Rechtbank Overijssel, 13-10-2015 / 08.014724.15 en 08.730179.15 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:4910

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich op 22 januari en op 21 maart 2015 in het asielzoekerscentrum te Schalkhaar schuldig gemaakt aan meerdere mishandelingen en aan bedreiging en belediging. Het betreffen kwalijke feiten die de lichamelijke integriteit van de slachtoffers heeft aangetast en hen schrik hebben aangejaagd. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Hoewel de gedragsneuroloog en de psychiater dit niet met zoveel woorden benoemen, ziet de rechtbank in de onderzoeksrapporten voldoende gronden om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank acht het evident dat zowel verdachte als de samenleving er het meest bij gebaat is dat verdachte - als voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel - behandeling ondergaat om het risico op nieuwe (gewelds-)delicten te beperken. De rechtbank constateert dat, bij gebreke van een verblijfsvergunning, een dergelijke strafmodaliteit niet kan worden uitgevoerd. De rechtbank zal daarom, al het voorgaande afwegende, volstaan met een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-10-13
Publicatiedatum
2015-11-04
Zaaknummer
08.014724.15 en 08.730179.15 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummers: 08.014724.15 en 08.730179.15 (P)

Datum vonnis: 13 oktober 2015


Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Libië),

zonder vaste woon of verblijfplaats hier te lande.



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 juli 2015 en 29 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. van Dijck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen, naar voren is gebracht.


Ter terechtzitting van 2 juli 2015 heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08.014724.15 en 08.730179.15 tegen de verdachte aangebrachte zaken.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer :


in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15, dat verdachte:

feit 1: op 22 januari 2015 [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

feit 2: op 22 januari 2015 [slachtoffer 3] heeft mishandeld

feit 3: op 22 januari 2015 [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

feit 4: op 22 januari 2015 [slachtoffer 1] heeft beledigd.


in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15, dat verdachte:

feit 1: op 21 maart 2015 [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft mishandeld.

feit 2: op 21 maart 2015 [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte,


in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15, dat:

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer [slachtoffer 1] ( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum) en/of [slachtoffer 2] ( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum) heeft mishandeld door

- voornoemde [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) met een (hard) voorwerp (lederen pijp/opgerolde beensteun) en/of met zijn hand en/of arm op/tegen het lichaam te slaan en/of stompen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) met zijn arm en/of hand op/tegen

het lichaam te slaan en/of stompen;


2.

hij op of omstreeks 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer [slachtoffer 3] heeft mishandeld door (met kracht) in/op/tegen het gezicht te slaan en/of stompen;


3.

hij op of omstreeks 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer [slachtoffer 2] ( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: “I can kill you.” en/of “Ik maak je kapot.”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


4.

hij op of omstreeks 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer [slachtoffer 1]

( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum), in zijn tegenwoordigheid, opzettelijk heeft beledigd door op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] te spugen, althans gedraging(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking;


in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15, dat:

1.

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 4] éénmaal of meermalen met een kruk (met kracht) tegen de

linker bovenarm en/of tegen de knie te slaan en/of

- die [slachtoffer 5] éénmaal of meermalen (met kracht) tegen de rug te

schoppen en/of te trappen en/of

- die [slachtoffer 6] éénmaal of meermalen (met kracht) een zogenaamde kopstoot te

geven en/of met een kruk in het gezicht, althans tegen het hoofd te slaan;


2.

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vork en/of een tafelmes in de hand(en) gehouden en/of (vervolgens) daarmee gewezen in de richting van dei [slachtoffer 7] en/of daarbij dreigend de woorden toegevoegd: “Back, back, you kanker” en/of “I kill you”, althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard


en/of


een tafelmes in de hand(en) gehouden en/of (vervolgens) daarmee gewezen in de richting van die [slachtoffer 6] en/of daarbij dreigend de woorden toegevoegd: “Jij bent een SHI, jij komt uit Irak, ik ga je slachten”, althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard.




3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4De beoordeling van het bewijs


4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beide dagvaardingen ten laste gelegde feiten alle wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en dat daarvoor een veroordeling moet volgen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden toegewezen.


De raadsman van verdachte heeft op de navolgende onderdelen van de tenlastelegging vrijspraak bepleit:


in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15:

- ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 2] ;

- ten aanzien van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten.


De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 1] en aan het onder 4 ten laste gelegde.


in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15:

- ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 5] .

- ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 6] , voor zover het een kopstoot betreft.

- ten aanzien van feit 2, voor zover het de bedreiging van [slachtoffer 6] betreft en voor zover het de verbale bedreiging van [slachtoffer 7] betreft.


De raadsman heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


De raadsman heeft bepleit voor de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf op te leggen die niet hoger is dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Voorts heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij.


4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Overwegingen met betrekking tot de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15:

De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de in het dossier aanwezige wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte de onder 1 tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer 2] en de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken.


Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte hem heeft geslagen, waardoor hij een pijnlijke scheut in de borststreek heeft gevoeld. Tevens heeft verdachte hem op het achterhoofd en voor de voeten gespuugd. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte tenminste drie keer [slachtoffer 1] met een leren beensteun heeft geslagen, waarbij [slachtoffer 1] één keer door verdachte werd geraakt. Ook heeft [slachtoffer 2] verklaard dat verdachte op het achterhoofd van [slachtoffer 1] tufte. Ook getuige [getuige 1] heeft gezien dat [slachtoffer 1] geslagen werd door een bewoner. Verdachte heeft op 23 januari 2015 ten overstaan van de verbalisanten verklaard dat hij erg agressief werd omdat de medewerkers hem vastpakten en dat hij de mannelijke medewerker inderdaad heeft gespuugd.


De rechtbank is van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 1] en de onder 4 ten laste gelegde belediging van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.


Overwegingen met betrekking tot de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15:

De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de in het dossier aanwezige wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 5] en de onder 2 ten laste gelegde bedreiging van [slachtoffer 6] en zal verdachte daarvan vrijspreken.


Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij uit het niets uitgescholden door een medebewoner die op krukken liep. [slachtoffer 6] stond met zijn rug naar de bewoner en toen hij zich omdraaide zag hij dat de kruk richting zijn gezicht kwam. [slachtoffer 6] verklaart dat hij daarop pijn op zijn linker wenkbrauw voelde. Ook aangever [slachtoffer 7] bevestigt dat verdachte en [slachtoffer 6] handtastelijk werden. Getuige [getuige 2] heeft eveneens gezien dat verdachte krachtig met zijn krukken insloeg op [slachtoffer 6] .


Ten aanzien van de tenlastegelegde mishandeling van aangever [slachtoffer 4] heeft [slachtoffer 4] verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte in woede ontstak en een kruk weggooide. Hij heeft vervolgens gezien en gevoeld dat verdachte direct met de andere kruk op hem in begon te slaan en hij voelde dat hij op zijn linker bovenarm en knie werd geraakt. [slachtoffer 4] heeft tevens verklaard dat zijn knie helemaal dik en blauw is en dat hij er veel pijn aan heeft.

Ook aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat de bewoner direct op [slachtoffer 4] in begon te slaan met zijn kruk en dat [slachtoffer 4] daarbij drie keer werd geraakt.


De rechtbank acht op grond van de inhoud van voornoemde stukken, in onderling verband en samenhang bezien, de eveneens onder 1 ten laste gelegde mishandelingen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] wettig en overtuigend bewezen.


De raadsman heeft met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde voorts vrijspraak bepleit van de verbale bedreiging van [slachtoffer 7] . Daartoe is aangevoerd dat de bewoordingen die [slachtoffer 7] in zijn aangifte verklaart te hebben gehoord ("back, back, you kanker") niet overeenkomen met de door getuige [getuige 2] gehoorde woorden ("I kill you"), zodat deze getuigenverklaring de aangifte onvoldoende ondersteunt.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte eerst een vork en vervolgens een mes heeft gepakt, dat hij daarmee in de richting van aangever wees en dat hij daarbij op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt. In deze context acht de rechtbank het van ondergeschikt belang dat de aangever [slachtoffer 7] en getuige [getuige 2] niet exact dezelfde bewoordingen van verdachte hebben gehoord. Beide verklaringen komen er in de kern op neer dat verdachte zijn handelen met voornoemd keukengerei middels verbale dreiging kracht bij zette. Aldus beschouwd vindt de verklaring van aangever naar het oordeel van de rechtbank voldoende steun in de verklaring van [getuige 2] . De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 2 ten laste gelegde, inclusief verbale bedreiging, wettig en overtuigend bewezen.


De navolgende bewezenverklaring steunt op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15 onder 2 en 3 is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15 onder 1 en 4, alsmede het in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


parketnummer 08.014724.15

1.

hij op 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 1] ( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum) heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] met kracht tegen het lichaam te slaan.


4.

hij op 22 januari 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 1] ( [functie] bij het COA asielzoekerscentrum), in zijn tegenwoordigheid, opzettelijk heeft beledigd door op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] te spugen;


parketnummer 08.730179.15

1.

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 4] en

[slachtoffer 6] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 4] met een kruk tegen de linker bovenarm en tegen de knie te slaan en

- die [slachtoffer 6] met kracht met een kruk in het gezicht te slaan;


2.

hij op 21 maart 2015 te Schalkhaar, gemeente Deventer, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vork en een tafelmes in de hand(en) gehouden en daarmee gewezen in de richting van die [slachtoffer 7] en daarbij dreigend de woorden toegevoegd: “Back, back, you kanker” en/of “I kill you”, althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard.


De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, en zal hem daarvan zal vrijspreken.


5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 266, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


parketnummer 08.014724.15

feit 1

het misdrijf: mishandeling;


feit 4

het misdrijf: eenvoudige belediging;


parketnummer 08.730179.15

feit 1

het misdrijf: mishandeling, meermalen gepleegd;


feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.


6De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


7De op te leggen straf of maatregel


7.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. In het bijzonder neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich op 22 januari en op 21 maart 2015 in het asielzoekerscentrum te Schalkhaar schuldig gemaakt aan meerdere mishandelingen en aan bedreiging en belediging. Het betreffen kwalijke feiten die de lichamelijke integriteit van de slachtoffers heeft aangetast en hen schrik hebben aangejaagd. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een psychiatrisch onderzoek en een neurologisch onderzoek naar verdachte. Daaruit blijkt, samengevat weergegeven, van de volgende levensloop. Verdachte is in 1994 geboren in [geboorteplaats] (Libië), waar halverwege 2011 de opstand tegen Khadaffi uitbrak. Verdachte was toen net begonnen aan een studie economie en had een neutrale opstelling in het conflict, maar is desondanks in 2012 neergeschoten. Hij is enige tijd daarna door onbekenden onder bedreiging meegevoerd en op enig moment in Turkije bijgekomen, waar bleek dat hij - naast ander letsel - een kogel in zijn been, rug en hoofd had gekregen. Na meerdere operaties in Turkije is verdachte vervolgens via Libië en Malta op 27 mei 2014 in Nederland terechtgekomen. Tijdens zijn verblijf in Nederland is hij sindsdien acht maal geopereerd in het UMC Groningen en nog eens opgenomen in het ziekenhuis na een epileptisch insult dat hij rond de jaarwisseling 2014-2015 had. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij op 19 februari 2015 is veroordeeld voor feiten die in december 2014 zijn begaan. Van daaruit is hij naar het asielzoekerscentrum in Schalkhaar gegaan, waar de thans bewezenverklaarde feiten zich hebben afgespeeld. Na voornoemd schietincident is bij verdachte sprake van continue gevoelens van onveiligheid en van nachtmerries en is hij zich meer gaan terugtrekken en minder dan voorheen geneigd contacten met anderen aan te gaan. Met het gebruik van verschillende middelen - naast medicijnen ook alcohol en cannabis - probeerde verdachte deze klachten te verminderen.

Op basis van neurologisch onderzoek lijkt sprake te zijn van niet aangeboren hersenletsel in de zin van een zogenoemd frontaal syndroom, dat er door gekenmerkt wordt dat remmingen verminderd of totaal weg zijn, zodat ongecontroleerd en impulsief gedrag kan optreden.

Daarnaast is sprake van alcohol- en cannabisafhankelijkheid. Opmerking verdient dat het gebruik van alcohol de drempel om over te gaan tot impulsieve daden nog verder verlaagt. Differentiaal diagnostisch wordt voorts nog gedacht aan onder meer epilepsie en PTSS. Een en ander is van invloed geweest op de mate waarin verdachte in staat was - kortgezegd - ervoor te kiezen zijn strafbare gedrag achterwege te laten.


De rechtbank constateert dat het frontaal syndroom al ten tijde van de bewezenverklaarde feiten bij verdachte aanwezig was en dat in elk geval de feiten op 21 maart 2015 ook onder invloed van alcohol zijn gepleegd. Hoewel de gedragsneuroloog en de psychiater dit niet met zoveel woorden benoemen, ziet de rechtbank in de onderzoeksrapporten voldoende gronden om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag welke sanctie in het onderhavige geval passend is. De aanwezigheid van de stoornissen van verdachte, het gebrek aan werk en dagbesteding en het beperkte steunsysteem rondom verdachte vergroten de kans dat hij zonder behandeling opnieuw een impulsdoorbraak zal beleven en daardoor strafbare feiten begaat. De psychiater adviseert in algemene zin dat goede begeleiding en behandeling voor het frontaal syndroom, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan het gebruik van alcohol en cannabis een persoon stabieler kan maken, waardoor het risico op agressieve impulsdoorbraken verminderd kan worden. Gedacht wordt daarbij aan een klinische opname, gevolgde door ambulante behandeling in een verplichtend kader. Verdachte heeft zich bovendien bereid verklaard aan behandeling mee te werken.


Tactus Reclassering heeft op 25 september 2015 een advies uitgebracht, waarin de reclassering zich aansluit bij de conclusie van de psychiater dat een klinische behandeling geïndiceerd is. Nu verdachte geen verblijfsvergunning heeft en derhalve geen recht heeft op (justitiële) zorg, is het voor de reclassering echter niet mogelijk om een plan van aanpak op te stellen om het recidiverisico te verminderen. Dat leidt ertoe dat de reclassering geen voorwaardelijk strafdeel met voorwaarden adviseert. Ook een werkstraf behoort, bij ontbreken van een verblijfsvergunning en gelet op de lichamelijke klachten van verdachte, niet tot de mogelijkheden.


De rechtbank acht het evident dat zowel verdachte als de samenleving er het meest bij gebaat is dat verdachte - als voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel - behandeling ondergaat om het risico op nieuwe (gewelds-)delicten te beperken. De rechtbank constateert dat, bij gebreke van een verblijfsvergunning, een dergelijke strafmodaliteit niet kan worden uitgevoerd. De rechtbank zal daarom, al het voorgaande afwegende, volstaan met een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.


8De schade van benadeelden


8.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 7] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 300,00 (zegge: driehonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom geheel toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


8.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15 onder 2 bewezenverklaarde feit is toegebracht.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

















10De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15 onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 08.014724.15 onder 1 en 4, alsmede het in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder voornoemde feiten meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • - wijst de vordering van de benadeelde partij toe;
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2015;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het in de dagvaarding met parketnummer 08.730179.15 onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van zes dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.


Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mr. F. van der Maden en

mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.



Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


parketnummer 08.014724.15


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina's uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, District IJsselland met registratienummer PL0600-2015055351. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina's van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Een proces verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 22 januari 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Op 22 januari 2015 bevond ik me in het asielzoekerscentrum te Schalkhaar, binnen de gemeente Deventer. Ik ben werkzaam als [functie] . Ik hoorde over de portofoon een noodoproep. Ik hoorde de stem van [getuige 1] , werkzaam in gebouw P. Ik ben vervolgens meteen naar gebouw P gelopen. Daar aangekomen, zag ik dat [verdachte] in de hal stond. [verdachte] zit normaal in een rolstoel maar stond nu op één been. (…) Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] zijn rechterarm in mijn richting bracht, kennelijk om mij te slaan. Ik kon deze afweren. Vervolgens voelde ik een pijnlijke scheut in mijn borststreek. [verdachte] had mij, vermoedelijk met zijn andere arm, geslagen. Dit was met de vlakke hand. (…) Toen ik even mijn hoofd afwendde om naar mijn collega te kijken, voelde ik een natte plek op mijn achterhoofd. Ik hoorde later van [getuige 1] dat [verdachte] mij op mijn hoofd had gespuugd. Vervolgens zag ik dat [verdachte] voor mijn voeten aan het spugen was.


2.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 22 januari 2015, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, als verklaring van aangeefster, zakelijk weergegeven:

Op 22 januari 2015 was ik aan het werk in gebouw P van het asielzoekerscentrum te Schalkhaar. [verdachte] is een bewoner van gebouw P. Op genoemde datum liep ik gebouw P binnen. Toen ik binnen kwam, zag ik dat [verdachte] in zijn rolstoel voor de ingang van het kantoor zat. (…) Ik zag dat [verdachte] de leren beensteun van zijn rolstoel van de grond pakte. Ik zag dat hij deze beensteun oprolde. Ik zag dat [verdachte] tenminste drie keer met deze beensteun in de richting [slachtoffer 1] sloeg vanuit zijn rolstoel. Ik zag dat [slachtoffer 1] één keer geraakt werd door [verdachte] . (…) Ik zag vervolgens dat [verdachte] op het achterhoofd van [slachtoffer 1] tufte.


3.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 22 januari 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige, zakelijk weergegeven:

Ik ben op 22 januari 2015 getuige geweest van een mishandeling door een bewoner tegen het personeel. Ik ben werkzaam als [functie] in het AZC Schalkhaar. Toen ik ter plaatse kwam in gebouw P van het AZC zag ik dat mijn collega [slachtoffer 1] geslagen werd door een bewoner.


4.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 23 januari 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

V= vraag verbalisant.

A= antwoord verdachte.


V: Waar woont u?

A: In Schalkhaar.

V: Je wordt verdacht van mishandeling en bedreiging van een medebewoner bij het AZC en een tweetal medewerkers. Wat wil je hierover verklaren.

A: We hadden een verhitte discussie bij het AZC. Hierdoor ontstonden er problemen. Omdat de medewerkers mij vastpakten werd ik heel erg agressief. (…) Ik heb de mannelijke medewerker inderdaad gespuugd.


parketnummer 08.730179.15


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina's uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, District IJsselland, met registratienummer PL0600-2015141683. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina's van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


feiten 1 en 2:


1.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] d.d. 22 maart 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van mishandeling en bedreiging. Ik verblijf sinds een maand op het Asielzoekerscentrum te Schalkhaar. Op 21 maart 2015 liep ik terug naar mijn kamer. Vervolgens werd ik uit het niets uitgescholden door een medebewoner. Ik zag dat de bewoner op krukken liep. (…)

Uit het niets was de bewoner op krukken weer bij ons. Ik stond met mijn rug naar hem toe. Ik draaide mij om, het enige wat ik zag was, dat de kruk richting mijn gezicht kwam. Kennelijk had de bewoner met de kruk uitgehaald. Ik voelde plotse pijn op mijn linker wenkbrauw.


2.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] d.d. 21 maart 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van bedreiging, gepleegd door een bewoner van het AZC. Ik ben werkzaam bij het COA op een afdeling bij het AZC te Schalkhaar, gemeente Deventer. Vanmiddag, 21 maart 2015, was een ruzie gaande in de centrale hal van het gebouw. Ik was samen met collega [getuige 2] op het kantoor. Wij zagen op camerabeelden dat er ruzie was tussen de bewoners genaamd [slachtoffer 6] en [verdachte] . Ik zag op de beelden dat de twee bewoners handtastelijk werden. Toen wij dit zagen, besloten [getuige 2] en ik om in te grijpen. Vanuit het kantoor zijn wij naar hen toegelopen. Ik ben op [slachtoffer 6] gelopen en [getuige 2] op [verdachte] . (…)

[verdachte] is afhankelijk van twee krukken, omdat zijn linker onderbeen in het gips is. In mijn ooghoek, zag ik dat [verdachte] de kruk tegen de muur omhoog hield en ik zag dat [getuige 2] die kruk vast- dan wel tegenhield. Ik heb mij toen direct omgedraaid en [verdachte] bij zijn shirt vastgepakt. (…) Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij schreeuwde: "Fuck you, kanker, don't touch me!" (…)

Op een gegeven moment hoorde ik [getuige 2] roepen: "Niet doen!" Ik wilde kijken wat er was en toen hij mij zag, zag ik dat hij een eetvork van tafel pakte. Ik zag dat hij de vork, met een half gestrekte arm voor zijn eigen lichaam vasthield en hiermee in mijn richting wees. Ik hoorde dat hij hierbij tegen mij schreeuwde: "Back, back! You kanker." Ik zag dat hij hierbij de vork op en neer bewoog. Ik zag dat hij de vork weglegde en het tafelmes pakte. Ik zag dat [verdachte] hierbij dezelfde dreigende bewegingen maakte met het mes en riep: "Back back."


3.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] d.d. 21 maart 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van mishandeling. Ik ben werkzaam als [functie] op het Asielzoekerscentrum te Schalkhaar. Ik bevond mij vanmiddag bij de receptie van het AZC. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] , dienstdoende beveiliger, een telefoontje kreeg van een collega. Er was een bewoner die het terrein moest verlaten. Wij zagen de bewoner aan komen lopen vanuit de receptie. Ik zag dat [slachtoffer 1] naar buiten liep om hem aan te spreken. Ik zag dat de bewoner direct op [slachtoffer 1] in begon te slaan met zijn kruk. Ik zag dat [slachtoffer 1] drie keer werd geraakt.


4.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] d.d. 21 maart 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van mishandeling. Ik ben werkzaam op het Asielzoekerscentrum te Schalkhaar als [functie] . Ik kreeg vandaag een telefoontje van de IBO afdeling. Een bewoner genaamd [verdachte] werd door de woonbegeleiders van het terrein afgestuurd. Op het moment dat ik het telefoontje kreeg, zag ik [verdachte] al aan komen lopen. Ik zag dat [verdachte] ontstak in woede. Ik zag dat [verdachte] met behulp van krukken liep, omdat hij zijn voet in het gips had. Ik zag dat [verdachte] een kruk weggooide. Ik zag en voelde dat hij direct met de andere kruk op mij in begon te slaan. Ik voelde dat ik op mijn linker bovenarm werd geraakt. Ik voelde dat ik daarna op mijn knie werd geraakt.

Mijn knie is nu helemaal dik en blauw. Ik heb hier nu veel pijn aan.


5.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgemaakt door verbalisant

[verbalisant 8] , d.d. 21 maart 2015, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige, zakelijk weergegeven:

Op 21 maart 2015 was ik getuige van een mishandeling en een bedreiging. Ik ben [functie] in het AZC te Schalkhaar en [functie] van [verdachte] . Vanmiddag zagen [slachtoffer 7] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 7] ) en ik via het camerabeveiligingssysteem dat [verdachte] ruzie maakte met een andere bewoner, genaamd [slachtoffer 6] . Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 6] bij zijn trui pakte en hem vanuit zijn kamer de hal in trok. Ik zag dat [verdachte] hierop krachtig met zijn krukken insloeg op [slachtoffer 6] . Hierop zijn [slachtoffer 7] en ik de hal opgelopen. (…)

[verdachte] stond naast mij, op een meter afstand van [slachtoffer 7] . Ik zag dat [verdachte] een vork pakte. Ik zag dat hij met de vork in de richting van [slachtoffer 7] stond en zei dat hij weg moest blijven. Direct daarop legde [verdachte] de vork neer en pakte hij een smeermes. Ik zag dat hij het mes vast had en [slachtoffer 7] ermee bedreigde. Ik hoorde [verdachte] zeggen: "I kill you."


1 Respectievelijk een Rapportage Pro Justitia d.d. 23 september 2015, opgemaakt door A. Haverkamp, psychiater en een Rapportage Pro Justitia d.d. 24 september 2015, opgemaakt door C. Jonker, gedragsneuroloog.
2 Pagina 4-5.
3 Pagina 6-7.
4 Pagina 11-13.
5 Pagina 16-18.
6 Pagina 19-20.
7 Pagina 21-22.
8 Pagina 26-28.