Rechtbank Overijssel, 12-01-2015 / 08/730493-14 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:302

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 21-jarige vrouw voor zware mishandeling van haar vriend tot een gevangenisstraf van 165 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Bij een ruzie in de auto stak zij met haar vinger in het linkeroog van haar vriend. Hierdoor veroorzaakte zij zeer ernstig oogletsel in de vorm van een blijvend sterk verminderd gezichtsvermogen. De vrouw is verminderd toerekeningsvatbaar. Als bijzondere voorwaarde moet de vrouw meewerken aan psychiatrische behandeling.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-01-12
Publicatiedatum
2015-01-21
Zaaknummer
08/730493-14 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/730493-14 (P)

Datum vonnis: 12 januari 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] (Kameroen),

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de GGZ-instelling Altrecht Aventurijn

(FPA Roosenburg) te Den Dolder.


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:

(primair) zware mishandeling dan wel (subsidiair) poging tot zware mishandeling dan wel (meer subsidiair) mishandeling van [slachtoffer] op of omstreeks 8 september 2014;

mishandeling van [slachtoffer] op of omstreeks 7 september 2014.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

zij op of omstreeks 08 september 2014, in de gemeente Kampen, aan een persoon,

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten geheel of

gedeeltelijke blindheid aan het linker oog, heeft toegebracht, door genoemde

[slachtoffer] opzettelijk gewelddadig met een of meer (gestrekte) vinger(s)

meermalen, althans eenmaal, in het (linker)oog te steken of te prikken of te duwen;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat


zij op of omstreeks 08 september 2014, in de gemeente Kampen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk gewelddadig genoemde

[slachtoffer] met een of meer (gestrekte) vinger(s) meermalen, althans eenmaal, in

het (linker)oog heeft gestoken of geprikt of geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat


zij op of omstreeks 08 september 2014, in de gemeente Kampen, opzettelijk

mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer], met een of meer (gestrekte)

vinger(s) meermalen, althans eenmaal, in het (linker)oog heeft gestoken of geprikt of geduwd, en/of opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer],

meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of gekrabt, tengevolge waarvan genoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk

letsel (geheel of gedeeltelijke blindheid aan het linker oog), althans enig lichamelijk

letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;


2.

zij op of omstreeks 07 september 2014, te Wapenveld, in de gemeente Heerde,

opzettelijk mishandelend haar levensgezel, althans een persoon, genaamd [slachtoffer]

[slachtoffer], meermalen, althans eenmaal, met de al dan niet tot vuist gebalde hand

in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of (elders) tegen het lichaam heeft gestompt

en/of geslagen, en/of opzettelijk mishandelend haar levensgezel, althans een persoon, genaamd [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal, in het kruis, althans tegen het

(onder)lichaam heeft geschopt of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot:

- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 45 dagen;

- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 3 jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een klinische behandeling voor een maximumduur van 2 jaar.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


Verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde verklaard dat zij tijdens een ruzie in de auto met haar handen het hoofd van het slachtoffer tegen het raam van het autoportier heeft geduwd en toen per ongeluk in zijn oog kwam. Verdachte heeft daarbij getoond hoe zij met haar beide handen het slachtoffer heeft weggeduwd (waarbij zij met haar vingers klauwende bewegingen naar voren heeft gemaakt) en zij heeft verklaard dat zij dat mogelijk meermalen heeft gedaan.. Verdachte heeft voorts verklaard dat het nooit haar bedoeling is geweest om het slachtoffer blind te maken.

Verdachte heeft ter terechtzitting het onder 2 tenlastegelegde ontkend.


De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.


De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde, alsmede van het onder 2 tenlastegelegde. De raadsman van de verdachte heeft geconcludeerd dat ter zake van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde een bewezenverklaring kan volgen.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Ten aanzien van feit 1


De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. De rechtbank overweegt daartoe dat de aangifte van [slachtoffer] steun vindt in de letselrapportage van 10 september 2014. De rechtbank hecht voorts betekenis aan de verklaring van verdachte omtrent de toedracht. Door met beide handen klauwende bewegingen naar voren te maken (op de wijze zoals door verdachte ter terechtzitting is getoond) in de nabijheid en in de richting van de ogen van [slachtoffer], bestaat de aanmerkelijke kans dat een of meer ogen worden geraakt en aldus zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht wordt veroorzaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat de ogen een kwetsbaar lichaamsdeel zijn. (Krachtige) aanraking van het oog kan ernstig letsel veroorzaken waaronder het slachtoffer duurzaam lijdt, zoals in casu ook is gebleken. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de uiterlijke verschijningsvormen van de gedragingen van verdachte, zoals hierboven geschetst, kan worden vastgesteld dat verdachte deze aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard. Hierdoor is sprake van – in ieder geval voorwaardelijk – opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Uit de aanvullende letselrapportage d.d. 10 september 2014 blijkt onder meer dat sprake is van zeer ernstig oogletsel van het linker oog met blijvende schade, waarbij het zien blijvend sterk verminderd is.


Ten aanzien van feit 2


De rechtbank acht onvoldoende wettig bewijs voorhanden dat aangever [slachtoffer] pijn en/of letsel heeft ondervonden.


5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op 8 september 2014, in de gemeente Kampen, aan een persoon, genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten gedeeltelijke blindheid aan het linker oog, heeft toegebracht, door genoemde [slachtoffer] opzettelijk gewelddadig met een of meer (gestrekte) vinger(s) meermalen in het (linker)oog te steken of te prikken of te duwen.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het onder 1 primair bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


Feit 1:

Zware mishandeling.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank (onder meer) acht geslagen op:

een uittreksel justitiële documentatie d.d. 13 november 2013;

- een Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 24 december 2014;

- een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoeksrapport d.d. 28 november 2014

uitgebracht door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus;

- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoeksrapport d.d. 1 december 2014

uitgebracht door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog.


De rechtbank neemt de in voornoemde onderzoeksrapportages vervatte conclusies betreffende de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte op de daarvoor in voornoemde rapportages genoemde gronden over en maakt die tot de hare.

De rechtbank zal de verdachte derhalve als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.


De rechtbank heeft bij het bepalen van strafsoort en strafmaat in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van haar vriend door met een of meer van haar vingers in zijn linker oog te prikken of duwen waardoor zeer ernstig oogletsel is veroorzaakt in de vorm van een blijvend sterk verminderd gezichtsvermogen van dat linkeroog. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Een dergelijk feit rechtvaardigt in beginsel het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van niet geringe duur.


De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg

Vakinhoud strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van zware mishandeling een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Wanneer sprake is van het opzettelijk toebrengen van zeer zwaar lichamelijk letsel geldt een oriëntatiepunt van 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Deze omstandigheid is in het onderhavige geval aan de orde, aangezien er geen zicht bestaat op volledige genezing van het oogletsel.

De rechtbank heeft ten voordele van de verdachte in aanmerking genomen dat zij een blanco strafblad heeft. Voorts moet verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd, hetgeen strafverlagend werkt.

De rechtbank heeft bij haar beoordeling voorts laten meewegen dat de verdachte sinds 25 september 2014 in het kader ven de schorsing van de voorlopige hechtenis klinisch is opgenomen op de forensisch psychiatrische afdeling Roosenburg van de GGZ-instelling Altrecht Aventurijn te Den Dolder, alsmede dat de verdachte zich bereid heeft verklaard om mee te werken aan (voortzetting van) de klinische behandeling van (onder meer) haar persoonlijkheidsproblematiek en aan een aansluitend ambulant behandelingstraject, zoals door de gedragsdeskundigen en de reclassering is geadviseerd. Tenslotte heeft de rechtbank laten meewegen dat de relatie tussen de verdachte en [slachtoffer], het slachtoffer, in stand is gebleven en dat door beiden is aangegeven dat zij hun relatie willen voortzetten.


De rechtbank acht op grond van de inhoud van de omtrent verdachte uitgebrachte rapportages en op grond van hetgeen overigens tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen termen aanwezig om een gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk niet ten uitvoer te doen leggen, onder de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan een klinisch behandeltraject en een aansluitend ambulant behandeltraject.

Alle hiervoor genoemde omstandigheden afwegende acht de rechtbank in dit geval oplegging van de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden, met dien verstande dat de rechtbank de maximumduur van de klinische behandeling van de verdachte op één jaar zal bepalen.


11De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

12De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het onder1 bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het onder 1 bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Feit 1:

Zware mishandeling.


- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 165 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;


Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

1. de verdachte zich persoonlijk moet melden bij de reclassering (Reclassering Nederland, Advies & Toezicht, unit 2 Midden-Noord te Utrecht). Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. de verdachte zal meewerken aan (voortzetting van) de klinische behandeling bij Altrecht Aventurijn, FPA Roosenburg, Distelvlinder 5 te Den Dolder, of bij een soortgelijke instelling, zulks voor de duur van maximaal één jaar, alsmede aan een aansluitend ambulant traject, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven.


- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekeringstelling heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

opheffing bevel voorlopige hechtenis

heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.



Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.H. Meijer en

mr. S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2015.





Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie, Eenheid Oost-Nederland, District IJsselland, Team Noord, proces-verbaalnummer 2014075155, opgemaakt en gesloten op 10 september 2014. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Het proces-verbaal verhoor van aangever [slachtoffer] van 8 september 2014, dossierpagina 23-24, inhoudende:


Ik wil aangifte doen van zware mishandeling gepleegd door mijn vriendin [verdachte]. Zij heeft mij opzettelijk meerdere malen met gestrekte vingers in het gezicht gestoken waarbij ik zwaar letsel heb opgelopen aan mijn linker oog. (…)

Toen wij in Kampen reden begon zij mij de hele tijd met een vinger in het gezicht te prikken. (…)


2.

Het proces-verbaal verhoor van aangever [slachtoffer] van 8 september 2014, dossierpagina 28-30, inhoudende:


Gisteren, op 7 september (…) kwam de politie . (…) Ik moest [verdachte] meenemen van de politie.

[verdachte] is toen bij mij in de auto gestapt (….) We zijn terug gereden in de richting van Kampen. We zijn de stadbrug weer over gereden, de IJsselkade op in de richting van de Flevoweg, de N50. (…) Toen we op de Flevoweg reden (…) Ik moest toen wel stoppen. Ik heb de auto toen ook stilgezet (…) [verdachte] bleef me toen maar met haar vingers steken. Ik weet niet meer hoe vaak ze me wel niet gestoken heeft in het gezicht. Ze stak met haar vingers en ze stak met open hand naar mij. Ze raakte me in mijn gezicht. Ze pakte mij ook bij mijn hoofd beet. Ze pakte mij in mijn gezicht beet. Ik heb haar toen van mij afgeduwd. We zaten toen nog steeds in de auto. Toen kreeg ik deze te pakken.

Opmerking verbalisanten: aangever wijst naar zijn afgeplakte linkeroog.

Ze stompte mij eerst hard in mijn gezicht en gelijk stak ze toen met haar vingers in mijn linkeroog. (…) Ik voelde gelijk een hevige pijn en ik wist dat dit niet goed was. Ik kon gelijk niets meer zien met mijn oog. Ik wist dat ik hulp nodig had. (…)

Ik heb 112 gebeld (…)

De politie en de ambulance zijn toen gekomen (…) Ik ben met de ambulance naar de Isalakliniek in Zwolle gebracht. Daar ben ik vanochtend om 06.00 uur aan mijn linkeroog geoperereerd.

Opmerking verbalisanten: in het gezicht en op het hoofd van aangever zijn diverse krassen te zien.


2.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte van 9 september 2014, dossierpagina 17-22, inhoudende:


We reden richting Ens over Kampen (…) Op een gegeven moment stonden we stil met de auto. Ik denk dat het in Kampen was (…) Daarom heb ik hem in zijn gezicht geduwd om los te komen (…) Met beide handen (…) Ik heb meerdere keren met beide handen hem van mij afgeduwd. (…) Ik heb [slachtoffer] in zijn gezicht geraakt (…) Mogelijk heb ik hem gekrabt toen ik los probeerde te komen.


3.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 29 december 2014, inhoudende:


We reden in Kampen. (…) Ik duwde [slachtoffer] toen weg tegen het raam. (opmerking griffier: op verzoek van de voorzitter maakt de verdachte vervolgens met beide handen de beweging waarmee zij destijds het slachtoffer heeft weggeduwd. Daarbij was zichtbaar dat de verdachte met beide handen een klauwende beweging naar voren maakte.) Het is best mogelijk dat ik dat toen meermalen heb gedaan.


4.

De letselrapportage van GGD IJsselland d.d. 10 september 2014, opgemaakt door S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts, inhoudende:


Letselbeschrijving

Hoofd:

  • - het linkeroog ge geperforeerd: door een harde en diepe priemende beweging is het hoornvlies doorboord/gescheurd en het regenboogvlies afgescheurd;
  • - middels een noodoperatie is het oog gehecht en dicht gemaakt en moest een deel van het afgescheurde regenboogvlies verwijderd worden (is technisch niet meer te repareren)

Beoordeling letsel

Letsel past bij toedracht:

Letsel veroorzaakt door hard priemend letsel – zoals bijvoorbeeld steken met een vinger of een hard slank voorwerp – uitgeoefend op het oog van SO

Bijzonderheden:

Zeer ernstig oogletsel met – nu al duidelijk – blijvende schade.



5.

De aanvullende letselrapportage van GGD IJsselland d.d. 24 november 2014, opgemaakt door S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts, inhoudende:


Letselbeschrijving

Onveranderd

Beoordeling letsel

Herstel:

Er is blijvende restschade: een deel van het regenboogvlies is verdwenen en er is blijvende inwendige schade in het oog veroorzaakt;

Blijvend letsel:

Blijvende beschadiging van het oog met in elk geval deels afwezig regenboogvlies wat gevolgen heeft door aanpassing aan licht en scherpstellen van het betreffende oog. Het zien is blijvend sterk verminderd.

Bijzonderheden:

Herbeoordeling o.b.v. de door behandelaar verstrekte gegevens geeft aan dat er in de eerder beschreven toestand qua letsel, behandeling en prognose niets veranderd is en naar verwachting ook niet essentieel meer veranderen zal.