Rechtbank Overijssel, 11-09-2015 / 08/770030-15


ECLI:NL:RBOVE:2015:4212

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft het slachtoffer, terwijl zij als winkelbediende aan het werk was, naar de kassa gevolgd en haar meermalen onverhoeds in de billen geknepen. De rechtbank acht alles afwegende de oplegging van een taakstraf van 40 uur, te vervangen door 20 dagen hechtenis passend en geboden.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-09-11
Publicatiedatum
2015-09-11
Zaaknummer
08/770030-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/770030-15

Datum vonnis: 11 september 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in [woonplaats] , [adres] .



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 augustus 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. D.G. Geerdink, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op

19 november 2014 te Hengelo (O) schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij op of omstreeks 19 november 2014 in de gemeente Hengelo (O), door geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het met een/de

hand(en) en/of vinger(s) (meermalen, althans éénmaal,) betasten en/of aanraken

van een/de bil(len) van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) uit het achter die [slachtoffer] (aan)lopen en/of (vervolgens)

onverhoeds meermalen, althans éénmaal, knijpen in een/de bil(len) van die

[slachtoffer] ;


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft geconcludeerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Hij liep achter aangeefster aan en kneep haar vervolgens onverhoeds meermalen in haar billen. Aangeefster was hierop niet bedacht en kon hier niet op anticiperen. Dit maakt dat er in de ogen van de officier van justitie sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 246 Sr.


De raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken. Verdachte heeft in een opwelling in één handbeweging de billen van aangeefster aangeraakt. Op het moment dat aangeefster zich dit realiseerde was het al gebeurd. Volgens de raadsman kan niet worden bewezen dat er sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 246 Sr. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank acht op grond van de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster door feitelijkheden heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling. Verdachte heeft aangeefster, terwijl zij in versnelde pas naar de kassa liep, meermalen in haar billen geknepen. Aangeefster heeft verklaard dat zij door deze handelingen van verdachte overrompeld was. Het onverhoedse karakter van het handelen van verdachte heeft verzet van de zijde van het slachtoffer voorkomen. Het slachtoffer kon zich niet aan de situatie onttrekken. Dit specifieke karakter van het ontuchtige handelen levert naar het oordeel van de rechtbank de in artikel 246 Sr geëiste dwang op.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op 19 november 2014 in de gemeente Hengelo (O), door feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het met de hand betasten en/of aanraken van de billen van die [slachtoffer] en bestaande die feitelijkheden uit het achter die [slachtoffer] aanlopen en vervolgens onverhoeds meermalen knijpen in de billen van die [slachtoffer] .


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 246 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft het slachtoffer, terwijl zij als winkelbediende aan het werk was, naar de kassa gevolgd en haar meermalen onverhoeds in de billen geknepen. Uit de aangifte komt naar voren dat het handelen van verdachte een grote impact op aangeefster heeft gehad. Verdachte heeft met deze gedraging inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.


Uit het uittreksel justitiële documentatie komt naar voren dat verdachte recentelijk geen contact heeft gehad met politie en justitie. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank ook mee dat verdachte oprecht berouw heeft getoond en dat hij ook aan het slachtoffer zijn excuses heeft aangeboden.


De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport dat op 16 juni 2015 door

W. Hutten over verdachte is opgemaakt. Uit de rapportage komt naar voren dat verdachte is opgegroeid in een stabiel gezin en dat hij een vaste baan heeft. Er zijn nimmer problemen geweest op het gebied van middelengebruik. Verdachte is zeer geschrokken door de justitiële vervolging. Het risico op recidive wordt laag ingeschat. Voor de oplegging van een reclasseringstoezicht ziet de reclassering geen indicatie.

De reclassering adviseert de rechtbank om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte mantelzorger is en dat het van belang is dat hij zijn vaste baan kan behouden.


De rechtbank ziet gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om in het voordeel van verdachte af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf. Voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel, zoals door de raadsman is bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en er zijn geen specifieke omstandigheden die nopen tot de toepassing van artikel 9a Sr. De rechtbank acht alles afwegende de oplegging van een taakstraf van 40 uur, te vervangen door 20 dagen hechtenis passend en geboden.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c en 22d Sr.

10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring


  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 40 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Eerde, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.


Mr. Van Eerde is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenenBijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2014174192. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 19 november 2014, pagina 13 en verder, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

op 19 november 2014 was ik aan het werk bij [winkel] in Hengelo. Ik opende de deur voor en man die voor de winkel aan het wachten was. Ik ging achter het kassablok staan. De man riep mij en zei dat hij op zoek was naar een penisring. Ik zei tegen de man:

“ U wilt deze?” In nam de ring mee en liep wat versneld in de richting van de kassa. Terwijl ik daar naartoe liep voelde ik dat die man drie keer achter elkaar in mijn linkerbil kneep. Hij deed dat eigenlijk in 1 handoplegging. Ik was heel erg overrompeld doordat die man dat deed. Ik was stomverbaasd.


2.

De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 augustus 2015.

Het is gebeurd. Zij liep weg. Toen heb ik haar met mijn hand bij de billen gepakt. Ik heb haar gewoon bij de kont gepakt zeg maar. Het was wel iets van een grijpende beweging. Het klopt dat ik dat deed terwijl zij naar de kassa liep.