Rechtbank Overijssel, 23-06-2015 / 08/910093-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:3107

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 38-jarige man uit Assen voor een poging tot zware mishandeling en bedreiging van een politieman en enkele verkeersovertredingen in Hengelo tot 12 maanden en 5 weken gevangenisstraf en een rijontzegging van in totaal 27 maanden. Daarnaast moet hij een schadevergoeding van €650,- aan de politieman betalen. De man reed tijdens een achtervolging door een politieman op een bijzonder gevaarlijke wijze met een personenauto. Bovendien was hij niet in het bezit van een rijbewijs en had hij alcohol gedronken. Nadat de bestuurder zich aan de Nieuwe Grensweg in Hengelo had vastgereden, heeft hij geprobeerd een politieman zwaar te mishandelen door met zijn auto op hem in te rijden. Het mag een gelukkige omstandigheid worden genoemd dat de politieman, door tijdig weg te springen niet gewond is geraakt. De politieman was genoodzaakt zijn dienstwapen te gebruiken en schoten af te vuren op de aanstormende auto. Aan dit vonnis is beeldmateriaal toegevoegd.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-23
Publicatiedatum
2015-06-30
Zaaknummer
08/910093-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • JWR 2015/63
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/910093-14

Datum vonnis: 23 juni 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in PI Ter Apel,

Ter Apelervenen 10, Ter Apel.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 maart 2015 en 9 juni 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair:

heeft geprobeerd aan verbalisant [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een auto op hem in te rijden, dan wel door zijn rijgedrag verbalisant [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling, dan wel door zijn rijgedrag gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.


feit 2:

verbalisant [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling;


feit 3:

met zijn auto gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;


feit 4:

heeft gereden zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs.





Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.


hij op of omstreeks 29 november 2014 te gemeente Hengelo (0) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan de brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, genaamd [slachtoffer], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in een door hem, verdachte bestuurde (personen)auto, met hoge, althans verhoogde snelheid, op die op/aan (de uitrit van) een parkeerplaats aan de Nieuwe Grensweg staande [slachtoffer] is toe/afgereden, terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat


hij op of omstreeks 29 november 2014 in de gemeente Hengelo (0) de brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, genaamd [slachtoffer], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend in een door hem, verdachte bestuurde (personen)auto, met hoge, althans verhoogde snelheid, op die op/aan (de uitrit van) een parkeerplaats aan de Nieuwe Grensweg staande [slachtoffer] toe/afgereden;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat


hij op of omstreeks 29 november 2014 in de gemeente Hengelo (0) als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, een parkeerplaats aan de Nieuwe Grensweg, in de richting van de uitrit van die parkaarplaats met hoge, althans verhoogde snelheid, op die op/aan (de uitrit van) die parkeerplaats staande/lopende voetganger ([slachtoffer]) is toe/afgereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;


2.

híj op of omstreeks 1 december 2014 in de gemeente Borne (in het arrestantencomplex) de brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, genaamd [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (in dat arrestantencomplex) een of meer surveillant(en) van de politie Eenheid Oost-Nederland opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Mijn familie zoekt die agent wel op die op mij geschoten heeft" en/of "Ik zorg dat als ik vrij kom een vuurwapen koop en op zak steek. De volgende keer schiet ik op die agent", en/althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en welke bedreiging ter kennis van die [slachtoffer] is gekomen;


3.

hij op of omstreeks 29 november 2014 in de gemeente(n) Enschede en/of Hengelo (0)

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), de Mozartlaan en/of de Horstlindelaan en/of de Langenkampweg en/of de Bosweg, (telkens) met zeer hoge, althans hoge, in elk geval te hoge snelheid

-gelet bochtige en/of smalle weggedeelte(n) van voornoemde weg(en) en/of

kruising(en) van die weg(en) met andere weg(en), althans (telkens) gelet op de

verkeersituatie ter plaatse- heeft gereden, en/of

(daarbij) met die zeer, althans (te) hoge snelheid rijdend een over de Bosweg

lopende voetganger (hardloper) heeft gepasseerd en/of (meermalen) een of meer

voor verdachte rijdende personenauto('s) heeft ingehaald, door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;


4.


hij op of omstreeks 29 november 2014 in de gemeente(n) Enschede en/of Hengelo (0)

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg(en), de Mozartlaan en/of de Horstlindelaan en/of de Langenkampweg en/of de Bosweg en/of de Nieuwe Grensweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde misdrijven wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. Voorts dient de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] geheel te worden toegewezen met oplegging daarbij van de Terweemaatregel. Bovendien heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte voor de onder 3 tenlastegelegde overtreding wordt veroordeeld tot 2 weken hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden en voor de onder 4 tenlastegelegde overtreding tot 3 weken hechtenis.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.





5.1

Feit 1


5.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van feit 1 primair.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.


De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 primair. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte niet de bedoeling heeft gehad om de politieman daadwerkelijk te raken. Verdachte wist niet dat de man met het pistool een politieman was maar dacht dat er sprake was van een afrekening en probeerde zo snel mogelijk weg te komen. Van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is dan ook geen sprake. Ten aanzien van feit 1 subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank hanteert als uitgangspunt het proces-verbaal van aangifte van verbalisant [slachtoffer] d.d. 30 oktober 2014, dat in de kern neerkomt op het volgende.

Naar aanleiding van een melding over een poging tot insluiping, is [slachtoffer] op

29 november 2014 rond 16.10 uur, in burger gekleed en in zijn onopvallende dienstvoertuig, naar de Mozartlaan in Enschede gereden. Op de Mozartlaan, ter hoogte van de Bachlaan, zag hij in tegengestelde richting een personenauto rijden, met een veel hogere snelheid dan de voor die straat geldende 30 kilometer per uur. [slachtoffer] is daarop achter - naar later blijkt - verdachte aangereden en heeft de achtervolging in gezet. Hoewel [slachtoffer] verdachte met het rode transparant voorzien van de tekst “stop politie” een stopteken had gegeven en de geluidssignalen van zijn voertuig tijdens de achtervolging heeft aangezet, stopte verdachte niet.

Toen verdachte op enig moment op een parkeerplaats aan de Nieuwe Grensweg in Hengelo reed kon hij, wegens de daar aanwezige omhoog staande verzinkbare palen van de wegversperring, zijn weg rechtdoor niet vervolgen. [slachtoffer] zag dat de auto van verdachte, een Saab, rechtsaf sloeg en de rechts naast de weg gelegen parkeerplaats op reed. Daarop maakte de auto van verdachte een zogenoemde “U-bocht” en reed door in de richting van de berm. Omdat zich tussen de parkeerplaats en de weg een sloot bevindt kon verdachte niet verder rijden. In een poging verdachte de doorgang gedeeltelijk te versperren, parkeerde [slachtoffer] zijn onopvallende dienstvoertuig aan de rechterzijde van de uitrit van de parkeerplaats en stapte uit. Terwijl het raam aan de passagierszijde van de Saab geopend was, sommeerde [slachtoffer] de inzittenden van de auto niet weg te rijden. Omdat [slachtoffer] wist dat hij zich in de baan van het voertuig bevond, trok hij zijn vuurwapen en hield deze gericht op de weg voor het voertuig. Hij sommeerde de bestuurder nogmaals met luide stem om stil te blijven staan. Daarop zag hij dat het voertuig van verdachte met hoge snelheid zijn kant op kwam. Hij zag dat het voertuig recht op hem af kwam, waarbij de auto hem snel naderde. [slachtoffer] heeft daarop bewust op de rechtervoorband van het voertuig gericht en enkele schoten op de band gelost. Hij zag en hoorde dat verdachte met hoge snelheid in zijn richting bleef rijden. Daarop sprong [slachtoffer] snel schuin naar achteren uit de baan van het voertuig. Omdat hij bevreesd was dat de bestuurder opnieuw zijn kant op zou sturen bleef hij op de auto van verdachte schieten. Nadat de auto van verdachte vanaf de parkeerplaats de Nieuwe Grensweg was opgereden en vervolgens links afsloeg in de richting van Enschede, verloor verdachte de macht over het stuur. Verdachte en de overige inzittenden werden daarop aangehouden.


Het relaas van [slachtoffer] wordt in grote lijnen bevestigd door de verklaring van getuige [getuige 1], één van de vier inzittenden van de Saab. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte, die zij “[verdachte]” noemt, niet wilde stoppen en als een gek is gaan rijden toen hij een auto met een bordje van “stop politie” zag. Verdachte gaf volgens [getuige 1] geen gehoor aan de vordering omdat hij gedronken had. Toen de politieman op de auto af kwam lopen reed [verdachte] volgens [getuige 1] recht achteruit. De politieman stond op dat moment voor de Saab. [getuige 1] zag dat de politieman, die aan haar zijde voor de Saab stond, zijn pistool trok en begon te schieten. Ze hoorde hem roepen “stop, stop of ik schiet”.


Ook getuige [getuige 2], die zich op dat moment in de bedrijfskantine van [bedrijf] aan de Nieuwe Grensweg in Hengelo bevond, bevestigt het relaas van [slachtoffer]. [getuige 2] hoorde een politiesirene en een paar seconden later vijf of zes pistoolschoten. Na het schietincident hoorde hij de politieman ter plaatse tegen de verdachten zeggen “ik schoot alleen op jullie banden, jullie komen recht op mij af en zien dat ik een politieagent ben met een bord in de auto van stop politie”.


Uit het proces-verbaal van de Verkeers Ongevallen Analyse (VOA), het proces-verbaal forensisch sporenonderzoek en het proces-verbaal bevindingen van de afdeling specialistische ondersteuning, waaronder een reconstructie van de kogelbanen, foto’s en situatietekeningen, leidt de rechtbank af dat de auto van verdachte, met hoge snelheid optrekkend en in voorwaartse richting, in de richting van [slachtoffer] is gereden waarbij hij eerst een bocht naar rechts maakte en daarna weer naar links. Ook blijkt hieruit dat [slachtoffer] zich toen verdachte naar voren reed, op enig moment op een afstand van minimaal 0.85 tot maximaal 1.45 meter van de Saab van verdachte bevond.


Verdachte heeft, anders dan bij de politie, ter zitting verklaard dat er door [slachtoffer] pas geschoten werd op het moment dat hij, verdachte, in voorwaartse richting reed. Eerder verklaarde hij bij de politie dat [slachtoffer] tweemaal op hem schoot op het moment dat hij een klein stukje achteruit reed ten opzichte van de zich voor de auto bevindende [slachtoffer]. Volgens verdachte heeft hij [slachtoffer] op het moment dat hij naar voren reed niet gezien.


De rechtbank stelt vast dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van aangever [slachtoffer] en de getuige [getuige 1] eensluidend zijn en er in de kern op neerkomen dat [slachtoffer] in de nabijheid van de rechtervoorzijde van de door verdachte bestuurde Saab stond en zich derhalve in de rijrichting van de auto bevond toen deze in voorwaartse richting, daarbij een bocht naar rechts makend, reed. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De verklaring van de getuige [getuige 2] sluit hierbij aan. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] er geen belang bij hebben onjuist te verklaren, dit laatste in tegenstelling tot verdachte die bovendien wisselend heeft verklaard over het moment dat er door [slachtoffer] op de Saab is geschoten. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij [slachtoffer] op het moment dat hij naar voren reed niet heeft gezien, dan ook niet aannemelijk.


Gelet op de aangifte en de getuigenverklaringen, in onderling verband en samenhang bezien met de conclusies van het proces-verbaal bevindingen van de afdeling specialistische ondersteuning, het proces-verbaal van de VOA en het proces-verbaal forensisch sporenonderzoek, is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat verdachte, nadat hij eerst achteruit was gereden, met hoge snelheid naar voren in de richting van [slachtoffer] is gereden, daarbij met zijn voertuig eerst een beweging naar rechts makend en toen weer naar links. Uit de bij voornoemde processen-verbaal behorende foto’s en situatietekeningen en de reconstructie van de kogelbanen, blijkt de benarde positie waarin [slachtoffer] zich bevond en valt af te leiden dat hij zich zo dicht bij de Saab van verdachte bevond (bij benadering tussen de 0.85 en 1.45 meter) dat hij geraakt kon worden door de snel optrekkende auto. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat aangever door de auto van verdachte zou zijn geraakt en hij daarbij zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, indien hij niet op tijd was weggesprongen. Bij een botsing tussen een snel optrekkende auto en een persoon bestaat naar algemene ervaringsregels immers een aanmerkelijke kans dat de persoon zwaar lichamelijk letsel oploopt. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte - het met hoge snelheid optrekken met zijn auto en het rijden in de richting van aangever - kan het niet anders zijn dan dat verdachte zich bewust is geweest van die aanmerkelijke kans en die kans bewust heeft aanvaard. Dit klemt temeer nu verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij zich ervan bewust was dat er door zijn rijgedrag een ongeluk zou kunnen gebeuren. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Voor zover verdachte heeft verklaard dat hij aldus heeft gehandeld omdat hij niet wist dat hij te maken had met een politieman in burger, maar dacht dat er sprake was van een afrekening, overweegt de rechtbank dat dit niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt geen aanknopingspunten die verdachtes verklaring ondersteunen. De auto van [slachtoffer] voerde geluidssignalen en een rode transparant met de tekst “stop politie”. De andere inzittenden hebben verklaard over de politieachtervolging die vooraf ging aan het incident op de parkeerplaats. [getuige 1] voegt daar aan toe dat verdachte niet wilde stoppen en dat allen hadden gezegd dat hij moest stoppen voor de politie, maar dat hij niet wilde luisteren. Bovendien heeft verdachte zelf bij de politie verklaard dat hij weg wilde omdat hij geen rijbewijs had en onder invloed was, daarmee implicerend dat hij handelde uit vrees voor aanhouding door de politie.


De rechtbank zal de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling, gelet op het hiervoor overwogene, bewezen verklaren.


5.4

Met betrekking tot de feiten 2, 3 en 4


Evenals de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.


Feiten 2 en 3

Verdachte heeft bij de politie en ter zitting bekend de feiten 2 en 3 te hebben gepleegd.

Verdachte is daarom voor wat betreft deze feiten een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zodat volstaan wordt met een opgave van de bewijsmiddelen.

Gelet op het aanvullend bewijsmateriaal in de vorm van aangiftes acht de rechtbank de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.


Feit 4

De rechtbank is van oordeel dat ook feit 4 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Als bewijsmiddelen hiervoor gelden het proces-verbaal van aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2015, waarin door verbalisant [slachtoffer] is gerelateerd dat er bij de RDW geen gegevens over verdachte bekend zijn, in onderling verband en samenhang bezien, met de verklaring van verdachte ter zitting dat hij niet over een rijbewijs beschikt en aan hem ook nooit een rijbewijs is afgegeven. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte ook op 29 november 2014 (in een personenauto) in Enschede en Hengelo (O) heeft gereden zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs.


5.5

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.


hij op 29 november 2014 te gemeente Hengelo (0) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan de brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, genaamd [slachtoffer], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in een door hem, verdachte bestuurde personenauto, met verhoogde snelheid, op die op een parkeerplaats aan de Nieuwe Grensweg staande [slachtoffer] is toegereden, terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


2.

híj op 1 december 2014 in de gemeente Borne (in het arrestantencomplex) de brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, genaamd [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte in dat arrestantencomplex een of meer surveillanten van de politie Eenheid Oost-Nederland opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Mijn familie zoekt die agent wel op die op mij geschoten heeft" en "Ik zorg dat als ik vrij kom een vuurwapen koop en op zak steek. De volgende keer schiet ik op die agent", welke bedreiging ter kennis van die [slachtoffer] is gekomen;


3.

hij op 29 november 2014 in de gemeenten Enschede en Hengelo (0) als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de wegen, de Mozartlaan en de Horstlindelaan en de Langenkampweg en de Bosweg, telkens met te hoge snelheid -gelet op de bochtige en/of smalle weggedeelten van voornoemde wegen en

kruisingen van die wegen met andere wegen, - heeft gereden, en daarbij met die te hoge snelheid rijdend een over de Bosweg lopende voetganger (hardloper) heeft gepasseerd en voor verdachte rijdende personenauto's heeft ingehaald, door welke gedragingen van verdachte telkens gevaar op die wegen werd veroorzaakt;


4.


hij op 29 november 2014 in de gemeenten Enschede en Hengelo (0) als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de wegen, de Mozartlaan en de Horstlindelaan en de Langenkampweg en de Bosweg en de Nieuwe Grensweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 62, 91 285, 302, 304 Sr en de artikelen 5, 107, 177, 178, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


Feit 1 primair:

het misdrijf: poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.


Feit 2:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.


Feit 3:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.


Feit 4:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


De verdachte heeft tijdens een achtervolging door een politieman op een bijzonder gevaarlijke wijze met een personenauto gereden. Hij heeft daarbij gereden met snelheden die gelet op de situatie ter plaatse te hoog waren en daarmee gevaar op de weg veroorzaakt. Bovendien was verdachte niet in het bezit van een rijbewijs en had hij alcohol gedronken. Nadat verdachte zich aan de Nieuwe Grensweg in Hengelo had vastgereden, heeft hij geprobeerd een politieman zwaar te mishandelen door met zijn auto op hem in te rijden. Het mag een gelukkige omstandigheid worden genoemd dat de politieman, door tijdig weg te springen niet gewond is geraakt. Dat de gevolgen voor de politieman niet ernstiger zijn geweest, is niet te danken aan de verdachte. Die is immers met hoge snelheid naar voren gereden, wetende dat de politieman zich voor de auto bevond. Uit zijn toelichting ter zitting op de namens hem ingediende vordering komt naar voren welke impact het incident op de politieman heeft gehad. Enkele dagen nadien heeft de verdachte bovendien deze politieman nog eens in forse bewoordingen ernstig bedreigd. Voorts heeft verdachte zijn medeweggebruikers met zijn rijstijl in gevaar gebracht en het verkeer gehinderd en reed hij

– recidiverend – zonder rijbewijs. Dit zijn allemaal zeer ernstige feiten waarop niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf c.q. hechtenis. Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 30 april 2015 eerder veelvuldig is veroordeeld, onder meer voor het rijden zonder rijbewijs en diverse geweldsdelicten.


Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van 5 februari 2015, opgemaakt door mw. J. Busscher, als reclasseringsmedewerker werkzaam bij Tactus Verslavingszorg, waaruit onder meer blijkt dat verdachte geen geldige verblijfsvergunning heeft en reeds lang geleden ongewenst is verklaard. Omdat hij zich in verband daarmee niet kan verzekeren, kan hij niet behandeld worden, hetgeen begeleiding bemoeilijkt. Zolang verdachte zich slachtoffer voelt van de situatie en er sprake is van problemen op meerdere leefgebieden, wordt de kans op recidive zeer hoog geacht.


Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de feiten. Rekening houdend met de omstandigheid dat het slachtoffer van de poging tot zware mishandeling en de bedreiging een politieman betreft,

is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van 1 primair en 2 een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden passend en geboden is, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Omdat verdachte zijn auto heeft ingezet als wapen, zal de rechtbank ten aanzien van feit 1 primair bovendien een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van achttien (18) maanden. Met deze ontzegging wordt beoogd te voorkomen dat verdachte zich opnieuw op deze wijze in het verkeer zal begeven.


Ten aanzien van de feit 3 wordt twee (2) weken hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van negen (9) maanden opgelegd.


Ten aanzien van feit 4 wordt, gelet op de recidive, drie (3) weken hechtenis opgelegd.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


De heer B. Korenberg, gemachtigde namens de benadeelde partij de heer [slachtoffer], domicilie kiezende te 8017 JN Zwolle, Koggelaan 8, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze in dit strafproces gevoegd.

De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 650,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- immateriële schade.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 primair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 primair is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 27 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid
  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair:

het misdrijf: poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 2:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 4:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf
  • - veroordeelt verdachte ter zake feit 1 primair en feit 2 tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
rijontzegging

- ontzegt veroordeelde ter zake feit 1 primair de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van achttien (18) maanden;


straf

- veroordeelt verdachte ter zake feit 3 tot hechtenis voor de duur van twee (2) weken;


rijontzegging

- ontzegt veroordeelde ter zake feit 3 de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van negen (9) maanden;


straf

- veroordeelt verdachte ter zake feit 4 tot hechtenis voor de duur van drie (3) weken;

schadevergoeding
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 650,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 650,-

te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 13 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.



Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. F.H.W. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier

en is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2015.



Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2014192941, gesloten en ondertekend op 8 januari 2015, deel 2, gesloten en ondertekend op 27 februari 2015 en deel 3, gesloten en ondertekend op 6 mei 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Feit 1 primair


1.

Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. reconstructie van 20 februari 2015, opgemaakt door brigadier [verbalisant] Goldewijk en inspecteur [verbalisant], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van de verbalisanten (p. 120-122) met de bijbehorende foto’s nummer 1, 2, 3 en 4 op p. 123-124 en de bijbehorende situatieschetsen op p. 127, 128 en 130:

(…)

Situatie 3

Het voertuig maakt een voorwaartse beweging. De schutter verklaarde enkele schoten

te hebben gelost op het rechtervoorwiel. De bestuurder verklaarde twee schoten te

hebben gehoord. Bij het sporenonderzoek zijn er door ons twee ricochet sporen aangetroffen in de bestrating van de parkeerplaats. Vlakbij de plaats waar de personenauto, merk Saab,

van een achterwaartse beweging overging in een voorwaartse beweging. Deze sporen

staan aangeduid met de nummers 2 en 5. Op dit gedeelte zijn er door twee gedeformeerde kogels aangetroffen bij markering 1 en 3. --zie ook foto 1 en 2-- Bij het sporenonderzoek aan de Saab zijn onder de beschermplaat van de motor door collega [verbalisant] twee schotlijnen gereconstrueerd. Deze schotlijnen zijn overgenomen en staan weergegeven in de tekening. De schotlijnen zijn gebaseerd op een ricochet spoor op de beschermplaat onder de motor en twee in de vervolg lijn liggende inslagen van kogels aan de binnenzijde van het linkervoorwiel. Het gebied van waaruit waarschijnlijk de schoten op de Saab zijn afgegeven werd door ons gearceerd in de situatie. Door hellen, lading en het bewegen van de auto zijn er afwijkingen mogelijk in de maatvoeringen. In de foto's genummerd met 1 en 2 staat het

midden van dit gebied met behulp van een pijlpunt weergegeven.

Uitgangspunten:

-De ricochetsporen onder de auto zijn zeer waarschijnlijk ontstaan nadat de

betreffende kogels eerst hadden gericocheerd met de bestrating.

-Voor de reconstructie betekende dit dat de ricochet sporen in de bestrating

zijn ontstaan tussen de schutter en de Saab.

-Onder de auto zijn schootsbanen gereconstrueerd hetgeen door [verbalisant] is

verwoord in zijn pv-sporenonderzoek.

-De betreffen kogels volgen deze schootslijnen of het verlengde daarvan.

-De eerste twee schoten zijn kort na elkaar vanaf nagenoeg dezelfde positie

geschoten, gezien de verklaringen van beide.

-De richochet sporen met de markeringen 2 en 5 liggen circa 1,90 meter uit

elkaar.

-Ricochet spoor 5 ,ligt circa 0,5 meter noordelijker dan de ricochet spoor 2.

-De auto niet door de berm is gereden. In de eerste twee meter van de berm aan

de zuidkant van de ricochet sporen zijn geen bandensporen waargenomen tijdens

het onderzoek.

-De auto bewoog zich voorwaarts in de richting van de Nieuwe Grensweg waarbij

het een flauwe bocht naar rechts maakte om vervolgens met een bocht naar links

om het dienstvoertuig heen te rijden en in de sloot tot stilstand te komen.

-Nabij het ricochet met markering 2 is een bandenspoor door ons waargenomen. Op

foto 2 is deze gemarkeerd met zes oranje markeringspijltjes.

Verklaring Bestuurder

Toen ik achteruit reed hoorde ik twee pistool schoten. Ik reed achteruit, heb de

auto omgekeerd. Ik gaf extra gas omdat ik in de berm was gekomen. Daarna gleed

ik in de sloot."

Verklaring Schutter

Ik, verbalisant zag dat de bestuurder mij bleef aankijken. Ik, verbalisant riep

in luide toon naar de bestuurder dat hij moest blijven stilstaan of dat er

anders geschoten zou worden. Ik, verbalisant zag dat de bestuurder na een tel

besloot om toch door te rijden. Ik, verbalisant zag dat het voertuig met hoge

snelheid mijn kant op kwam. Ik, verbalisant zag dat het voertuig recht op mij

afkwam. Ik, verbalisant heb hierna bewust op de rechtervoorband van het voertuig

gericht en loste enkele schoten op deze band.

(…)

Situatie 4

Het voertuig rijd voorbij de schutter en deze schiet nog een maal op de rechterband

als de auto doorrijd. Hierbij ontstond het doorschoot in de wielkast met inslag op

de chassis balk. Uit het ingestelde onderzoek van [verbalisant] bleek dat de personauto

op circa 1,10 meter van de schutter verwijderd was.

Uitgangspunten

- In de tekening zijn markering 17 en 18 ricochet sporen.

- In de personenauto, merk Volkswagen, zijn geen inschotbeschadgingen

waargenomen.

- Het is onwaarschijnlijk dat deze sporen ontstaan zijn doordat er over de motorkap

van de Volkswagen heen is geschoten vanwege de schootshoek van circa 30 graden.

*Markering 17 bleek na meting op circa 2 meter van de auto.

*Na meting bleek dat de motorkap ter hoogte van de voorwielen circa 1 meter

hoog was.

*De voorste punt van motorkap bleek op 0.75cm hoogte te zitten.

Gezien de schootshoek zou de schutter aan de anderzijde vanaf de auto op

circa 1.80 meter hoogte moeten staan.

Verklaring Schutter

Ik, verbalisant zag en hoorde echter dat de bestuurder met hoge snelheid mijn

richting op bleef rijden. Ik, verbalisant wist dat ik omver gereden zou worden

als ik zou blijven stilstaan en sprong tegelijkertijd schuin naar achteren uit

de baan van het voertuig.

Ik, verbalisant zag dat het voertuig langs mij heen reed op de plek waar ik net

daarvoor gestaan had. Toen het voertuig mij, verbalisant passeerde bleef ik,

verbalisant op de banden van het voertuig schieten. Ik, verbalisant schoot

gericht op de rechtervoorband en de rechterachterband van het voertuig.

Verklaring bestuurder

Geen specifieke informatie op dit onderdeel.

(…)

Situatie 6

In situatie 6 zijn alle posities en lijnen weergegeven om een totaal beeld te geven

van de vorige 5 opgebouwde situaties.

De posities gemarkeerd met S,T,U zijn de posities welke de schutter aanduidde als

zijn looplijn.

Tevens is personenauto, merk Saab, weergegeven op de positie toen het voorlangs het

dienstvoertuig reed. Hierbij is er nogmaals op het voertuig geschoten. Een inslag aan

de rechterachterzijde toont dit aan. --zie foto 4--

Na dit punt draait de rechterzijde van de Saab van de schutter af.

Samenvattende bevindingen op basis van de reconstructie

Gezien het sporenbeeld en de verklaringen is het onwaarschijnlijk dat de bestuurder

achteruit reed toen er werd geschoten. In het gebied zijn geen sporen aangetroffen

die dat aantonen. De schutter heeft waarschijnlijk wat verder op de parkeerplaats gestaan bij de eerste schoten dan bij de aangeduide posities S,T,U. Het gebied van waaruit is geschoten is door ons gearceerd. Door hellen, lading en het bewegen van de auto zijn er

afwijkingen mogelijk in de maatvoeringen, zoals reeds eerder is vermeld.

Voorwaarts heeft de Saab eerst een bocht naar rechts beschreven om vervolgens met een

bocht naar links om de personenauto heen de Nieuwe Grensweg richting Enschede op te

rijden en in de sloot te eindigen. Gezien de eindpositie had de bestuurde(de auto

niet volledig onder controle. De schutter verklaarde voor de auto, merk Saab, te hebben gestaan. Op basis van de geschetste situaties/plattegronden zijn er 2 mogelijkheden.

1) Op het moment dat de Saab van de achterwaartse beweging overgaat in een

voorwaartse beweging. --zie ook foto 1--

2) De Saab in de voorwaartse beweging overgaat van de rechter- in een linkerbocht. Voor de schutter is het niet te bepalen wanneer de bestuurder de rechterbocht afbreekt. zie ook foto 2—










2.

Het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse (VOA) van de politie Oost-Nederland/Twente, met bijbehorende foto’s nummer 1 en 2 op p. 80 en 81 (zoals hieronder opgenomen), opgemaakt en ondertekend op 29 november 2014 door [verbalisant], werkzaam als brigadier bij de politie Oost-Nederland/Twente (p. 80-81).

2.2.2 Wegsituatie

Het verkeersongeval had plaats gevonden op de Nieuwe Grensweg, gelegen buiten de als

zodanig aangeduide bebouwde kom van Hengelo in de gemeente Hengelo. De Nieuwe

Grensweg heeft zijn verloop van de Lonnekermeerweg naar de Bosweg te Enschede en vice

versa. Foto 2 toont de Nieuwe Grensweg in de rijrichting van de Saabbestuurder. Bij de gele piil is de fysieke afsluiting te zien. De rode pijl geeft de rijrichting aan in de richting van de

parkeerplaats. De rode stippellijn geeft het vervolg van de door de Saabbestuurder

afgelegde weg aan. Foto 2 is de dag na het ongeval bij daglicht gemaakt.




3.

Het proces-verbaal forensisch sporenonderzoek, met bijbehorende foto’s 26, 28 en 29 als bijlagen, opgemaakt en ondertekend op 20 februari 2015 door [verbalisant], forensisch onderzoeker Politie Eenheid Oost-Nederland (p. 132-133 en 148, 150 en 151).

(…)

Onderzoek plaats delict

Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en

waargenomen. Het betrof een 2-deurs personenvoertuig van het merk Saab, type 93- coupe, kleur: grijs en voorzien van het kenteken [kenteken] (zie foto's 1 t/m 4).

(…)

Schootsafstandbepaling - Kogelbaan G:

Uit kogelbaan G kon indicatief, op basis van de perforatie in het kunststoffen

binnenspatbord en de beschadiging op de rechterzijde van de rechter chassisbalk,

een richting worden bepaald. Deze richting laat zich als volgt beschrijven:

- Dwars op het voertuig, gezien vanaf de rechter zijkant en in de richting van het

voertuig, bevond de richting zich dalend (ongeveer 60-65 centimeter per meter);

- In de lengte richting van het voertuig, gezien vanaf de rechter zijkant en in de

richting van het voertuig, bevond de richting zich voorwaarts (ongeveer 100-105

centimeter per meter). Door met een nylon touw de richting van de sonde bij benadering te verlengen werd de kogelbaan inzichtelijk gemaakt (zie foto 26). De acteur, met een lichaamslengte van ongeveer 1 meter 85 centimeter, simuleert met een gestrekte arm het

schietproces. Hierbij bevind de loopmond zich op een hoogte van ongeveer 120

centimeter en heeft hierbij een loodrechte afstand van ongeveer 110 centimeter van

de zijkant van het voertuig (niet meegenomen werd de rechter buitenspiegel van het

voertuig). Deze simulatie werd eveneens met een schematische weergave van het voertuig

verduidelijkt (zie foto 28 voor een bovenaanzicht en foto 29 voor een

vooraanzicht). Punt K beschrijft de hierboven beschreven simulatie met behulp van

bovenbeschreven acteur. Bij andere lichaamsafmetingen wijzigt hierbij ook de hoogte van de loopmond. Hierbij werden, bij wijze van simulatie en voor de toepassing op de variatie van

lichaamslengten, 2 extremen geïntroduceerd waarin de variatie van lichaamslengten

gevat zou kunnen worden. Willekeurig werd gekozen voor de hoogte van een loopmond

van "1 meter" en "1 meter 50 centimeter", respectievelijk punten "Y" en "Z". De

gemeten loodrechte afstanden tot de zijkant van het voertuig zijn dan respectievelijk en bij benadering 85 centimeter en 145 centimeter (zie foto 28 voor een bovenaanzicht en foto 29 voor een vooraanzicht).





4.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 juni 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik blijf bij hetgeen ik bij de politie heb verklaard. Het klopt dat ik op 29 november 2014 met te hoge snelheid heb gereden. Toen ik het bordje “politie stop” zag ben ik op de parking gaan staan. (…) Ik was niet dronken, ik had een paar biertjes op. Ik reed niet echt als een gek, maar wel een beetje hard en zo. Ik wist op dat moment niet goed waar ik mee bezig was. (…) Ja, ik heb er wel over nagedacht dat er een ongeluk zou kunnen gebeuren. Ja, het klopt dat ik uit de situatie wilde ontsnappen omdat ik geen rijbewijs had. (…)

Of het mogelijk is dat er pas op de auto is geschoten toen ik, na achteruit te zijn gereden, weer in voorwaartse richting reed? Ja, toen ik een klein stukje achteruit ging rijden en daarna probeerde vooruit te rijden werd er op mij geschoten. Ja dat klopt, toen ik weer vooruit ging rijden werd er geschoten. Ik heb 4 à 5 keer horen schieten. Ik zag het wapen en wilde gewoon weg. (…) Ja, het raam aan de passagierszijde stond wel open. Ik keek de man niet aan maar ik keek naar het pistool. Toen ik achteruit reed heb ik de man nog wel gezien. Ik zag hem toen aan de passagierskant. Ja, toen ik achteruit reed zag ik hem rechts van mijn auto. Ja, ik kan mij wel voorstellen dat de politieagent bang was dat hem iets zou overkomen. Misschien dat hij toen dacht dat ik met mijn auto over hem heen wilde rijden.


5.

Het proces-verbaal van aangifte verbalisant [slachtoffer] d.d. 30 november 2014

(p. 24-27), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever.

(…) Op zaterdag 29 november 2014 omstreeks 16.10 uur was ik in de hoedanigheid van

politiefunctionaris aanwezig in het politiebureau aan de Hengelosestraat te

Enschede. Op dat moment was ik in burger gekleed en met een zogenaamde "heterdaad"

dienst belast en was verder volledig bewapend. Op dat moment hoorde ik via de

centralist van de regionale meldkamer dat een opvallende surveillance-eenheid werd

aangestuurd om te rijden naar de Mozartlaan te Enschede. Op dat adres was een

zigeunerdame aan de deur geweest die had getracht bij een bewoner binnen te komen.

(…) Ik ben hierop in een onopvallend dienstvoertuig gestapt om ook uit te kijken naar

de verdachte vrouw (…) Ik reed op dat moment op de Horstlindelaan te Enschede. Ik besloot om via de Mozartlaan terug te rijden naar het politiebureau toen een auto mij met hoge snelheid tegemoet reed. Het is mij bekend dat het de maximum snelheid op dat gedeelte van de Mozartlaan 30 kilometer per uur is. Ik zag dat de grijze personenauto die mij tegemoet kwam aanzienlijk harder reed. Ik schatte dat dit voertuig ook zeker harder dan 50 kilometer per uur reed. Ik besloot te keren om dit voertuig en de bestuurder te onderwerpen aan een controle conform de wegenverkeerswet. Ik keerde het dienstvoertuig en reed achter het betreffend voertuig aan. (…) Gelet op de rijstijl van de bestuurder besloot ik om conform de Wegenverkeerswet met het rode transparant aan de voorzijde van het onopvallend dienstvoertuig een stopteken aan de bestuurder te geven. Ik zag en hoorde dat het rode transparant aan stond en dat de tekst "Stop politie" aan de voorzijde reflecteerde tegen de voorruit van het dienstvoertuig. Ik hoorde ook het gepiep van het functioneren van het transparant. Ik zag dat de bestuurder hierna vrijwel meteen met zijn richtingaanwijzer richting naar rechts aangaf. Ik kreeg hierop de indruk dat de bestuurder zou voldoen aan de

vordering om zijn voertuig tot stilstand te brengen. Ik zag dat de bestuurder naar rechts stuurde en was in de veronderstelling dat de bestuurder wilde stoppen in of langs de berm van de weg. Ik zag echter dat de bestuurder zijn snelheid verhoogde, naar links stuurde en de twee voor hem rijdende personenauto's inhaalde. Ik zag dat de bestuurder, van de auto die ik volgde en een stopteken gegeven had, hierna zijn snelheid nog meer verhoogde en zijn weg vervolgde over de Langenkampweg in de richting van de Bosweg. Ik gaf hierna via de portofoon aan de centralist van de regionale meldkamer door dat ik achter een voertuig aan reed voorzien van het kenteken [kenteken] die een stopteken negeerde. Ik zag dat het voertuig vanaf de Langenkampweg de Bosweg op reed. Ik zag dat de bestuurder zijn weg vervolgde over de Bosweg in de richting van de Nieuwe Grensweg. Ik weet dat op de Nieuwe Grensweg een wegversperring is gerealiseerd ter hoogte van de grensovergang naar Hengelo. (…) Ik heb hierop de geluidsignalen van het onopvallend dienstvoertuig aangezet. Ik had niet de mogelijkheid om het blauw signaallicht op het dak van het dienstvoertuig bevestigen, maar met het rode transparant dat oplichtte en de geluidsignalen was voldoende duidelijk dat ik in een politievoertuig reed. Ik zag dat, op het moment dat wij bij de wegversperring waren, de verzinkbare palen die de wegversperring creëerden omhoog stonden. Ik zag dat de bestuurder van de auto voor mij niet door kon rijden en rechtsaf sloeg de rechts naast de weg gelegen parkeerplaats op. Ik zag dat de bestuurder een zogenaamde "U" bocht maakte en doorreed richting de berm. Ik zag dat de bestuurder niet door kon rijden vanwege het feit dat er tussen de parkeerplaats en de weg een sloot was. Ik zag op dat moment voor het eerst dat er eerdere personen in het voertuig zaten. Ik, verbalisant zag dat op de bijrijderplaats in ieder geval een vrouw zat. (…) Ik besloot om de doorgang gedeeltelijk te versperren met het dienstvoertuig. Ik stopte het onopvallend dienstvoertuig aan de rechterzijde van de uitrit van de parkeerplaats en stapte uit. Ik schreeuwde luid naar het voertuig dat zij moesten blijven staan. Ik zag dat alle inzittenden in het voertuig bleven zitten. Ik zag dat de bijrijdster mij met wijd open gesperde ogen aankeek door het aan haar zijde geopend portierraam. Ik sommeerde met zeer luide stem de bestuurder meerdere malen om stil te blijven staan en hield hierbij mijn rechterhand op mijn dienstwapen. Ik wees met gestrekte hand en wijsvinger van mijn linkerhand naar het voertuig en herhaalde dat zij moesten blijven staan. Ik weet zeker dat de bestuurder mijn sommatie via het openstaande raam had gehoord. Ik zag

aan zijn gelaatsuitdrukking dat hij mij hoorde. Ik zag dat de bestuurder zijn voertuig niet stil hield en hard achteruit reed. Ik zag dat de bestuurder na enkele meters het voertuig tot stilstand bracht. (…) Ik zag echter dat de bestuurder in de auto bleef zitten en naar mij bleef kijken. Ik kreeg het gevoel dat de bestuurder afwoog of hij door zou rijden. Ik wist dat ik mij in de baan van het voertuig bevond. Ik wist dat als de bestuurder zou besluiten om door te rijden om weg te komen ik in de baan van het voertuig zou staan. Ik trok hierop mij vuurwapen en hield die gericht op de weg voor het voertuig, omdat ik ervan overtuigd was dat een situatie zou kunnen ontstaan waarbij ik het vuurwapen zou mogen gebruiken. Ik sommeerde de bestuurder nogmaals met luide stem om stil te blijven staan. Ik zag dat de bestuurder mij bleef aankijken. Ik riep luid naar de bestuurder dat hij moest blijven stilstaan of dat er anders geschoten zou worden. Ik zag dat de bestuurder besloot om toch door te rijden. Ik zag dat het voertuig met hoge snelheid mijn kant op kwam. Ik zag dat het voertuig recht op mij afkwam. Ik zag dat de bestuurder bewust in mijn richting reed. (…) Ik zag dat de motorkap in mijn beleving steeds groter werd en dat de auto snel dichterbij kwam.

Ik heb hierna bewust op de rechtervoorband van het voertuig gericht en loste enkele

schoten op deze band. (…) Ik zag en hoorde echter dat de bestuurder met hoge snelheid mijn richting op bleef rijden. Ik wist dat ik omver gereden zou worden en tenminste ernstig verwond zou raken als ik zou blijven stilstaan en sprong tegelijkertijd snel schuin naar achteren uit de baan van het voertuig. Ik was bevreesd dat dat de bestuurder zijn voertuig mijn kant op zou blijven sturen en bleef daarom ook schieten om dat te voorkomen. Ik zag dat het voertuig gelukkig langs mij heen reed op de plek waar ik net daarvoor gestaan had.

Ik zag dat het voertuig de Nieuwe Grensweg opreed en linksaf sloeg in de richting

van Enschede. Ik zag dat de bestuurder de macht over het stuur verloor en rechts

van de weg een sloot in reed en tot stilstand kwam. Hierna werden de inzittenden

door mij aangehouden.


6.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 29 november 2014 (p. 61-63), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [getuige 1].

Ik was bij mijn zus op visite. Zij woont in de [adres] in Enschede. Dit

is op [wijk]. Ik ben toen met [verdachte], [naam 1] en [naam 2] gaan eten bij de cafetaria op [wijk]. (…) Ik ben vanaf de cafetaria in de auto gestapt bij [verdachte]. (…) Ik zat naast de bestuurder in de auto. [naam 1] zat samen met [naam 2] achter in de auto.

We zijn toen weggereden en [verdachte] reed. [verdachte] reed verkeerd en ik heb toen gezegd

dat hij verkeerd gereden was. Hij is gekeerd en toen zag hij een auto met een bordje van stop politie. Het was een onopvallende politieauto. [verdachte] is toen als een gek gaan rijden. [verdachte] wilde niet stoppen. Hierdoor zijn we uiteindelijk in de sloot gereden. Wij hebben allemaal gezegd dat hij moest stoppen voor de politie maar hij wilde niet luisteren. [verdachte] was een beetje dronken. We waren allemaal een beetje in paniek. Dit kwam door [verdachte] zijn harde rijden en dat er een politie auto achter ons reed. Ik weet niet hoe lang de politie achter ons heeft gereden. We reden op een klein weggetje in het bos. Op een gegeven moment stopte [verdachte] in een parkeervak. Ik zag toen dat de politieman uitstapte. Ik heb een (1) politie man gezien. Volgens mij was de politieman in uniform. De politieman kwam op ons af lopen. Op dat moment reed [verdachte] achteruit. Ik weet niet waarom [verdachte] achteruit reed. Ik vond dat [verdachte] normaal achteruit reed. Ik zag dat [verdachte] recht achteruit reed. De politieman stond op dat moment voor onze auto. De politie auto en onze auto stonden ongeveer anderhalve meter uit elkaar. Ik zag dat de politie man uit de politieauto sprong. Op dat moment reed [verdachte] achteruit het parkeervak weer uit. [verdachte] wilde niet stoppen voor de politieman.

Toen zag ik dat de politieman zijn pistool trok en dat hij begon te schieten. Ik zag dit omdat de politieman voor mij stond, althans voor onze auto en aan mijn kant. Het was niet zo donker en ik kon het daarom heel goed zien. De politieman liep in de richting van mijn kant. Ik hoorde dat de politieman begon te roepen stop stop of ik schiet. Ik heb dit in ieder geval een (1) keer gehoord. Ik weet niet waarom [verdachte] niet is gestopt. (…) Na het schieten is [verdachte] een klein stukje doorgereden, om de politieauto heen en achter de politieauto door de bocht is hij in de sloot terecht gekomen.

7.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 29 november 2014 (p. 58-60), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [getuige 2].

Op zaterdag 29 november 2014 tussen 16.30 uur en 16.45 uur was ik samen met

collega's van het bedrijf [bedrijf] in de kantine. (…) [bedrijf] is een [bedrijf] wat is gevestigd aan de Nieuwe Grensweg te Hengelo. Ter hoogte van [bedrijf] zit een bollaard in de grond om sluipverkeer tussen Hengelo en Enschede tegen te gaan. De bollaard wordt bewaakt door een camera. In eens hoorden ik een sirene van een politie auto. Eigenlijk een paar seconden nadat ik de sirene hoorde, hoorde ik een vijf of zestal pistool schoten. Ik wist direct dat het om pistool schoten ging omdat ik zelf wel eens bij een schietvereniging ben geweest en omdat ik honden tot politie hond traint bij de

KNPV. Ik ben vervolgens voorzichtig en uit nieuwsgierigheid naar de plaats gelopen waar

het schieten vandaan kwam. Het schieten kwam precies bij de bollaard vandaan. Daar ben ik dan ook heen gelopen. Toen ik daar aan kwam zag ik een auto, (…) kleur zilver grijs,

in de sloot liggen met een man die uit de auto was geklommen en aan de kant van de

sloot bleef zitten. Ik zag dat er nog een aantal personen in de auto zaten. Volgens

mij zaten er 4 personen in de auto. Ik zag volgens mij twee vrouwen en twee mannen.

(…) Ook zag ik een man staan met een getrokken pistool. Ik zag dat het pistool met de

loop naar beneden gericht was. Ik herkende deze man met het pistool als zijnde een

politie man. (…) De agent vroeg aan mij of ik de sirene van de auto uit wilde doen omdat deze nog steeds aan stond. Dat heb ik toen gedaan. De politie agent stond bij de auto die in de sloot lag en hield een portier van deze auto open. De politieagent had zijn pistool nog steeds in zijn rechter hand. Toen ik de sirene uit had gedaan ben ik weer naar de politieagent gelopen en heb voor hem het portier open gehouden zodat hij de verdachte personen goed in de gaten kon houden. (…) Ik heb meerdere verdachten in de auto wel horen vragen aan de politieagent waarom hij op hen geschoten had. Ik hoorde dat de politie agent hierop antwoordde "ik schoot alleen op de banden, jullie komen recht op mij af en zien dat ik een

politieagent ben met een bord in de auto van stop politie. Jullie moeten stil blijven zitten en niet bewegen" Vervolgens hoorde ik dat de bestuurder van de auto tegen de politieagent zei: "ik heb geen rijbewijs, ik heb alleen een biertje gedronken en ik ben onderweg naar een

feestje" of woorden van gelijke strekking. Ik zag ook dat dit bord in de politie auto waarin de politieagent in burger reed, aan stond en rood licht met de tekst politie uitstraalde.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het aanvullend dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2014192941, gesloten en ondertekend op 27 februari 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


De feiten 2, 3 en 4


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2014192941, gesloten en ondertekend op 8 januari 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.





8.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ter terechtzitting van 9 juni 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv.


8.

Het proces-verbaal van aangifte (24-27), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer] van 30 november 2014.


10.

Het proces-verbaal van aangifte (28-29), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer] van 4 december 2014.


11.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] en [verbalisant], beiden belast met de verzorging van arrestanten op het arrestantencomplex in Borne, van

1 december 2014 (p. 68), voor zover inhoudende de verklaring van verbalisanten.


12.

Het proces-verbaal van bevindingen van [slachtoffer] van 19 maart 2015, voor zover inhoudende de verklaring van verbalisant [slachtoffer] (p. 185-186)