Rechtbank Overijssel, 10-06-2015 / C/08/162716 / HA ZA 14-493


ECLI:NL:RBOVE:2015:2972

Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Opzegging van duurovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een duurovereenkomst, die in beginsel opzegbaar is. Vervolgens is de vraag aan de orde of de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat de overeenkomst in kwestie slechts kan worden opgezegd indien daarvoor een zwaarwegende grond bestaat, dat een bepaalde opzegtermijn in acht genomen had moeten worden of dat de opzegging slechts gepaard kon gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval. De rechtbank laat partijen toe zich bij akte hierover uit te laten.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
C/08/162716 / HA ZA 14-493
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/162716 / HA ZA 14-493

datum vonnis: 10 juni 2015


Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Carré Wonen & Slapen B.V.,

gevestigd te Volendam,

eiseres,

verder te noemen Carré,

advocaat: mr. P.A.J.M. Lodestijn te Plasmolen,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eastborn Slaapsystemen B.V.,

gevestigd te Vroomshoop,

gedaagde,

verder te noemen Eastborn,

advocaat: mr. W.A.J. Hagen te Arnhem.



1Het procesverloop


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - het tussenvonnis van de rechtbank van 10 december 2014;
  • - de op 19 februari 2015 door Carré overgelegde producties ten behoeve van de comparitie van partijen;
  • - het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 9 maart 2015.

1.2

Thans zal vonnis worden gewezen.


2De verdere beoordeling van het geschil


2.1

De rechtbank neemt over hetgeen zij reeds bij tussenvonnis van 10 december 2014 heeft overwogen en beslist, met dien verstande dat ter comparitie is vastgesteld dat het Hilding Anders concern sinds 2001 het merk Pullman aanbiedt. Eastborn (in het tussenvonnis nog Hilding Anders genoemd) is in 2007 tot het Hilding Anders concern toegetreden en levert sinds die tijd de Pullman systemen.




2.2

In geschil is de vraag of tussen partijen sprake was van een duurovereenkomst, die – al dan niet met inachtneming van een opzegtermijn – door Eastborn kon worden opgezegd. De rechtbank dient vooraleerst te beoordelen of sprake was van een duurovereenkomst. Indien dat wordt vastgesteld komen de vragen omtrent de mogelijkheid tot opzegging en de eventueel in acht te nemen opzegtermijn of toe te kennen (schade)vergoeding aan de orde.


De aard van de overeenkomst


2.3

Tussen partijen staat vast dat het Hilding Anders concern in 2001 Pullman heeft overgenomen en sinds 2001 het merk Pullman aan Carré levert. Sinds 2007 wordt het merk Pullman geleverd door Eastborn, dat tot het Hilding Anders concern behoort. Tot 2001 nam Carré het merk Pullman rechtstreeks bij Pullman af. Carré meent dat sprake is van een duurovereenkomst voor de levering van het merk Pullman, terwijl Eastborn heeft betoogd dat sprake is van overeenkomsten, die ieder jaar opnieuw werden gesloten tussen partijen.


2.4

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande dat de relatie tussen Carré en Eastborn, die sinds 2007 bestond, moet worden aangemerkt als één contractuele relatie, die is te kwalificeren als een (stilzwijgende) duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Weliswaar bestond de relatie formeel uit een aaneenschakeling van verschillende overeenkomsten, maar uit het geruime tijd laten bestaan van die situatie, die ook vele jaren daarvoor al bestond met de rechtsvoorgangers van Eastborn, volgt een zekere mate van vanzelfsprekendheid met betrekking tot het steeds opnieuw sluiten van de overeenkomsten. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank het feit dat Carré tot 2012 in de persoon van de heer Braaksma al 22 jaren dezelfde contactpersoon had bij Eastborn, het Hilding Anders concern en bij Pullman.


2.5

De rechtbank komt tot de conclusie dat sinds 2007 sprake is van een duurovereenkomst tussen Carré en Eastborn.


De mogelijkheid tot opzegging


2.6

Op basis van vaste jurisprudentie (o.m. Hoge Raad 3 december 1999, NJ 2000/120 en Hoge Raad 14 juni 2013, NJ 2013/341) dient de vraag of de opzegging van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in een concreet geval het beoogde rechtsgevolg hebben gehad, bij gebreke van een wettelijke of contractuele regeling daaromtrent, te worden beantwoord aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval.


2.7

Niet is gesteld of gebleken dat de overeenkomst tussen Carré en Eastborn bepalingen over opzegging bevat. In een dergelijk geval, waarin niet is voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

2.8

Voor opzegging van een duurovereenkomst is dus niet vereist dat sprake is van een zwaarwegende grond daarvoor. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen dat in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval met zich brengen, maar het is geenszins een algemeen vereiste voor opzegging van duurovereenkomsten. In beginsel is de overeenkomst tussen Eastborn en Carré dan ook opzegbaar.


De overeenkomst en de omstandigheden van het geval


2.9

Vervolgens is de vraag aan de orde of de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat de overeenkomst in kwestie slechts kan worden opgezegd indien daarvoor een zwaarwegende grond bestaat, dat een bepaalde opzegtermijn in acht genomen had moeten worden of dat de opzegging slechts gepaard kon gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval.


2.10

Carré heeft aangevoerd dat de mate van afhankelijkheid van de levering van het merk Pullman en de duur van de overeenkomst betrokken moeten worden bij de beoordeling.


2.11

Indien sprake is van een nagenoeg volledige afhankelijkheid van een duurovereenkomst, kan worden betoogd dat de voortzetting van het bedrijf in het geding komt. Dit zou kunnen worden aangemerkt als een zwaarwegende grond, die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, met zich brengt dat de duurovereenkomst niet zou kunnen worden opgezegd. Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke mate van afhankelijkheid geen sprake. Vast staat dat Carré naast Pullman ook andere merken aanbood, waarvoor zij contracten met andere leveranciers had. Niet is gesteld of gebleken dat het voortbestaan van Carré in gevaar is gekomen als gevolg van de opzegging van de overeenkomst door Eastborn.


2.12

De mate van afhankelijkheid kan echter ook een rol spelen bij de vraag of de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat Carré tegemoet moet worden gekomen in de vorm van een bepaalde opzegtermijn of een eventuele (schade)vergoeding, zoals hiervoor overwogen. Partijen verschillen van mening over de mate waarin het merk Pullman bijdroeg aan de omzet van Carré. Vooralsnog ontbreekt het aan een cijfermatige onderbouwing op grond waarvan de rechtbank een beslissing kan nemen.


2.13

Met betrekking tot de duur van de overeenkomst staat vast dat de relatie tussen Eastborn en Carré sinds 2007 bestaat. Carré had echter al sinds 2001 een handelsrelatie met het Hilding Anders concern, waartoe Eastborn sinds 2007 is gaan toebehoren. Vooralsnog is de rechtbank van oordeel dat in ieder geval ook de jaren tussen 2001 en 2007 betrokken moeten worden bij de beoordeling van de onder r.o. 2.9 genoemde vraag.


2.14

Voorts acht de rechtbank het mogelijk dat de jaren voorafgaand aan 2001 bij deze kwestie moeten worden betrokken. Dit is echter afhankelijk van de vraag in hoeverre sprake was van exclusiviteit van de levering van het merk Pullman, in hoeverre sprake is geweest van een voortzetting van de oude overeenkomst en of er geen bijzondere onderbrekingen, zoals een faillissementssituatie, in de voortduring van de relatie hebben plaatsgevonden. Thans is nog niet voldoende duidelijk over deze feiten en omstandigheden om te kunnen concluderen dat de jaren voor 2001 betrokken moeten worden bij de beoordeling van de onder r.o. 2.9 geformuleerde vraag.

2.15

De rechtbank acht zich nog onvoldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen over de in r.o. 2.9 geformuleerde vraag, nu de standpunten van partijen dienaangaande niet nader zijn onderbouwd met stukken. Carré zal daarom in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de voor de beantwoording van die vraag relevante feiten en omstandigheden, met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank zoals weergegeven in r.o. 2.10 e.v. Eastborn zal vervolgens op haar beurt bij antwoordakte op de akte van Carré kunnen reageren. Indien nieuwe producties in het geding worden gebracht, krijgen partijen nog gelegenheid zich bij akte daarover uit te laten.


3De beslissing


De rechtbank:


I. Laat Carré toe om zich bij akte nader uit te laten over de in r.o. 2.9 geformuleerde overwegingen van de rechtbank, zoals overwogen in r.o. 2.15 en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 8 juli 2015.


II. Houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Bosch en is op 10 juni 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.