Rechtbank Overijssel, 17-09-2015 / 08/730293-15


ECLI:NL:RBOVE:2015:4301

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen waarbij hij een wapen heeft gebruikt. Daarnaast heeft verdachte zich meerdere malen schuldig gemaakt aan diefstal uit een woning. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Gelet op de persoon van de verdachte zal de rechtbank aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbinden van meldplicht bij de reclassering en de verplichting om aan diagnostiek en/of behandeling mee te werken.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-09-17
Publicatiedatum
2015-09-17
Zaaknummer
08/730293-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/730293-15

Datum vonnis: 17 september 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Overijssel, HvB Karelskamp.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. van Dijck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. P.T. Pel, advocaat te Hattem, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Voluit luidt de – ter zitting gewijzigde - tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.


hij op of omstreeks 08 mei 2015, te Olst, in de gemeente Olst-Wijhe,

een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (zichtbaar voor genoemde [slachtoffer 1] ) met zijn hand een zgn. "snijbeweging" langs zijn keel gemaakt, terwijl hij zich in de (onmiddellijke) nabijheid van genoemde [slachtoffer 1] bevond, en/of heeft hij (vervolgens) opzettelijk dreigend een buks ter hand genomen en/of getoond aan- en/of gericht op genoemde [slachtoffer 1] , en/of heeft verdachte (daarbij) opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 1] toegevoegd of toegeroepen: "Jij!" en/of "Kill" en/of "Attack" en/of "De deur uit jullie. Ik wil jullie nooit meer zien.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


2.


hij op of omstreeks 08 mei 2015, in de gemeente Olst-Wijhe, een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland), en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland), heeft bedreigd

- met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen

en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten

ontstaat, en/of

- met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- met zware mishandeling, en/of

- met brandstichting,

immers:

- heeft verdachte - terwijl hij zich bevond in een woning aan de [adres 1]

[adres 1] te Olst - opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde

[slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Probeer niet binnen te komen, dan gaan er doden

vallen" en/of "De gaskraan gaat open en zodra er iemand binnen komt gaat de

boel de fik in" en/of "Ik heb niets te verliezen. Ik wil niet met je praten.

Ik wil dat jullie nu mijn tuin verlaten en als jullie de deur openbreken dan

sla ik jullie allemaal de kop in. En jij, jij staat boven aan mijn lijst. Jij

gaat als eerst.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of

- heeft verdachte (vervolgens) opzettelijk dreigend een buks ter hand genomen

en/of getoond aan- en/of gericht op genoemde [slachtoffer 2] en/of genoemde

[slachtoffer 3] , en/of

heeft verdachte (vervolgens of daarbij) opzettelijk dreigend met zijn hand een

zgn. "snijbeweging" langs zijn keel gemaakt, daarbij genoemde [slachtoffer 2]

en/of genoemde [slachtoffer 3] aankijkend en/of aanwijzend;


3.


hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 01

juli 2009 tot 08 mei 2015,

te Olst, in de gemeente Olst-Wijhe, en/of (elders) in Nederland,

(telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon,

genaamd [slachtoffer 4] ,

- met de al dan niet tot vuist gebalde hand(en) en/of met de elleboog in het

gezicht en/of tegen het hoofd en/of (elders) tegen het lichaam heeft gestompt

en/of geslagen, en/of

- met de al dan niet geschoeide voet(en) in de buik en/of (elders) tegen het

lichaam heeft geschopt en/of getrapt,

waardoor genoemde [slachtoffer 4] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;


4.


hij op één of meer tijdtippen in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot

en met 7 mei 2015 te Epe en/of te Olst en/of te Vaassen, in elk geval in

Nederland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten

dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan

een ander dan aan verdachte, te weten


- in of omstreeks de periode van 17 tot 18 april 2014 in/uit een auto (Opel

Combo, kenteken [kenteken] ), welke geparkeerd stond aan de Centrumweg te Epe,

één of meerdere elektrische fietsen (Scott) en/of een autoradio en/of een

navigatiesysteem (Garmin), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of


- in of omstreeks de periode van 3 tot 4 maart 2015 in/uit (een in aanbouw

zijnde) woning gelegen aan de [adres 2] te Olst, één of

meerdere portable radio's (zogenaamde bouwradio's) en/of een haspel (geel)

en/of een heteluchtkachel (Eurom), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6]

[slachtoffer 6] en /of [slachtoffer 7] en/of [bouwbedrijf] B.V. en/of


- in of omstreeks de periode van 9 tot 10 maart 2015 in/uit een woning

gelegen aan de [adres 3] te Olst, een hamer (Stanley Steelmaster)

en/of Schrobzaag (Bahco) en/of zestig (60), althans één of meerdere

hoekankers en/of een hoeveelheid schroeven (Woodies) en/of een voorhamer

(Lux 5kg) en/of rubberhamer (Stanley) en/of een blokkendrager (Elbo) en/of

een bouwlamp (Powerplus) en/of een landmeter (Bosch) en/of een bovenfrees

(POF 1200 AE) en/of een haspel (Velleman) en/of groeffrees (56, 8.22 mm)

en/of een handtacker (R34 140/6) en/of een laserliner (Beamcontrol master

120) en/of een betonmixer (Eibenstock) en/of een elektrisch nagelpistool

(6-TRE650) en/of een schuurmachine (Fein Multimaster) en/of een zaag

(Stanley) en/of een boormachine (Bosch PST 900) en/of een decoupeerzaag

(Bosch) en/of afkortzaag (Bosch) en/of een boormachine (Bosch) en/of een

schuurmachine (Bosch) en/of een reciprozaag (Gamma) en/of een haakse slijper

en/of een borenset, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of


- in of omstreeks de periode van 23 april tot en met 2 mei 2015 in/uit een

schuur, behorende bij een woning gelegen aan de [adres 4] te Vaassen,

een kettingzaagmachine (Husqvarna 254) en/of een kettingzaagmachine (Dolmar

PS5000), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of


- in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 mei 2015 in/uit (een in

aanbouw zijnde) woning gelegen aan de [adres 5] te Olst, een invalzaag met

rode streep (Festool EBQ55) en/of een stofzuiger (Festool CTL Mini), geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of


waarbij verdachte zich in één of meer van de hierboven genoemde gevallen

(telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het

weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,


voor zover van één en ander blijkt uit bijgevoegd(e) proces(sen)-verbaal;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 17

april 2014 tot en met 09 juni 2015, in de gemeente(n) Olst-Wijhe en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen die

(dat) goed(eren) (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof,

en wel:

-één of meerdere elektrische fietsen (Scott) en/of een autoradio en/of een

navigatiesysteem (Garmin) (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf,

aangifte reg. nummer 2014053182), en/of

-één of meerdere portable radio's (zogenaamde bouwradio's) en/of een haspel

(geel) en/of een heteluchtkachel (Eurom) (verkregen door diefstal, althans

enig misdrijf, aangifte reg. nummer 2015108900), en/of

-een hamer (Stanley Steelmaster) en/of Schrobzaag (Bahco) en/of zestig (60),

althans één of meerdere hoekankers en/of een hoeveelheid schroeven (Woodies)

en/of een voorhamer (Lux 5kg) en/of rubberhamer (Stanley) en/of een

blokkendrager (Elbo) en/of een bouwlamp (Powerplus) en/of een landmeter

(Bosch) en/of een bovenfrees (POF 1200 AE) en/of een haspel (Velleman) en/of

groeffrees (56, 8.22 mm) en/of een handtacker (R34 140/6) en/of een laserliner

(Beamcontrol master 120) en/of een betonmixer (Eibenstock) en/of een

elektrisch nagelpistool (6-TRE650) en/of een schuurmachine (Fein Multimaster)

en/of een zaag (Stanley) en/of een boormachine (Bosch PST 900) en/of een

decoupeerzaag (Bosch) en/of afkortzaag (Bosch) en/of een boormachine (Bosch)

en/of een schuurmachine (Bosch) en/of een reciprozaag (Gamma) en/of een haakse

slijper en/of een borenset (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf,

aangifte reg. nummer 2015119059) , en/of

- een kettingzaagmachine (Husqvarna 254) en/of een kettingzaagmachine (Dolmar

PS5000) (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf, aangifte reg. nummer

2015219668), en/of

- een invalzaag met rode streep (Festool EBQ55) en/of een stofzuiger (Festool

CTL Mini), (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf, aangifte reg.

nummer 2015221351);


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 17

april 2014 tot en met 09 juni 2015,

in de gemeente(n) Olst-Wijhe en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen die

(dat) goed(eren) (telkens) redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof,

en wel:

-één of meerdere elektrische fietsen (Scott) en/of een autoradio en/of een

navigatiesysteem (Garmin) (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf,

aangifte reg. nummer 2014053182), en/of

-één of meerdere portable radio's (zogenaamde bouwradio's) en/of een haspel

(geel) en/of een heteluchtkachel (Eurom) (verkregen door diefstal, althans

enig misdrijf, aangifte reg. nummer 2015108900), en/of

-een hamer (Stanley Steelmaster) en/of Schrobzaag (Bahco) en/of zestig (60),

althans één of meerdere hoekankers en/of een hoeveelheid schroeven (Woodies)

en/of een voorhamer (Lux 5kg) en/of rubberhamer (Stanley) en/of een

blokkendrager (Elbo) en/of een bouwlamp (Powerplus) en/of een landmeter

(Bosch) en/of een bovenfrees (POF 1200 AE) en/of een haspel (Velleman) en/of

groeffrees (56, 8.22 mm) en/of een handtacker (R34 140/6) en/of een laserliner

(Beamcontrol master 120) en/of een betonmixer (Eibenstock) en/of een

elektrisch nagelpistool (6-TRE650) en/of een schuurmachine (Fein Multimaster)

en/of een zaag (Stanley) en/of een boormachine (Bosch PST 900) en/of een

decoupeerzaag (Bosch) en/of afkortzaag (Bosch) en/of een boormachine (Bosch)

en/of een schuurmachine (Bosch) en/of een reciprozaag (Gamma) en/of een haakse

slijper en/of een borenset (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf,

aangifte reg. nummer 2015119059) , en/of

- een kettingzaagmachine (Husqvarna 254) en/of een kettingzaagmachine (Dolmar

PS5000) (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf, aangifte reg. nummer

2015219668), en/of

- een invalzaag met rode streep (Festool EBQ55) en/of een stofzuiger (Festool

CTL Mini), (verkregen door diefstal, althans enig misdrijf, aangifte reg.

nummer 2015221351).


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering en een behandelverplichting met het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de gestelde voorwaarden. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr inhoudende een locatie- en contactverbod met de ouders van zijn levensgezel wordt opgelegd met bepaling dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar zal zijn.


Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [bouwbedrijf] heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering tot een bedrag van € 247,50 kan worden toegewezen.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

Feit 1


De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken aangezien het wettige en overtuigende bewijs ontbreekt.


De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde bedreigende gedragingen heeft gepleegd. Het door verdachte geschetste scenario strookt niet met de verklaringen van aangeefster en de getuigen. Die verklaringen komen grotendeels met elkaar overeen en weerspreken verdachte’s lezing over de feiten. De rechtbank is van oordeel dat de “snijbeweging” langs de keel die verdachte richting aangeefster heeft gemaakt en tevens een buks ter hand heeft genomen van dien aard is en ook onder zodanige omstandigheden heeft plaatsgevonden dat bij de aangeefster redelijke vrees kon ontstaan, dat de verdachte zijn bedreigingen ten uitvoer zou brengen..


Ten aanzien van de ten laste gelegde woorden “Jij” en/of “Kill” en/of “Attack” en/of “De deur uit jullie. Ik wil jullie nooit meer zien” spreekt de rechtbank verdachte vrij aangezien het dossier voor deze onderdelen van de tenlastelegging, naast de verklaring van aangeefster, geen overtuigend steunbewijs bevat.


5.2

Feit 2


De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


De raadsman heeft primair aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van dit feit nietig moet worden verklaard aangezien de tenlastelegging onvoldoende concreet is. Subsidiair meent de raadsman dat verdachte dient te worden vrijgesproken, aangezien het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering. De tekst is, in samenhang met de inhoud van het dossier, zodanig duidelijk dat daaruit kan worden afgeleid duidelijk was waartegen hij zich diende te verdedigen. De rechtbank verwerpt derhalve het primaire verweer van de raadsman.


De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank stelt op grond van de dit feit betreffende bewijsmiddelen vast dat op 8 mei 2015 een melding bij de politie binnen is gekomen dat verdachte de huisraad in zijn woning zou vernielen. Verbalisanten zijn ter plaatse gegaan en troffen daar verdachte aan. Verdachte weigerde gevolg te geven aan de verzoeken van verbalisanten, gedroeg zich zeer recalcitrant en zocht de confrontatie. Op een gegeven moment hoorden verbalisanten dat verdachte bedreigende woorden riep. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op deze context, de door verdachte gebruikte en niet mis te verstane bewoordingen van zodanige aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geuit, dat bij de verbalisanten de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd, zou worden uitgevoerd, zodat er sprake is van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting. De rechtbank is verder van oordeel dat het dossier, noch het onderzoek ter terechtzitting, ook maar enige aanwijzing heeft opgeleverd dat aan de juistheid van het ambtsedig proces-verbaal zou moeten worden getwijfeld, afgezien van de betwisting door de verdachte. Bovendien wordt hetgeen is geverbaliseerd bevestigd door getuigen. De rechtbank zal de aangiftes van de opsporingsambtenaren dan ook voor het bewijs bezigen.


5.3

Feit 3


De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


De raadsman heeft primair aangevoerd dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard aangezien de tenlastelegging van dit feit onvoldoende concreet is. Subsidiair dient verdachte volgens zijn raadsman te worden vrijgesproken aangezien het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering. De tekst is, in samenhang met de inhoud van het dossier, zodanig duidelijk dat daaruit kan worden afgeleid duidelijk was waartegen hij zich diende te verdedigen. De rechtbank verwerpt derhalve het primaire verweer van de raadsman.


De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank acht het ten laste gelegde feit niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft ter zitting een verklaring gegeven over één geweldsincident en de omstandigheden waaronder een en ander heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank is de lezing van verdachte op dit onderdeel niet op voorhand onaannemelijk. Voorts wordt de aangifte ten aanzien van de overige in de tenlastelegging opgenomen geweldsincidenten niet ondersteund door andere bewijsmiddelen dan de verklaring van aangeefster zelf. Er is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan.


5.4

Feit 4


De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit, ten aanzien van alle gedachtestrepen, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.


De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken aangezien het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Daartoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat de politie onrechtmatig is binnengetreden, waardoor de hieruit verkregen goederen en fotomateriaal als bewijs dienen te worden uitgesloten.


Uit de aanwezige stukken is de rechtbank gebleken dat de politie op vrijdag 29 mei 2015 heeft binnengetreden in een kelderbox behorende bij de woning aan de [adres 6] te Apeldoorn. Eigenaar van deze woning is [getuige 1] . Uit het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 19 juni 2015 alsmede het aanvullende proces-verbaal opgemaakt op 8 juli 2015 blijkt dat de verbalisanten zonder voorafgaande toestemming van de bewoner alsmede zonder voorafgaande machtiging van de daartoe bevoegde autoriteit de kelderbox ter inbeslagname hebben binnengetreden. Hiermee dient naar het oordeel van de rechtbank het binnentreden van de kelderbox op 29 mei 2015 als onrechtmatig te worden aangemerkt.


Naar aanleiding van een belastende verklaring van getuige [slachtoffer 4] afgelegd op 2 juni 2015 heeft evenwel op 9 juni 2015 opnieuw een doorzoeking van de kelderbox behorende bij de woning aan de [adres 6] te Apeldoorn plaatsgevonden. Hierbij heeft het binnentreden ter inbeslagname eerst plaatsgevonden na voorafgaande toestemming van de bewoner. Tijdens deze doorzoeking zijn diverse goederen inbeslaggenomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze doorzoeking als rechtmatig worden aangemerkt. De uit deze doorzoeking voortvloeiende bewijsmiddelen behoeven daarmee niet als bewijs uitgesloten te worden.


De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Uit de verschillende aangiftes is onder meer gebleken dat in de ten laste gelegde periode is ingebroken in meerdere (in aanbouw zijnde) woningen waarbij veel gereedschap en goederen werd weggenomen. Door de getuige [slachtoffer 4] is een belastende en gedetailleerde verklaring afgelegd over de betrokkenheid van verdachte. Uit de door voornoemde getuige afgelegde verklaringen komt naar voren dat verdachte haar kort na enkele inbraken heeft verteld omtrent de inbraak, en dat getuige beschikte over specifieke daderwetenschap, onder meer voor wat betreft het tijdstip van de inbraken, het type woningen waar is ingebroken en de soorten goederen die zijn buit gemaakt. Een en ander komt overeen met de verschillende aangiftes. Daarnaast heeft getuige [slachtoffer 4] verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte een keer ’s nachts thuis kwam met van diefstal afkomstige gereedschappen die hij de volgende dag weer heeft weggebracht. Verdachte zou bij deze inbraken een muts en handschoenen hebben gedragen en maakte bij thuiskomst zijn schoenen schoon. Verdachte heeft volgens getuige gestolen goederen op internet verkocht. Verder zou verdachte volgens getuige gebruik maken van een berging in Apeldoorn waar hij de gestolen goederen naar toe bracht. Het gebruik van de berging wordt bevestigd door getuige [getuige 1] die bij de politie heeft verklaard dat verdachte zijn berging gebruikte om goederen in op te slaan. Volgens getuige [getuige 1] zouden alleen hij en verdachte een sleutel van de berging hebben. Tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres 1] te Olst en een berging aan de [adres 6] te Apeldoorn werden verschillende gereedschappen en goederen aangetroffen en in beslaggenomen, waaronder een elektrische fiets. Uit onderzoek is gebleken dat enkele van deze goederen van misdrijf afkomstig zijn en door aangevers zijn herkend als hun eigendom. Voorts zijn twee laptops van verdachte in beslag genomen waar tactisch onderzoek op is verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat op deze laptops bestanden waren opgeslagen met afbeeldingen, die soortgelijk zijn aan gestolen gereedschappen en goederen welke in beslaggenomen zijn. Verdachte heeft hierover niets willen zeggen, terwijl deze verklaring en uitkomsten van onderzoek dusdanig belastend zijn dat uitleg verwacht mag worden.


De rechtbank is van oordeel dat op grond van voorgaande overwegingen in samenhang met de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte de ten laste gelegde inbraken heeft gepleegd.


5.5

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 3 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 4, 1e, 2e, 3e,, 4e en 5e gedachtestreepje tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.


hij op 8 mei 2015, te Olst, in de gemeente Olst-Wijhe, een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (zichtbaar voor genoemde [slachtoffer 1] ) met zijn hand een zgn. "snijbeweging" langs zijn keel gemaakt, terwijl hij zich in de nabijheid van genoemde [slachtoffer 1] bevond,

en heeft hij opzettelijk dreigend een buks ter hand genomen en getoond aan [slachtoffer 1] ;


2.


hij op 08 mei 2015, in de gemeente Olst-Wijhe, een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland), en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland), heeft bedreigd

- met enig misdrijf tegen het leven gericht, en

- met brandstichting,

immers:

- heeft verdachte - terwijl hij zich bevond in een woning aan de [adres 1]

[adres 1] te Olst - opzettelijk dreigend voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Probeer niet binnen te komen, dan gaan er doden vallen" en "De gaskraan gaat open en zodra er iemand binnen komt gaat de boel de fik in" en "Ik heb niets te verliezen. Ik wil niet met je praten. Ik wil dat jullie nu mijn tuin verlaten en als jullie de deur openbreken dan sla ik jullie allemaal de kop in. En jij, jij staat boven aan mijn lijst. Jij gaat als eerst.",

en

- heeft verdachte opzettelijk dreigend een buks ter hand genomen en getoond aan genoemde

[slachtoffer 3] , en heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn hand een zgn. "snijbeweging" langs zijn keel gemaakt, daarbij genoemde [slachtoffer 3] aankijkend en aanwijzend;


4.


hij in de periode van 17 april 2014 tot en met 7 mei 2015 te Olst en te Vaassen, in elk geval (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n),

te weten


- in de periode van 17 tot 18 april 2014 uit een auto (Opel Combo, kenteken [kenteken] ), welke geparkeerd stond aan de Centrumweg te Epe, een elektrische fiets (Scott) toebehorende aan [slachtoffer 5] en


- in de periode van 3 tot en met 4 maart 2015 uit (een in aanbouw zijnde) woning gelegen aan de [adres 2] te Olst, portable radio's (zogenaamde bouwradio's) en een haspel (geel) en een heteluchtkachel (Eurom), toebehorende aan [bouwbedrijf] B.V. en


- in de periode van 9 tot en met 10 maart 2015 uit een woning gelegen aan de [adres 3] te Olst, een hoeveelheid schroeven (Woodies) en een bouwlamp (Powerplus) en een landmeter (Bosch) en een bovenfrees (POF 1200 AE) en een laserliner (Beamcontrol master 120) en een betonmixer (Eibenstock) en een decoupeerzaag (Bosch) en afkortzaag (Bosch) en een boormachine (Bosch) en een reciprozaag (Gamma), toebehorende aan [slachtoffer 8] en


- in de periode van 23 april tot en met 2 mei 2015 uit een schuur, behorende bij een woning gelegen aan de [adres 4] te Vaassen, een kettingzaagmachine (Husqvarna 254) en een kettingzaagmachine (Dolmar PS5000), toebehorende aan [slachtoffer 12] en


- in de periode van 6 tot en met 7 mei 2015 uit (een in aanbouw zijnde) woning gelegen aan de [adres 5] te Olst, een invalzaag met rode streep (Festool EBQ55) en een stofzuiger (Festool CTL Mini), toebehorende aan [slachtoffer 10]


waarbij verdachte zich in de hierboven genoemde gevallen de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak of inklimming.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 285, 310 en 311 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;


feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting;


feit 4

het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming, meermalen gepleegd.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen waarbij hij een wapen heeft gebruikt. Het zijn voor de slachtoffers zeer vervelende feiten geweest die de nodige indruk hebben gemaakt. Daarnaast heeft verdachte zich meerdere malen schuldig gemaakt aan diefstal uit een woning. Verdachte heeft bij het plegen van de diefstal blijk gegeven andermans eigendomsrechten en privacy niet te respecteren en geen rekening te houden met de gevoelens van het slachtoffer en alleen maar aan zijn eigen financiële gewin te denken. De rechtbank rekent dit verdachte aan.


Uit het psychologisch onderzoek van D. Breuker van 18 augustus 2015 blijkt dat verdachte onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek. Dit heeft consequenties gehad voor de diagnostiek. Een ontwikkelingsstoornis dan wel een persoonlijkheidsstoornis wordt vermoed. Verondersteld kan worden dat dit soort stoornissen ook aanwezig zal zijn geweest tijdens het plegen van de feiten. Bij verdachte is er een beperkt probleembesef en ziekte-inzicht. Vanwege een hoge recidivekans acht de psycholoog toezicht noodzakelijk. Binnen het toezicht moet verdachte gemotiveerd worden voor medewerking aan aanvullend diagnostisch onderzoek bij een forensische polikliniek en voor behandeling indien dit op basis van de diagnostiek is geïndiceerd.


Door de reclassering wordt, in het rapport van 15 juli 2015, geadviseerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden: meldplicht, behandelverplichting. Daarnaast adviseert de reclassering directe uitvoerbaarheid van de maatregel ex artikel 38v Sr: een contact- en locatieverbod met zijn “schoonouders”.


De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf waarvan een deel voorwaardelijk, passend en geboden is. De aard en ernst van de bewezen- en strafbaar verklaarde feiten, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, maken dat met een enkel voorwaardelijke straf niet kan worden volstaan. De rechtbank ziet wel aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden in de proeftijd opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan rekening gehouden met het advies van de psycholoog en van de reclassering.


Aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De proeftijd wordt vastgesteld op drie jaar. Gelet op de persoon van de verdachte zal de rechtbank aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbinden van meldplicht bij de reclassering en de verplichting om aan diagnostiek en/of behandeling mee te werken.


Ook zal de rechtbank, als gevorderd door de officier van justitie, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten, de vrijheid beperkende maatregel van artikel 38v Sr opleggen, inhoudende dat verdachte gedurende twee jaar geen contact mag opnemen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] alsmede een locatieverbod voor de [straat] te Vaassen. Iedere keer dat verdachte de maatregel overtreedt, zal een vervangende hechtenis voor de duur van drie (3) dagen gelden, met een maximum van zes maanden. De rechtbank zal bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar zal zijn omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich opnieuw belastend jegens genoemde personen zal gedragen.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen goederen teruggegeven worden aan de rechthebbenden.


Naar het oordeel van de rechtbank dienen de inbeslaggenomen goederen teruggegeven te worden aan de rechthebbenden.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[bouwbedrijf] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.621,33.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde schade dat ziet op arbeidsuren toewijzen tot een bedrag van € 247,50. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het overige deel van de gevorderde schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De gestolen spullen, waarvoor vergoeding wordt gevraagd, worden aan de benadeelde teruggegeven. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 4, 2e gedachtestreepje is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 57 Sr.



































11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 4 1e gedachtestreep, 2e gedachtestreep, 3e gedachtestreep, 4e gedachtestreep, 5e gedachtestreep tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:


feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;


feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting;


feit 4

het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming, meermalen gepleegd.


- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 4 1e gedachtestreep, 2e gedachtestreep, 3e gedachtestreep, 4e gedachtestreep en 5e gedachtestreep bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft en zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde periode blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland gedurende deze periode nodig acht;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meewerkt aan diagnostiek en/of behandeling van eventuele persoonlijkheidsproblematiek bij Transfore polikliniek de Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
  • - draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • - beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarde(n) en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
  • - legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde gedurende twee jaren op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal opnemen of zoeken met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] ;
  • - legt op de maatregel stekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde gedurende twee jaren zich niet zal ophouden in de [straat] te Vaassen;
  • - beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van drie dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
  • - beveelt dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is,

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bouwbedrijf] van een bedrag van € 247,50;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 2e gedachtestreep tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 247,50 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van vier dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [bouwbedrijf] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan de rechthebbenden.




Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2015.

Mr. M. Melaard en mr. E. Leentjes zijn niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.


Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2015271022. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Ten aanzien van feit 1:


1.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] van 8 mei 2015, pagina 89 t/m 91, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:


“(…) Vandaag, vrijdag 8 mei 2015 was ik samen met mijn man bij mijn dochter en haar vriend in Olst. (…) Wij stonden voor de woning op straat en ik zag dat [verdachte] de voordeur opendeed en mij recht aankeek. (…) Hierna maakte hij direct met zijn rechterhand een snijbeweging langs zijn keel. (…) Toen [verdachte] met deze buks in de voordeur stond, zag ik dat hij deze buks op mij richtte met de loop richting mij en met zijn vinger naar mij wees en daarna tikte hij bij zichzelf op zijn borst. (…).”


2.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 4] van 10 mei 2015, pagina 104 t/m 110, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:


“(…) Ik zag dat [verdachte] mij en mijn moeder aankeek en een snijdende beweging maakte met zijn vinger langs zijn keel. (…) Ik zag dat hij met een buks in zijn hand in de woonkamer stond. Ik zag dat hij mijn moeder aankeek en naar haar wees. (…)”.


3.

Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] , van 8 mei 2015, pagina 24 t/m 28, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisanten:


“(…) Vanuit de dekking zag ik verbalisant [slachtoffer 3] dat [verdachte] de moeder van zijn vriendin zag staan in de [adres 1] . Ik verbalisant zag dat [verdachte] met zijn wijsvinger een snijdende beweging maakte langs zijn hals en vervolgens in haar richting wees. (…)”.


Ten aanzien van feit 2:


1.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] , van 8 mei 2015, pagina 98 t/m 99, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Voor de aangifte verwijs ik naar het bijgevoegde proces-verbaal van aanhouding van de verdachte. (…)”.



2.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 3] , van 8 mei 2015, pagina 95 t/m 96, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Voor de aangifte verwijs ik naar het bijgevoegde proces-verbaal van aanhouding van de verdachte onder BVH 2015223928. (…)”.


3.

Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] , van 8 mei 2015, pagina 24 t/m 28, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisanten:


“(…) Op vrijdag 8 mei 2015, omstreeks 17.13, kregen wij van ons Meld- en informatiecentrum te Apeldoorn het verzoek om te rijden naar de [adres 1] in de gemeente Olst-Wijhe omdat aldaar de bewoner genaamd [verdachte] alles kort en klein sloeg. (…) Wij hoorden [verdachte] op dat moment zeggen: “Probeer niet binnen te komen dan gaan er doden vallen”. Op het moment dat [verdachte] dit zei, stonden wij verbalisanten binnen een meter van de voordeur en konden luid en duidelijk horen wat [verdachte] op dat moment met luide stem zei. (…) Wij verbalisanten waren van mening dat [verdachte] zijn bedreigingen ten uitvoer zou leggen. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 3] hoorde dat hij riep: “De gaskraan gaat open en zodra er iemand binnen komt gaat de boel de fik in”. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 2] hoorde hem zeggen: “Ik heb niets te verliezen. Ik wil niet met je praten. Ik wil dat jullie nu mijn tuin verlaten en als jullie de deur openbreken dat sla ik jullie allemaal de kop in. En jij, jij staat boven aan mijn lijst. Jij gaat als eerst.” Omdat ik op dat moment het dichtst bij [verdachte] stond en hij in mijn richting keek, ga ik verbalisant [slachtoffer 2] er vanuit dat deze opmerking tegen mij was gericht. Gezien de toestand van [verdachte] en het gegeven dat ik hem twee weken geleden had aangehouden ga ik er vanuit dat indien [verdachte] de gelegenheid had om zijn bedreiging ten uit voor te brengen hij dit ook zou doen. Ik voelde mij daarom ook bedreigd door [verdachte] . (…) Ik verbalisant [slachtoffer 3] zag dat [verdachte] zijn vuurwapen in mijn richting wees (…). Ik verbalisant [slachtoffer 3] stond op dat moment voor de woning van [verdachte] . Er waren op dat moment geen andere politiemensen bij mij in de buurt. Ik zag dat hij met zijn linkerhand het wapen vast hield en met zijn rechterhand een snijdende beweging langs zijn keel maakte en vervolgens mij aanwees. Door de woorden van [verdachte] , her richten van het wapen op mij en zijn handbeweging voelde ik mij bedreigd en was bang dat hij zijn bedreiging ten uitvoer zou brengen. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 3] hoorde dat [verdachte] met luide stem riep: Ik heb de gaskraan openstaan, zodra er iemand binnen komt dan gaat de boel de lucht in. (…).”


Ten aanzien van feit 4 1e gedachtestreep


1.

Het proces-verbaal aangifte (met bijlage) van [slachtoffer 5] , van 18 april 2014, pagina 312 t/m 314, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Plaats delict: [adres 7] , 8162 PT Epe. (…) Op vrijdag 18 april 2014 omstreeks 09:45 uur kwam ik bij mijn auto. (…) Toen ik achterin de auto keek zag ik dat de twee elektrische fietsen weg waren. (…) Ik weet zeker dat ik de auto op 17 april 2014 omstreeks 20:30 uur heb afgesloten. (…). BIJLAGE GOEDEREN. Voertuig: Fiets (Elektrische). Merk/type: Scott. (…).”


2.

Het proces-verbaal verhoor getuige (met fotoblad) van [getuige 2] , van 5 augustus 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

“(…) O: Tijdens dit verhoor toonde ik de door de politie in de berging [adres 6] te Apeldoorn, inbeslaggenomen elektrische damesfiets, merk Scott Venture (…). (…) A: Ik herken deze fiets als mijn eigendom en als uit mijn auto gestolen. Geen twijfel over mogelijk, het andere zadel en andere veerpen en het stoffen hoesje. Ook zie ik een beschadiging terug op het rechter stuurhandvat, dat was in Frankrijk op een vakantie ontstaan, tijdens vervoer op een aanhanger. (…) Tijdens dit verhoor toonde ik haar een fotoblad met afbeeldingen van een zwarte elektrische herenfiets, merk Scott Veneure met geel-groene striping. Deze foto’s waren aangetroffen in een onder verdachte [verdachte] genomen laptop. (…) Ja, de op deze foto’s afgebeeld zwarte Scott herenfiets met groen-gele striping herken ik als een merk en soortgelijke fiets die destijds uit mijn auto is gestolen in Epe en welke eigendom was van de heer [slachtoffer 5] , die hiervan destijds aangifte deed. (…).”


3.

Het proces-verbaal relaas onderzoek Diefstallen/heling [verdachte] [woonplaats] , van [verbalisant 1] , van 20 juli 2015, pagina 9 t/m 35, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 werd door collega [verbalisant 2] met haar vergezellende politieambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] nogmaals een onderzoek ter inbeslagneming ingesteld, in de berging/schuur aan de [adres 6] te Apeldoorn. Collega [verbalisant 2] had vooraf telefonisch de eigenaar/huurder van deze berging, [getuige 1] , nader te noemen getuige, gesproken. Hij gaf mondeling toestemming om in zijn berging een onderzoek ter inbeslagneming in te stellen, met betrekking tot het gereedschap en andere goederen die [verdachte] in deze berging had gezet. (…).”


4.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 11 juni 2015, pagina 102 t/m 108, in samenhang met de Lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 436 t/m 438, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 om 13: 52 uur werd in gezelschap van de hierna te noemen collega’s/opsporingsambtenaren van politie Oost-Nederland binnengetreden in de berging: [adres 6] [postcode] Apeldoorn. (…) Tijdens de doorzoeking werden diverse gereedschappen uit bovengenoemde berging inbeslaggenomen. (…).”


5.

Het proces-verbaal verhoog getuige [getuige 1] , van 11 juni 2015, pagina 110 t/m 111, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik had [verdachte] toestemming gegeven om spullen op te slaan in mijn berging. [verdachte] heeft de berging iets meer dan een jaar in gebruik. (…) Alleen [verdachte] en ik hebben een sleutel van de berging. (…).”


6.

Het proces-verbaal verhoog getuige [slachtoffer 4] , van 5 juni 2015, pagina 70 t/m 79, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik heb aan [naam 1] en [naam 2] van Veilig Thuis en het Maatschappelijk werk verteld dat [verdachte] een schuur heeft in Apeldoorn. (…) Dat is op het adres [adres 6] in Apeldoorn. (…) Zijn daar in die berging goederen te vinden die van misdrijf afkomstig zijn? Ja, namelijk gereedschap (…). Na dit verhoor deelde de getuige [slachtoffer 4] mij telefonisch nog desgevraagd mede dat [verdachte] haar had verteld dat hij deze fiets had gestolen uit een busje met Duits kenteken bij een camping in Wissel (Gelderland) in de zomer van 2014. (…).”


7.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , van 14 juli 2015, pagina 319 t/m 325, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant:


“(…) Op 5 juni overhandigde [slachtoffer 4] collega [verbalisant 1] deze beide laptops vrijwillig ter inbeslagneming. Deze beide laptops zijn door [verbalisant 1] voor digitaal onderzoek in beslag genomen. (…) Ik verbalisant zag dat er in laptop nummer goed: 15-0451-1 map D:Users:PC:Pictures:2014-12-26 foto’s van een fiets stonden. Ik, verbalisant had bij het zien van deze foto een sterk vermoeden dat op de laptop afgebeelde herenfiets van het merk Scott Venture met groene strepen een van de weggenomen fietsen is behorende bij deze aangifte, 2014053182. (…).”


Ten aanzien van feit 4 2e gedachtestreep


1.

Het proces-verbaal aangifte (en bijlage) van [aangever] , namens [bouwbedrijf] B.V., van 13 mei 2015, pagina 179 t/m 181, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Vanmorgen op woensdag 4 maart 2015 omstreeks 08:10 kwam ik aan bij de in aanbouw zijnde woning die door ons bouwbedrijf wordt gebouwd aan de [adres 2] te Olst. (…) Ik kreeg vervolgens van de onderaannemers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] te horen dat er afgelopen nacht ingebroken was en dat er onder andere twee bouwradio’s en een haspel weggenomen waren. Ik zag vervolgens dat er ook een kachel van ons weggenomen was. (…) De woning is door [slachtoffer 6] gisteravond, dinsdag 3 maart omstreeks 16:30 uur, rondom afgesloten. (…) Het was [slachtoffer 6] vanmorgen opgevallen dat de schuifdeur aan de achterzijde van de woning niet afgesloten was. (…) BIJLAGE GOEDEREN: Object: Radio (Portable), Bijzonderheden: Bouwradio met frame. (…) Object: Radio (Portable), Bijzonderheden: Bouwradio met usb aansluiting. (…) Object: Haspel. Kleur: Geel. (…) Object: Verwarmingsapp (kachel), Merk/type: Eurom, Kleur: Rood, Bijzonderheden: Heteluchtkachel verm. 3,3 kw. (…).”


2.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 11 juni 2015, pagina 102 t/m 108, in samenhang met de Lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 436 t/m 438, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 om 13: 52 uur werd in gezelschap van de hierna te noemen collega’s/opsporingsambtenaren van politie Oost-Nederland binnengetreden in de berging: [adres 6] [postcode] Apeldoorn. (…) Tijdens de doorzoeking werden diverse gereedschappen uit bovengenoemde berging inbeslaggenomen. (…).”


3.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 22 juni 2015, pagina 189 t/m 192, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) De doorzoeking op 9 juni 2015 van de berging aan de [adres 6] , [postcode] Apeldoorn waarbij diverse gereedschappen zijn aangetroffen en inbeslaggenomen. (…) [slachtoffer 7] verklaard op vrijdag 19 juni 2015 aan mij, verbalisant onderstaande gereedschappen 100% te herkennen alszijnde de weggenomen gereedschappen welke toebehoren aan [slachtoffer 7] en zijn collega [slachtoffer 6] , welke tussen dinsdag 3 maart 2015 omstreeks 16:30 uur en woensdag 4 maart 2015 omstreeks 08:10 uur zijn weggenomen aan de [adres 2] in Olst: - radio, rood, bouwradio met frame, - radio, zwart, merk Perpectpro, bouwradio met usb-aansluiting met enkel usb-sticks, - haspel, geel, - heteluchtkachel, rood. (…).”


4.

Het proces-verbaal verhoog getuige [getuige 1] , van 11 juni 2015, pagina 110 t/m 111, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik had [verdachte] toestemming gegeven om spullen op te slaan in mijn berging. [verdachte] heeft de berging iets meer dan een jaar in gebruik. (…) Alleen [verdachte] en ik hebben een sleutel van de berging. (…).”


5.

Het proces-verbaal verhoog getuige [slachtoffer 4] , van 5 juni 2015, pagina 70 t/m 79, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik heb aan [naam 1] en [naam 2] van Veilig Thuis en het Maatschappelijk werk verteld dat [verdachte] een schuur heeft in Apeldoorn. (…) Dat is op het adres [adres 6] in Apeldoorn. (…) Zijn daar in die berging goederen te vinden die van misdrijf afkomstig zijn? Ja, namelijk gereedschap (…). Nou om een hele dure inval-zaag, een groen witte, van het merk Festool in een witte koffer met groene sluitclips. Er was ook een zaaggeleider bij. (…) Een zwart-witte elektrische damesfiets van het merk Scott. (…) Ik heb gezien dat [verdachte] deze bedoelde gereedschappen dan op een nacht hier in huis bracht. De daarop volgende ochtend bracht hij het dan weg naar die schuur, omdat hij weet dat ik het niet in huis wil hebben. Die dure zaag bracht hij ongeveer in januari hier in huis. Bij die zaag zaten nog veel meer dingen. (…) Die Festoolzaag in grote Big shoppers, hij vertelde dat hij dat had gestolen, hier in Olst aan de [adres 2] . (…) Daar heeft hij het vandaan gehaald en nog veel meer. (…) Ik zag dat er boormachines in lagen. (…) Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via mails bezig die gestolen spullen te verkopen. (…) Ja, hij heeft dit jaar hier ergens in de buurt ingebroken in een boerderij, waarin ook een bouwbedrijf aan het werk was, maar waar precies weet ik niet. Daar heeft [verdachte] een hele grote groen ehhh, volgens mij van Bosch weggenomen. Een afkortzaag meen ik. Ja met een cirkelzaagblad een tafelmodel. Ongeveer een meter groot en er zit zo’n hendel aan. Samen met heel veel andere dingen (gereedschappen) die hij daar toen heeft weggehaald. De afkortzaag was los en zat niet in een koffer. Daar zaten nog allemaal boormachines bij en daarvan zei [verdachte] dat dat merk Bosch niet zo’n goed merk was. (…) het zal in februari/maart 2015 geweest zijn. (…) Hij nam dan altijd een muts en handschoenen mee. En als hij dan thuis komt dan maakt hij eerst zijn schoenen schoon. Dan gaat ie met een mes over de zolen heen. Hij heeft dat dure ding dat daar is weggehaald ook in een mail gezet en er waren veel meer dingen. V: Wat voor een mail bedoel je. A: Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via de mail bezig die gestolen spullen te verkopen. Hij had mensen een lijst gestuurd met alles wat hij te koop had. We hadden hier twee laptops die we beiden gebruikten. (…).”


6.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotoblad) van [verbalisant 3] , van 14 juli 2015, pagina 173 t/m 178, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant:


“(…) Op 5 juni overhandigde [slachtoffer 4] collega [verbalisant 1] deze beide laptops vrijwillig ter inbeslagneming. Deze beide laptops zijn door [verbalisant 1] voor digitaal onderzoek in beslag genomen. (…) [verbalisant 5] heeft waargenomen dat beide laptops veel foto’s van gereedschap bevatten. (…) De goederen op deze foto’s zijn soortgelijk als de goederen op de foto’s welke door aangever/benadeelde [slachtoffer 11] van [bouwbedrijf] in een later stadium als het nog verdwenen gereedschap aan verbalisant zijn toegemaild.


Ten aanzien van feit 4 3e gedachtestreep


1.

Het proces-verbaal aangifte (en bijlage) van [slachtoffer 8] , van 24 maart 2015, pagina 201 t/m 207, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Ik wil aangifte doen van inbraak in mijn te verbouwen boerderij aan de [adres 3] te Olst. (…) Ik kreeg vanmorgen telefoon van [naam 3] werkende bij Speckschatte dat de toegangspoort bij de weg open stond en de achterdeur van de deel. Gisteren 9 maart 2015 omstreeks 16:30 uur heeft hij de boel afgesloten. Vanmorgen 10 maart rond 07:30 uur zag hij dat de toegangspoort open stond en de deel deur achter. De toegangspoort was afgesloten middels een kettingslot deze was verwijderd. (…) Hierbij werden de goederen, zoals genoemd op de bijlage goederen weggenomen. BIJLAGE GOEDEREN: Object: Gereedschappen, Bijzonderheden: Woodies schroeven vk t2 4x4. Object: Bouwlamp, Bijzonderheden: Powerplus pow 11233 led 1440. Object: Meetapparatuur (landmeter), Bijzonderheden: Bosch dle40. Object: Freesmachine, Bijzonderheden: Bovenfrees pof 1200 ae. Object: Gereedschap, Bijzonderheden: Laserliner beamcontrol master 120. Object: Betonmixer, Merk/type: Eibenstock Ehr18s. Object: Boormachine, Merk/type: Bosch Psr. Object: Zaagmachine (Decoupeer), Merk/type: Bosch Pst 900 Pel. Object: handgereedschap (zaag), Merk/type: Bosch, Bijzonderheden: Afkort zaag. Object: Handgereedschap (zaag). Merk/type: Gamma. Bijzonderheden: Reciprozaag. (…).”


2.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 11 juni 2015, pagina 102 t/m 108, in samenhang met de Lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 436 t/m 438, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 om 13: 52 uur werd in gezelschap van de hierna te noemen collega’s/opsporingsambtenaren van politie Oost-Nederland binnengetreden in de berging: [adres 6] [postcode] Apeldoorn. (…) Tijdens de doorzoeking werden diverse gereedschappen uit bovengenoemde berging inbeslaggenomen. (…).”


3.

Het proces-verbaal relaas onderzoek Diefstallen/heling [verdachte] Olst, van [verbalisant 1] , van 20 juli 2015, pagina 9 t/m 35, in samenhang met het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (en KVI), pagina 506 t/m 521, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Vervolgens werd op 22 april 2015 onder leiding van de rechter-commissaris Oost Nederland, mr. A.M.G. Ellenbroek, een doorzoeking verricht in de woning van verdacht [verdachte] , [adres 1] te Olst. Tijdens deze doorzoeking werd er eveneens een partij gereedschap/goederen inbeslaggenomen omdat het vermoeden bestond dat deze voorwerpen van misdrijf afkomst waren. (…) Tijdens het in dit proces-verbaal omschreven onderzoek, gelukte het wel enkele bij deze doorzoeking in woning [adres 1] te Olst, in beslaggenomen goederen aan in BVH verwerkte aangifte(n) te koppelen. (…).”


4.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 2] , van 17 juni 2015, pagina 208 t/m 213, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op woensdag 17 juni 2015 omstreeks 15.45 uur, verscheen aangever [slachtoffer 8] aan het bureau van politie te Raalte. Wij hebben aan aangever het gereedschap getoond wat wij in beslag hadden genomen in zowel woning [adres 1] te Olst als in de schuur aan de [adres 6] te Apeldoorn. Hij herkende een 12 tal gereedschap wat van hem is. (…) Het gaat om de volgende goederen: Woodies schroeven vk t20 4x4, Bouwlamp, powerplus pow 11233 led 1440, landmeter Bosch dle40, Freesmachine, bovenfrees pof 1200 ae, Laserliner, beamcontrol master 120, Betonmixer Eiberstock Ehr18s, Boormachine Bosch Psr, Decoupeerzaag Bosch (op aangifte staat 900 moet 750 zijn), Afkortzaag, Riciprozaag Gamma. (…).”


5.

Het proces-verbaal verhoog getuige [getuige 1] , van 11 juni 2015, pagina 110 t/m 111, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik had [verdachte] toestemming gegeven om spullen op te slaan in mijn berging. [verdachte] heeft de berging iets meer dan een jaar in gebruik. (…) Alleen [verdachte] en ik hebben een sleutel van de berging. (…).”


6.

Het proces-verbaal verhoog getuige [slachtoffer 4] , van 5 juni 2015, pagina 70 t/m 79, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik heb aan [naam 1] en [naam 2] van Veilig Thuis en het Maatschappelijk werk verteld dat [verdachte] een schuur heeft in Apeldoorn. (…) Dat is op het adres [adres 6] in Apeldoorn. (…) Zijn daar in die berging goederen te vinden die van misdrijf afkomstig zijn? Ja, namelijk gereedschap (…). Nou om een hele dure inval-zaag, een groen witte, van het merk Festool in een witte koffer met groene sluitclips. Er was ook een zaaggeleider bij. (…) Een zwart-witte electrische damesfiets van het merk Scott. (…) Ik heb gezien dat [verdachte] deze bedoelde gereedschappen dan op een nacht hier in huis bracht. De daarop volgende ochtend bracht hij het dan weg naar die schuur, omdat hij weet dat ik het niet in huis wil hebben. Die dure zaag bracht hij ongeveer in januari hier in huis. Bij die zaag zaten nog veel meer dingen. (…) Die Festoolzaag in grote Big shoppers, hij vertelde dat hij dat had gestolen, hier in Olst aan de [adres 2] . (…) Daar heeft hij het vandaan gehaald en nog veel meer. (…) Ik zag dat er boormachines in lagen. (…) Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via mails bezig die gestolen spullen te verkopen. (…) Ja, hij heeft dit jaar hier ergens in de buurt ingebroken in een boerderij, waarin ook een bouwbedrijf aan het werk was, maar waar precies weet ik niet. Daar heeft [verdachte] een hele grote groen ehhh, volgens mij van Bosch weggenomen. Een afkortzaag meen ik. Ja met een cirkelzaagblad een tafelmodel. Ongeveer een meter groot en er zit zo’n hendel aan. Samen met heel veel andere dingen (gereedschappen) die hij daar toen heeft weggehaald. De afkortzaag was los en zat niet in een koffer. Daar zaten nog allemaal boormachines bij en daarvan zei [verdachte] dat dat merk Bosch niet zo’n goed merk was. (…) het zal in februari/maart 2015 geweest zijn. (…) Hij nam dan altijd een muts en handschoenen mee. En als hij dan thuis komt dan maakt hij eerst zijn schoenen schoon. Dan gaat ie met een mes over de zolen heen. Hij heeft dat dure ding dat daar is weggehaald ook in een mail gezet en er waren veel meer dingen. V: Wat voor een mail bedoel je. A: Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via de mail bezig die gestolen spullen te verkopen. Hij had mensen een lijst gestuurd met alles wat hij te koop had. We hadden hier twee laptops die we beiden gebruikten. (…)”.


Ten aanzien van feit 4 4e gedachtestreep


1.

Het proces-verbaal aangifte (en bijlage) van [slachtoffer 12] , van 6 mei 2015, pagina 245 t/m 246, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Pleegplaats en tijdstip: [adres 8] Vaassen Nederland. Tijdstip achtergelaten 23 april 2015 13:00. Tijdstip geconstateerd 2 mei 2015 09:00. Omschrijving voorval: de deur van de schuur/garage is open gebroken en er zijn 2 kettingzagen gestolen. Het hangslot aan de deur is geforceerd. Kettingzaagmachine. Merk: Husqvarna. Type: 254. Kettingzaagmachine. Merk: Dolmar. Type: PS5000


2.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 11 juni 2015, pagina 102 t/m 108, in samenhang met de Lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 436 t/m 438, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 om 13: 52 uur werd in gezelschap van de hierna te noemen collega’s/opsporingsambtenaren van politie Oost-Nederland binnengetreden in de berging: [adres 6] [postcode] Apeldoorn. (…) Tijdens de doorzoeking werden diverse gereedschappen uit bovengenoemde berging inbeslaggenomen. (…).”


3.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 22 juni 2015, pagina 247 t/m 259, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) De doorzoeking op 9 uni 2015 van de berging aan de [adres 6] , [postcode] Apeldoorn waarbij diverse gereedschappen zijn aangetroffen en inbeslaggenomen. (…) Ik, verbalisant heb op 17 juni 2015 onderstaande mail met betrekking tot de herkenning van de twee kettingzagen ontvangen: “Beste mevrouw [verbalisant 3] . Ik kreeg deze mail van m’n vader met daarin de vraag hoe ik mijn kettingzagen herken. De husqvarna 254 xpg herken ik aan de beschadiging van de sticker op de repteerstarter. (…). De domar ps 5000 heeft bij het starten de kans dat de repeteer starter doorschiet. (…) Als ik het zo zie zijn dit mijn kettingzagen. (…).


4.

Het proces-verbaal verhoog getuige [getuige 1] , van 11 juni 2015, pagina 110 t/m 111, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik had [verdachte] toestemming gegeven om spullen op te slaan in mijn berging. [verdachte] heeft de berging iets meer dan een jaar in gebruik. (…) Alleen [verdachte] en ik hebben een sleutel van de berging. (…).”


5.

Het proces-verbaal verhoog getuige [slachtoffer 4] , van 5 juni 2015, pagina 70 t/m 79, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik heb aan [naam 1] en [naam 2] van Veilig Thuis en het Maatschappelijk werk verteld dat [verdachte] een schuur heeft in Apeldoorn. (…) Dat is op het adres [adres 6] in Apeldoorn. (…) Zijn daar in die berging goederen te vinden die van misdrijf afkomstig zijn? Ja, namelijk gereedschap (…). Nou om een hele dure inval-zaag, een groen witte, van het merk Festool in een witte koffer met groene sluitclips. Er was ook een zaaggeleider bij. (…) Een zwart-witte elektrische damesfiets van het merk Scott. (…) Ik heb gezien dat [verdachte] deze bedoelde gereedschappen dan op een nacht hier in huis bracht. De daarop volgende ochtend bracht hij het dan weg naar die schuur, omdat hij weet dat ik het niet in huis wil hebben. Die dure zaag bracht hij ongeveer in januari hier in huis. Bij die zaag zaten nog veel meer dingen. (…) Die Festoolzaag in grote Big shoppers, hij vertelde dat hij dat had gestolen, hier in Olst aan de [adres 2] . (…) Daar heeft hij het vandaan gehaald en nog veel meer. (…) Ik zag dat er boormachines in lagen. (…) Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via mails bezig die gestolen spullen te verkopen. (…) Ja, hij heeft dit jaar hier ergens in de buurt ingebroken in een boerderij, waarin ook een bouwbedrijf aan het werk was, maar waar precies weet ik niet. Daar heeft [verdachte] een hele grote groen ehhh, volgens mij van Bosch weggenomen. Een afkortzaag meen ik. Ja met een cirkelzaagblad een tafelmodel. Ongeveer een meter groot en er zit zo’n hendel aan. Samen met heel veel andere dingen (gereedschappen) die hij daar toen heeft weggehaald. De afkortzaag was los en zat niet in een koffer. Daar zaten nog allemaal boormachines bij en daarvan zei [verdachte] dat dat merk Bosch niet zo’n goed merk was. (…) het zal in februari/maart 2015 geweest zijn. (…) Hij nam dan altijd een muts en handschoenen mee. En als hij dan thuis komt dan maakt hij eerst zijn schoenen schoon. Dan gaat ie met een mes over de zolen heen. Hij heeft dat dure ding dat daar is weggehaald ook in een mail gezet en er waren veel meer dingen. V: Wat voor een mail bedoel je. A: Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via de mail bezig die gestolen spullen te verkopen. Hij had mensen een lijst gestuurd met alles wat hij te koop had. We hadden hier twee laptops die we beiden gebruikten. (…).”


Ten aanzien van feit 4 5e gedachtestreep


1.

Het proces-verbaal aangifte (en bijlage) van [slachtoffer 10] , van 12 mei 2015, pagina 237 t/m 239, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:


“(…) Adres inbraak [adres 9] (…) De kitter heeft het huis bij een tuindeur afgesloten en mij buiten het huis de sleutel overhandigd. (…) De voordeur is nog niet in gebruik genomen in is afgesloten middels een klos. (…) op donderdag 7 mei 2015 kwam ik rond 10:30 uur bij de woning aan. Ik zag bij de toekomstige voordeur braaksporen aan het kozijn. En ik zag dat er een moer van de klos was afgedraaid. (…) Ik liep door naar de tuindeur en ik zag het raam naast de tuindeur vrijwel volledig openstaan. In de woning waren onder meer de volgende goederen aanwezig: Invalzaag van het merk Festool en het type EBQ55. De invalzaag is grijs metallic met een groene streep. Opvallend kenmerk is dat zowel de machine als de doos gemarkeerd zijn met een rode streep aangebracht door middel van een spuitbus. Stofzuiger verdwenen van het merk Festool en het Type Ctl Mini. Deze stofzuiger is grijs met groen. (…).”


2.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 3] , van 11 juni 2015, pagina 102 t/m 108, in samenhang met de Lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 436 t/m 438, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Op dinsdag 9 juni 2015 om 13: 52 uur werd in gezelschap van de hierna te noemen collega’s/opsporingsambtenaren van politie Oost-Nederland binnengetreden in de berging: [adres 6] [postcode] Apeldoorn. (…) Tijdens de doorzoeking werden diverse gereedschappen uit bovengenoemde berging inbeslaggenomen. (…).”


3.

Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobladen) van [verbalisant 2] , van 19 juni 2015, pagina 240 t/m 241, voor zover inhoudende, het relaas van verbalisant:


“(…) Ik verbalisant was belast met een onderzoek naar een grote hoeveelheid aangetroffen gereedschap en goederen welke mogelijk van diefstal afkomstig zijn. (…) Op vrijdag 19 juni, omstreeks 08.40 uur verscheen aangever [slachtoffer 10] aan het bureau van politie te Raalte. Ik verbalisant hoorde dat aangever [slachtoffer 10] zei: “Dit is mijn stofzuiger. Ik herken hem aan het kapotte mondstuk aan de slang”. Ook herkende ze de invalzaag. Ik verbalisant hoorde dat aangever [slachtoffer 10] zei: “ik herken hem omdat ik de splinterbeveiliging eraan had gedaan en die zit er nu nog op”. (…)”


4.

Het proces-verbaal verhoog getuige [getuige 1] , van 11 juni 2015, pagina 110 t/m 111, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik had [verdachte] toestemming gegeven om spullen op te slaan in mijn berging. [verdachte] heeft de berging iets meer dan een jaar in gebruik. (…) Alleen [verdachte] en ik hebben een sleutel van de berging. (…).”


5.

Het proces-verbaal verhoog getuige [slachtoffer 4] , van 5 juni 2015, pagina 70 t/m 79, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige:


“(…) Ik heb aan [naam 1] en [naam 2] van Veilig Thuis en het Maatschappelijk werk verteld dat [verdachte] een schuur heeft in Apeldoorn. (…) Dat is op het adres [adres 6] in Apeldoorn. (…) Zijn daar in die berging goederen te vinden die van misdrijf afkomstig zijn? Ja, namelijk gereedschap (…). Nou om een hele dure inval-zaag, een groen witte, van het merk Festool in een witte koffer met groene sluitclips. Er was ook een zaaggeleider bij. (…) Een zwart-witte elektrische damesfiets van het merk Scott. (…) Ik heb gezien dat [verdachte] deze bedoelde gereedschappen dan op een nacht hier in huis bracht. De daarop volgende ochtend bracht hij het dan weg naar die schuur, omdat hij weet dat ik het niet in huis wil hebben. Die dure zaag bracht hij ongeveer in januari hier in huis. Bij die zaag zaten nog veel meer dingen. (…) Die Festoolzaag in grote Big shoppers, hij vertelde dat hij dat had gestolen, hier in Olst aan de [adres 2] . (…) Daar heeft hij het vandaan gehaald en nog veel meer. (…) Ik zag dat er boormachines in lagen. (…) Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via mails bezig die gestolen spullen te verkopen. (…) Ja, hij heeft dit jaar hier ergens in de buurt ingebroken in een boerderij, waarin ook een bouwbedrijf aan het werk was, maar waar precies weet ik niet. Daar heeft [verdachte] een hele grote groen ehhh, volgens mij van Bosch weggenomen. Een afkortzaag meen ik. Ja met een cirkelzaagblad een tafelmodel. Ongeveer een meter groot en er zit zo’n hendel aan. Samen met heel veel andere dingen (gereedschappen) die hij daar toen heeft weggehaald. De afkortzaag was los en zat niet in een koffer. Daar zaten nog allemaal boormachines bij en daarvan zei [verdachte] dat dat merk Bosch niet zo’n goed merk was. (…) het zal in februari/maart 2015 geweest zijn. (…) Hij nam dan altijd een muts en handschoenen mee. En als hij dan thuis komt dan maakt hij eerst zijn schoenen schoon. Dan gaat ie met een mes over de zolen heen. Hij heeft dat dure ding dat daar is weggehaald ook in een mail gezet en er waren veel meer dingen. V: Wat voor een mail bedoel je. A: Hij was in de week toen hij aangehouden werd, via de mail bezig die gestolen spullen te verkopen. Hij had mensen een lijst gestuurd met alles wat hij te koop had. We hadden hier twee laptops die we beiden gebruikten. (…).”