Rechtbank Overijssel, 22-07-2015 / C/08/168838 / FA RK 15-530


ECLI:NL:RBOVE:2015:3691

Inhoudsindicatie
De rechtbank wijst af het verzoek van de gemeente tot vaststelling van de verhaalsbijdrage, nu de gemeente onvoldoende heeft aangetoond dat de vrouw niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-07-22
Publicatiedatum
2015-08-07
Zaaknummer
C/08/168838 / FA RK 15-530
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/168838 / FA RK 15-530


beschikking van de enkelvoudige familiekamer voor burgerlijke zaken d.d. 22 juli 2015


inzake


Gemeente [woonplaats 2] ,

verder te noemen: de gemeente,

gevestigd te [woonplaats 2] ,

verzoeker,

gemachtigde, mevrouw [R] ,


en


[verweerder] [verweerder] ,

verder te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1] ,

verweerder,

advocaat mr. M.A. Schuring.



1Het procesverloop


1.1.

De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden:

- het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 5 maart 2015;

- het verweer met bijlagen, binnengekomen op 2 juni 2015;

- een op 24 juni 2015 binnengekomen reactie op het verweerschrift van de gemeente van 23 juni 2015.


1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 8 juli 2015. Ter zitting zijn verschenen en gehoord: mevrouw [R] , namens de gemeente, en de man, bijgestaan door zijn advocaat.


2De feiten


2.1.

De man is op 29 maart 1974 gehuwd met [H] , verder te noemen de vrouw. Bij beschikking van 24 juli 2013 heeft deze rechtbank, locatie Almelo, de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken, welke echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.


2.2.

De gemeente verstrekt sinds 1 november 2013 een bijstandsuitkering aan de vrouw ter voorziening in de noodzakelijke kosten van bestaan.


2.3.

Om te berekenen of de man een verhaalsbijdrage kan leveren, heeft de gemeente de man op 3 en 30 december 2013 aangeschreven om inlichtingen te verstrekken omtrent zijn financiële en maatschappelijke omstandigheden.


2.4.

Omdat de man geen gegevens heeft overgelegd heeft de gemeente bij verhaalsbesluit van 28 januari 2014 de verhaalsbijdrage met ingang van januari 2014 ambtshalve vastgesteld op € 1.050,78 bruto per maand.


2.5.

Omdat de man niet bereid is gebleken tot minnelijke betaling van voormelde verhaalsbijdrage over te gaan, heeft de gemeente bij besluit van 4 februari 2015 besloten tot verhaal in rechte over te gaan.


3Het verzoek


De gemeente verzoekt de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

  • - de door man aan de gemeente ter zake van gemaakte en nog te maken kosten van bijstand te betalen verhaalsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen met ingang van 1 februari 2015 vast te stellen op € 1.054,62 per maand zolang de bijstandsverlening aan de vrouw voortduurt;
  • - te bepalen dat de man de over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2015 ontstane achterstand in de betalingen van € 13.006,28 ineens aan de gemeente voldoet dan wel met een zodanig bedrag per maand als de rechtbank juist acht.

4Het verweer


De man verzoekt de rechtbank het door de gemeente verzochte af te wijzen, met veroordeling van de gemeente in de kosten van het geding.


5De beoordeling


5.1.

Ingevolge artikel 62 van de Wet werk en bijstand (Wwb) kan de gemeente kosten van bijstand verhalen tot de grens van de onderhoudsplicht, bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de beoordeling van het bestaan van dit verhaalsrecht dient de gemeente ingevolge artikel 62a Wwb rekening te houden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend.


5.2.

De rechtbank dient te beoordelen of de wettelijke gronden voor verhaal aanwezig zijn. Daartoe is relevant of behoefte bestaat aan de kant van de vrouw en of de draagkracht van de man betaling van een bijdrage toelaat. Als zou blijken dat de vrouw in haar eigen levensonderhoud kan voorzien brengt dat mee, dat eventueel door de gemeente aan de vrouw verstrekte bijstand niet op de man verhaald kan worden.


5.3.

De rechtbank overweegt dat de stelplicht en - bij voldoende betwisting - de bewijslast ten aanzien van de behoefte van de vrouw, rust bij de gemeente. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente met hetgeen zij heeft aangevoerd haar stellingen, waaronder de stelling dat het inkomensverlies niet aan de vrouw te verwijten is, onvoldoende heeft onderbouwd.

5.4.

Door de man is aangevoerd dat de vrouw na de echtscheiding heeft gewerkt bij de [X] te Almelo en dat zij in die periode volledig in haar eigen onderhoud kon voorzien. Zij is vrijwillig gestopt met haar werk en is bij haar dochter in [woonplaats 2] gaan wonen. Vanaf dat moment was de vouw vrijwillig werkeloos. Zij kon zich bovendien laten bijscholen. Anders dan de gemeente stelt had de vrouw dus wel degelijk een recent arbeidsverleden.


5.5.

De gemeente heeft aangevoerd dat uit het door haar gehanteerde systeem Suwinet niet is gebleken dat de vrouw een recent arbeidsverleden had op het moment dat haar een bijstandsuitkering is toegezegd en ook anderszins is niet gebleken dat de vrouw heeft gewerkt in de periode van juli tot november 2013.


5.6.

Nadat de man ter zitting zijn stellingen met betrekking tot het arbeidsverleden nader heeft onderbouwd, heeft de gemeente volstaan met het blijven bij haar eerder ingenomen standpunt dat niet is gebleken dat de vrouw een recent arbeidsverleden had en zij voegde er aan toe dat de uitkering aan de vrouw niet gekoppeld was aan haar arbeidsverleden. Zij heeft ook geen nader onderzoek aangeboden om haar standpunten te onderbouwen.


5.7.

Nu de man gemotiveerd stelt dat de vrouw in staat was om in haar levensonderhoud te voorzien, is de rechtbank van oordeel dat de gemeente hetgeen zij heeft aangevoerd met betrekking tot de behoefte van de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd. De verzoeken van de gemeente dienen derhalve te worden afgewezen.


De proceskosten


5.8.

Gezien de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat partijen hun eigen kosten dragen. De man heeft naar het oordeel onvoldoende adequaat gereageerd op de aanschrijvingen van de gemeente, waardoor het tot een procedure is gekomen.


6De beslissing


De rechtbank:

I. wijst af het door de gemeente verzochte.


II. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. E.V.A. Groener en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2015 in tegenwoordigheid van S. van Eijk, griffier.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.