Rechtbank Overijssel, 30-04-2015 / 08.950616-13 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:3233

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijsel veroordeelt een 39-jarige man uit Kampen tot 1 jaar cel voor gewoontewitwassen, drugs- en wapenbezit. De man heeft zich gedurende een periode van ruim negen jaar samen met zijn (toenmalige) partner schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen voor een bedrag van ruim 196.000 euro. Verder zijn er in zijn woonwagen bijna 6,5 kilo wiet en enkele wapens gevonden. Zijn toenmalige partner is voor het witwassen veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van 2 jaar en 240 uur werkstraf.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-30
Publicatiedatum
2015-07-06
Zaaknummer
08.950616-13 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.950616-13 (P)

Datum vonnis: 30 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1976 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. de Jong en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr.

D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: er een gewoonte van heeft gemaakt om, samen met anderen, van misdrijf afkomstig geld en goederen wit te wassen;

feit 2: 6600 gram hennep voorhanden heeft gehad;

feit 3: een ploertendoder en boksbeugel voorhanden heeft gehad;

feit 4: wapens en munitie voorhanden heeft gehad;

feit 5: een (scherf)handgranaat voorhanden heeft gehad.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1. primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2014, in de gemeente Kampen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) (in totaal een bedrag van ongeveer 196.426,48 euro) en/of horloge(s) en/of ring(en) en/of ketting(en) en/of hanger en/of oorbellen en/of armband(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;


1. subsidiair

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2014, in de gemeente Kampen, althans in Nederland, een voorwerp(en), te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (telkens) een of meer geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2014 in de gemeente Kampen opzettelijk aanwezig heeft gehad 6600 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, hennep en/of hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;


3.

hij op of omstreeks 31 maart 2014 in de gemeente Kampen een of meer wapens van categorie 1, onder 3, te weten een ploertendoder en/of een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;


4.

hij op of omstreeks 31 maart 2014 in de gemeente Kampen een of meer wapens van categorie III, te weten twee, althans een of meer, magazijn(en) (kaliber 9mm) , en/of munitie van categorie III, te weten vijftien, althans een of meer, stuks munitie (merk S&B 9mm Luger), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;


5.

hij op of omstreeks 31 maart 2014 in de gemeente Kampen een (scherf)handgranaat (M75), zijnde (een) voorwerp(en), als bedoeld in cat II onder 7, bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de tenlastegelegde feiten 1 primair, 2, 3, 4 en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest. De onder verdachte in beslag genomen papierwaren, de nrs. 1 tot en met 9 op de beslaglijst, kunnen worden teruggegeven aan verdachte.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hij heeft zich voor feit 1 onder meer gebaseerd op informatie van de belastingdienst, informatie van de bank, verblijfgegevens van verdachte, tapgesprekken, verklaringen van getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] en verklaringen van medeverdachte [medeverdachte]. Voor de feiten 2, 3, 4 en 5 heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de verklaring van verdachte, diverse processen-verbaal over het aantreffen van hennep en wapens en expertise rapporten.


De raadsman heeft bepleit dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.


5.2

De overwegingen van de rechtbank


Ten aanzien van feit 1:

Naar aanleiding van CIE informatie en het politieonderzoek Molengat, dat zich richtte op illegale hennepteelt en waarin de persoon van verdachte naar voren kwam, is besloten om te onderzoeken of verdachte betrokken was bij illegale activiteiten. Omdat het vermoeden rees dat verdachte woonachtig was bij medeverdachte [medeverdachte] met wie verdachte een relatie zou hebben (gehad), is [medeverdachte] in het onderzoek betrokken geraakt op verdenking van witwassen.


Inkomsten en uitgaven

Gebleken is dat verdachte over de jaren 2005 tot en met 2011 geen aangifteplicht voor de inkomstenbelasting heeft en dat er over 2009 en 2010 ook geen loongegevens bekend zijn. In 2006 tot en met 2008 en in 2011 heeft hij een WWB-uitkering van de gemeente Kampen genoten.

Sinds omstreeks 2003 heeft hij een ‘op en af” of ‘knipperlicht’ relatie met medeverdachte [medeverdachte], met wie hij drie kinderen heeft, geboren in 2003, 2008 en 2014. [medeverdachte] heeft evenmin een aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en voor wat betreft loongegevens heeft zij alleen in 2011 een WWB-uitkering genoten. Wel ontvangt ze zorg- en kindertoeslag.


Op basis van de in het dossier zich bevindende facturen van [bedrijf 1] VOF, in combinatie met de getuigenverklaring van de getuige [getuige 1] concludeert de rechtbank dat verdachte contante betalingen heeft gedaan voor de bouw van een woonwagen aan [adres 1] te Kampen, voor welke bouw medeverdachte [medeverdachte] de bouwvergunning heeft aangevraagd. Deze betalingen betreffen betalingen tot een totaalbedrag van € 60.000,- (betaald in juli en augustus 2009). Daarnaast kan op basis van facturen van [bedrijf 2] en een email, afkomstig van [naam 1] namens [bedrijf 2], in samenhang met de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], worden vastgesteld dat voor meubels à € 13.350,- (betaald in augustus 2009, februari 2010 en maart 2013) (contant) is betaald. Op basis van een factuur van [bedrijf 3] blijkt dat op 15 maart 2014 € 591,05 contant voor een fiets is betaald. Daarnaast kan op basis van de bewijsmiddelen, inhoudende onder meer de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], worden vastgesteld dat [medeverdachte] nagenoeg maandelijks contant geld van verdachte ontving om het tekort op haar bankrekening aan te vullen. Blijkens een stortingsoverzicht ging het om bedragen van in totaal € 750,- tot € 2.500,- per maand, afhankelijk van de debetstand.


Afkomstig uit enig misdrijf

De rechtbank overweegt dat het onderzoek in de onderhavige zaak geen direct bewijs heeft opgeleverd dat de gelden, waarmee de meubels en caravan zijn betaald, dan wel de overige contante gelden die medeverdachte [medeverdachte] van verdachte ontving, van enig misdrijf afkomstig zijn. Bij de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte] zijn wel handgeschreven notities aangetroffen, die in verband kunnen worden gebracht met de exploitatie van hennepkwekerijen. Daarnaast zijn twee zakken met weed c.q. weedafval aangetroffen en een zogenaamd drooghekje.


Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zijn geld verdient met zwart werken, hij vent accu’s en oud ijzer, dat hij doorverkoopt aan [bedrijf 4]. [getuige 3] verklaart echter verdachte niet te kennen. Verdachte heeft ook verklaard dat hij wel eens wat verdiend heeft met het drogen van wiet. Bij de doorzoeking van verdachtes woning is (oud) hennep aangetroffen, maar geen accu’s of oud ijzer.


Gelet op het ontbreken van een legaal inkomen en omdat alles erop wijst dat het hier gaat om geld, waarvan het bestaan en de herkomst verborgen moet blijven (enkel contante in plaats van gebruikelijker girale betalingen aan de bouwmaatschappij en meubelleverancier en ten aanzien van de contante stortingen dit geld van verdachte - slechts ter hoogte van de debetstand - op een bankrekening ten name van een ander, te weten van medeverdachte [medeverdachte] laten storten) beschouwt de rechtbank de mogelijkheid dat het geld ook legaal verkregen zou kunnen zijn als zo onwaarschijnlijk dat het niet anders kan dan dat het geld van misdrijf(ven) afkomstig was.


Gewoonte

Gelet op de regelmatige afgifte door verdachte van contante bedragen aan medeverdachte [medeverdachte], kan gewoontewitwassen bewezen worden.


Medeplegen

De rechtbank acht ook het onderdeel medeplegen wettig en overtuigend bewezen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft, in samenwerking met verdachte een bouwaanvraag voor de woonwagen ingediend, terwijl, zo verklaart [medeverdachte], verdachte (verder) alles regelde. Daarnaast ontving [medeverdachte] contante bedragen van verdachte, die zij op haar bankrekening stortte en ontving zij contante bedragen ter hoogte van de facturen van de meubelleverancier, waarna zij deze door hen gezamenlijk aangeschafte meubels contant betaalde. Naar het oordeel van de rechtbank volgt daaruit dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking, gericht op het witwassen van de gelden.


Conclusie

Verdachte heeft, door nagenoeg maandelijks geld aan [medeverdachte] te geven voor levensonderhoud en voor wat betreft de financiering van de bouw van de woonwagen contante betalingen gedaan en ten behoeve van de aangeschafte (luxe) meubels contante betalingen ter hoogte van de facturen van de meubelleverancier aan [medeverdachte] gegeven, het geld omgezet in de zin van artikel 420bis Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.


Ten aanzien van feit 2:

In de containers tussen de woningen van [adres 1], waarvan de sleutels in de woning van verdachte en [medeverdachte] lagen, is bij een doorzoeking 6506 gram hennep aangetroffen. Gelet hierop en op de verklaring van verdachte dat hij wel eens wiet te drogen heeft gehad is de rechtbank van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen kan worden.


Ten aanzien van feit 3:

Over het aantreffen van de boksbeugel en ploertendoder heeft verdachte verklaard dat die van hem zijn, zodat ook feit 3 bewezen kan worden.


Ten aanzien van de feiten 4 en 5:

Van het voorhanden hebben van de wapens genoemd in de feiten 4 en 5 zal de rechtbank verdachte vrijspreken. In het dossier bevinden zich geen bewijsmiddelen, op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de wapens.


5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 4 en 5 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1. primair

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2014, in de gemeente Kampen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader een voorwerp, te weten telkens een geldbedrag (in totaal een bedrag van ongeveer 196.426,48 euro) omgezet, terwijl hij en zijn mededader wisten dat bovenomschreven voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;


2.

hij op 31 maart 2014 in de gemeente Kampen opzettelijk aanwezig heeft gehad 6506 gram hennep, hennepplanten of delen daarvan;


3.

hij op 31 maart 2014 in de gemeente Kampen wapens van categorie 1, onder 3, te weten een ploertendoder en een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 420ter van het Wetboek van Strafrecht, artikel 11 van de Opiumwet en artikel 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1 primair

het misdrijf: medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;


feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;


feit 3

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim negen jaar samen met zijn (toenmalige) partner schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Door zo te handelen heeft verdachte eraan meegewerkt dat illegaal verkregen gelden een schijnbaar legale herkomst kregen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Door witwassen wordt het plegen van andere strafbare feiten gefaciliteerd.


Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 23 februari 2015 is verdachte niet eerder voor soortgelijke delicten veroordeeld.


De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van fraude/witwassen met als benadelingsbedrag een bedrag van € 125.000,- tot € 250.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 tot 12 maanden.

Daarnaast heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de bewezenverklaring ter zake het voorhanden hebben van hennep, de boksbeugel en de ploertendoder, zodat de rechtbank van oordeel is dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden is.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem inbeslaggenomen papier- en schrijfwaren (de nrs. 1 tot en met 9 op de beslaglijst), omdat niet is komen vast te staan dat dit door middel van het strafbare feit is verkregen, het niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.


10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1 medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken; feit 2 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen genoemde goederen met de nummers 1 t/m 9.


Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr.

R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2015.

Mrs. Jordaans en Elbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.