Rechtbank Overijssel, 09-06-2015 / C/08/171916 / FA RK 15-1180


ECLI:NL:RBOVE:2015:3740

Inhoudsindicatie
Kinderrechter verleent op 9 juni 2015 vervangende toestemming. De kinderen zullen tot het moment waarop zij naar vader verhuizen of met moeder terugverhuizen naar A dan wel moeder (achteraf) toestemming voor verhuizing krijgt, woonplaats bij moeder en vriendin in B hebben en hebben zij er recht op om in die plaats naar school te mogen gaan. Dit terwijl verzoek moeder in de bodemprocedure tot vervangende toestemming over verhuizing met kinderen naar B nog loopt. Die procedure is aangehouden tot 25 juni 2015.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-09
Publicatiedatum
2015-08-12
Zaaknummer
C/08/171916 / FA RK 15-1180
Procedure
Beschikking
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/171916 / FA RK 15-1180 (SL(O)


beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 9 juni 2015

inzake


[verzoekster] ,

verder ook de vrouw of de moeder te noemen,

wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] ,

verzoekster,

advocaat: mr. M. Kieft,


en


[belanghebbende] ,

verder ook de man of de vader te noemen,

wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] ,

belanghebbende,

advocaat: mr. M.D. van Bruggen.


Het procesverloop

Bij op 22 mei 2015 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft de vrouw een verzoek tot vervangende toestemming inschrijving kinderen op een basisschool ex art. 1:253a BW ingediend.


Op 29 mei 2015 is een brief van de man ter griffie ingekomen.


Op 1 juni 2015 is een brief van de vrouw ter griffie ingekomen.


Op 5 juni 2015 heeft de man het verweerschrift met bijlagen uit de -nog aanhangige- bodemprocedure tussen partijen bij de rechtbank Noord-Holland in het geding gebracht.


De zaak is behandeld ter zitting van 9 juni 2015. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door mr. Kieft en de man bijgestaan door mr. Van Bruggen. De Raad voor de Kinderbescherming is vertegenwoordigd door de heer [H] . De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.


De beslissing is aan het eind van de behandeling in aanwezigheid van partijen en de Raad uitgesproken.


De vaststaande feiten

De ouders zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren:

[X] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

[Y] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] ,

[Z] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 3] .

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders.


Bij beschikking van de rechtbank Haarlem van [datum] is de echtscheiding uitgesproken.


De standpunten van partijen

de moeder

De moeder verzoekt in het kader van geschilbeslechting ex artikel 1:253a BW haar vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige kinderen van partijen in te schrijven op basisschool [L] in [plaats 1] . Zij stelt daartoe dat zij door het wegvallen van de kinderalimentatie en het vervallen van de alleenstaande ouderkorting, in de financiële problemen is geraakt. Zij was in [A] afgesloten van gas, water en licht en er dreigde een huisuitzetting. Moeder heeft een relatie met een vrouw in [B] en heeft vanuit financieel oogpunt besloten om samen met de kinderen bij haar partner in [B] te gaan wonen. Aangezien vader geen toestemming wilde verlenen voor de verhuizing naar [B] , is moeder bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een procedure gestart tot vervangende toestemming om te verhuizen naar [B] . De eerste behandeling aldaar was eind 2014 en deze zal worden voortgezet op 25 juni 2015. Echter, moeder woont inmiddels samen met de kinderen in [B] . De kinderen gaan sinds 18 mei 2015 niet naar school, omdat vader geen toestemming wil verlenen voor inschrijving van de kinderen op basisschool de [L] in [B] . Deze school sluit volgens moeder naadloos aan bij de bijzondere leer- en begeleidingsbehoefte van de kinderen. Vader heeft die school ook bezocht. Moeder vindt het onwenselijk dat de kinderen nog langer thuis blijven en wil dat ze worden ingeschreven op basisschool de [L] in [B] .


de vader

Vader stelt zich op het standpunt dat het onderhavige spoedverzoek op grond van litispendentie, althans connexiteit, doorverwezen dient te worden naar de rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem vanwege de reeds lopende bodemprocedure bij die rechtbank. Moeder wacht niet op toestemming van de rechter of van vader. Zij is willens en wetens in het zicht van de zomervakantie en de behandeling door de meervoudige kamer bij de rechtbank Noord-Holland vertrokken naar [B] . Vader betwist het afsluiten van het gas, water en licht, alsmede een dreigende huisuitzetting. Er was geen financiële noodzaak tot verhuizing, dat is ook niet in de bodemprocedure bij de rechtbank Noord-Holland aangevoerd. Hij heeft daar geen bewijsstukken van gezien. Als moeder er voor kiest om te verhuizen dan kunnen de kinderen ook bij vader in [plaats 2] gaan wonen. Het is mogelijk dat de rechtbank Noord-Holland voor de zomervakantie een beslissing geeft op de hoofdpunten zonder onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Het primaire en formele verweer strekt tot doorverwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Holland. Subsidiair en materieel luidt het verweer dat de kinderen vooruitlopend op beslissingen van de rechtbank Noord-Holland niet voor een korte periode op school in [B] mogen worden ingeschreven.


de Raad voor de Kinderbescherming

Er is volgens de Raad al wel een zogeheten triage met advies aangemaakt door de Raad voor de Kinderbescherming (verder ook: de Raad) in Noord-Holland. Dat duidt er volgens de raadsvertegenwoordiger op dat die Raadvestiging voornemens is een onderzoek te gaan doen. Het verbaast de heer [H] dat de Raad in Noord-Holland in dit geval nog geen onderzoek is gestart nu de mediation, waarvoor de zaak in Noord-Holland kennelijk was aangehouden, mislukt is.


In dat soort gevallen pleegt de Raad Overijssel / Almelo volgens een vaste werkafspraak met de rechtbank de zaak zonder nadere zitting alvast in onderzoek te nemen zodat op de volgende zitting het rapport en de adviezen gereed zijn en op de geschilpunten beslist kan worden. Nu lijkt het erop dat op 25 juni 2015 de Raad Noord-Holland nog geen onderzoek heeft gedaan en waarschijnlijk ook niet een afgewogen advies aan de rechters kan geven. Uit de stukken blijkt dat op vrijwillige basis er al ondersteuning verleend werd door Bureau Jeugdzorg Noord- Holland. Op dit moment is de situatie zoals die is en de Raad is van mening dat de kinderen tot aan de zomervakantie in [B] naar school moeten gaan. Het is niet in het belang van de kinderen dat zij nog langer verstoken blijven van onderwijs. Indien beide ouders daar mee zouden kunnen instemmen was de heer [H] bereid geweest om namens de Raad ter zitting van 9 juni 2015 alvast een spoed voorlopige ondertoezichtstelling te vragen zodat een gezinsvoogd / jeugdbeschermer vanaf die dag samen met ouders de belangen van de kinderen zou kunnen bewaken. Deze had dan ook de rechtbank Noord-Holland vanuit een gezagspositie van informatie over de kinderen en hun belang kunnen voorzien op 25 juni 2015. Omdat vader op dit moment geen prijs stelt op een gezinsvoogd / jeugdbeschermer heeft de Raad een dergelijk verzoek niet gedaan.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing


De kinderrechter stelt voorop dat hij enkel zal oordelen over en beslissen op het verzoek van moeder om vervangende toestemming van de rechter opdat de kinderen zo snel mogelijk weer naar school kunnen gaan. De verzoeken omtrent hoofdverblijfplaats, toestemming voor moeder om te mogen verhuizen en de verdeling van zorgtaken zijn in een bodemprocedure aan de rechtbank Noord-Holland voorgelegd en behoren door die rechtbank te worden beslist.


De kinderrechter stelt vast dat door de verhuizing van moeder met de kinderen van [A] naar [B] en de weigering van vader om samen met moeder de kinderen als leerling in te schrijven bij een school in [B] , een situatie is ontstaan waarin moeder en de kinderen er recht op en belang bij hebben dat met de grootst mogelijke spoed door een rechter wordt beslist op het verzoek tot vervanging van de toestemming van vader. Ter zitting is komen vast te staan dat vader zijn standpunt over de schoolgang handhaaft. Hij is van oordeel dat de rechtbank Noord-Holland eerst moet beslissen op het verzoek van moeder om te mogen verhuizen. Zo lang dat niet is gebeurd moeten de kinderen in [A] naar school blijven gaan en kan van een inschrijving in [B] geen sprake zijn.


Er kan begrip zijn voor vaders teleurstelling en overigens ook die van moeder dat het betrekkelijk lang duurt voordat door een rechter wordt beslist op het verhuisverlofverzoek. De raadsman van vader heeft ter zitting op 9 juni 2015 gezegd dat het niet is gelukt om de zitting van 25 juni 2015 te vervroegen toen hem bleek dat moeder het voornemen had om zonder toestemming vooraf alvast te gaan verhuizen. Hij heeft op 17 april 2015 een schriftelijk verzoek daartoe gedaan aan de rechtbank Noord-Holland. Dat verzoek is niet gehonoreerd. Een paar weken later is moeder daadwerkelijk vertrokken.


Op grond van wet en verdragen hebben kinderen een onvoorwaardelijk recht op onderwijs en moeten ouders ervoor zorgen dat de kinderen ingeschreven zijn of blijven bij een school waar dat onderwijs op passende wijze aan de kinderen kan worden gegeven. Een ouder met gezag die niet zorgdraagt voor een deugdelijke inschrijving bij een school is strafbaar op grond van het bepaalde in de Leerplichtwet. In dit geval zijn wat moeder betreft twee opties denkbaar. Zij krijgt (achteraf) al of niet toestemming van de rechtbank Noord-Holland om met de kinderen naar [B] te verhuizen.


Als die toestemming niet volgt dan moet het ervoor worden gehouden dat zij de kinderen zonder goede grond heeft uitgeschreven bij de school in [A] . Krijgt zij die toestemming wel dan heeft zij (achteraf bezien) juist gehandeld, heeft zij op goede grond in [A] laten uitschrijven en is het haar plicht, evenals die van vader, om te zorgen voor een zo spoedig mogelijke inschrijving in de nieuwe woonplaats.


Wat van het een of het ander zij, feit is dat de kinderen nu al een paar weken in [B] wonen, uitgeschreven zijn in [A] en op dit moment nog steeds niet ingeschreven zijn in [B] . Het moet ervoor gehouden worden dat moeder op dit moment en op zeer korte termijn feitelijk niet in staat zal zijn om naar [A] terug te keren. Het is niet gebleken dat de moeder, de verhuizing zonder voorafgaande toestemming weggedacht, niet goed voor de kinderen zou zorgen en evenmin is gebleken dat onverwijld doordeweeks bij vader in [plaats 2] gaan wonen en daar naar school gaan voor de kinderen beter zou zijn dan vooralsnog bij moeder blijven wonen en in [B] naar school gaan. De kinderrechter gaat uit van de huidige status quo. Vanuit die situatie zal de rechtbank Noord-Holland, al of niet na een kennelijk nog uit te zetten onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, beslissingen nemen over de voorgelegde vragen.


Totdat die rechtbank zal hebben beslist en tot het moment waarop de kinderen naar vader verhuizen of met moeder terugverhuizen naar [A] danwel moeder (achteraf) toestemming voor verhuizing krijgt, zullen de kinderen woonplaats bij moeder en vriendin in [B] hebben en hebben zij er recht op om in die plaats naar school te mogen gaan. Vader stelt dat de rechtbank Noord-Holland op of kort na 25 juni 2015 zonder raadsonderzoek kan beslissen, maar zeker is dat niet. Ook denkbaar is dat de kernbeslissingen pas genomen zullen worden na een dergelijk onderzoek. Dat kan nog enkele maanden op zich laten wachten en in dat geval zijn de kinderen nog geruime tijd bij moeder. In [B] . En zonder onderwijs, als het aan vader ligt. Zolang die situatie duurt zijn de ouders echter naar het oordeel van de kinderrechter wel degelijk verplicht hun kinderen ingeschreven te houden op een voor die kinderen passende school. Op grond van de door moeder overgelegde informatie is basisschool [L] in [B] een passende school te achten. Vader heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een andere, beter passende school op aanvaardbare afstand van het woonhuis van moeder en vriendin zou zijn. Waar vader weigert aan inschrijving mee te werken zal de kinderrechter vervangende toestemming daartoe verlenen.


Vaders wens om niet door het uitspreken van een voorlopige ondertoezichtstelling en het alvast aanstellen van een gezinsvoogd / jeugdbeschermer op de in Noord-Holland te nemen beslissingen vooruit te lopen behoort gerespecteerd te worden. Hoezeer hij zelf ook voorstander is van OTS en een gezinsvoogd. Deze zou dan moeten werken in de situatie waarin moeder met de kinderen (weer) in [A] woont. Niet vanuit [B] . De kinderrechter stelt wel vast dat een Twentse gezinsvoogd / jeugdbeschermer een bijdrage had kunnen leveren aan het uit de knel halen en houden van de kinderen. Die hebben al enige tijd flink last van het feit dat het hun ouders niet lukt om in goed overleg cruciale beslissingen over hen te nemen. Gevolg daarvan is in elk geval dat ze in de afgelopen weken onderwijs hebben gemist en dat er nu naar verwachting nog enige tijd onduidelijkheid zal zijn over hun woonplek en de plaats waar ze voor langere tijd (weer) naar school zullen gaan.


De kinderrechter zal de proceskosten compenseren nu partijen gehuwd zijn geweest en de onderhavige procedure ziet op een geschil omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag over de uit dat huwelijk geboren kinderen.


De beslissing

De kinderrechter:


I Verklaart zich bevoegd om van het voorgelegde geschilpunt kennis te nemen.


II Verleent die van vader vervangende toestemming tot inschrijving van de kinderen op basisschool de [L] te [B] .


III. Verklaart deze beschikking ten aanzien van punt II uitvoerbaar bij voorraad.


IV. Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen

kosten draagt.


V. Wijst af het meer of anders verzochte.



Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, in tegenwoordigheid van H.J. van der Woude als griffier en in het openbaar in aanwezigheid van de ouders uitgesproken op 9 juni 2015.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.


Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.