Rechtbank Overijssel, 14-12-2015 / 08.730265-15 (P)


ECLI:NL:RBOVE:2015:5465

Inhoudsindicatie
Verdachte en medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een gijzeling van drie mannen, met als doel op een snelle en gemakkelijke manier aan veel geld te komen. Daarnaast speelden rancune en wraak een grote rol. Verdachte heeft geen enkel berouw getoond en is niet aanspreekbaar voor haar daden gebleken. Door het gedrag van verdachte en medeverdachte zijn de slachtoffers hun gevoel van veiligheid en vrijheid verloren. Dit is verdachte zeer ernstig aan te rekenen. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaar, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-14
Publicatiedatum
2015-12-14
Zaaknummer
08.730265-15 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.730265-15 (P)

Datum vonnis: 14 december 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

feit 1: het samen met haar moeder, [medeverdachte] , voorbereiden van de gijzeling van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ;

feit 2: het samen met een ander witwassen van geldbedragen.


Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging daarvan conform artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), aan de verdachte, dat:


1.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 1 april 2015 te Almelo en/of te Deventer en/of te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, te weten het (medeplegen van) gijzeling als bedoeld in artikel 282a Wetboek van Strafrecht (Sr) en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving als bedoel in artikel 282 Sr en/of afpersing als bedoeld in artikel 317 Sr, opzettelijk informatie heeft/hebben verzameld over/van één of meerdere personen, te weten

- [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 3]

en/of (vervolgens) die informatie op schrift heeft/hebben gesteld, welke geschriften/documenten onder meer de navolgende informatie van/over vermelde personen bevatten:

- personalia en/of

- adresgegevens en/of

- merk en/of type en/of kentekengegevens van door voormelde perso(o)n(en) bestuurd(e)/gebruikte voertuig(en) en/of

- één of meer foto’s van voormelde perso(o)n(en) en/of

- ( andere) persoonlijke en/of zakelijke informatie en/of

- het te eisen losgeldbedrag (1.000.000 euro en/of 1.250.000 euro en/of 750.000 euro)

en aldus geschriften en/of foto’s, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad;


2.

Primair

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 28 april 2015, te Almelo en/of te Deventer en/of te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een of een meer (grote) geldbedragen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een of meer (grote) geldbedragen, was, terwijl zij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;


Subsidiair

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 28 april 2015, te Almelo en/of te Deventer en/of te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (een) voorwerp(en), te weten een of meer (grote) geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meer (grote) geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf en/of van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaren, met aftrek van voorarrest. Ter zake feit 2 primair en subsidiair heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.




5De beoordeling


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en haar moeder, medeverdachte [medeverdachte] , voorbereidingshandelingen hebben gepleegd ten behoeve van een uit te voeren gijzeling van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Dit volgt uit de inhoud van de opgenomen gesprekken, de documenten die door getuige [getuige 1] zijn overhandigd, de verklaringen die door getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zijn afgelegd en de verklaringen van verdachte en medeverdachte. Verdachte en medeverdachte hebben gezamenlijk informatie verzameld en zij hebben documenten vervaardigd en overhandigd, waarop onder meer werd vermeld de namen en adresgegevens van de te ontvoeren personen, welke voertuigen (inclusief kentekens) zij bestuurden en de te eisen losgeldbedragen. Uit de combinatie en de onderlinge samenhang van deze aangetroffen voorwerpen en het vooropgezette plan van verdachte en medeverdachte kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte deze voorwerpen hebben vervaardigd en voorhanden hebben gehad met het voornemen om daarmee een gijzeling uit te voeren, waarbij grof geweld zou worden gebruikt en zelfs één of meer van de gegijzelden om het leven zouden kunnen komen.


De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de geluidsopnamen geen onderdeel uitmaken van het procesdossier omdat deze niet staan vermeld in de inhoudsopgave, de uitwerking daarvan niet op ambtseed is opgemaakt en er zich geen foto van de cd in het dossier bevindt.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe ten aanzien van feit 1, kort en zakelijk samengevat, aangevoerd dat niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Uit handschriftonderzoek blijkt dat medeverdachte de handgeschreven brieven niet heeft geschreven, zodat alleen de verklaring van getuige [getuige 1] overblijft. Verder is er volgens de raadsman sprake van een absoluut ondeugdelijk middel, aangezien getuige [getuige 1] nimmer de intentie heeft gehad de gijzeling uit te laten voeren. Ook kan de periode zoals in de tenlastelegging staat omschreven niet worden bewezen.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte zich op het standpunt gesteld dat de cd’s met geluidsopnamen en de cd met fragmenten van die geluidsopnamen geen onderdeel van het procesdossier uitmaken.

De rechtbank overweegt dat de officier van justitie op grond van artikel 149a Sv verantwoordelijk is voor de samenstelling van de processtukken. Niet ter discussie staat dat de verdediging de cd’s met integrale geluidsopnamen geruime tijd voor de terechtzitting van de officier van justitie heeft ontvangen. Hiermee zijn de cd’s met de integrale geluidsopnamen onderdeel geworden van het strafdossier en kunnen deze als bewijsmiddel dienen. Dit geldt te meer nu in het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van relaas een samenvatting van de 5 geluidsopnames is beschreven en dat op pagina 10 met zoveel woorden valt te lezen dat de gesprekken bij het dossier zullen worden gevoegd.

Nu op de door de officier van justitie naderhand met het oog op het onderzoek ter zitting samengestelde cd met fragmenten slechts fragmenten staan die ook op de cd’s met integrale geluidsopnamen staan, en ook deze cd door de officier van justitie aan de verdediging is verstrekt, maakt ook deze cd onderdeel uit van het procesdossier. Overigens is de cd met de fragmenten ter terechtzitting in zijn geheel afgespeeld, zodat ook de waarneming van de rechtbank als bewijsmiddel kan dienen. De raadsman heeft zich nog beroepen op artikel 2, derde lid, van het Besluit Processtukken in Strafzaken. Hieraan kunnen echter geen rechten worden ontleend aangezien deze regeling nog niet in werking is getreden.

Ten aanzien van de schriftelijke uitwerkingen van de geluidsopnamen, zoals deze zich in het procesdossier bevinden en waarnaar in de inhoudsopgave en het proces-verbaal van relaas wordt verwezen, overweegt de rechtbank dat ook deze als bewijs kunnen dienen. Dit volgt uit de artikelen 339, derde lid, onder 5, en 344, derde lid, onder 5, Sv. Er is niet gebleken dat de uitwerking van de opnames niet correct zou hebben plaatsgevonden; de uitwerkingen lopen synchroon met de geluidsopnamen. De verdediging heeft niet aangegeven op welke onderdelen de uitwerking van de opnames niet overeen zou komen met hetgeen op de opnames valt te beluisteren. De rechtbank heeft dan ook geen enkele aanleiding gevonden niet uit te gaan van de schriftelijke uitwerking van die opnames.


Feit 1

Getuige [getuige 1] is aangehouden vanwege verdenking van exploitatie van een hennepkwekerij in een loods. De eigenaar van de loods is getuige [getuige 2] . [getuige 2] is de ex-vriend van de moeder van verdachte. Bij zijn verhoor heeft [getuige 1] verklaard dat hij gesprekken heeft gevoerd met twee vrouwen, verdachte en medeverdachte, en dat hij deze gesprekken heeft opgenomen. [getuige 1] heeft via zijn advocaat een USB-stick met daarop een geluidsopname en verwijderde geluidsopnamen van gesprekken tussen [getuige 1] en een vrouw aan de politie overgedragen. Vervolgens heeft de politie bij de doorzoeking van de woning van [getuige 1] een memorecorder aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat op de memorecorder een aantal verwijderde geluidsopnamen stond van gesprekken tussen [getuige 1] en twee vrouwen. Deze verwijderde geluidsopnamen komen overeen met de opnamen die op de USB-stick stonden. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte en haar moeder, medeverdachte, de twee vrouwen zijn met wie hij de opgenomen gesprekken heeft gevoerd.


Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de voorbereiding van gijzeling ontkend en zich op haar zwijgrecht beroepen. De rechtbank overweegt omtrent het daderschap het volgende.


Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte de vrouw die op de geluidsopnamen te horen is en die samen met haar moeder, medeverdachte, de gesprekken met [getuige 1] voert. De moeder van verdachte, medeverdachte, heeft bij de politie verklaard dat zij gesprekken heeft gevoerd met [getuige 1] en haar dochter, verdachte, over het plannen van een ontvoering van [slachtoffer 2] en iemand van de familie [familie] . Dat bij het voeren van deze gesprekken sprake zou zijn geweest van dwang door [getuige 1] , zoals medeverdachte bij de politie heeft verklaard, is op geen enkele manier gebleken. Op de geluidsopnamen zijn gesprekken te horen tussen gelijkwaardige gesprekspartners. Ook het verloop van de diverse gesprekken zoals die blijkt uit de schriftelijke uitwerking, biedt geen enkele steun voor de stelling dat er sprake is geweest van dwang.

Verder zijn in de gesprekken termen en namen gebruikt die zijn te herleiden tot verdachte en haar moeder. Zo wordt gesproken over [naam 1] , de jongere zus van verdachte heet [naam 1] , [naam 2] , verdachtes inwonende gehandicapte oom heet zo, en over de familie [familie] , zijnde de familie van verdachte van vaderskant.

Tot slot heeft [getuige 1] bij de politie en bij de rechter-commissaris verklaard dat hij meerdere keren met verdachte en haar moeder, medeverdachte, heeft afgesproken en dat hij deze gesprekken heeft opgenomen.


De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat het handschrift op de A4-tjes met informatie over de te gijzelen personen volgens een door hem geraadpleegde handschriftdeskundige niet van medeverdachte is. Dit laat echter onverlet dat uit de opgenomen gesprekken blijkt dat de A4-tjes door verdachte en haar moeder aan [getuige 1] zijn overhandigd en dat zij de tekst op deze A4-tjes hebben opgesteld. De moeder van verdachte geeft in gesprek 3 aan dat zij niets op de computer en op internet hebben opgezocht. Uit het gesprek volgt verder dat verdachte en medeverdachte de A4-tjes aan [getuige 1] hebben gegeven, die ze uiteindelijk heeft overgedragen aan de politie. Wie de feitelijke schrijver is van de A4-tjes kan hiermee in het midden blijven.


Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een absoluut ondeugdelijk middel, zoals door de raadsman van verdachte is bepleit, kan niet worden geabstraheerd van het misdadige doel dat verdachte en medeverdachte voor ogen hadden. Beoordeeld dient te worden of de geschriften, met daarop de gegevens over de te gijzelen personen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat verdachte en medeverdachte met het gebruik van die geschriften voor ogen hadden (zie Hoge Raad 20 februari 2007, LJN AZ0213). Naar het oordeel van de rechtbank was ten tijde van de besprekingen tussen verdachte, medeverdachte en [getuige 1] en het vervolgens opmaken van de A4-tjes met informatie over en foto’s van de te gijzelen personen en de losgeldeis, het opzet van verdachte en medeverdachte gericht op de voltooiing van de gijzeling. Het middel was daar ook onmiskenbaar geschikt voor. Dat [getuige 1] – naar achteraf is gebleken – nooit de intentie zou hebben gehad de gijzeling daadwerkelijk uit te doen voeren, doet daar niet aan af.


Tot slot kan volgens de raadsman van verdachte de periode zoals in de tenlastelegging staat omschreven, en dan met name het jaartal, niet worden bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt echter de tenlastegelegde periode uit de bewijsmiddelen. Tijdens het eerste opgenomen gesprek heeft [getuige 1] aan medeverdachte een contract gegeven. Medeverdachte heeft dat contract gedeeltelijk voorgelezen en heeft er haar handtekening en de datum, 13 oktober 2014, onder gezet. Dat het jaartal al op het formulier was voorgedrukt maakt niet dat niet van het jaartal 2014 kan worden uitgegaan. De handtekening die onder het contract is gezet, lijkt op de handtekening die medeverdachte heeft geplaatst op het tweede blad van het proces-verbaal van verhoor van 7 mei 2015 te 12:55 uur (pagina 62 van het dossier).

Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat haar broer en haar dochter eind 2013 ieder € 5.000,- van [getuige 2] hebben ontvangen. [getuige 2] heeft hierover bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in december 2014 bij de politie melding heeft gedaan van afpersing door medeverdachte. Verder heeft medeverdachte verklaard dat zij voor het eerst in contact kwam met [getuige 1] in oktober 2014. Medeverdachte vraagt zich in het opgenomen gesprek 4 af of zij voor 2015 miljonair is. In de genoemde data/jaartallen ziet de rechtbank afdoende bewijs voor de in de tenlastelegging omschreven periode.


De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het als feit 1 ten laste gelegde bewezen is.


Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van het als feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.


5.3

De conclusie


Feit 1

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het als feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op tijdstippen in de periode van 1 september 2014 tot en met 1 april 2015 te Almelo en/of te Deventer en/of te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het (medeplegen van) gijzeling als bedoeld in artikel 282a Sr en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving als bedoel in artikel 282 Sr en/of afpersing als bedoeld in artikel 317 Sr,

opzettelijk informatie heeft verzameld over meerdere personen, te weten over

- [slachtoffer 1] en

- [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 3] ,

en (vervolgens) die informatie op schrift heeft gesteld, welke geschriften/documenten onder meer de navolgende informatie over voormelde personen bevatten:

- personalia en

- adresgegevens en

- merk en/of type en/of kentekengegevens van door voormelde perso(o)n(en) bestuurd(e)/gebruikte voertuig(en) en

- één of meer foto’s van voormelde person(o)n(en) en

- (andere) persoonlijke en/of zakelijke informatie en

- het te eisen losgeldbedrag (1.000.000 euro en/of 1.250.000 euro en/of 750.000 euro),

en aldus geschriften en foto’s, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.


Feit 2

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte als feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 46, 47 en 282a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: medeplegen van voorbereiding van medeplegen van gijzeling.


7De strafbaarheid van de verdachte


Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.



8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte en medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een gijzeling van drie mannen, met als doel op een snelle en gemakkelijke manier aan veel geld te komen. Daarnaast speelden rancune en wraak een grote rol. Twee van de beoogde slachtoffers waren de opa en oom van verdachte (tevens respectievelijk de ex-schoonvader en ex-zwager van medeverdachte), met wie zij was gebrouilleerd en op wie zij boos was. Het derde beoogde slachtoffer was de vermogende ex-buurman van verdachte.


Verdachte en medeverdachte hebben meerdere gesprekken over de gijzeling gevoerd met een man, [getuige 1] , van wie zij dachten dat hij de gijzeling zou regelen. Zij hebben uitgebreid plannen gemaakt over wie zou worden gegijzeld, hoe de gijzeling plaats zou vinden, de hoogte van het losgeld en wat te doen met het ontvangen losgeld. Verdachte en medeverdachte hebben gegevens verzameld over de te gijzelen personen en daarvoor onderzoek verricht door langs de woningen van de beoogde slachtoffers te rijden. Verdachte is koelbloedig en berekenend te werk gegaan.

Verdachte en medeverdachte hebben de beoogde gijzeling volledig uit handen gegeven. Dat de gijzeling gruwelijke gevolgen zou hebben, zoals het afhakken van lichaamsdelen van de te gijzelen mannen (teneinde de losgeldeis kracht bij te zetten) en dat de gijzeling de dood van deze mannen tot gevolg zou kunnen hebben, is op verschillende momenten expliciet besproken en heeft verdachte niet doen afzien van de gijzeling. De rechtbank weegt met name dit aspect in het bijzonder als strafverzwarende omstandigheid mee.

Verdachte heeft geen enkel berouw getoond en is niet aanspreekbaar voor haar daden gebleken.

Door het gedrag van verdachte en medeverdachte zijn de slachtoffers hun gevoel van veiligheid en vrijheid verloren. Dit is verdachte zeer ernstig aan te rekenen.


In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte ten tijde van het plegen van het strafbare feit amper 20 jaar was en dat zij zich ogenschijnlijk heeft laten meeslepen in de rancune van haar moeder jegens de drie beoogde slachtoffers en vervolgens in het proces van de gijzeling.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 22 september 2015 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest.


Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaar, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.


9De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het als feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;
  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het als feit 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

medeplegen van voorbereiding van medeplegen van gijzeling;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaren;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.


Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. G.A. Versteeg en mr. L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2015.



Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, Team Zwolle-centrum/Zuid met nummer PL04ZC-2015159618 (ON1RO15002 SEAT). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Een geschrift, zijnde een “verklaring omtrend betaling”, opgemaakt op 13 oktober 2014, pagina 46:

Verklaring omtrend betaling.


Ondergetekende verklaard de volgende feiten:


Op 06-12-2013 heb ik, [medeverdachte] , ontvangen per bankoverschrijving; een bedrag

van €10.000,- (tienduizend euro) van [getuige 2] .


Tevens verklaar ik akkoord te gaan met een slotsom van €15.000 (vijftienduizend

euro).

Het voldoen van deze slotsom kondigd het absolute einde aan van verdere financiële

verplichtingen van De Heer [getuige 2] jegens ondergetekende, [medeverdachte] .


Mogelijke, in het verleden danwel nieuwe, aangekondigde represailles door

ondergetekende of derden in naam van ondergetekende, zullen na betalen per direct

komen te vervallen.


Ondergetekende zal zorg dragen voor het in de toekomst voorkomen van verdere

bedreigingen naar familie [getuige 2] , aanverwanten en/of kennissen.


Ik, [medeverdachte] , verklaar bovenstaande gelezen te hebben en te begrijpen.


Volledige naam [staat met de hand geschreven:] [medeverdachte] 13/10/2014


Ondergetekende [medeverdachte] . Datum


Handtekening [staat handtekening]


2.

Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte van 7 mei 2015, pagina 62-66, onder meer inhoudende:

(…) A= [naam 2] , mijn broertje (…).

V= Er zijn door de verdachte [getuige 1] geluidsopnames aangeleverd bij de politie.

Daarop is een gesprek te horen tussen [getuige 1] , jou en je dochter [verdachte] . Er wordt

gesproken over het plannen van een ontvoering van [slachtoffer 2] en een ex

familielid van de familie [familie] . [getuige 1] zou in opdracht van jullie de ontvoering

gaan uitvoeren. Wat kun je over dit gesprek zeggen?

A= Ik kan mij wel herinneren dat ik gesprekken hierover heb gevoerd. Ik heb die uitspraken wel gedaan (…).

V= Wanneer ben je voor het eerst in contact gekomen met [getuige 1] ?

A= U heeft het over [getuige 1] maar ik ken hem alleen als [getuige 1] . Hij kwam voor het eerst in beeld in oktober 2014. De eerste ontmoetingen gingen over het zogenaamde zwijggeld contract.


3.

Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte van 27 mei 2015, pagina 73-75, onder meer inhoudende:

(…) V= Waarom hebben he gehandicapte broer en je dochter van [getuige 2] ieders 5000 euro ontvangen, zoals als je eerder verklaarde?

A= Ik beroep mij op mijn zwijgrecht.

V= Wanneer hebben zij dit ontvangen?

A= Volgens mij eind 2013 (…)


4.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 april 2015, pagina 88-90, onder meer inhoudende:

(…) V= Wie wonen daar nog meer?

A= Mijn moeder, een jonger zusje [naam 1] en een gehandicapte oom. (…)


5.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] van 30 april 2015, pagina 111-115, onder meer inhoudende:

(…) V= Waar heb je met [medeverdachte] afgesproken?

A= 3 keer in Deventer, 3 keer in Zwolle en 1 keer in Almelo.

V= Wie waren daar nog meer bij?

A= Met haar dochters in verschillende samenstelling. (…)

V= We tonen je nu een aantal foto’s. Wat kun je daarop zeggen?

A= Dat zijn foto’s gemaakt van de ontmoeting die ik had met [medeverdachte] en haar jongste dochter. Daar heeft ze dat contract gezien. Dit was in Deventer. (…)

V= Wie heeft dat document ondertekend?

A= Ze heeft zowel haar naam geschreven en ondertekend. (…)

V= Waarom nam je dit op en nam je foto’s?

A= Om bewijs te verzamelen (…)

V= We hebben ook geluidsopnames gehoord gemaakt in een horecagelegenheid. Waar was dit?

A= Dat is gemaakt in een horecagelegenheid in Deventer (…).

V= Wie waren er bij dit gesprek?

A= [medeverdachte] en haar beide dochters.

V= Waar ging dit gesprek over?

A= Dat weet ik niet meer.

V= Volgens ons gaat het over haar ex familie, klopt dat?

A= Dat kan kloppen.

A= Ik noem ze de familie [bijnaam familie] . [medeverdachte] en haar dochters wilde deze familie gaan afpersen. Ze wilden dit omdat haar dochter was misbruikt door de vader van haar oudste dochter of door een buurman. Ook had de opa een rol.

V= Hoe moest die afpersing uitgevoerd gaan worden?

A= Ze kwamen met het voorstel om de familie [bijnaam familie] te gaan ontvoeren. De familie [bijnaam familie] zou heel veel geld hebben. Ik moest de familie gaan gijzelen. Ik kreeg via [medeverdachte] foto’s aangeleverd van de familieleden. Ook kreeg ik namen. Ze hadden ook gepost samen met haar dochters vertelde ze. Ik moest dit gaan organiseren. (…)

V= Hoeveel geld wilden ze hebben?

A= In totaal om een paar miljoen. (…)


6.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] van 13 april 2015, pagina 108, onder meer inhoudende:

Ik heb verschillende keren met haar afgesproken. (…) Tijdens een van de laatste ontmoetingen heb ik toen het gesprek tussen ons opgenomen en heb ik haar een contract laten tekenen. (…) Ik heb haar toen een zwijgcontract laten tekenen.


7.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] van 30 april 2015, pagina 113, onder meer inhoudende:

A= Ik noem ze de familie [bijnaam familie] . [medeverdachte] en haar dochters wilde deze familie gaan

afpersen. Ze wilden dit omdat haar dochter was misbruikt door de vader van haar

oudste dochter of door een buurman. Ook had de opa een rol.

V= Hoe moest die afpersing uitgevoerd gaan worden?

A= Ze kwamen met het voorstel om de familie [bijnaam familie] te gaan ontvoeren. De familie

[bijnaam familie] zou heel veel geld hebben. Ik moest de familie gaan gijzelen. Ik kreeg via

[medeverdachte] foto’s aangeleverd van de familieleden. Ook kreeg ik namen. Ze hadden ook

gepost samen met haar dochters vertelde ze. Ik moest dit gaan organiseren. (…)

V= Hoeveel geld wilden ze hebben?

A= In totaal om een paar miljoen. (…)


8.

Een geschrift, zijnde een schriftelijke weergave van de geluidsopname van gesprek 1, pagina 129-134, onder meer inhoudende:

(…) M: (…) Kijk, ik heb dit op papier gezet. Gewoon exact wat we afgesproken hebben en wat er betaald is. (…)

V: “Ontvangen een bedrag van 10.000. Tevens verklaar ik akkoord te gaan met een slotsom van 15.000” (…)

V: “het voldoen van deze slotsom, kondigt het absolute einde… van verplichting (niet verstaanbaar) jegens ontstaan (niet verstaanbaar) mogelijk, mogelijk in het verleden danwel nieuwe aangekondigde..”? (…)

V: (…) ooh ja, datum.... 13.... (…)

V: Nou, ik heb getekend (…).

V: Ja. Dus dan kan het op 14 november, want we hebben nou [geboortedag] morgen. (…)


9.

Een geschrift, zijnde een schriftelijke weergave van de geluidsopname van gesprek 3, pagina 161-177, onder meer inhoudende:

(…) Vrouw:

Over de vingers, ik denk oeh! Straks lopen er 3 in [plaats 1] zonder vingers hahaha.

Man:

Maar goed, dat is, zeg maar kijk, als die mensen jou zoiets geflikt hebben.. En uh..

Vrouw:

Ja! Zoveel pijn! Zoveel pijn. En uh... Maar nou hebben we heel veel opgezocht We hebben al heel veel gereden, gisteravond

al.

Man:

Ooh, super.

Vrouw:

Het nummer van die pedofiel hadden we direct

Kind:

Ja, kentekenplaat.

Vrouw:

Nou, als je dat ziet, die rijdt gewoon in de nieuwste BMW. En zijn vrouw in een uh..

Kind:

In een Vogue.

Vrouw:

In een Vogue, ook de nieuwste. Daar zit geld genoeg.

Man:

Hoe heet hij?

Vrouw:

[slachtoffer 2] .

Man:

[slachtoffer 2] .

Vrouw:

Maar adres en alles staat op papier.

Kind:

Ja.

Man:

Aah, dat is super.

Vrouw:

En van mijn zwager, maar ja, dat was moe, wij durfden niet op Internet te gaan zoeken naar foto’s en zo.

Man:

Nee?

Vrouw:

Nee, maar ik weet niet wie dat bij jullie doet, of jij dat doet of iemand anders maar op Facebook staan ze wel, is die zo te vinden. Ik durf het niet, stel je voor dat.

Man:

Heb je namen?

Vrouw

Ja alles! Adres, namen..

Kind:

Namen...

Vrouw:

Foto’s..

Kind:

En ook auto, ja..

Man:

Welke auto ze uh rijden.

Vrouw:

Ja maar alle kentekens niet

Kind:

Ja opa in een zwarte Q7. Met een Duits kenteken, begint met [plaats 2] . (…)

Vrouw en kind:

[slachtoffer 3] .

Vrouw:

Dat is de zwager.

Man:

[slachtoffer 3] is dus de broer van jouw, van jouw vader.

Vrouw:

Van mijn ex ja. En [slachtoffer 1] , dat is de vader.

Man:

[slachtoffer 1] .

Vrouw:

Ja.

Man:

Oke. En wat voor bedrag moeten we aan hem vragen?

Vrouw.

Ja we hebben het opgeschreven, ik uh, ik hou het maar hoog aan.

Man:

Ja.

Vrouw:

Ik zeg [slachtoffer 2] 1,2.. Wat heb jij gezegd?

Kind:

1.250.000. (…)

Vrouw

Heeft centjes genoeg, hij heeft mijn dochter veel te veel pijn gedaan.

Kind:

[naam 1] , dat vind ik echt...

Vrouw:

En mijn schoonvader een miljoen.

Man:

Ja.

Vrouw

En mijn zwager 7,5 ton.

Kind:

750.000. (…)

Vrouw:

Wij hebben thuis niks opgezocht op de computer, helemaal niks. (…)

Man:

Dus ik denk misschien als we geluk hebben, kunnen ze 2 van die opdrachten uitvoeren. 2 van die mensen pakken.

Vrouw:

Ja.

Man:

En dan uh, als zij betalen, het bedrag, dan heb je, als 1 al betaalt, heb je waanzinnig veel geld.

Kind:

Ja.

Man:

Dan heb je waanzinnig veel geld, heb je, mag ik je papieren even zien?

Kind:

Ooh ja, staat hier. (…)

Man:

Ooh, [slachtoffer 1] zeg maar, dat is de opa.

Vrouw:

Dat is de vader.

Man:

Ja, maar hoe lang zijn jullie al weg daar dan?

Vrouw:

7 jaar. (…)

Vrouw:

En ik heb foto’s van [slachtoffer 2] natuurlijk, ik heb alle boeken nagekeken, maar bij mijn dochter..

Kind:

Weggelaten.

Vrouw:

Heb ik ze weg gelaten. Of geknipt, dan wil ik niet dat ze daarmee geconfronteerd werd.

Man:

Nee nee.

Kind:

Als ze later die boeken door kijkt, dat ze dan hem ziet.

Vrouw:

Nog 1 fotootje, van die [slachtoffer 2] .

Man:

Ja, dit is goede informatie, met die kentekens en zo kunnen ze zo zien, op welke naam staat die auto.

Vrouw:

Ja maar dat weten we niet precies van mijn schoonvader.

Kind:

Ja die BMW sowieso, dat is 100%.

Vrouw

Ja van die pedofiel dat is, maar is dat dan, je gaat ze niet alle 3 pakken? (…)

Vrouw:

Oke. Dus je pakt eerst de pedo.

Man:

Ja je zou die pedo kunnen pakken. Of, zeg maar, zo’n oudere man, die wil natuurlijk zo snel mogelijk vrij worden gelaten.

Vrouw:

Ja maar die pedo ook.

Man:

Die pedo ook, denk je?

Vrouw:

Ja tuurlijk

Kind:

Weet ik zeker ja. Misschien nog wel sneller.

Vrouw:

En die.... Die komt het makkelijkste aan geld, want die heb het meeste geld.

Man:

Die heeft het meeste geld, oke.

Kind:

Maar? 1,25 miljoen?

Vrouw:

Maak er dan maar anderhalf miljoen van. Bij 2.(…)

Vrouw:

Nou [naam 3] , die pedo, [naam 3] zijn vrouw, die regelt zijn geldzaken.

Man:

Die zal gelijk met geld komen?

Vrouw:

Ja die weet alles over het geld. En over de zaken die ze hebben. (…)

Vrouw.

Zij is de accountant, en uh... zij weet van precies van hoe en wat.

Kind:

Ja, hoe ze aan geld kan komen.

Man:

En het is niet zo dat je zegt van “pak zijn vrouw maar” en dat die dan eerder gaat betalen? Zogenaamd.

Vrouw:

Nee, je moet hem pakken.

Man:

Je moet hem pakken. Ja...

Vrouw:

Ja dat denk ik wel, ik denk dat je hem moet pakken, an.., ja, hij heeft het gedaan. Hij moet het voelen.

Kind:

Ja.

Vrouw:

Bij mijn schoonvader weet ik dus niet, ja dat gaat, dat lost de familie dan wel op.

Kind:

Ja, [slachtoffer 3] of zo. Dan zou ik, ik zou [slachtoffer 1] en dan [slachtoffer 2] .

Man:

[slachtoffer 1] en dan [slachtoffer 2] . En en wie is [slachtoffer 1] ?

Vrouw:

Ooh je doet er 2?l Je doet er niet 3?

Man:

[slachtoffer 1] is de opa?

Kind:

Ja.

Man:

En dan uh [slachtoffer 2] ..

Kind:

Is die pedo.

Man:

Is die pedo, en wie betaalt dan voor [slachtoffer 1] denk je?

Vrouw:

Dat doet [slachtoffer 3] wel. Zijn zijn.. Zijn zoon zeg maar.

Man:

Zijn zoon die kan wel..

Kind:

Ja die zijn heel close.

Vrouw:

Ja dat trekken ze wel uit de zaak.

Man:

Oke. Ja.

Kind:

Of zou je dan [slachtoffer 3] doen?

Vrouw:

Ja, kan je beter [slachtoffer 3] doen en dan [slachtoffer 1] zorgt voor het geld. Schoonvader zorgt voor het geld.

Kind:

Ja, kan je beter [slachtoffer 3] doen. Dat is ook minder.. Als ze aan ons gaan denken, dan denken ze niet dat wij [slachtoffer 3] gaan nemen.

Vrouw:

Nee klopt

Man:

Oke. Ja.

Vrouw:

Ja, aan [slachtoffer 3] heeft iedereen een hekel. In heel [plaats 1] .

Man:

Ja?

Vrouw.

Ja. Aan mijn schoonvader ook, maar aan [slachtoffer 3] ook.

Kind:

Ja dan zou ik [slachtoffer 3] doen.

Vrouw

Ja maar dan zou ik [slachtoffer 3] voor een hoger bedrag inzetten.

Kind:

Ja, niet voor 750.

Vrouw

Maar je doet er 2? Maar geen 3?

Man:

Ik denk dat de meeste kans van slagen is, als je 2 mensen pakt en geen 3.

Vrouw:

Nou dan moet je 2.. [slachtoffer 2] .. Dan moet alle 2 anderhalf miljoen worden. (…)

Nee dat zei ik direct al. Dus [slachtoffer 2] die pedofiel en [slachtoffer 3] .

Man:

Ja.

Vrouw:

En alle 2 anderhalf miljoen.

Man:

Ja. Ja... Oke.

Vrouw:

Dan dan, dan kan mijn schoonvader, die kan wel anderhalf miljoen betalen.

Kind:

Ja en anders prive en anders zakelijk. Dat sowieso.

Vrouw:

Juist. Die kan, die kan dat regelen, die gaat over het geld.

Kind:

Ja, die heeft jachtgebieden en huizen in Duitsland en ik weet niet wat die allemaal heeft. (…)

Man:

Want uh, nu uh, ze willen dus 50.000 euro per persoon per opdracht.

Vrouw:

Ja.

Man:

5.000 heb ik ze gister gegeven, en ze moeten nu nog 5.000 zeg maar om uh volledig te starten.

Vrouw:

Ja.

Man:

En zo weten zij dat het geen uh gekkigheid is.

Vrouw

Nee het is geen gekkigheid.

Man:

Of puur belust op wraak of wat dan ook.

Vrouw:

Ja het is wel op wraak belust, het is wel belust op wraak.

Man:

Ja.

Kind:

Anders ja..

Vrouw:

Anders doe ik dat niet, het is wel belust op wraak.

Man:

Ja.

Vrouw:

Om die pedo weer te pakken en mijn familie weet te pakken.

Kind:

Ja. (…)

Man:

Ja, op het moment dat je zeg maar bij een celletje zit met een stuk touw om je nek heen en je ziet dan gelijk van uh, hier, hier ben ik met een krant, en er gaat gewoon een vinger af.

Vrouw:

Oke. Ja.

Man:

Dan uh, dan is het gewoon serieus. En als ze niet in staat zijn om te betalen, dan laten ze hem verdwijnen. Dat is de keerzijde van de medaille.

Vrouw:

Ja. Nee, alle 2 heb ik wel een goed gevoel bij.

Kind:

Ja (…)

Man:

Want je hebt niet altijd een tip van mensen die zodanig vermogend zijn, met de namen en adressen. Jullie hebben de kentekens, dus er is heel veel voorwerk al gedaan.

Vrouw:

Ja.

Man:

Maar nu hoeft er alleen nog gepost te worden en dan wordt diegene gewoon op een tijdstip van de dag, wat een mooi moment is, nu is het winter, dus het wordt eerder donker. Het wordt allemaal veel makkelijker. En dan kun je zo iemand pakken en vaak, voor de feestdagen dan wil de familie wel compleet zijn.


10.

Een geschrift, zijnde een schriftelijke weergave van de geluidsopname van gesprek 4, pagina 188-211, onder meer inhoudende:

(…) M: (…) daarom hebben we vanaf het begin ook gezegd, als die mensen niet betalen, laten ze hun ook niet naar huis gaan, of hebben jullie je bedacht?

V: Nee.

JV: Nee. (…)

V: Maar 5 december is op een vrijdag. (…)

V: Hahahaha. Maar wat ik dan apart vind, dan lopen er straks 2 in [plaats 1] zonder pink, hahahaha! (…)

JV: Je kunt niet één de teen of zo.

M: Zou ook kunnen.

JV: Kan niet één de teen en de ander de pink? (…)

V: Dat die een pedofiel is. Dat dat niet wordt genoemd, want stel je voor, dan linkt hij dat weer naar ons.

JV: Naar [naam 1] . (…)

V: Ja, dus dan heb ik voor, voor 2015, dan ben ik miljonair? (…)

V: Ja, ik ook! Nee, want toen had je gezegd, 1 december.

M: Nee.

V: [naam 1] zegt, ja echt wel!

M: Ik had 14 gezegd.

V: Nee.

M: Ik heb een fotografisch geheugen, ik heb de [datum] gezegd. En toen zei ze “ooh dan ben ik jarig” en toen zei ik “dan doen we dan gewoon, dan doen we dan..”

V: En hoeveel doe je dan?

M: Doen we dan de 11e. (…)

V: Dat [naam 1] straks haar rijbewijs kan halen, dat ze kan blijven paardrijden, allemaal zulke dingen, weet je.

M: Ja.

V: En dat mijn broertje dat die het ook goed heeft. (…) Hij is 39… (…)

V: Hé, 10 december zei je?

M: Ja. (…)


11.

Een geschrift, zijnde een schriftelijke weergave van de geluidsopname van gesprek 5, pagina 212, onder meer inhoudende:

(…) V: Wie is nou geweest? Ben zo benieuwd.

M: Ja een groep van onze vrienden is dat.

V: Ja, maar wie? Wie?

M: Wie er gepakt is? Die pedo.

JV: Ja?

(…)

V: Hoeveel is het?

M: 2,3 miljoen.

V:JA!

(gelach en geklap)

V: YEAH!!! YES!!! OOH GAAF! Ooh, ik ben zo blij.

M: Hahahaha.

V: Hoeveel had je gevraagd dan?

M: Ja we vroegen 4 miljoen.

V: Ooh 4..

M: Ja en dat wouden ze niet betalen.

V: Nee.

M: En uh... Hahahaha.

JV: Wat goed man! Wat goed!

(…)

V: Ja, zeiden wij ook al, onderweg! Ja maar ik durfde [naam 1] niet alleen te laten. Niet Weet je wat het punt is bij ons thuis? Uh ik ben heel erg met mijn broertje bezig en met [naam 1] , ze zijn doodsbang na de inbraak.

M: Ja.

V: Dus het is gewoon bij ons, en [naam 2] moet naar een andere uh, dingen, want hij kan niet meer op zijn werk blijven. (…)


12.

Een geschrift, zijnde informatie over “ [slachtoffer 2] ”, pagina 225, inhoudende:

[slachtoffer 2]


ADRES: [adres]

[woonplaats]

TEL: [telefoonnummer]


EIGENAAR VAN: - [bedrijf 1] B.V.

- [bedrijf 2]


AUTO: ZWARTE BMW X5 (VROUW [naam 3] RIJDT

KENTEKEN: [kenteken] IN EEN EVOQUE)


HIJ IS OOK TE VINDEN OP INTERNET


2 KINDEREN: - MEISJE VAN 15 ( [naam 4] ) - JONGEN VAN 13 ( [naam 5] )

HIJ IS PEDOFIEL, HEEFT MIJN DOCHTER OP

4-JARIGE LEEFTIJD MISBRUIKT


EIS: € 1.250.000,-


13.

Een geschrift, zijnde informatie over “ [slachtoffer 3] ”, pagina 226, inhoudende:

[slachtoffer 3]


ADRES: [adres]

[woonplaats]


EIGENAAR VAN: [bedrijf 3]

[adres]

[plaats 3]

TEL: [telefoonnummer] / [telefoonnummer]


AUTO: ZWARTE AUTO MET ONBEKEND DUITS KENTEKEN

(DENK AUDI, WEET IK NIET ZEKER)


3 KINDEREN: - [naam 6] 23/24 JAAR

- [naam 7] 20 JAAR (RIJDT IN EEN GOLF)

- [naam 8] 18 JAAR


HIJ IS OOK TE VINDEN OP INTERNET


VROUW [naam 9] RIJDT IN EEN HOGE GRIJZE AUTO

MET NL-KENTEKEN (WAARSCHIJNLIJK MERCEDES)


EIS: € 750.000,-


14.

Een geschrift, zijnde informatie over “ [slachtoffer 1] ”, pagina 227, inhoudende:

[slachtoffer 1]


ADRES: [adres]

[woonplaats]


EIGENAAR VAN: - [bedrijf 4]

- [bedrijf 3]

[adres]

[plaats 3]

TEL: [telefoonnummer] / [telefoonnummer]


AUTO: ZWARTE AUDI Q7

KENTEKENEN: DUITS KENTEKEN, BEGINT MET : [deel kenteken]


EIS: € 1.000.000,-


15.

Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] bij de rechter-commissaris van 15 september 2015, inhoudende:

(…) U vraagt naar het moment dat de mogelijkheid van een ontvoering ter sprake kwam. De exacte datum daarvan weet ik niet meer. (…) [verdachte] en [medeverdachte] wilden een manier hebben om aan geld te komen. Zij waren beiden even actief in het plannen maken daarvoor. [verdachte] deed een rechtenstudie en die wist hoe de rechtsgang was en zij adviseerde haar moeder ook. Zij hebben, naar ik van hen begreep, samen plannen gemaakt en uitgeschreven op een paar A4’tjes. Daarop staat dan bv. de naam van [slachtoffer 1] met daarbij hoeveel geld er voor hem als losgeld geëist zou kunnen worden. (…)

U wijst mij op pag. 136 ev, gesprek 2. en vraagt of dat het gesprek was waarin er voor het eerst tussen [medeverdachte] en [verdachte] en mij over de ontvoering is gesproken. Dat zou goed kunnen, maar dat weet ik niet zeker. (…)

U wijst mij op pag. 158. Daar wordt volgens u plots over een ontvoering gesproken. Dat is niet plots en niet door mij bedacht. Ik leidde het gesprek ook niet. Dat idee kwam van [medeverdachte] en [verdachte] . Dat begrijpt u wel als u het hele gesprek in zijn context zou kennen. Het is deels niet goed te horen omdat wij in een Horeca-gelegenheid zaten. Het initiatief kwam juist van [medeverdachte] en [verdachte] (…).

Bij alle zeven gesprekken die ik heb gehad, waren altijd [medeverdachte] en [verdachte] aanwezig Slechts één keer in Deventer, was [verdachte] er niet bij. Toen werd er geld in ontvangst genomen . Toen was de dertienjarige dochter van [medeverdachte] er bij. (…)

U vraagt mij naar het moment dat het gesprek komt op de familie [familie] en [slachtoffer 3] . Ik weet dat niet goed meer. [medeverdachte] vertelde over haar familie en dat die veel geld hebben en dat zij benadeeld zijn bij de verdeling van geld. Zij zou niet gekregen hebben waar zij vond dat zij wel recht op had. Zij was boos op die familie. Zij zou boos zijn op [slachtoffer 2] omdat hij in het verleden een dochter van haar seksueel zou hebben misbruikt. (…)

Zij toonden mij foto’s die zij hadden geknipt uit foto’s die zij nog van de familie hadden. [medeverdachte] en [verdachte] zeiden dat zij bewust niet op de computer hadden gezocht om geen digitale sporen achter te laten. Daarom waren de A4’tjes ook door hen geschreven en niet op een computer getypt. Zij vroegen ook steeds bij dingen of het toch niet aan hen terug te linken was. Ook hadden zij haast. Zij vonden dat het onderzoek dat zij deden naar hoe de ontvoering plaats zou moeten vinden, op enig moment te lang duren. Hun dochter was geloof ik op de [datum] jarig, ik meen van [maand] , en dan hadden ze weer geld nodig. (…)


16.

Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] bij de rechter-commissaris van 15 september 2015, inhoudende:

(…) Het klopt wel dat ik in december 2014 bij de politie in Putten een melding heb gedaan van de afpersing en ik vroeg hen toen om advies. De naam van de dame die mij afperste wilde ik niet noemen. Ik was bang van deze dame. Dan heb ik het over [medeverdachte] .