit de opslagruimte van de hennepkwekerij en gebruikt bij de overval.

De rechtbank stelt vast dat op het vest alleen enkelvoudig DNA, dat, naast een match met het slachtoffer, alleen matcht met het DNA van verdachte, is aangetroffen en dat verdachtes DNA prominent aanwezig is op de zakdoek. Gelet op het late stadium waarin verdachte met een verklaring is gekomen, verdachte de kleding ook niet met zekerheid herkend en het feit dat deze verklaring ook overigens op geen enkele wijze wordt ondersteund, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat een ander dan verdachte de kleding ten tijde van de overval heeft gedragen.


Dat verdachte wellicht niet helemaal in de door aangever opgegeven signalementen past, zoals door de raadsvrouwe is betoogd, doet aan het vorenstaande naar het oordeel van de rechtbank niets af. De rechtbank heeft daarbij in ogenschouw genomen dat aangever geconfronteerd werd met 3 daders, een vechtpartij is ontstaan waarbij hij zich hevig heeft verzet en zijn waarnemingen in deze angstige en hectische situatie heeft gedaan.


De rechtbank komt, gezien de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien tot de conclusie dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte samen met anderen, aangever in zijn woning heeft proberen te overvallen en dat daarbij geweld is gebruikt. De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen het onder 2 tenlastegelegde heeft gepleegd.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 24 november 2009 te Oldenzaal - in/uit een winkel/kiosk "[bedrijf]", gevestigd aan de [adres 1] - tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid staatsloten en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

- gewapend die winkel/kiosk zijn binnen gegaan en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 1] hebben geroepen: "open de kluis!", en vervolgens

- daarbij die [slachtoffer 1] een pistool hebben getoond, en vervolgens

- nadat die [slachtoffer 1] de kluis had geopend die [slachtoffer 1] (met duct-tape) hebben vastgebonden;

2.

hij op [geboortedatum] 2009 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 2], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, door het forceren en/of verbreken van het slot van de (buiten)deur van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden, dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen,

- gewapend en met gezichtsbedekkende kleding die woning zijn binnen gegaan en vervolgens

- die [slachtoffer 2] vuurwapens hebben getoond, en vervolgens

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en vervolgens

- de mond van die [slachtoffer 2] heeft/hebben dichtgedrukt.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 310 en 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.


feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.



8De op te leggen straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een gewapende overval in een woning. Verdachte en zijn mededaders hebben midden in de nacht een voordeur geforceerd en zijn de woning van het slachtoffer binnengedrongen. Verdachte en zijn mededaders zijn met bivakmutsen/nylonkousen over hun hoofd de slaapkamer van het slachtoffer binnengedrongen en hebben vuurwapens op het slachtoffer gericht. Het slachtoffer is bedreigd. Ook hebben verdachte en zijn mededaders het slachtoffer vastgepakt en zijn mond dichtgedrukt waardoor het slachtoffer letsel heeft bekomen. Uiteindelijk hebben verdachte en zijn mededaders zonder medeneming van geld en goederen de woning verlaten.

Voorts heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een winkel. Verdachte en zijn mededaders zijn gewapend en met bivakmutsen/nylonkousen op de winkel binnengedrongen. Verdachte en zijn mededaders hebben een vuurwapen op het slachtoffer gericht en het slachtoffer gedwongen de kluis te openen. Vervolgens hebben zij het slachtoffer vastgebonden met duct tape. Door verdachte en zijn mededaders zijn (staats)loten en geld meegenomen.

Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven ernstige en langdurige psychische schade aanrichten bij de slachtoffers.

Het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft nadien last gehad van een depressie, slapeloosheid, angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid. Het slachtoffer heeft zijn zaak vier maanden na de overval verkocht omdat hij bang was dat hij nogmaals werd overvallen. De overval heeft zeer veel impact op het slachtoffer gehad, zoals ook verwoord in zijn schriftelijke slachtofferverklaring. Verdachte en zijn mededaders hebben zich kennelijk laten leiden door de zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van hun handelen voor de slachtoffers.

De rechtbank overweegt dat dergelijke feiten de rechtsorde schokken en bijdragen aan algemene gevoelens van onveiligheid.


De rechtbank heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 april 2015, waaruit blijkt dat verdachte vaker onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten en vermogensdelicten.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr in rekening gebracht het vonnis van de politierechter te Almelo van 20 april 2011 waarbij verdachte ter zake huiselijk geweld tot straf is veroordeeld.


De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van de Pro Justitia rapportage van 14 januari 2015, opgesteld door drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog. Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is sprake van pathologisch gokken bij verdachte met een onderliggende persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken. De vraag of de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten beïnvloedde is door de psycholoog niet beantwoord gelet op de stellige ontkenning door verdachte van de ten laste gelegde feiten.


Voorts heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf acht geslagen op de vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), voor zover die voor soortgelijk feiten als het onderhavige zijn vastgesteld.

De oriëntatiepunten straftoemeting kennen als uitgangspunt voor een overval op een woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Indien ander geweld dan het geven van een enkele ruk of duw wordt gebruikt, is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De oriëntatiepunten straftoemeting kennen als uitgangspunt voor een overval op een winkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren. Indien ander geweld dan het geven van een enkele ruk of duw wordt gebruikt, is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Deze straffen kunnen worden verhoogd of verlaagd indien sprake is van strafvermeerderende of strafverminderende factoren, waarbij wordt gedacht aan factoren als de omvang van de schade, het letsel, recidive en het al dan niet aanwezig zijn van een samenwerkingsverband, het soort wapen dat is gebruikt en/of van kwetsbare slachtoffers.

De rechtbank is van oordeel dat voor de strafoplegging in het onderhavige geval bij deze oriëntatiepunten kan worden aangeknoopt. De rechtbank merkt in dit verband in het bijzonder op dat bij beide overvallen gebruik is gemaakt van vuurwapens , dat de overvallen werden gepleegd door meerdere personen waarvan een grote dreiging uitging mede door het gebruik van gezichtsverhullende hoofdbedekking en dat er zodanig geweld is gebruikt dat 1 van de slachtoffers letsel heeft opgelopen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan – met inachtneming van voornoemde oriëntatiepunten straftoemeting – een gevangenisstraf rechtvaardigen die gelijk is aan de eis van de officier van justitie. De rechtbank zal daarom aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, opleggen.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 1], wonende te [adres 3], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van verdachte tot betaling van in totaal € 6.947,46, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - Reiskosten € 17,46;
  • - Medische kosten € 930,00;
  • - Immateriële schade € 6.000,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde onder 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 6.947,46, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 10 juni 2015. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 tenlastegelegde is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 57 en 63 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1: het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2: het misdrijf: poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres 3], van een bedrag van

€ 6.947,46, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2015;

  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde onder 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 6.947,46 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 69 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.


Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. E.V.A. Groener en

mr. A. Flos, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.


Buiten staat

Mr. E.V.A. Groener is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.