Rechtbank Overijssel, 22-09-2015 / 08.955370-14 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:4347

Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tegen betaling seks hebben met een minderjarige. Verdachte heeft volledig meegewerkt aan het politieonderzoek en de rechtbank ziet geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van verdachte dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het een meerderjarige prostituée betrof. Naar het oordeel van de rechtbank mocht van verdachte echter meer onderzoek gevergd worden naar de daadwerkelijke leeftijd van het slachtoffer. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-09-22
Publicatiedatum
2015-09-23
Zaaknummer
08.955370-14 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.955370-14 (P)

Datum vonnis: 22 september 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1965 te [geboorteplaats] (Irak),

wonende te [woonplaats 1] , [adres] .



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


In de nacht van 31 augustus 2013 op 1 september 2013 te Midwolde tegen betaling ontuchtige handelingen heeft verricht met een meisje dat toen 16 jaar oud was.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij in of omstreeks de nacht van 31 augustus 2013 op 1 september 2013 te Midwolde, in de gemeente Leek, ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 1997), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt bestaande die ontucht (telkens) daarin, dat verdachte:

- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken, en/of

- die [slachtoffer] heeft gezoend en/of haar borst(en) en/of vagina en/althans het lichaam heeft gestreeld en/of betast en/of aangeraak en/of gelikt en/of gezoend, en/of

- zijn, verdachtes, geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen hem ten laste is gelegd tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

4. De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling


Verdachte heeft bekend dat hij in de seksclub in Midwolde in de nacht van 31 augustus op 1 september 2013 seks heeft gehad met [slachtoffer] . Bij de seksclub stond vermeld dat de minimum leeftijd 18 jaar is. Verdachte heeft [slachtoffer] niet gevraagd haar leeftijd aan te tonen met bijvoorbeeld een paspoort. De politie heeft hem verteld dat [slachtoffer] op dat moment 16 jaar oud was.


Net als de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank hetgeen verdachte ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen. De beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan steunt op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering en zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.


6De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij in de nacht van 31 augustus 2013 op 1 september 2013 te Midwolde, in de gemeente Leek, ontucht heeft gepleegd met een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 1997), die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en welke persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht (telkens) daarin, dat verdachte:

- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken, en

- die [slachtoffer] heeft gezoend en haar borsten en vagina en het lichaam heeft gestreeld en betast en aangeraakt en gelikt en gezoend, en

- zijn, verdachtes, geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


7De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 248b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


het misdrijf: ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt.


8De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


9De schade van benadeelden


9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen


[slachtoffer] , wonende te [woonplaats 2] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van een bedrag van

€ 1.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.


De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.


De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij betoogd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu binnen het bestek van deze procedure niet kan worden vastgesteld of, en zo ja in welke mate, er sprake is van causaal verband tussen het tenlastegelegde feit en de schade van de benadeelde partij.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en kan de vordering deels worden toegewezen. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.


De rechtbank heeft ook kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij in de strafzaken tegen de vier medeverdachten, waarin zij aanspraak maakt op een bedrag van

€ 1.500,00 aan immateriële schade, om deze hoofdelijk op te leggen. Indien en voor zover deze vordering in de zaak tegen de vier medeverdachten, wier strafzaak nog niet is behandeld, voor toewijzing gereed zal zijn, impliceert dit dat ieder van deze vier verdachten in hun onderlinge aansprakelijkheid een bedrag van € 375,00 immateriële schadevergoeding zal moeten betalen. De rechtbank overweegt dat het zonder nadere onderbouwing onbegrijpelijk is dat de in één nacht veroorzaakte immateriële schade verschilt tussen de medeverdachten (€ 1.500,00) en verdachte (€ 1.250,00). De rechtbank overweegt dat op basis van het huidige dossier en de twee ingediende vorderingen als uitgangspunt moet worden genomen dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden terzake van een bedrag van € 1.500,00. Dit bedrag zal, in geval van een veroordeling, moeten worden vergoed door vijf verdachten, waarbij de benadeelde partij heeft gevorderd de vier medeverdachten hoofdelijk te veroordelen, maar dat niet heeft gevorderd ten aanzien van verdachte. Verdachte dient daarom een vijfde deel van de immateriële schade te vergoeden.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het tenlastegelegde feit is toegebracht.


10De op te leggen straf of maatregel


10.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tegen betaling seks hebben met een minderjarige, hetgeen in artikel 248b Sr strafbaar is gesteld. Minderjarigen moeten op kunnen groeien in een veilige omgeving en zich, ook op seksueel gebied, veilig kunnen ontwikkelen. Jeugdprostitutie kan grote gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van minderjarige slachtoffers. Uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat het bewezenverklaarde een grote impact op het slachtoffer heeft gehad. Zo beschrijft het slachtoffer dat zij last heeft van herbelevingen, nachtmerries, paniekaanvallen en dat zij zich vernederd en beschaamd voelt.


De rechtbank stelt voorop dat jeugdprostitutie een ernstig zedendelict is, waarbij in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt dient te worden genomen.

Verdachte heeft volledig meegewerkt aan het politieonderzoek en de rechtbank ziet geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van verdachte dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het een meerderjarige prostituée betrof. Het bewezenverklaarde feit is begaan in een vergunde seksclub met deurcontroles. Verdachte heeft verklaard dat hij er op grond daarvan vanuit is gegaan dat de uitbater(s) zich hield(en) aan de wettelijke voorschriften en de daaruit voortvloeiende leeftijdscontroles. De rechtbank heeft daartegenover acht geslagen op de (jeugdige) foto van het slachtoffer die zich in het dossier bevindt en er verder op gelet dat het slachtoffer ten tijde van het bewezenverklaarde feit net de leeftijd van zestien jaren had bereikt, zodat naar het oordeel van de rechtbank van verdachte meer onderzoek gevergd mocht worden naar de daadwerkelijke leeftijd van het slachtoffer.


De rechtbank weegt bij de strafoplegging verder in het voordeel van verdachte mee dat hij van meet af aan open kaart heeft gespeeld, dat hij ter terechtzitting spijt heeft betuigd en dat verdachte blijkens de inhoud van het uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 augustus 2015 niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.


Alles overziende is de rechtbank in dit geval van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf een passende straf is.


11De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, en 14c Sr.

12De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:


Het misdrijf: ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt;


- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van

€ 300,00;
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2013 tot de dag der algehele voldoening;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2013 tot de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van zeven dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet ontvankelijk. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.R.J. Aink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2015.


Mr. B.T.C. Jordaans en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.










































Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost-Nederland, District IJsselland, met nummer BVH 2013092049. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, [slachtoffer] , d.d. 11 februari 2014;

 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 februari 2014;

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 september 2015.


1 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, [slachtoffer] , d.d. 11 februari 2014, pag. 256 t/m 315.
2 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 februari 2014, pag. 227 t/m 231.
3 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 september 2015.