Rechtbank Overijssel, 20-10-2015 / 08/770143-13


ECLI:NL:RBOVE:2015:4706

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft met het nichtje van zijn vriendin seksuele handelingen gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De rechtbank acht het zeer ernstig dat verdachte dit destijds dertienjarige meisje, dat op dat moment een week bij hem en zijn vriendin logeerde, op dergelijke wijze heeft benaderd. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk passend en geboden. De proeftijd zal worden vastgesteld op twee jaar.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-10-20
Publicatiedatum
2015-10-20
Zaaknummer
08/770143-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/770143-13

Datum vonnis: 20 oktober 2015


Verstekvonnis (promis) van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

[woonplaats] , België



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

6 oktober 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte met de 13-jarige [slachtoffer] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 augustus 2012

tot en met 25 augustus 2012 te Vroomshoop, gemeente Twenterand, met

[slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1998), die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens)

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina van die

[slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of (vervolgens) de vagina van

die [slachtoffer] gelikt.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. Zij heeft in dit verband verwezen naar de verklaring van [slachtoffer] die wordt bevestigd door verklaringen die de moeder van [slachtoffer] en [getuige 1] bij de politie hebben afgelegd. Ook de verklaring die de toenmalige vriendin van verdachte,

[getuige 2] , bij de politie heeft afgelegd, is volgens de officier van justitie van belang, aangezien verdachte tegenover haar heeft toegegeven dat hij met zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] heeft gezeten. Verder verwijst de officier van justitie naar MSN-gesprekken tussen verdachte en het slachtoffer die weliswaar niet rechtstreeks zien op de tenlastegelegde gedragingen, maar wel de sfeer schetsen. Deze gesprekken hebben een erotische lading en verdachte stelt zich hierin grensoverschrijdend op.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


De rechtbank acht op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 18 augustus 2012 tot en met

25 augustus 2012 met [slachtoffer] ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . [slachtoffer] heeft bij de politie een uitgebreide, gedetailleerde verklaring afgelegd. Zij heeft consistent verklaard over hetgeen er is gebeurd. De rechtbank kenmerkt haar verklaring als authentiek en betrouwbaar. Bovendien wordt de verklaring van [slachtoffer] op een belangrijke onderdeel bevestigd door de verklaring van [getuige 2] , die op het moment dat zij de verklaring aflegt nog een relatie met verdachte heeft. [getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat zij verdachte heeft geconfronteerd met de beschuldigingen van seksueel misbruik. Zij heeft hem verteld dat zij van [slachtoffer] heeft vernomen dat hij met zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] zou hebben gezeten. Verdachte heeft toen tegenover [getuige 2] toegegeven dat hij dit inderdaad had gedaan. De rechtbank wijst vervolgens nog op de verklaring die de vader van [slachtoffer] bij de politie heeft afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij na de incidenten telefonisch contact heeft gehad met verdachte en dat verdachte toen tegen hem gezegd heeft dat hij in de bewuste logeerweek inderdaad op de slaapkamer van [slachtoffer] is geweest.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.



5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op meerdere tijdstippen in de periode van 18 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012 te Vroomshoop, gemeente Twenterand, met [slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1998), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en de vagina van die ( [slachtoffer] gelikt.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 245 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


het misdrijf: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Verdachte heeft met het nichtje van zijn vriendin seksuele handelingen gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De rechtbank acht het zeer ernstig dat verdachte dit destijds dertienjarige meisje, dat op dat moment een week bij hem en zijn vriendin logeerde, op dergelijke wijze heeft benaderd. Uit het dossier wordt duidelijk dat er geen sprake was van een eenmalig incident. Verdachte heeft [slachtoffer] in die bewuste logeerweek twee keer benaderd. Verdachte was enkel gericht op zijn eigen behoeftebevrediging en hield op geen enkele wijze rekening met de gevoelens van het jonge slachtoffer. Het gaat om een ernstig feit, waarbij meermalen inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten vaak langdurige en ernstige psychische schade van deze gebeurtenissen ondervinden. Daarnaast schokken dit soort feiten de rechtsorde in ernstige mate.


De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat allereerst rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Hierbij merkt de rechtbank op dat de oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in vergelijkbare gevallen gebruikelijk is.


Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de termijn waarbinnen deze strafzaak wordt afgedaan. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Het feit is gepleegd in de periode van 18 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012. Op

29 januari 2013 is verdachte aangehouden. Op die datum is de redelijke termijn gaan lopen. Op 20 oktober 2015 wijst de rechtbank vonnis. Als uitgangspunt geldt dat het geding met een einduitspraak dient te zijn afgerond binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is gaan lopen. Aldus wordt er pas ruim twee jaar en acht maanden na de aanhouding van verdachte vonnis gewezen. Het betreft niet een zeer ingewikkelde zaak en er zijn ook geen andere omstandigheden die een dergelijke lange duur rechtvaardigen. Wel dient te worden opgemerkt dat verdachte 3 juni 2014, 9 september 2014, 3 februari 2015 en op 29 mei 2015 is gedagvaard. Het betrof echter telkens nietige dagvaardingen. De conclusie dient dan ook te zijn dat de behandeling van de zaak onredelijk lang heeft geduurd en dat hierdoor de redelijke termijn is geschonden.


Met deze schending zal de rechtbank rekening houden bij de strafoplegging van verdachte. Om die reden zal de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk passend en geboden. De proeftijd zal worden vastgesteld op twee jaar.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27 en 57 Sr.

10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:het misdrijf: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. F.C. Berg en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2015.


Buiten staat

Mr. Berg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

































Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente, team Opleidingen. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Het op pagina 24 en verder van het politiedossier opgenomen proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1998, van 26 september 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Ik kom voor wat [verdachte] gedaan heeft. Het was ongeveer 18 augustus 2012. [verdachte] is de vriend van mijn nicht [getuige 2] . [getuige 2] woont in [woonplaats] . Zij woont daar met [verdachte] en twee kinderen. Ik zou daar een week blijven logeren. Ik sliep op een matras. Ik ben die avond rond 22.30 teruggegaan naar [getuige 2] . Ik ben rond 12 uur naar bed gegaan. [getuige 2] ging toen ook naar bed. Ik droeg een bh en onderbroek en daar overheen een voetbalbroekje en een hemdje. Ik had geen deken over want het was heel erg warm.

's Morgen lag die op eens naast mij. Ik werd ineens wakker en hij vingerde mij. [verdachte] lag naast mij. Ik denk dat het rond negen uur was. Ik heb dit gezien, op

mijn mobiele telefoon, nadat ik [verdachte] had weggeduwd. Ik lag op mijn linkerzij en keek in de richting van de muur. Hij lag bij mij op de matras. Hij lag achter mij. Hij lag met zijn gezicht in dezelfde richting danik. Hij keek ook naar de muur.

V. Hoe kon hij jouw vingeren?

A. Hij ging er via de broekspijp in. Hij duwde mij onderbroek aan de kant en ging

met zijn vinger in mijn kut. Hij ging met zijn vinger heen en weer in mijn kut.

V. Wat deed je toen?

A. Ik gooide hem aan de kant. Ik drukte hem met mijn elleboog aan de kant op het

bed van [naam] . Daarna ben ik weer gaan slapen. Volgens mij werd ik een uur later

weer wakker en toen was hij weg.

Van vrijdag op zaterdag, heb ik ook weer bij [getuige 2] geslapen en ook [verdachte] was

toen weer thuis bij [getuige 2] en is daar ook blijven slapen.

Op een gegeven moment werd ik wakker. Het was net als de vorige keer. Op het

moment, dat ik wakker werd voelde ik weer wat. Ik voelde, dat [verdachte] weer aan

mijn geslachtsdeel zat. Ik vermoedde, dat [verdachte] weer aan mij zat. Toen voelde ik,

dat hij het met zijn mond deed. Ik bedoel, dat ik voelde, dat hij mij befte. Hij

likte mij bij mijn geslachtsdeel. Ik heb nu [verdachte] ook weer van mij weggeduwd.

Hij wist wel, dat dit niet mocht en is toen weggegaan. Ik zag, dat hij op het bed

van [naam] ging liggen. Ik hoorde dat, omdat op het moment dat [verdachte] daar ging

liggen, het bed kraakte. Ik lag op mijn zij. Normaal liggen mij benen dan op

elkaar. Ik weet niet hoe [verdachte] het heeft gedaan, maar ik voelde, dat hij aan

mijn geslachtsdeel, aan mijn kut, likte. Ik kan niet zeggen, of hij in mijn spleet

of over mijn spleet likte. Ik heb geen idee. Ik kan ook niet vertellen hoe [verdachte]

lag. Ik weet wel, dat ik hem met mijn voeten van mij af heb gedrukt. [verdachte] wist

wel, dat hij verkeerd was, want hij ging weg en zoals ik vertelde, ging hij op

[naam] 's bed liggen. Ik heb op mijn mobiele telefoon gekeken en ik zag, dat het

ongeveer 04.00 uur was. Toen [verdachte] op het bed van [naam] ging liggen vroeg hij

aan mij of ik boos was. Ik heb "ja" gezegd. Toen zei [verdachte] : "Word je hier boos

om ?" Ik weet niet waarom hij dit zei en wat hij er mee bedoelde.


2.

Het op pagina 40 en verder van het politiedossier opgenomen proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 16 oktober 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

V. Van wie weet je van het seksueel misbruik dat [verdachte] bij [slachtoffer] zou hebben

gepleegd?

A. Dat ik heb ik gehoord van [getuige 3] , de moeder van [slachtoffer] . Ik heb daarna met [verdachte] gesproken. Hij gaf toe dat hij aan [slachtoffer] had gezeten. Hij zei, dat het klopte

maar dat hij dronken was geweest. Volgens mij één dag later heb ik via de WhatsApp

aan [slachtoffer] gevraagd wat er precies gebeurd was. Ik kreeg toen van haar een

berichtje via de WhatsApp dat [verdachte] zijn vingers in haar poes had gestopt. Ik

ben daarna weer met [verdachte] in gesprek gegaan. Hij gaf toe dat hij dat wel had

gedaan.


3.

Het op pagina 37 en verder van het politiedossier opgenomen proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 3 oktober 2012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Op zaterdag, tegen 17.00 uur werd ik thuis gebeld door [verdachte] . Ik heb

hem toen gevraagd, wat hij allemaal met [slachtoffer] had uitgevreten. [verdachte] vertelde

mij, dat dit allemaal nog wel was meegevallen. Hij wist het ook niet precies meer,

want hij had de gehele avond achter de whisky gezeten. Het kwam er op neer, dat hij

zich wou verschuilen achter het feit, dat hij dronken was geweest. [verdachte]

vertelde wel, dat hij zich nog kon herinneren, dat hij bij [slachtoffer] op de

slaapkamer was geweest.