Rechtbank Overijssel, 10-12-2015 / 4394645 WM VERZ 15-938


ECLI:NL:RBOVE:2015:5434

Inhoudsindicatie
Een automobilist parkeerde in Almelo op het terreintje tussen de bibliotheek en het politiebureau, waar ook een parkeerautomaat staat. In het centrum van Almelo ligt een zone waarin in beginsel een parkeerverbod geldt. Binnen die zone mag op sommige plekken betaald worden geparkeerd. Betrokkene werd als foutparkeerder beboet en vocht de boete aan. Hij vond de lange zwarte en witte stroken van klinkerbestrating verwarrend en meende dat hij in zo een zwarte strook mocht parkeren. De kantonrechter komt tot een ander oordeel: Er zijn op dat terreintje maar zes plekken waarop geparkeerd mag worden plus één voor een gehandicaptenkaarthouder. Waar betrokkene stond is geen plek die bestemd is om te parkeren. De kantonrechter verklaart het beroep tegen de sanctie daarom ongegrond.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-10
Publicatiedatum
2015-12-11
Zaaknummer
4394645 WM VERZ 15-938
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening mondelinge beslissing Wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL


Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Almelo


zaaknummer : 4394645 WM VERZ 15-938

CJIB-nummer : 185609205


In de Mulder beroepszaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft


[betrokkene]

[adres]

[adres]

nader te noemen: betrokkene.


een beroepschrift ingediend. Op de openbare zitting van 14 oktober 2015 heeft mr. F.C. Berg, kantonrechter, betrokkene en mr J. Meerdink namens de officier van justitie gehoord.


Het volgende is ter zitting voorgevallen, besproken en door de kantonrechter overwogen:


Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 90,-- vermeerderd met € 7,-- administratiekosten, ter zake van een bij de Wahv omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”, gepleegd op 24 oktober 2014 om 20.46 uur in Het Baken in de gemeente Almelo.


Betrokkene heeft kort gezegd aan het beroep ten grondslag gelegd dat er op Het Baken een autoparkeerplaats is, dat daar niet staat waar je mag parkeren maar dat er met donkere en lichte klinkers stroken zijn aangelegd en dat betrokkene zijn auto op een donkere strook had neergezet. Betrokkene voegt een tweetal foto’s bij waarop de bewuste auto is te zien op een donkere strook klinkers. De stroken zijn ongeveer zo breed of wat breder dan een auto breed is en met name veel langer dan een auto lang is. De auto van betrokkene staat naast een wand van de bibliotheek waaraan een bord hangt met reclame van de VVV. Aan de andere kant van de auto en voor de auto zijn witte klinkers. Het vlak van donkere klinkers gaat nog een heel eind door achter de auto. Op de andere foto is een overzicht te zien van een trottoir met daarnaast een aantal stroken, afwisselend licht en donker, bij de bibliotheek eindigend met een donkere strook, alle veel langer dan een enkele auto.


De officier van justitie heeft dat beroep ongegrond verklaard omdat betrokkene zegt dat hij niet kon weten dat parkeren daar niet is toegestaan. Er geldt echter ter plaatse een zonaal parkeerverbod en dan mag alleen in duidelijk aangegeven parkeervakken worden geparkeerd. De borden staan bij de toegangswegen aan de rand van de zone.


In het beroep tegen die beslissing heeft betrokkene aangevoerd dat hij wel degelijk wist dat er een parkeerverbodzone in het centrum van Almelo is maar dat het op het terrein waar hij parkeerde volstrekt niet duidelijk is wat daar nu een parkeervak is. Hij heeft in een strook geparkeerd die werd aangegeven met donkere klinkers.


Ter zitting hebben de kantonrechter en partijen beelden van Google Streetview bekeken. Er is een terrein tussen het trottoir en een heg, met elf donkere en lichte parallelle stroken die lopen van het lichte trottoir in de richting van de heg. Het trottoir zelf is als gewoonlijk wit. Te zien is dat in het trottoir ter hoogte van het midden van het terrein een enkele meters brede opritachtige voorziening is aangelegd. Aan de rechterzijde van de heg staat een parkeermeter. Aan de linkerkant van de heg staat een blauw rechthoekig bord met daarop een hand die een munt in een automaatgleuf doet met daaronder een naar rechts wijzende pijl. Links van de heg, rechts van de bibliotheek, is een doorgang naar kennelijk verder naar achteren liggend terrein. Het lijkt erop dat daar nog meer soortgelijke blauwe borden staan.


Op de foto’s op Google Streetview is te zien dat meerdere auto’s, elk op een witte of donkere baan staan geparkeerd aan de zijde van de heg. De donkere strook waarop betrokkene’s auto staat loopt door tot in het erachter gelegen terrein.


De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep tegen de sanctiebeschikking gegrond moet worden verklaard maar dat het beroep tegen de sanctiebeschikking zelf ongegrond moet worden verklaard. Als betrokkene niet zeker wist dat hij daar mag staan en er toch parkeert dan neemt hij een risico. De stroken kunnen een parkeervak zijn of niet, maar kennelijk was de plek waar betrokkene staat geen parkeergelegenheid.


De kantonrechter geeft aan dat hij op een ander moment ter plaatse wil gaan. Partijen geven aan dat zij geen behoefte hebben om mee te gaan. Zij geven de kantonrechter toestemming om zonder nadere zitting en zonder nadere communicatie na zijn onderzoek uitspraak te doen. De kantonrechter wil nog wel van betrokkene weten of de situatie zoals die ten tijde van de zitting is, overeenkomt met de situatie toentertijd. Betrokkene belooft de kantonrechter daarover te berichten.


Betrokkene heeft dat later per mail aan de kantonrechter laten weten: de situatie is onveranderd.


De kantonrechter is vervolgens ter plaatse gegaan. De kantonrechter stelt vast dat er op het terrein voor zover dat is gelegen tussen het trottoir en de heg en de bibliotheek en het politiebureau geen verkeersbord E4 staat.


Wel staat het bord er dat op Streetview is gezien. Dat bord is geen verkeersbord dat voorkomt in de bijlage bij de RVV1990. Het wekt met zijn pijl naar rechts de suggestie dat rechts een parkeermeter staat of dat rechts van dat bord tegen betaling mag worden geparkeerd. Betrokkene stond links daarvan (en dichter bij de straat) geparkeerd. Ook de parkeermeter staat nog waar die op Streetview staat. Wat de kantonrechter bij zijn bezoek opviel, en bij nadere beschouwing ook op Streetview is te zien, is dat in zes donkere en lichte stroken die bij de heg eindigen, aan de zijde van de heg een vak is aangelegd in een aparte, afwijkende klinkerbestrating, eveneens in antraciet respectievelijk wit. Deze stroken met daarin een vlak van afwijkende klinkerbestrating zijn rechts gelegen van het blauwe bord.


In de strook waar betrokkene geparkeerd heeft is geen vak in aparte klinkerbestrating aangebracht. Dit vak is egaal antraciet in één en dezelfde bestrating.


Wat de kantonrechter verder ter plaatse opviel is dat daar waar betrokkene stond geparkeerd ook een voorziening is aangebracht om de stoep op te rijden, kennelijk om op die plaats naar het achtergelegen terrein te geraken waar zoals gezegd ook blauw gekleurde borden met een hand met een munt bij een automaatgleuf staan. Voor verkeer dat van die voorziening gebruik wil maken, staat betrokkene dan enigszins in de weg. Die trottoir-oprit is overigens ook op Streetview te zien.


De kantonrechter overweegt als volgt.


Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is tijdig ingesteld en betrokkene heeft binnen de bij de Wahv bepaalde termijn zekerheid gesteld, zodat het beroep ontvankelijk is.


Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie moet gegrond verklaard worden want daarin gaat de officier van justitie onvoldoende gemotiveerd in op hetgeen betrokkene in zijn administratief beroep naar voren had gebracht. De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd.


De kantonrechter zal daarom nu het administratief beroep tegen de sanctie beoordelen.


Door de verbalisant gesteld en door partijen niet betwist is dat er in de omgeving waar geparkeerd is, in het centrum van Almelo, een zonaal parkeerverbod geldt vanwege het bij de toegangswegen tot het centrum geplaatste verkeersbord E1.


Daarbinnen zou het bewuste terrein door middel van een verkeersbord E4 als parkeergelegenheid kunnen zijn aangewezen maar dat is zoals vastgesteld niet gebeurd.


Ter plaatste staat het al eerder gememoreerde bord met de hand, munt en gleuf en de pijl naar rechts. Noch in het RVV 1990 noch in een plaatselijke verordening van de gemeente Almelo wordt aan dit bord een uitdrukkelijke betekenis toegekend.


De kantonrechter let vervolgens op artikel 65 RVV 1990. Dat luidt:


artikel 65

1. […]

2. De verkeersborden E1, E2 en E3 van bijlage I gelden slechts voor de zijde van de weg alwaar zij zijn geplaatst.

3. Het parkeren van een voertuig en het plaatsen van een fiets en van een bromfiets is echter toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten.


Voor de onderhavige zaak betekent dit artikel dat betrokkene in de parkeerverbodzone en dus ook op de plek waar hij dat deed mocht parkeren indien en voor die plek “voor parkeren bestemd is”.


De kantonrechter overweegt dat dit dan zou hebben kunnen blijken uit een plaatselijke regeling of uit feitelijke omstandigheden.


Bij een verordening van de gemeente Almelo met betrekking tot het betaald parkeren is wel bepaald dat Burgemeester en Wethouders plaatsen kunnen aanwijzen waar tegen betaling geparkeerd mag worden maar nergens is bepaald hoe die feitelijk herkenbaar zijn. Er is een kaart toegankelijk via de website van de gemeente Almelo maar daarop wordt niet meer duidelijk dan dat in de relevante omgeving een betaald-parkeerzone is. Individuele plekken die bestemd zijn voor (betaald) parkeren worden niet geïdentificeerd.


Wat de feitelijke omstandigheden betreft is de kantonrechter van oordeel dat de enkele aanwezigheid van veel ruimte op een terreintje dat op trottoirhoogte ligt, de aanwezigheid van het besproken blauwe bord en een parkeermeter nog niet met zich meebrengt dat betrokkene zijn auto op specifiek die plek mocht parkeren waar hij dat deed of op elke willekeurig andere plek op dat terreintje. Enig onderzoek zou hem tot twijfel hebben moeten brengen of zijn plek inderdaad voor parkeren bestemd was.


In de eerste plaats staat hij tussen het linker opritje en de doorgang. In de tweede plaats had hij met enig goede wil de afwijkende bestrating in zes van de zwarte en witte stroken kunnen waarnemen en kunnen concluderen dat dat kennelijk zes betaald parkeerplaatsen zijn en dat daar waar hij de auto neerzette niet zo een parkeerplaats is.


Dat er diverse langere stroken zijn en hij op één daarvan parkeerde maakt dat oordeel niet anders. De strook waar hij op parkeerde is evident niet een strook waarop iedereen achter elkaar kan parkeren: dat belemmert de doorgang.


De kantonrechter concludeert dat aldaar kennelijk slechts die zes plaatsen met de afwijkende bestrating binnen de zwarte en witte stroken (en de gehandicaptenparkeerplaats die verder buiten beschouwing is gelaten) bestemd zijn om daarop (betaald) te parkeren. Dat het anders zou zijn is in ieder geval door betrokkene onvoldoende onderbouwd naar voren gebracht.


De conclusie is dat betrokkene niet heeft geparkeerd op een plek die daarvoor bestemd was in de zin van artikel 65, derde lid, RVV 1990. Betrokkene kan zich daarom niet beroepen op de uitzondering die dat artikel eventueel op het zonale parkeerverbod biedt.


De conclusie is dat het beroep tegen de inleidende sanctiebeschikking ongegrond moet worden verklaard.


Beslissing:


Verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze.


Verklaart het beroep tegen de inleidende sanctie ongegrond.


Aldus gegeven te Almelo door F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2015.